Het ging moeizaam vandaag met vogelwacht Utrecht in Noord-Holland. Dat begon al toen we een klein uurtje aan zee stonden. De wind was aardig, niet al te hard maar hij was niet te missen en kwam bovendien uit de goede richting. Er waren de afgelopen dagen ook best leuke dingen gezien. Maar onze opbrengst: twee keer twee zwarte zee-eenden over zee. Daar moesten we het mee doen.
Er was ook nog die plas achter de nieuwe zeeduintjes. Groepjes drieteenstrandlopers, bonte strandlopers, bontbekplevieren en steenloper: we keken er natuurlijk met plezier naar en sommige van de deelnemers waren nog pril en onbedorven en voor hen waren het hele leuke soorten, maar de wat ervarener vogelaars onder ons hoopten toch op nog wat meer. Het zat er nog niet in. Ook niet in de Putten verderop, waar we genoegen moesten nemen met vlakbij wat kluten en bonte strandlopers en een rosse grutto. Ook nu keken we er met plezier naar maar de wat ervarener vogelaars onder ons hoopten nog steeds op meer.
En ook niet op de ondergelopen bollenveldjes langs de Belkmerweg. Elk jaar een spannende bestemming en ook dit jaar waren er genoeg. Maar in de meeste zat helemaal niets of slechts meeuwen en ganzen. In één van de ondergelopen veldjes zat wat meer: kemphanen, enkele fraaie bosruiters, watersnippen, witgatje, oeverloper, een groenpootruiter en een gele kwikstaart. Het oogde best spannend en we keken er met plezier naar, maar we hadden gehoopt op meer. Het was ons vandaag niet gegund. Verderop dwong een opbreking van de weg ons om te keren.
We besloten dan maar, om toch nog een echt goede soort te vinden, de bollenveldjes achter ons te laten en op zoek te gaan naar lachstern. Daarvoor moesten we naar het oosten, naar een heel andere hoek van Noord-Holland. Eerst probeerden we het bij Aarswoud, maar daar bleek de beoogde locatie voor ons nauwelijks bereikbaar. Bij Schermerhorn reden we vervolgens de hele polder rond. Vergeefs. En intussen hadden we ons in een soort fuik begeven die nauwelijks nog een uitweg bood. Weer helemaal terug naar de bollenveldjes leek ons geen goed idee. Er restte ons nog één optie: Durgerdam, IJburg en polder IJdoorn, waar we hopelijk een flinke groep reuzensterns zouden treffen. Nu leek echter alles mis te gaan en dreigde de toch al niet bijster succesvolle excursie een echte sof te worden. Een combinatie van begripsverwarring (IJburg # IJdoorn), opgebroken wegen en ongelukkige keuzes bracht ons aan het eind van een doodlopende weg midden in de polder. Opnieuw omkeren en toen we eindelijk de parkeerplaats bij IJdoorn hadden gevonden, bleek daar niet de beoogde pleisterplaats van reuzensterns (dat was IJburg) en was bovendien het pad naar het uitzichtplateau afgesloten en het plateau onbereikbaar vanwege broedende steltkluten. WTF! Die waren daar natuurlijk allang klaar mee en waren dan ook in geen velden of wegen te bekennen. Helaas. Wat nu?
Uiteindelijk kreeg de dag toch nog een onverwachts prettige afloop: over de dijk liepen we richting de Kinselbaai en dat leverde ons een mooie groep lepelaars op, twee casarca’s en enkele prachtige reuzensterns. Eerst vloog er twee keer een langs ons heen, daarna zat er eentje enige tijd op de slikkige oever langs de Kinseldam tegenover en tenslotte zagen we er twee uitvoerig foerageren boven het Kinselmeer aan de andere kant, zonbeschenen en prachtig afstekend tegen de duistere buienlucht die daar langstrok. En toen ik ineens uit de blauwe hoogte enkele keren dat eentonige, wat mechanisch klinkende roepje hoorde, een zacht rollend pjuurr zoals de Svensson dat zo treffend omschrijft, kende de dag ineens een glorieus besluit: er vloog daar ergens een morinelplevier over.
