De grootste attractie van Norddeich zijn natuurlijk de twee eilanden die aan de overkant op ons liggen te wachten. Twee Waddeneilanden die we deze vakantie graag aan onze verzameling willen toevoegen. Vandaag was Norderney aan de beurt. Na een boottocht van ruim een uur konden we het op de lijst van door ons bezochte Waddeneilanden bijschrijven. We hebben er langs de Waddenkust gefietst, hebben de vuurtoren gezien, zijn aan zee geweest, hebben door de duinen gefietst en hebben het hoofdstadje bezocht. Meer heb je niet nodig om zo'n eiland tot je te nemen. Dat het eiland 14 kilometer lang is, een oppervlakte heeft van ruim 26 km² en een kleine 6000 inwoners telt, ach, het is voor de statistieken, onderweg merk je daar weinig van. Op het eiland ligt ook het hoogste natuurlijke punt van de gehele Oostfriese eilandketen, aldus Wikipedia, een zandduin midden op het eiland met een hoogte van 24,4 meter. Of we het gezien hebben weet ik eerlijk gezegd niet.
Een Duits Waddeneiland dus. Die zijn anders dan de onze. Dat zit 'm deels in kleine details: het uiterlijk van de vogelkijkhutten, de schuilhutten langs de fietspaden, de klassieke strandstoelen op het strand. Deels in grotere details: hele lappen kwelder en stukken duingrasland doen dienst als golfbaan, iets wat je je op Schier of op Vlieland niet kunt voorstellen. Maar buiten de stad is Norderney gewoon een mooi Waddeneiland, met dezelfde kwelders, paars van het lamsoor, en dezelfde duinstruwelen als op onze Waddeneilanden, dezelfde ondergelopen valleien, ook hier heeft het afgelopen half jaar volop geregend, en met hetzelfde brede strand, met zomerse drieteenstrandloper in de branding en onder andere grote sterns en zwarte zee-eenden over zee. En ook met bijvoorbeeld een mooi plassengebied langs de Waddendijk, met mooie groep lepelaars en een groep van tientallen groenpootruiters met zwarte ruiters ertussen.
Het duidelijkst zie je het verschil tussen een Nederlands en een Duits Waddeneiland in de bebouwde kom. Het is geen dorp dat hier aan de westkant van het eiland ligt, zoals je ze op de Nederlandse eilanden hebt, maar een echt stadje. Een stadje met allure, met deftige straten met barokke gevels, met monumentale bouwwerken, met drukke winkelstraten en sjieke hotels en kuuroorden en zelfs met enkele hoge flatgebouwen. Je ziet ze vanaf de Waddendijk van Norddeich wit opblinken in de zon en je zou bijna denken dat het eiland ervan gaat kapseizen. De sfeer is ernaar, een bijna mondaine sfeer, heel anders dan in Hollum of Oost Vlieland. Voor de eeuwigheid lijkt dit stadje echter niet geschikt: het eiland wandelt, zoals trouwens de meeste Waddeneilanden, heel langzaam naar oost doordat het aan de westkant afkalft en aan de oostkant aangroeit. Uiteindelijk zal ook Norderney city eraan moeten geloven. Maar dat zal nog wel enkele duizenden jaren duren denk ik en het is natuurlijk nog maar de vraag of er tegen die tijd nog mensen zijn op Norderney om dat mee te maken.
Donderdag 25 juli 2024
Verder met Norddeich 2024: Twee werelden
zondag 25 augustus 2024
Norddeich
Waar zijn we nou toch terecht gekomen? vroegen we ons af toen we twee dagen geleden na een lange reis hier op ons vakantie-appartement aankwamen. Dat bleek zich te bevinden in een smalle enclave van vakantiewoningen omgeven door een zee van parkeerplaatsen. We waren er bij aankomst nog op verdwaald geraakt en keken met verbazing tussen de auto’s door over de hekken heen naar wat ons beoogde vakantieverblijf moest zijn. Van alle kanten kijken we hier uit op auto's, auto's en nog eens auto's. Rijen auto’s in slapende toestand, in afwachting van hun bezitters. Ons appartement, eigenlijk twee appartementen in een huis met vier, ligt dan ook midden in druk toeristisch gebied. Aan het eind van ons doodlopende straatje dat tussen de parkeerplaatsen door naar de dijk loopt, is een drukke laan langs parkeerplaatsen, ijssalons, nog meer vakantiehuizen en het reusachtige complex van de kliniek, en aan de andere kant van de dijk een al even druk festivalterrein waar onder andere een enorm openluchtfilmscherm staat opgesteld en vliegers in alle soorten en maten wapperen in de wind. Kikkers, octopussen, pijlinktvissen, draken en allerhande stripfiguren, sommige lichtgevend in de avondschemer: het is een tentoonstelling van wat de menselijke fantasie allemaal heeft voortgebracht. Maar de ongerepte natuur zoals ik die graag om me heen heb, lijkt hier ver te zoeken. Niet helemaal onze droomlocatie dus. Daar komt nog bij dat ons appartement op zijn zachtst gezegd nogal spartaans is ingericht, wat een manier is om te zeggen dat die wel wat gebreken en tekortkomingen vertoont. Ach, we zullen niet te hard klagen, ik wil niet zo’n zeurderige vakantieombudsmanklant worden, maar: keukenblokje met schuin aflopend plafond waar ik me een breuk moet bukken om een afwasje te kunnen doen, het af en toe nogal gebrekkige doorspoelmechanisme van de WC, karige bergruimte, één klein tafeltje met twee stoelen en geen luie stoelen of zitbank en in de badkamer een gebrek aan plankjes of mandjes om je spullen neer te leggen. Het maakt dat je je bijna als in een tent en op de camping voelt, woekerend met de ruimte om onze spullen op te bergen. En een gezellig terrasje, tuin of balkon kon er ook al niet af.
