zondag 4 oktober 2026

Maasvlakte

Het was een volmaakt uurtje, in alle vroegte op de Maasvlakte. (Nou ja, zo heel vroeg was het nou ook weer niet maar we waren wel heel vroeg vertrokken.) De beoogde witkeelgorzen, grote zeldzaamheden van de andere kant van de Atlantische oceaan, waren meteen binnen. En zo stond ik minuten lang te kijken naar mijn tweede lifer binnen een week! Ze liepen te foerageren in de vegetatie vlak naast de parkeerplaats, soms op amper een paar meter afstand. En het zijn behalve zeer zeldzame ook nog eens prachtige beestjes dus het waren onvergetelijke minuten.
Daarmee is dit verhaal gauw verteld. Geen spannende vertelling vol hindernissen en belemmeringen. Die bestonden dit keer hooguit uit de files onderweg, waardoor we niet zo vroeg ter plaatse waren als we hadden gehoopt en we onderweg steeds moesten vrezen dat de vogels gevlogen zouden zijn tegen de tijd dat we gearriveerd waren. Daar was echter geen sprake van. We zagen bij onze aankomst de vogelaars al staan kijken en die stonden inderdaad te kijken naar beide witkeelgorzen.
Tussendoor nog even naar een wilgenbosjes een kleine honderd meter verderop voor aldaar verblijvende bladkoning. Was er nu tenminste nog sprake van enige spanning? Nee hoor, ook die was al gauw binnen en was aardig zichtbaar aan de rand van het bosje. Al was-ie ook al gauw weer in de diepte van het struweel verdwenen en was-ie daarna nog tamelijk lastig. Maar met enig geduld en toewijding lukte het om hem een paar keer leuk in beeld te krijgen en enkele keren liet-ie ook van zich horen.
Terug naar de gorzen die zich nog steeds heel gewillig lieten zien en aanzienlijk meer aandacht hadden voor de zaadjes en de larfjes en wat er maar voor eetbaars te vinden was daar in het gras, dan voor ons. Ze verhuisden nog naar een naastgelegen struikje, vlakbij dat van bladkoning, maar daar was het al niet anders: ook daar waren ze geweldig te zien, foeragerend op de besjes en daarna ook weer in het gras.
Het blakobosje bleek ook nog goed voor draaihals maar deze bonus was dan weer wel heel lastig. Het leek zelfs een kansloze zaak, tot ik hem ineens heel even dichtbij in beeld kreeg. Ik zag niet eens de hele vogel maar wel het fraaie en zo karakteristieke verendek: onmiskenbaar draaihals, zag ik nog net voor-ie weer uit beeld verdwenen was. Later zag ik hem nog een keer, iets minder dichtbij maar wel iets langer en nu wel de hele vogel.
Louter succesverhalen dus dit keer. En intussen waren nog steeds de witkeelgorzen onverstoorbaar bezig zich niets van ons aan te trekken.

1 oktober 2026

Mijn weblogkasteel





woensdag 30 september 2026

Veldriet

Eerlijk gezegd had ik een rustig dagje gepland na mijn onderneming gisteren, maar: kleine spotvogel aan het Hoornderslag op Texel! Ik heb een zekere historie met kleine spotvogel, hoewel eigenlijk juist geen historie want nog nooit gezien. Paar keer gedipt, paar keer onhaalbaar en zo wacht ik al vele jaren op mijn eerste en op een of andere manier telt dat bij kleine spot zwaarder dan bij andere soorten die ik nog nooit zag. Dus thuisblijven was geen optie. Maar onderweg zakte de moed me steeds verder in de spreekwoordelijke schoenen. Dit ging helemaal niks worden. Alle voortekenen kwamen op rood te staan.
Allereerst bleek kleine spotvogel een veldrietzanger, even goed een lifer maar veel meer dan kleine spotvogel een beruchte skulker dus hij zou waarschijnlijk nog veel lastiger worden dan ik toch al vreesde. En dat bleek ook al gauw uit de berichten uit het veld: ‘nog steeds af en toe gehoord en (vluchtig/vliegend) gezien maar minder frequent dan eerder op de ochtend’. Ik had nog een paar uur te gaan en hij zou er in die tijd vast niet gemakkelijker op worden. En toen kwam daar de berichtgeving overheen van de halve marathon die juist vandaag op Texel georganiseerd werd en de locatie van de veldriet zou passeren. Wat een timing! De meeste wegen in de buurt waren al afgezet en de vogel was in elk geval per auto al niet meer te bereiken. Nee, dit werd helemaal niks meer. Maar goed, toch maar verder gegaan want wat moet je anders? Uitstappen en de trein terug nemen?