23 augustus 2026
Mijn weblogkasteel
Guus’ weblog: Over vogels en wat dies meer zij
woensdag 26 augustus 2026
maandag 13 juli 2026
Kanoet
Grote kanoet op Texel. Al enkele dagen aanwezig, overtijend in de Bol en naar verluid van tijd tot tijd prachtig te zien vanaf de molen Het Noorden aan de Krassekeet. Een geweldige soort natuurlijk maar tot nu toe had ik hem genegeerd. ‘Ik koesterde de vorige op Texel’, zoals Jeroen schreef. Maar er komt dan vaak toch een moment, in elk geval bij mij, dat het glas overstroomt en je toch naar Texel moet. Daarbij zijn krachten aan het werk die mijn mentale vermogens te boven gaan. Dus met de trein naar Den Helder, met de boot naar ’t Horntje en van daar met de vouwfiets naar het noorden.
De vogel beweegt mee met het getij: bij laag water zit-ie op het wad om bij opkomend tij op een gegeven moment het eiland op te gaan. Gisteren was de eerste melding om even na 11 uur en elke dag is het ongeveer een uur later hoog water. Dus toen ik om even voor tienen van de boot fietste, was ik aan de vroege kant. Dat-ie nog niet gevonden was toen ik bij de molen arriveerde, verontrustte me dan ook niet. Er zaten wel al honderden rosse grutto’s en kanoeten en een paar zwarte ruiters, maar grote kanoet had zich nog niet laten zien. Het was dus nog even wachten, en zoeken natuurlijk.
Na nog niet eens zo heel lange tijd sprak iemand achteloos de bevrijdende woorden ‘Ik heb hem’. Daarmee was het wachten tot een goed einde gebracht. Maar het zoeken nog lang niet want het beestje hield zich hardnekkig schuil tussen genoemde honderden rosse grutto’s en kanoeten en de aanwijzingen waar te zoeken hielpen maar matig: met die honderden rosse grutto’s en kanoeten was ‘achter een rosse grutto’ of ‘tussen twee kanoeten’ niet heel specifiek. Het was een ware oefening in geduld die ik maar ternauwernood succesvol wist te volbrengen maar uiteindelijk bood een bosje pitrussen op de achterliggende oever verlossing: eindelijk vond ik hem. De zwartachtige borstband, de rossige veren in de verder ook zwartachtige bovendelen (minder kleurrijk dan ik me van de vorige herinner; die was dan ook in mei dus mogelijk zijn de veren nu wat meer gesleten dan ze toen waren) en de zwarte stipjes langs de flanken verrieden hem: het was er echt een! Meest zat-ie (half) verscholen achter een of twee van die honderden rosse grutto’s en meest zat-ie te slapen met kop en snavel in de veren, maar af en toe werd-ie wakker, stak zijn kop uit de veren en zette een paar stappen. Meestal duurde het maar een paar tellen voor-ie zijn snavel weer in de veren stak, de fotografen waren er niet over te spreken maar voor mij was het voldoende voor telkens weer een moment van bijna tastbare euforie, voor telkens weer een blik op een grote kanoet in volle glorie. Prachtig gezien dus, en de onderneming ruimschoots waard. Ik kan hem iedereen aanraden. Zolang het nog kan.
8 juli 2026
Mijn weblogkasteel
Meer: Grote kanoet
De vogel beweegt mee met het getij: bij laag water zit-ie op het wad om bij opkomend tij op een gegeven moment het eiland op te gaan. Gisteren was de eerste melding om even na 11 uur en elke dag is het ongeveer een uur later hoog water. Dus toen ik om even voor tienen van de boot fietste, was ik aan de vroege kant. Dat-ie nog niet gevonden was toen ik bij de molen arriveerde, verontrustte me dan ook niet. Er zaten wel al honderden rosse grutto’s en kanoeten en een paar zwarte ruiters, maar grote kanoet had zich nog niet laten zien. Het was dus nog even wachten, en zoeken natuurlijk.
Na nog niet eens zo heel lange tijd sprak iemand achteloos de bevrijdende woorden ‘Ik heb hem’. Daarmee was het wachten tot een goed einde gebracht. Maar het zoeken nog lang niet want het beestje hield zich hardnekkig schuil tussen genoemde honderden rosse grutto’s en kanoeten en de aanwijzingen waar te zoeken hielpen maar matig: met die honderden rosse grutto’s en kanoeten was ‘achter een rosse grutto’ of ‘tussen twee kanoeten’ niet heel specifiek. Het was een ware oefening in geduld die ik maar ternauwernood succesvol wist te volbrengen maar uiteindelijk bood een bosje pitrussen op de achterliggende oever verlossing: eindelijk vond ik hem. De zwartachtige borstband, de rossige veren in de verder ook zwartachtige bovendelen (minder kleurrijk dan ik me van de vorige herinner; die was dan ook in mei dus mogelijk zijn de veren nu wat meer gesleten dan ze toen waren) en de zwarte stipjes langs de flanken verrieden hem: het was er echt een! Meest zat-ie (half) verscholen achter een of twee van die honderden rosse grutto’s en meest zat-ie te slapen met kop en snavel in de veren, maar af en toe werd-ie wakker, stak zijn kop uit de veren en zette een paar stappen. Meestal duurde het maar een paar tellen voor-ie zijn snavel weer in de veren stak, de fotografen waren er niet over te spreken maar voor mij was het voldoende voor telkens weer een moment van bijna tastbare euforie, voor telkens weer een blik op een grote kanoet in volle glorie. Prachtig gezien dus, en de onderneming ruimschoots waard. Ik kan hem iedereen aanraden. Zolang het nog kan.