Maar het kostte me maar weinig tijd om me te verzoenen met deze locatie. Met de tafels en de tuinstoelen op ons stoepje die, als je ze strategisch opstelt, vooral uitzicht bieden op een haag, een grasveld en een paar bomen in plaats van op de auto’s op de parkeerplaatsen. Trouwens, dat uitzicht op de parkeerplaatsen went snel en kun je met een beetje goede wil ook wel als een grappige curiositeit zien. Na amper driehonderd meter lopen staan we aan de Waddenzee en zien we Juist en Norderney liggen, aan de overkant van ofwel een onafzienbare slikvlakte ofwel een volle zee. Verderop is het haventje van waar de boten naar Juist en Norderney vertrekken. En toen ik op mijn eerste ochtendwandeling na aankomst eerst aan de westkant van het dorp (richting Eemshaven dus, waarvan we in de verte het woud van windmolens zien opdoemen aan de horizon), het wad en de kwelders vond, de eerste rosse grutto’s en regenwulpen en een scala aan leuke kwelderplantjes, en vervolgens op dat weggetje het binnenland in was verzeild geraakt, tussen drassige graslandjes met poeltjes met witgat en kemphaan, graanakkers en hooilanden waarin verspreid bosjes kreupelhout dreven, toen had ik het gevoel: het is wel oké hier, ik ga me hier wel vermaken de komende twee weken. Roepende kwartel als om dat gevoel te bezegelen.
Intussen hebben we over datzelfde weggetje al naar Norden gewandeld, de oudste stad van de regio Ostfriesland. We kwamen daar terecht in een eindeloze en overweldigend saaie buitenwijk maar vonden uiteindelijk ook de oude binnenstad met een paar mooie monumenten, terrasjes en cafés. De stad heeft in de Tweede Wereldoorlog nagenoeg geen schade opgelopen zodat er veel moois bewaard is gebleven, zoals de Sint-Liudgerkerk, het Altes Rathaus waar tegenwoordig het Teemuseum is gevestigd, en het Schöninghsches Haus. We vonden ook de supermarkt waar we ook nog naar op zoek waren. En het station, waar de trein ons terug naar Norddeich bracht.
Ook al aan de andere kant van de haven aan het wad gestaan, waar het rustiger is met een hoekje kweldergrasland en uitgestrekte slikken en achter de dijk een rustige landweg langs korenvelden en boerenhoeves, veelal in gebruik als feriënwohnung.
En ach, die drukte om ons heen is ook best gezellig. Op het evenemententerrein langs het wad is een permanente vliegerdemonstratie gaande, zijn 's avonds live optredens die we vanaf ons stoepje kunnen meeluisteren, en is tot diep in de nacht kabaal van de openluchtfilm, waarvoor hetzelfde geldt. En niet alleen vanaf ons stoepje trouwens. We worden dus elke dag getrakteerd op spektakel, we hoeven ons hier niet te vervelen.
Woensdag 24 juli 2024
Verder met Norddeich 2024: Norderney
Maar het kostte me maar weinig tijd om me te verzoenen met deze locatie. Met de tafels en de tuinstoelen op ons stoepje die, als je ze strategisch opstelt, vooral uitzicht bieden op een haag, een grasveld en een paar bomen in plaats van op de auto’s op de parkeerplaatsen. Trouwens, dat uitzicht op de parkeerplaatsen went snel en kun je met een beetje goede wil ook wel als een grappige curiositeit zien. Na amper driehonderd meter lopen staan we aan de Waddenzee en zien we Juist en Norderney liggen, aan de overkant van ofwel een onafzienbare slikvlakte ofwel een volle zee. Verderop is het haventje van waar de boten naar Juist en Norderney vertrekken. En toen ik op mijn eerste ochtendwandeling na aankomst eerst aan de westkant van het dorp (richting Eemshaven dus, waarvan we in de verte het woud van windmolens zien opdoemen aan de horizon), het wad en de kwelders vond, de eerste rosse grutto’s en regenwulpen en een scala aan leuke kwelderplantjes, en vervolgens op dat weggetje het binnenland in was verzeild geraakt, tussen drassige graslandjes met poeltjes met witgat en kemphaan, graanakkers en hooilanden waarin verspreid bosjes kreupelhout dreven, toen had ik het gevoel: het is wel oké hier, ik ga me hier wel vermaken de komende twee weken. Roepende kwartel als om dat gevoel te bezegelen.
Intussen hebben we over datzelfde weggetje al naar Norden gewandeld, de oudste stad van de regio Ostfriesland. We kwamen daar terecht in een eindeloze en overweldigend saaie buitenwijk maar vonden uiteindelijk ook de oude binnenstad met een paar mooie monumenten, terrasjes en cafés. De stad heeft in de Tweede Wereldoorlog nagenoeg geen schade opgelopen zodat er veel moois bewaard is gebleven, zoals de Sint-Liudgerkerk, het Altes Rathaus waar tegenwoordig het Teemuseum is gevestigd, en het Schöninghsches Haus. We vonden ook de supermarkt waar we ook nog naar op zoek waren. En het station, waar de trein ons terug naar Norddeich bracht.