Nou, dat viel dus allemaal best mee. Om te beginnen kon ik op mijn vouwfietsje alle afzettingen eenvoudig passeren. Mij werd geen strobreed in de weg gelegd en eenmaal ter plaatse waren er ook diverse auto's aanwezig. En dat bericht dat ze over het Hoornderslag zouden komen, moet op een misverstand berust hebben want we hebben er geen enkele hardloper gezien. Wel maakten de regelmatig passerende auto’s het lastig om de eventuele subtiele roepjes van het beestje op te pikken dus wat dat betreft hadden ze de wegen wel wat beter mogen afsluiten. Maar toen we eenmaal de goede plek gevonden hadden, duurde het niet eens zo vreselijk lang tot een van de aanwezigen een zeer verdacht vogeltje in het braamstruweel had zien verdwijnen. We hielden de plek goed in de gaten, we loerden, tuurden, zochten tussen de vegetatie en zagen iets bewegen, ja, af en toe bewoog er een schim van een vogel tussen de stengels en de twijgen door en ineens zag ik dat kopje helemaal vrij tussen die stengels en die twijgen, een karakteristiek getekend kopje met contrastrijke oog- en wenkbrauwstreep en forse snavel. Het duurde nauwelijks meer dan anderhalve tel maar het was voldoende: veldrietzanger in the pocket!
Zo’n moment hè, je kunt het een buitenstaander nauwelijks uitleggen maar dat je zoiets kleins en onbeduidends ziet en dat het precies klopt! Dat je meteen weet: ik heb hem, het is gelukt! Tegen alle verwachtingen in. Het kwartier daarna zagen we ‘m nog een paar keer een stukje vliegen en een enkele keer door de vegetatie scharrelen. Daarna was het tijd om nog even iets anders te gaan doen.

27 september 2026


Mijn weblogkasteel




maandag 28 september 2026

Grote franjepoot

Na een rustige telling aan de Jacobssteeg (onder andere pijlstaart en vier appelvinken) vond ik het eindelijk tijd om aandacht te besteden aan de grote franjepoot die al bijna een week bivakkeert in de Groene Keijzer bij Nootdorp. Dus naar het station gefietst, met de trein naar Delft en op het vouwfietsje naar Nootdorp. Het was een mooie middag, zonnig, weinig wind en veel te warm voor mijn winterjas. In de Groene Keijzer was de franjepoot gauw gevonden. De 27e voor Nederland en mijn vierde alweer (vandaar natuurlijk de niet al te hoge prioriteit die ik hem tot nu toe had verleend). Hoe dan ook toch lekker zeldzaam en hij liet zich bovendien mooi bekijken. Een lichte, ranke, grijs met witte franjepoot die net als alle franjepoten ter wereld driftig om zich heen op het wateroppervlak naar beestjes pikte maar verder toch wat anders oogde dan de franjepoten die we hier kennen, minder gedrongen, met een iets langere nek. Af en toe vloog-ie een stukje en een paar keer kon ik hem met de telescoop prachtig volgen en daarbij enkele vluchtkenmerken vaststellen die hem ook onderscheiden van rosse en grauwe franjepoot. De determinatie staat natuurlijk allang niet meer ter discussie maar het was prettig om ook zelf te kunnen vaststellen dat-ie inderdaad een geheel witte stuit had en egaal grijze vleugels zonder noemenswaardige vleugelstreep.
Missie geslaagd dus, en tijd voor iets anders. Tijd voor de nostalgie, die zoete sensatie voor mijmeraars die de hedendaagse wereld beu zijn. Eerst keerde ik terug in het recente verleden: Oude Leede en de Ackerdijksche plassen, waar Harriët en ik een paar maanden geleden twee nachtjes plus tussenliggende dag doorbrachten. Het zag er een beetje anders, met name droger uit dan toen maar het was nog steeds een mooie plek.
Daarna dook ik in het verre verleden: Delftse Hout, Bieslandse polder, Nootdorpse plassen en het Arboretum Heempark. Mijn local patch uit de tijd dat dat woord nog lang niet bestond, uit de tijd dat ik als aan alles en vooral aan zichzelf twijfelende puber bijna dagelijks in mijn vrije tijd deze kant op ging om even los te komen van alle gedoe dat nou eenmaal gepaard gaat met het bestaan als middelbare scholier en om te dromen over mijn hopeloze verliefdheden in die dagen. Er is in tientallen jaren veel veranderd maar in essentie zijn al die plekken nog dezelfde, alhoewel in een ander jasje.

26 september 2026


Mijn weblogkasteel






woensdag 23 september 2026

Deception Tours deel 1

We waren van tevoren al een beetje gewaarschuwd, in het traditionele weerpraatje vooraf in de DT-appgroep: het zou waarschijnlijk een rustig en stil weekend worden op Vlieland. En zo geschiedde. Maar de hele vrijdag geen enkele melding in de appgroep? Ik dacht bijna dat mijn aanmelding niet goed gelukt was. Goed, rustig was het, en stil meestal ook, in de bossen van het Vuurboetsduin, die bij Lange Paal en de Oude Kooi, maar dit was wat overdreven vond ik. Was hier sprake van app-angst? In het verleden waren er wel Deception Tour-weekends waarin een streng verbod gold op het melden van bladkoning. Dat was tijdens weekends dat je bijna over ze struikelde. Daar was nu helaas geen sprake van. Die ene vrijdagmiddag bij het Vuurboetsduin had van mij dan ook best gemeld mogen worden.
Maar inderdaad, het was rustig op het eiland. Een bijna handtamme sneeuwgors op of direct naast het fietspad van de zeereep naar Lange Paal stal de show, maar verder was het meest leeg en stil. Al kan dat er ook aan gelegen hebben dat het zo hard woei dat het geruis in het gebladerte zowat elk ander geluid overstemde. En daarmee hebben we meteen dat andere aspect van dit DT-weekend te pakken, een aspect waar de sombere prognose vooraf aan voorbij was gegaan. Want was het zaterdag bij zuidwest 6 al spannend aan zee, zondag met west tot noordwest 6 ging het daar echt helemaal los.
Zeetrek kijken (‘zeerukken’ in het NJNs dat ik me van vroeger herinner van medestudenten die wel lid van de club waren geweest), het is een hobby op zich. Je hebt vogelaars die er niets van moeten hebben. Meestal is het saai, meestal vliegt er bijna niets of in elk geval veel minder dan je gehoopt had. Maar bijna niemand kan de lokroep weerstaan van een echt stevige noordwester, de lokroep van volop jagers en stormvogels dicht langs de kust. Vaak valt de praktijk tegen, maar dit keer niet.
Het is dan wel zaak het je gemakkelijk te maken, anders houd je het geen uur, laat staan uren vol. Eenvoudig is dat naar mijn ervaring meestal niet. Het is altijd weer een heel gedoe om een geschikte plek te vinden, met goed uitzicht natuurlijk maar ook een beetje uit de wind en vooral uit het langs waaiende stuifzand. Als het zand bij elke windvlaag in je ogen en in je mond waait en ongetwijfeld ook in je lenzen, zoek dan een andere plek. Zitten is ook aan te bevelen, want staan en steeds weer je evenwicht moeten hervinden na weer een windvlaag, dat houd je ook geen uur, laat staan uren vol. Toen ik het zaterdagochtend voor het ontbijt vanaf zowat het eerste ochtendlicht probeerde bij het strandhotel aan het eind van de Badweg, kon ik het juiste plekje maar niet vinden. Of het daaraan gelegen heeft weet ik niet, maar ik kwam niet veel verder dan massale trek van visdiefjes en grote sterns en een zeekoet op zee.
Toen ik het een paar uur later bij paal 48 ging proberen, vond ik een heerlijk plekje op een smal zandpad over de zeereep waar ik in de luwte zat van wat lage vegetatie langs het pad. Veel was het niet maar het was voldoende om me te vrijwaren van al te harde windstoten en al te onstuimig zand. En daar had ik, naast wat verre jan van genten aan de horizon, eerst een kleine jager die voor me langs naar het oosten vloog, kort daarna een kleine jager die in spectaculaire vlucht boven zee achter een sterntje aan joeg, en tenslotte een prachtige grote jager laag over het strand naar oost. Nog wel niet de meest aansprekende soorten (hoewel, grote jager is een paar jaar door vogelgriep behoorlijk schaars geweest), maar ik had dit jaar nog vrijwel niets van zeetrek meegekregen dus ik was er blij mee.
Wat ook aan te bevelen is, is enig geduld. Geef het niet te gauw op want zeetrek gaat, naar mijn (bescheiden) ervaring, vaak in vlagen. Het kan een hele tijd rustig zijn maar dan ineens los gaan. Zo zat ik zondagochtend zowat drie kwartier bij paal 49 comfortabel over zee te turen zonder dat ik iets noemenswaardigs zag, ik voelde me al de schlemiel van het zeevogelaarswereldje worden, waarna binnen een half uur een noordse stormvogel, een middelste jager en een grote jager passeerden. Vooral die beide jagers waren geweldig: dichtbij over de branding naar west waarbij alles te zien was wat je zien wilt. Bij die middelste waren zelfs de lepels aan de verlengde staartveren herkenbaar, een adulte vogel dus. Waarna een half uurtje later ook nog een grauwe pijlstormvogel langskwam.