Ook al aan de andere kant van de haven aan het wad gestaan, waar het rustiger is met een hoekje kweldergrasland en uitgestrekte slikken en achter de dijk een rustige landweg langs korenvelden en boerenhoeves, veelal in gebruik als feriënwohnung.
En ach, die drukte om ons heen is ook best gezellig. Op het evenemententerrein langs het wad is een permanente vliegerdemonstratie gaande, zijn 's avonds live optredens die we vanaf ons stoepje kunnen meeluisteren, en is tot diep in de nacht kabaal van de openluchtfilm, waarvoor hetzelfde geldt. En niet alleen vanaf ons stoepje trouwens. We worden dus elke dag getrakteerd op spektakel, we hoeven ons hier niet te vervelen.
Woensdag 24 juli 2024
Verder met Norddeich 2024: Norderney
maandag 19 augustus 2024
Alaska
Vijf jaar geleden werd bij Westhoek aan de Friese waddenkust de eerste alaskastrandloper van Nederland ontdekt. De vogel bleef een paar dagen dus iedereen die in de gelegenheid was en er enigszins belangstelling voor had, kon hem intikken. Maar ik niet. Ik was die dagen op vakantie in Schotland, wandelde door Oban en keek af en toe op mijn telefoon om te zien wie er vandaag allemaal die alaska hadden opgestreken. Het was een hele fijne vakantie en je wilt die niet laten bederven door zo’n vogeltje maar een beetje zuur voelde het wel. Vooral omdat je niet wist wanneer er weer een kans zou komen.
Die kwam vijf jaar later. Afgelopen donderdag, op de dag af vijf jaar na de ontdekking van de eerste, werd ’s avonds bij de veerdam van Holwerd de (toen nog mogelijke) tweede alaskastrandloper van Nederland ontdekt. Nou ben ik een slome twitcher, ik heb het vaker gezegd. Een tikje te sceptisch vaak. Ondanks de onberispelijke reputatie van de ontdekkers was ik niet helemaal overtuigd. De foto’s, genomen in het laatste licht, lieten nog wel enige ruimte voor twijfel, vond ik. Hoe dan ook dacht ik niet dat dat beestje ooit nog zou worden teruggevonden, want hoe vind je zoiets tussen duizenden bontjes en meer? Speld in een hooiberg. Ja, ik ben er goed in redenen te bedenken om niet de volgende ochtend de eerste trein te nemen. Ik zou de nadere berichtgeving wel afwachten.
Nee, een toptwitcher word ik nooit.
Die nadere berichtgeving kwam al snel. Om een uur of acht las ik de melding: alaskastrandloper teruggevonden. Te laat, meende ik, die zou met komend laagwater wel vertrekken en ik zou nooit op tijd op de veerdam zijn om nog kans te maken. En laat ik daar nou wél gelijk in gekregen hebben: de vogel was inderdaad gevlogen voordat ik met trein en bus ter plaatse had kunnen zijn. Ik heb het speciaal nog even gecheckt in de reisplanner. In zekere zin was dat een geruststelling: dit keer had ik de juiste beslissing genomen. Maar wel pas nadat ik eerder de foute beslissing had genomen om niet vanochtend de eerste trein naar Leeuwarden te nemen. En toen de vogel ’s avonds bij opkomend tij niet meer werd teruggevonden, realiseerde ik me dat die beslissing me waarschijnlijk een mooie inhaler zou gaan kosten. Gemiste kans.
Afijn, ik vergat hem en nam me voor de volgende ochtend te gaan trektellen op de Jacobssteeg. Maar net toen ik me opmaakte voor vertrek naar de telpost kwam de piep: alaskastrandloper weer ter plaatse. Mooi op tijd, vond ik, dit keer geen enkele reden om niet te gaan: ik kon nog makkelijk de trein van half 8 halen en zou dan als alles goed ging om half 11 op de veerdam zijn. Dat zou vroeg genoeg moeten zijn. Gisteren was de vogel pas om kwart voor 12 het droogvallende wad opgevlogen en vandaag was het ruim een uur later hoogwater dus wellicht zou hij ook een uur later vertrekken. Dat bood voldoende ruimte.
Dat was natuurlijk slechts theorie, het kon nog op heel wat manieren misgaan.
De praktijk bleek genadig. In Utrecht netjes de trein gehaald. Die was precies op tijd in Leeuwarden. In Leeuwarden haalde ik gemakkelijk de bus naar Holwerd en om half 11 stond ik inderdaad op de veerdam. Ik liep naar de menigte vogelaars die verderop stond te turen en daar wezen ze me de vogel en liet men me zelfs alvast even door een scope kijken: alaskastrandloper binnen! Hosanna!
Ja, soms klopt de theorie.
Dat was de opluchting. Daarna volgde de euforie.
De vogel zat aanvankelijk vrij ver en stilletjes met de kop in de veren, maar was er desondanks nog betrekkelijk gemakkelijk uit te pikken. Vooral het vele wit op buik en kop was opvallend. Af en toe deed-ie zijn kop uit te veren, af en toe deed-ie een stapje en dan was een vermoeden waarneembaar van het vogeltje dat we wilden zien: een compact gevalletje met een relatief lang en slank snaveltje dat hem een beetje het uiterlijk gaf van een miniatuur bonte strandloper.
Veel beter werd het toen de hele groep opgevlogen was en we even verderop alaska veel dichterbij terugvonden. Hij liep te foerageren bij een plasje op het drooggevallen wad. Nu zagen we daadwerkelijk het vogeltje dat we wilden zien: een compact beestje met kort achterlijf en korte hals, iets kleiner dan de talrijk aanwezige bonte strandlopers en met relatief lange en iets gebogen snavel, dat ons inderdaad deed denken aan een mini-bontje. Veel wit boven het oog en op het voorhoofd, wit keeltje, aanzet tot donker halsbandje en ongetekende witte onderdelen. Zelfs af en toe het vermoeden van webjes tussen de tenen al durf ik niet te zweren dat dat geen modder was. Maar die zat dan wel precies op de goede plek. Al met al het complete plaatje perfect in beeld! Meer kan een mens zich niet wensen.
Later foerageerde de vogel langdurig en op zeer plezierige afstand op het droogvallende wad één dammetje verderop en bood zodoende alle toegesnelde vogelaars de gelegenheid uitgebreid van hem te genieten. Genoten werd er dan ook volop. Wij waren als kinderen zo blij.
Die kwam vijf jaar later. Afgelopen donderdag, op de dag af vijf jaar na de ontdekking van de eerste, werd ’s avonds bij de veerdam van Holwerd de (toen nog mogelijke) tweede alaskastrandloper van Nederland ontdekt. Nou ben ik een slome twitcher, ik heb het vaker gezegd. Een tikje te sceptisch vaak. Ondanks de onberispelijke reputatie van de ontdekkers was ik niet helemaal overtuigd. De foto’s, genomen in het laatste licht, lieten nog wel enige ruimte voor twijfel, vond ik. Hoe dan ook dacht ik niet dat dat beestje ooit nog zou worden teruggevonden, want hoe vind je zoiets tussen duizenden bontjes en meer? Speld in een hooiberg. Ja, ik ben er goed in redenen te bedenken om niet de volgende ochtend de eerste trein te nemen. Ik zou de nadere berichtgeving wel afwachten.
Nee, een toptwitcher word ik nooit.
Die nadere berichtgeving kwam al snel. Om een uur of acht las ik de melding: alaskastrandloper teruggevonden. Te laat, meende ik, die zou met komend laagwater wel vertrekken en ik zou nooit op tijd op de veerdam zijn om nog kans te maken. En laat ik daar nou wél gelijk in gekregen hebben: de vogel was inderdaad gevlogen voordat ik met trein en bus ter plaatse had kunnen zijn. Ik heb het speciaal nog even gecheckt in de reisplanner. In zekere zin was dat een geruststelling: dit keer had ik de juiste beslissing genomen. Maar wel pas nadat ik eerder de foute beslissing had genomen om niet vanochtend de eerste trein naar Leeuwarden te nemen. En toen de vogel ’s avonds bij opkomend tij niet meer werd teruggevonden, realiseerde ik me dat die beslissing me waarschijnlijk een mooie inhaler zou gaan kosten. Gemiste kans.
Afijn, ik vergat hem en nam me voor de volgende ochtend te gaan trektellen op de Jacobssteeg. Maar net toen ik me opmaakte voor vertrek naar de telpost kwam de piep: alaskastrandloper weer ter plaatse. Mooi op tijd, vond ik, dit keer geen enkele reden om niet te gaan: ik kon nog makkelijk de trein van half 8 halen en zou dan als alles goed ging om half 11 op de veerdam zijn. Dat zou vroeg genoeg moeten zijn. Gisteren was de vogel pas om kwart voor 12 het droogvallende wad opgevlogen en vandaag was het ruim een uur later hoogwater dus wellicht zou hij ook een uur later vertrekken. Dat bood voldoende ruimte.
Dat was natuurlijk slechts theorie, het kon nog op heel wat manieren misgaan.
De praktijk bleek genadig. In Utrecht netjes de trein gehaald. Die was precies op tijd in Leeuwarden. In Leeuwarden haalde ik gemakkelijk de bus naar Holwerd en om half 11 stond ik inderdaad op de veerdam. Ik liep naar de menigte vogelaars die verderop stond te turen en daar wezen ze me de vogel en liet men me zelfs alvast even door een scope kijken: alaskastrandloper binnen! Hosanna!
Ja, soms klopt de theorie.
Dat was de opluchting. Daarna volgde de euforie.
De vogel zat aanvankelijk vrij ver en stilletjes met de kop in de veren, maar was er desondanks nog betrekkelijk gemakkelijk uit te pikken. Vooral het vele wit op buik en kop was opvallend. Af en toe deed-ie zijn kop uit te veren, af en toe deed-ie een stapje en dan was een vermoeden waarneembaar van het vogeltje dat we wilden zien: een compact gevalletje met een relatief lang en slank snaveltje dat hem een beetje het uiterlijk gaf van een miniatuur bonte strandloper.
Veel beter werd het toen de hele groep opgevlogen was en we even verderop alaska veel dichterbij terugvonden. Hij liep te foerageren bij een plasje op het drooggevallen wad. Nu zagen we daadwerkelijk het vogeltje dat we wilden zien: een compact beestje met kort achterlijf en korte hals, iets kleiner dan de talrijk aanwezige bonte strandlopers en met relatief lange en iets gebogen snavel, dat ons inderdaad deed denken aan een mini-bontje. Veel wit boven het oog en op het voorhoofd, wit keeltje, aanzet tot donker halsbandje en ongetekende witte onderdelen. Zelfs af en toe het vermoeden van webjes tussen de tenen al durf ik niet te zweren dat dat geen modder was. Maar die zat dan wel precies op de goede plek. Al met al het complete plaatje perfect in beeld! Meer kan een mens zich niet wensen.