Zelf houd ik er altijd van om tussen het zeetrekgebeuren ook af en toe het eiland op te gaan. Effe naar de Kroonspolders voor zilverplevieren, effe naar het wad voor rosse grutto's, effe naar de Oude Kooi, vergeefs op zoek naar bladkoning. En vanmorgen naar het bos naast Lange Paal en het naastgelegen open duin. Veel leverde dat niet op, de wind loeide door de bomen en verder was het er net zo leeg als het hele eiland dit weekend was, dus gauw toch maar weer naar zee, aan het eind van het Pad van Twintig. Dit keer in het gezelschap van een groep fanatieke zeevogelaars die daar al de hele dag zaten en dus oneindig veel meer gezien hadden dan ik. Ik werd daar meteen getrakteerd op een fraaie grote jager boven het strand en de branding, en vervolgens op een fantastisch vaal stormvogeltje (dat was alweer zowat tien jaar geleden!), minuscuul fladderaartje dat onverschrokken zwoegde tussen torenhoge golven, en op een geweldige noordse pijlstormvogel die zich laag door de golfdalen spoedde, daarbij af en toe prachtig zichtbaar was en dan weer geruime tijd niet en af en toe keilend boven de golven uitsteeg. Jan van genten vlogen van ver aan de horizon tot zowat over de branding. En zelf vond ik een fraaie noordse stormvogel die ook al vlak achter de branding af en toe keilend naar west vloog. De heren maakten net aanstalten om de vijf-uurboot te gaan halen en hadden geen belangstelling. Toen ik zag dat ze er vandaag al 11 hadden geteld, kon ik dat wel begrijpen. Ik zat er inmiddels helemaal alleen toen er ook nog een kleinste jager laag over de branding langs vloog.
Vier soorten jagers dus, en vier soorten stormvogels. Stuk voor stuk zijn het legendes die voor je ogen tot leven komen, manifestaties van een bestaan dat meestal uit ons zicht achter de horizon verborgen blijft. Het is precies dat, dat je toch elke keer weer aan zee gekluisterd houdt.