Later foerageerde de vogel langdurig en op zeer plezierige afstand op het droogvallende wad één dammetje verderop en bood zodoende alle toegesnelde vogelaars de gelegenheid uitgebreid van hem te genieten. Genoten werd er dan ook volop. Wij waren als kinderen zo blij.
vrijdag 19 juli 2024
Linge
Aanleiding waren een paar kwakken die geregeld gezien worden langs de Linge bij Beesd. De plek was gauw gevonden en toen ik wat nauwkeuriger op Google maps keek, vond ik al gauw ook de kwakken. Twee volwassen vogels telde ik aanvankelijk, een jong, en nog een derde adulte. En zelfs nog een tweede jong. Vijf kwakken dus. Mooie vogels die zich mooi lieten zien. Missie volbracht. Alleen: ze zaten wel vlak naast het plaatselijke uilen- en vogelparkje De Paay. Sommige zaten zelfs zo goed als tegen het gaas van een van de vogelkooien aan, je moest heel goed kijken om te zien dat ze voor het gaas zaten en niet erachter. Waar trouwens ook kwakken zaten. Dat wierp wel een wat dubieus schijnsel op deze waarneming. Ze schijnen er al jaren te zitten dus de juvenielen van nu zijn zeker buiten de kooien geboren. En wellicht ook hun ouders. Maar dat deze kleine populatie zijn oorsprong heeft aan de andere kant van het gaas lijdt nauwelijks twijfel. Maar goed, ze waren vrij om te gaan waar ze wilden, scharrelden onbekommerd langs de waterkant en eentje vloog een stukje over de sloot naar een waterkant verderop. Denk ervan wat je wilt, mooie vogels waren het. Vogels die hun vrijheid hadden hervonden. Moet je die bestraffen met het predicaat ‘escape’?
We hadden nog een mooie dag met volop zon voor ons en omdat we er toch waren, een mooi tochtje gemaakt langs de Linge. Van Beesd via onder andere Rhenoy, Acquoy en Asperen terug naar Beesd. Door een mooi mini-rivierenlandschapje met het riviertje aandoenlijk kronkelend door zijn uiterwaardjes en langs zijn dijkjes. Nederland van honderd jaar geleden in een notendop. Met hooilanden, rietlanden, dijkwielen, rivierbossen en dode zijarmen. Met oude dijkdorpjes met schattige geveltjes, de prachtige oude, scheve kerktoren van Acquoy (met graf van mevrouw Pisa op het naastgelegen kerkhofje: de toren van Pisa, ook al in het klein) en het fraaie fort Asperen. Nederland rivierenland: net echt, maar alles in maatje poppenhuis. Een stukje Nederland ook waar de tijd soms al tientallen jaren lijkt te hebben stilgestaan. Het is een openluchtmuseumpje waar we vandaag doorheen hebben gefietst, met alle charme die openluchtmusea eigen zijn. Het is er mooi, maar niet helemaal van deze tijd. Of ‘want niet helemaal van deze tijd’?
14 juli 2024
Mijn weblogkasteel
We hadden nog een mooie dag met volop zon voor ons en omdat we er toch waren, een mooi tochtje gemaakt langs de Linge. Van Beesd via onder andere Rhenoy, Acquoy en Asperen terug naar Beesd. Door een mooi mini-rivierenlandschapje met het riviertje aandoenlijk kronkelend door zijn uiterwaardjes en langs zijn dijkjes. Nederland van honderd jaar geleden in een notendop. Met hooilanden, rietlanden, dijkwielen, rivierbossen en dode zijarmen. Met oude dijkdorpjes met schattige geveltjes, de prachtige oude, scheve kerktoren van Acquoy (met graf van mevrouw Pisa op het naastgelegen kerkhofje: de toren van Pisa, ook al in het klein) en het fraaie fort Asperen. Nederland rivierenland: net echt, maar alles in maatje poppenhuis. Een stukje Nederland ook waar de tijd soms al tientallen jaren lijkt te hebben stilgestaan. Het is een openluchtmuseumpje waar we vandaag doorheen hebben gefietst, met alle charme die openluchtmusea eigen zijn. Het is er mooi, maar niet helemaal van deze tijd. Of ‘want niet helemaal van deze tijd’?
14 juli 2024
Mijn weblogkasteel
vrijdag 12 juli 2024
Mijn weblogkasteel
Er zal wel niemand in geïnteresseerd zijn, maar ik noem dit mijn weblogkasteel. Met gangen en zalen vol verhalen en verhaaltjes, met geheime kamers en onverwachte doorgangetjes, stiekeme corridors naar weer andere zalen met andere verhalen.
Heel soms wordt me gevraagd of er niet weer eens een boekje gemaakt zou moeten worden. Maar een boek uitgeven, dat is niet eenvoudig, en waarom zou je ook? Dit simpele documentje bevat meer dan twintig boeken, zij het niet allemaal even dik. Maar wel boeken die regelmatig ververst en aangevuld worden. Het werkt heel simpel: klik op de link achter de titel en je belandt in het eerste hoofdstuk. En als je zin hebt, klik je op de link aan het eind van de tekst, en je belandt in het volgende hoofdstuk.
Ik weet niet of er veel mensen op zitten te wachten, maar hé, het is in ieder geval gratis.