Om het af te ronden iets heel anders: maandag was de wind gekalmeerd en toen ik voor vertrek nog even door het duinbos fietste, kwam bij de Torenvijver dat bos ineens tot leven. Kool- en pimpelmezen, zelfs een paar zwarte mezen (had ik tot nu toe nog helemaal niet dit weekend) en de ene tjiftjaf na de andere scharrelend door het loof. Het leek me het ideale moment om eindelijk een bladkoning te vinden, maar helaas …

21 september 2026


Meer Deception tours: Deception tours
Mijn weblogkasteel








dinsdag 15 september 2026

Zoekt de here …

‘Zoekt de here, terwijl hij zich laat vinden’, las ik op een bord langs de Middenweg bij Anna Paulowna. Ik vond het maar een vreemde opdracht, want hoe weet ik nou wanneer hij zich laat vinden? Zal ik hem toch eerst moeten zoeken. Het was niet veel anders dan met die blonde ruiter eigenlijk. Die moest ik ook zoeken, in de hoop dat-ie zich een keer liet vinden. En ook die wilde niet zo lukken. Net als de here, die kan ik ook nooit vinden.
Het waren de weersvoorspellingen die me de weg naar Anna Paulowna hadden gewezen, ook wel een beetje Bijbels eigenlijk: veel regen overal in het land en alleen in het noordwesten grotendeels droog en mogelijk zelfs wat zon in de middag. Ik weet niet hoe het in de rest van het land was, maar in het noordwesten klopte het wel, inclusief die zon in de middag. En in het noordwesten zat, bij Anna Paulowna, een blonde ruiter. De rekensom was gauw gemaakt.
Die rekensom viel wel een beetje in duigen toen nog in de trein het bericht binnenkwam dat de hele bende was opgevlogen en blonde ruiter vooralsnog niet was teruggekeerd. Een half uurtje later stond ook ik langs de Middenweg te speuren over het betreffende ondergelopen bollenveld. Volop bontbekplevieren, kemphanen, kleine strandlopers, wat krombekken ook, zelf vond ik gestreepte strandloper terug, ja, het was er heel gezellig maar geen blonde ruiter. Een passerende slechtvalk joeg alles de lucht in. Dat is dus hoe vanmorgen blonde ruiter is opgejaagd, dank nog daarvoor. Ja, slechtvalken, ze zijn soms erger dan sommige fotografen.
Na een uur wachten namen we even tijd voor iets anders tussendoor, althans, dat was de bedoeling: ik kon meerijden met Herman van de Brand om even een roodpootvalkje op te strijken bij Hippolytushoef. Kwartiertje rijden maar. We stonden nog onze spullen in te laden toen we werden teruggeroepen: hij zat er weer. Helaas niet voor lang: toen we weer paraat stonden was het groepje alweer vertrokken. Alweer te laat dus. We bleven toch nog maar even de wacht houden, hij zou vast nog wel een keertje terugkomen. Het plan roodpootvalk was voorlopig van de baan.
Toen het stiller en stiller werd op ons ondergelopen veldje, toen we nog hooguit met moeite een enkele bontbekplevier konden vinden, toch maar weer tussendoor iets anders: een kilometer of twee verderop waren twee grauwe franjepoten gemeld en die zouden het gemis aan blonder ruiters nog een beetje goed kunnen maken. Leuke soort immers. Dus effe een stukje gefietst, zonder veel moeite (dat mocht ook weleens) twee grauwe franjepoten toegevoegd aan de jaarlijst en terug naar ons stekkie, waar de situatie ongewijzigd was.
Ik was al bezig mijn zegeningen te tellen, gestreepte strandloper en grauwe franjepoten: niks te klagen, en was bijna weer op weg terug naar Anna Paulowna toen de finale melding binnenkwam: blonde ruiter ter plaatse in ‘Breezand - Buitengebied’.
Een minuut of 20 fietsen later stond ik aan de Koningsweg bij Breezand. ‘Is het nu eindelijk prijs of opnieuw vergeefs moeite?', vroeg ik. Men kon mij geruststellen: het was prijs en al gauw stond ik te kijken naar een prachtige blonde ruiter. Want wat een mooie vogel is dat, die zonnige tinten, die fijne tekening van het verenkleed, die parmantige gestalte, het is zo’n vogel die best lastig is uit te leggen maar die je in de praktijk in één oogopslag herkent. Ik heb ze wel eens dichterbij gehad dan deze maar hij was erg fijn en een welverdiende beloning voor alle moeite vanmiddag, vond ik. Al vraag ik me altijd af waarom je beloond zou moeten worden voor wat je het allerliefste doet. Het is niet bepaald een opoffering om rond Anna Paulowna ondergelopen veldjes af te speuren op zoek naar leuke steltjes. Hoe dan ook, ik was klaar. Terug naar Anna Paulowna.