Vogelen in tijden van corona: Vogelen in tijden van corona
Op de wadden: Jaarwisseling
Urban Birding: En Hoorn dat is een mooie stad …
Niet bij vogels alleen: De Zuidpier
Meer uit het Utrechtse: Wind
Aan zee: stormvogeltjes
Limburg: Kranen
Een beknopte geschiedenis van twitchen in Nederland: Stukjes griel
Mijn dips: Noordbroek
Buitenlandse zaken: Lissabon, 4 juli 2004
DBA Texel: Dutchbirdingweekend op Texel
Top of Holland: Top of Holland 2010
Deception tours: Deception tours
En dan nog deze: Loet
Portugal 2013: Porto
Kaapverdië 2015: Mussen
Vogelreis Extremadura april 2018: Vogelreis Extremadura april 2018
Met Birding Breaks naar Estland: Met Birding Breaks naar Estland
Zoutkamp 2018: Zoutkamp
Schotland 2019: 10 augustus
Cadzand 2020: Zaterdag 15 augustus 2020
Luxemburg 2022: Een niet zo voorspoedige reis
Marokko maart 2023: maandag13 03 23 Aankomst
Portugal 2023: Kriskras door Lissabon
Norddeich 2024: Norddeich
Val Sinestra 2025: Op weg
Heel soms wordt me gevraagd of er niet weer eens een boekje gemaakt zou moeten worden. Maar een boek uitgeven, dat is niet eenvoudig, en waarom zou je ook? Dit simpele documentje bevat meer dan twintig boeken, zij het niet allemaal even dik. Maar wel boeken die regelmatig ververst en aangevuld worden. Het werkt heel simpel: klik op de link achter de titel en je belandt in het eerste hoofdstuk. En als je zin hebt, klik je op de link aan het eind van de tekst, en je belandt in het volgende hoofdstuk.
Ik weet niet of er veel mensen op zitten te wachten, maar hé, het is in ieder geval gratis.
Vogelen in tijden van corona: Vogelen in tijden van corona
Op de wadden: Jaarwisseling
Urban Birding: En Hoorn dat is een mooie stad …
Niet bij vogels alleen: De Zuidpier
Meer uit het Utrechtse: Wind
Aan zee: stormvogeltjes
Limburg: Kranen
Een beknopte geschiedenis van twitchen in Nederland: Stukjes griel
Mijn dips: Noordbroek
Buitenlandse zaken: Lissabon, 4 juli 2004
DBA Texel: Dutchbirdingweekend op Texel
Top of Holland: Top of Holland 2010
Deception tours: Deception tours
En dan nog deze: Loet
Portugal 2013: Porto
Kaapverdië 2015: Mussen
Vogelreis Extremadura april 2018: Vogelreis Extremadura april 2018
Met Birding Breaks naar Estland: Met Birding Breaks naar Estland
Zoutkamp 2018: Zoutkamp
Schotland 2019: 10 augustus
Cadzand 2020: Zaterdag 15 augustus 2020
Luxemburg 2022: Een niet zo voorspoedige reis
Marokko maart 2023: maandag13 03 23 Aankomst
Portugal 2023: Kriskras door Lissabon
Norddeich 2024: Norddeich
Val Sinestra 2025: Op weg
vrijdag 28 juni 2024
Vaeshartelt
Het was een abrupte beslissing geweest. Het was dus nogal kort dag. We konden nog net een hotelletje vinden. Nou ja, hotelletje, zeg maar hotel: Vaeshartelt, kasteeltje, of op zijn minst een statig landhuis omgeven door de landerijen van het gelijknamige landgoed. Ligweiden en gazons, sierbomen, een siervijver met fontein, een vlindertuin zonder vlinders, hooilanden, speelweiden en een spannend stukje bos. Met groene spechten, ook mooi gezien, met middelste bonte specht, alleen gehoord, en verder met onder andere grasmussen, tuinfluiters, braamsluiper, een bosrietzanger en een eekhoorn.
Vaeshartelt, ofwel: hoe van iets kleins iets groots te maken. Andere vogelaars maken ons deelgenoot van hun reizen naar Marokko, of naar de Canarische eilanden, Gambia of Costa Rica. Maar wij zitten dus een weekendje op Vaeshartelt, op een steenworp van Maastricht. Met een beetje moeite kunnen we de intercity’s naar de rest van Nederland zien langsrijden.
Maar ik kan wel een beetje cynisch en neerbuigend doen, het is een prachtig landgoed. Het landhuis is sprookjesachtig. Een monumentaal bouwwerk, rijkelijk versierd met al die naamloze ornamenten die een dergelijk landhuis toebehoren. En in de omringende tuinen vind je enerzijds diverse raadselachtige kunstwerken zoals een half in het gazon begraven draak, en anderzijds een verzameling monumentale en meest nogal exotische bomen waar de meeste mensen nog nooit van gehoord hebben (ik ook niet). Natuurlijk, voor echte natuur moet je verderop zijn, maar zo’n parklandschap als dit mag er ook zijn.
En waar andere vogelaars aankomen met renvogels, witbandleeuweriken en kraagtrappen, had ik een zwarte ooievaar in de aanbieding, en die mag er ook zijn. Het was toen we op het grote terras zaten te wachten op ons eten, wat niet erg opschoot, waarvoor dank want ineens was daar die ooievaar in de lucht. Het is hier Utrecht niet dus ik realiseerde me meteen dat dit weleens spannend kon zijn. En inderdaad: zwarte ooievaar dus.
Zaterdag wandelden we vanuit Bunde door het Bunderbos. De zon scheen, het was eindelijk zomer. Het Bunderbos is een prachtig, klassiek Limburgs hellingbos, met steile hellingen en diepe afgronden, en met overweldigend groen als watervallen om ons heen. Boven waren akkers en velden en stoere bosranden. We kwamen bijna niemand tegen maar iedereen groette elkaar.