13 september 2026


Mijn weblogkasteel




zondag 13 september 2026

Steppekiek

Dat gaat me niet nog een keer overkomen, dacht ik na de gedipte roodpootvalk afgelopen zondag bij Nijkerk. Dus bleef ik aanvankelijk thuis terwijl dagelijks een eerstejaars steppekiekendief gemeld werd in de Eempolders, want wie niet twitcht kan ook niet dippen. Maar toen-ie er na een week nog steeds zat, kon ik hem niet langer laten zitten. Zeker niet toen-ie vanmorgen weer gemeld werd. Toen ik door de miezervlagen op de fiets op weg was naar Eemnes, had ik er een hard hoofd in maar de miezer hield precies op tijd op en bij aankomst op de desbetreffende plek in de polder had ik de vogel bijna meteen in beeld. Dat was dus in de roos. Alleen te kort, nog geen tijd om de telescoop op te zetten en daardoor net wat te ver voor een volmaakt bevredigende waarneming. Een juveniele slanke kiek, dat kon ik er nog wel aan afzien maar op basis van wat ik gezien had kon ik grauwe kiek niet uitsluiten. Nou zat hier geen gauwe en wel al een week een steppekiek dus die zou het vast wel geweest zijn, maar ik stel zoiets altijd graag ook zelf nog even vast dus ik was er nog niet klaar mee.
Hij was verdwenen aan de rand van een maïsveld even verderop, moest daar ergens zitten en zou zo wel weer tevoorschijn komen want dat deed-ie de hele tijd, wist men me te vertellen. Maar zoals zo vaak: het duurde en het duurde, maar geen steppekiekendief. Ik fietste het weggetje een stukje de ene kant af en een stukje de andere kant en het deed steeds meer denken aan die roodpootvalk afgelopen zondag. Met natuurlijk één klein verschilletje.
Zowat twee uur later kwam er nog zo’n klein verschilletje bij: steppekiek weer in beeld, af en toe, kort vliegend boven het weiland. Weliswaar met telescoop dit keer maar zo achterlijk ver weg dat er eigenlijk niet meer aan te zien was dan een donkere kiekendief met een witte stuit. Zou zelfs nog even goed een blauwe kunnen zijn. Dat schoot niet op.
Maar goed, intussen was wel de zon voorzichtig begonnen door te breken en had ik een mooie groep van zeker 30 koereigers gevonden, foeragerend tussen de koeien langs de Wiggertsweg. Ik was al bezig mijn zegeningen te tellen en maakte al aanstalten om te vertrekken, toen een passerende vogelaar ons vertelde dat we een paar honderd meter verderop moesten zijn. Daar liet de kiek zich mooi zien, zie-ie. Dus stonden we even later precies op de plek waar ik vanmorgen deels met dezelfde mensen als nu ook al uren vergeefs had staan wachten. Niets te zien daar, althans, niets van enige betekenis. Kraaien, een paar bruine kiekendieven, honderden holenduiven, en zo ontstond er wel iets gezamenlijks met de mensen met wie ik al een paar uur lang met mager resultaat op zoek was naar een steppekiek. Gedeelde onvrede, zeg maar. Maar toen was er ineens achter het maïsveld een veel slankere kiekendief verschenen. Rossig bruine onderzijde, witte stuit, smalle hand, ja, dit was hem wel. En eindelijk kreeg ik hem langdurig mooi in beeld. Af en toe verdween-ie achter de maïs maar steeds dook-ie weer op boven de halmen, steeg op tot tientallen meters hoogte en dook weer omlaag om weer voor even achter de maïs te verdwijnen. Het was een mooie show en die maakte alle verschil. Door het zonnetje terug naar Baarn fietsen was daarna een feest.