Zondag wandelden we door de drukke lanen en over de volle pleinen van Maastricht waar we heel veel mensen tegenkwamen maar vrijwel niemand elkaar gedag zei. Hoe drukker het is, hoe minder de mensen elkaar zien. Ergens tussen de drukke lanen van Maastricht en de stille wandelpaden in het Bunderbos ligt het omslagpunt.
Over drukke lanen wandelden we naar de Pietersberg en op de Pietersberg bezochten we onder andere de vermaarde vlinderweiden op de zuidhelling van de berg. Die waren eigenlijk vrij saai, wat best verontrustend is want eigenlijk zou je daar nu allerlei zeldzame soorten vlinders en libellen moeten kunnen vinden. Volop bruine zandoogjes, dat wel, wat interessant was want gisteren vlogen die nog niet, maar niet waarvoor je naar de Pietersberg gaat. Wel mooie vegetatie, met onder andere agrimonie, beemdkroon, knikkende distel en veldsalie. We zaten net in een berm over de akker uit te kijken naar de verre heuvelen tot ver in België en naar kasteel Neercanne net over de grens, toen er achter ons geroepen werd: dambordje, dambordje! Toch nog een zeldzame vlinder dus ik ben gauw die kant op gelopen maar te laat: vlinder was gevlogen en vooralsnog niet terug te vinden. Ik was al begonnen terug te lopen naar onze wegberm toen-ie toch teruggevonden werd, aan de andere kant van het wandelpad, en daar liet-ie zich hoewel diep in het gras mooi zien. Het was na de zwarte ooievaar alweer het tweede hoogtepunt van het weekend, waar ik eigenlijk wat dat betreft op niets gerekend had dus dat viel alleszins mee.
23 juni 2024
Meer Zuid Limburg: Kranen

Vaeshartelt, ofwel: hoe van iets kleins iets groots te maken. Andere vogelaars maken ons deelgenoot van hun reizen naar Marokko, of naar de Canarische eilanden, Gambia of Costa Rica. Maar wij zitten dus een weekendje op Vaeshartelt, op een steenworp van Maastricht. Met een beetje moeite kunnen we de intercity’s naar de rest van Nederland zien langsrijden.
Maar ik kan wel een beetje cynisch en neerbuigend doen, het is een prachtig landgoed. Het landhuis is sprookjesachtig. Een monumentaal bouwwerk, rijkelijk versierd met al die naamloze ornamenten die een dergelijk landhuis toebehoren. En in de omringende tuinen vind je enerzijds diverse raadselachtige kunstwerken zoals een half in het gazon begraven draak, en anderzijds een verzameling monumentale en meest nogal exotische bomen waar de meeste mensen nog nooit van gehoord hebben (ik ook niet). Natuurlijk, voor echte natuur moet je verderop zijn, maar zo’n parklandschap als dit mag er ook zijn.
En waar andere vogelaars aankomen met renvogels, witbandleeuweriken en kraagtrappen, had ik een zwarte ooievaar in de aanbieding, en die mag er ook zijn. Het was toen we op het grote terras zaten te wachten op ons eten, wat niet erg opschoot, waarvoor dank want ineens was daar die ooievaar in de lucht. Het is hier Utrecht niet dus ik realiseerde me meteen dat dit weleens spannend kon zijn. En inderdaad: zwarte ooievaar dus.
Zaterdag wandelden we vanuit Bunde door het Bunderbos. De zon scheen, het was eindelijk zomer. Het Bunderbos is een prachtig, klassiek Limburgs hellingbos, met steile hellingen en diepe afgronden, en met overweldigend groen als watervallen om ons heen. Boven waren akkers en velden en stoere bosranden. We kwamen bijna niemand tegen maar iedereen groette elkaar.
Zondag wandelden we door de drukke lanen en over de volle pleinen van Maastricht waar we heel veel mensen tegenkwamen maar vrijwel niemand elkaar gedag zei. Hoe drukker het is, hoe minder de mensen elkaar zien. Ergens tussen de drukke lanen van Maastricht en de stille wandelpaden in het Bunderbos ligt het omslagpunt.
Over drukke lanen wandelden we naar de Pietersberg en op de Pietersberg bezochten we onder andere de vermaarde vlinderweiden op de zuidhelling van de berg. Die waren eigenlijk vrij saai, wat best verontrustend is want eigenlijk zou je daar nu allerlei zeldzame soorten vlinders en libellen moeten kunnen vinden. Volop bruine zandoogjes, dat wel, wat interessant was want gisteren vlogen die nog niet, maar niet waarvoor je naar de Pietersberg gaat. Wel mooie vegetatie, met onder andere agrimonie, beemdkroon, knikkende distel en veldsalie. We zaten net in een berm over de akker uit te kijken naar de verre heuvelen tot ver in België en naar kasteel Neercanne net over de grens, toen er achter ons geroepen werd: dambordje, dambordje! Toch nog een zeldzame vlinder dus ik ben gauw die kant op gelopen maar te laat: vlinder was gevlogen en vooralsnog niet terug te vinden. Ik was al begonnen terug te lopen naar onze wegberm toen-ie toch teruggevonden werd, aan de andere kant van het wandelpad, en daar liet-ie zich hoewel diep in het gras mooi zien. Het was na de zwarte ooievaar alweer het tweede hoogtepunt van het weekend, waar ik eigenlijk wat dat betreft op niets gerekend had dus dat viel alleszins mee.