11 september 2026


Mijn weblogkasteel




woensdag 26 augustus 2026

Noord-Holland

Het ging moeizaam vandaag met vogelwacht Utrecht in Noord-Holland. Dat begon al toen we een klein uurtje aan zee stonden. De wind was aardig, niet al te hard maar hij was niet te missen en kwam bovendien uit de goede richting. Er waren de afgelopen dagen ook best leuke dingen gezien. Maar onze opbrengst: twee keer twee zwarte zee-eenden over zee. Daar moesten we het mee doen.
Er was ook nog die plas achter de nieuwe zeeduintjes. Groepjes drieteenstrandlopers, bonte strandlopers, bontbekplevieren en steenloper: we keken er natuurlijk met plezier naar en sommige van de deelnemers waren nog pril en onbedorven en voor hen waren het hele leuke soorten, maar de wat ervarener vogelaars onder ons hoopten toch op nog wat meer. Het zat er nog niet in. Ook niet in de Putten verderop, waar we genoegen moesten nemen met vlakbij wat kluten en bonte strandlopers en een rosse grutto. Ook nu keken we er met plezier naar maar de wat ervarener vogelaars onder ons hoopten nog steeds op meer.
En ook niet op de ondergelopen bollenveldjes langs de Belkmerweg. Elk jaar een spannende bestemming en ook dit jaar waren er genoeg. Maar in de meeste zat helemaal niets of slechts meeuwen en ganzen. In één van de ondergelopen veldjes zat wat meer: kemphanen, enkele fraaie bosruiters, watersnippen, witgatje, oeverloper, een groenpootruiter en een gele kwikstaart. Het oogde best spannend en we keken er met plezier naar, maar we hadden gehoopt op meer. Het was ons vandaag niet gegund. Verderop dwong een opbreking van de weg ons om te keren.
We besloten dan maar, om toch nog een echt goede soort te vinden, de bollenveldjes achter ons te laten en op zoek te gaan naar lachstern. Daarvoor moesten we naar het oosten, naar een heel andere hoek van Noord-Holland. Eerst probeerden we het bij Aarswoud, maar daar bleek de beoogde locatie voor ons nauwelijks bereikbaar. Bij Schermerhorn reden we vervolgens de hele polder rond. Vergeefs. En intussen hadden we ons in een soort fuik begeven die nauwelijks nog een uitweg bood. Weer helemaal terug naar de bollenveldjes leek ons geen goed idee. Er restte ons nog één optie: Durgerdam, IJburg en polder IJdoorn, waar we hopelijk een flinke groep reuzensterns zouden treffen. Nu leek echter alles mis te gaan en dreigde de toch al niet bijster succesvolle excursie een echte sof te worden. Een combinatie van begripsverwarring (IJburg # IJdoorn), opgebroken wegen en ongelukkige keuzes bracht ons aan het eind van een doodlopende weg midden in de polder. Opnieuw omkeren en toen we eindelijk de parkeerplaats bij IJdoorn hadden gevonden, bleek daar niet de beoogde pleisterplaats van reuzensterns (dat was IJburg) en was bovendien het pad naar het uitzichtplateau afgesloten en het plateau onbereikbaar vanwege broedende steltkluten. WTF! Die waren daar natuurlijk allang klaar mee en waren dan ook in geen velden of wegen te bekennen. Helaas. Wat nu?
Uiteindelijk kreeg de dag toch nog een onverwachts prettige afloop: over de dijk liepen we richting de Kinselbaai en dat leverde ons een mooie groep lepelaars op, twee casarca’s en enkele prachtige reuzensterns. Eerst vloog er twee keer een langs ons heen, daarna zat er eentje enige tijd op de slikkige oever langs de Kinseldam tegenover en tenslotte zagen we er twee uitvoerig foerageren boven het Kinselmeer aan de andere kant, zonbeschenen en prachtig afstekend tegen de duistere buienlucht die daar langstrok. En toen ik ineens uit de blauwe hoogte enkele keren dat eentonige, wat mechanisch klinkende roepje hoorde, een zacht rollend pjuurr zoals de Svensson dat zo treffend omschrijft, kende de dag ineens een glorieus besluit: er vloog daar ergens een morinelplevier over.

23 augustus 2026

Mijn weblogkasteel