23 juni 2024
Meer Zuid Limburg: Kranen

dinsdag 11 juni 2024
Amerongen
Het was een fijne excursie, zaterdagavond met vogelwacht Utrecht naar Amerongen. We begonnen op het uitzichtplateau bij de Amerongse Bovenpolder. In mijn ogen was daar maar weinig te beleven maar de excursiedeelnemers, meest nog betrekkelijk onervaren, herinnerden me er met hun enthousiasme aan hoe leuk visdiefjes nog altijd zijn, en futen, een kuifeend en het alsmaar kabbelende gezang van tuinfluiter. Of, in de Elster Buitenwaard, hoe fraai een kneu toch eigenlijk is als-ie zonbeschenen boven in een struikje zit. Ook de zingende braamsluiper leidde, hoewel onzichtbaar in het braamstruweel, tot groot enthousiasme. Voor verschillende van de aanwezigen was dat nog een nieuwe soort.
Aan de andere kant van de weg, in de plantage Willem III, vonden we een soort die hoe dan ook bij iedereen tot enthousiasme leidde: een prachtige man grauwe klauwier die van bosje naar bosje hopte en zich geregeld voortreffelijk liet zien. Intussen trokken na een rustig en deels zonnig begin van de excursie enkele stevige buienluchten langs. Wij kregen daar slechts een schamel beetje regen van mee en trokken daarna dieper het gebied in. Dat is prachtig, dat is bekend maar mag best nog eens gezegd. Die lichte glooiingen die stuiten op onverzettelijke bosranden, ze geven mij altijd de indruk dat we ons in verre, bergachtige streken bevinden. Al is het hoogteverschil nooit groot, je kunt je er de diepe vertes achter die bosranden gemakkelijk bij voorstellen. Boomleeuweriken zongen volop en gierzwaluwen zwermden in een alweer vrijwel heldere hemel.
Toen de zon rap richting horizon zakte, was het tijd om ons richting Amerongse berg te begeven. Want doelsoort van de avond waren de nachtzwaluwen daar. Die waren een inkoppertje: ze zongen al bijna meteen bij aankomst en na een tijdje af en toe behoorlijk dichtbij. Een paar keer kregen we er ook eentje te zien. Vooral die ene die foeragerend langs de bosrand laag recht over ons heen vloog, was erg fraai. Daarnaast af en toe roepjes van houtsnip, in de verte roepende jonge bosuilen en verder stilte. Ook de optrekkende grondmist droeg bij aan een bijna mystieke sfeer.
We eindigden rond middernacht aan de voet van de oude kerk van Amerongen. De klok sloeg twaalf. Enkele luidruchtige cafégangers waren op weg naar huis. En tussendoor gezucht en gekreun van een kerkuil ergens op of in de toren. Van dichtbij hoorden we een jonge vogel aanhoudend bedelen. Vermoedelijk zat-ie verscholen in een nabije holte. We kregen hem niet te zien en gingen gauw weer weg, om het voederen verder niet te hinderen. Eén keer vloog een volwassen uil hoog rond de torenspits, een paar tellen prachtig beschenen door de feeërieke verlichting die tegenwoordig bijna standaard op oude monumenten gericht is. Het was een betoverend moment en een mooie afsluiting van de avond.
8 juni 2024
Aan de andere kant van de weg, in de plantage Willem III, vonden we een soort die hoe dan ook bij iedereen tot enthousiasme leidde: een prachtige man grauwe klauwier die van bosje naar bosje hopte en zich geregeld voortreffelijk liet zien. Intussen trokken na een rustig en deels zonnig begin van de excursie enkele stevige buienluchten langs. Wij kregen daar slechts een schamel beetje regen van mee en trokken daarna dieper het gebied in. Dat is prachtig, dat is bekend maar mag best nog eens gezegd. Die lichte glooiingen die stuiten op onverzettelijke bosranden, ze geven mij altijd de indruk dat we ons in verre, bergachtige streken bevinden. Al is het hoogteverschil nooit groot, je kunt je er de diepe vertes achter die bosranden gemakkelijk bij voorstellen. Boomleeuweriken zongen volop en gierzwaluwen zwermden in een alweer vrijwel heldere hemel.
Toen de zon rap richting horizon zakte, was het tijd om ons richting Amerongse berg te begeven. Want doelsoort van de avond waren de nachtzwaluwen daar. Die waren een inkoppertje: ze zongen al bijna meteen bij aankomst en na een tijdje af en toe behoorlijk dichtbij. Een paar keer kregen we er ook eentje te zien. Vooral die ene die foeragerend langs de bosrand laag recht over ons heen vloog, was erg fraai. Daarnaast af en toe roepjes van houtsnip, in de verte roepende jonge bosuilen en verder stilte. Ook de optrekkende grondmist droeg bij aan een bijna mystieke sfeer.
We eindigden rond middernacht aan de voet van de oude kerk van Amerongen. De klok sloeg twaalf. Enkele luidruchtige cafégangers waren op weg naar huis. En tussendoor gezucht en gekreun van een kerkuil ergens op of in de toren. Van dichtbij hoorden we een jonge vogel aanhoudend bedelen. Vermoedelijk zat-ie verscholen in een nabije holte. We kregen hem niet te zien en gingen gauw weer weg, om het voederen verder niet te hinderen. Eén keer vloog een volwassen uil hoog rond de torenspits, een paar tellen prachtig beschenen door de feeërieke verlichting die tegenwoordig bijna standaard op oude monumenten gericht is. Het was een betoverend moment en een mooie afsluiting van de avond.
8 juni 2024
Abonneren op:
Posts (Atom)

