8 juli 2026
Mijn weblogkasteel
Meer: Grote kanoet
vrijdag 10 juli 2026
Moerputten
Soms vind ik het best lastig om een bestemming te vinden voor mijn wekelijkse dagtochtje. Ik weet het, een luxeprobleem van heb ik jou daar, als dat je grootste probleem is heb je niks te klagen maar ik zit er maar mee. Zoals deze zondag. Gisteren roodkeelstrandloper in de Markerwadden: zou nog een lifer voor me zijn. Maar onbereikbaar. De boten waren tet en met vandaag volgeboekt en de vogel bleek trouwens vandaag vertrokken. Dus dat de boten volgeboekt waren, was achteraf een zegen. Dan maar grote kanoet op Texel? Ik wist dat nog zo net niet. Die moest eerst nog maar eens teruggevonden worden (want gistermiddag bij laag water het wad op gevlogen) en dan was het waarschijnlijk te laat voor een dagje Texel. En eerlijk gezegd koesterde ik de vogel van tien jaar geleden. Geen lifer dus, dus ik zat nog niet om dergelijk avontuur te springen. Maar ja, vergeleken bij die grootheden waren alle alternatieven natuurlijk onbeduidend, bijzaak. In arren moede volgde ik dan maar (voor het eerst) Renskes tip op: ik ging naar de Moerputten en de omringende Vughtse Gement. En dat bleek een gouden tip. Hooilanden, ruigtelanden, beetje plasdras, bosranden, kwartels, oranje zandoogjes, veldleeuweriken en de Moerputten: weelderig moerasbos dat achter zijn bosranden als een plaatselijk geheim een langgerekte plas verbergt met rietoevers en uitgestrekte waterlelie- en plompenvelden, prachtig te bezichtigen vanaf de Moerputttenbrug: een oude spoorbrug die in de lengterichting de plas doorkruist en is omgevormd tot voetgangersbrug. Een ware toeristische attractie, wat natuurlijk niet helemaal overeenkomt met dat idee van dat plaatselijke geheim. Natuurmonumenten maakte er dan ook volop reclame voor. En terecht; een mooie plek was het.
Minstens zo mooi waren de bloemen- en vlinderweiden die achter het bos lagen: prachtige bloemrijke veldjes waar het als even de zon scheen (wat-ie maar af en toe deed en telkens best kort) wemelde van de vlinders. En hier huisde ook het paradepaardje van het gebied: het pimpernelblauwtje. De Moerputten vormen een van de weinige plekken in Nederland waar de soort voorkomt. Zou voor mij een lifer zijn. Nou waren de omstandigheden verre van ideaal voor vlinders: aan de koele kant, winderig, meest grijs en soms zelfs miezerig. Maar toen ik ineens boven op een grote pimpernel dat blauwtje zag zitten dacht ik: dat moest hem wel zijn. Nou is een vlindertje op een pimpernel misschien nog niet perse een pimpernelblauwtje, maar bij deze klopte alles: niet de roestbruine vlekken van icarusblauwtje en niet de bijna witte ondervleugel van boomblauwtje, dan zijn de gangbare smaken al op en een zeldzaam blauwtje in de Moerputten, rustend op pimpernel, dat kan inderdaad alleen maar pimpernelblauwtje zijn. De egale zachtbruine tint op de ondervleugel met de boogjes van zwarte stippen en de witte vleugelrand klopten ook precies voor de soort. Later, op een van die zeldzame zonnige momenten, zag ik er ook vliegen en vielen ook de donkerblauwe randen op de bovenvleugel op. Het complete pimpernelblauwtje dus. Een lifer! En een gevoel van grote tevredenheid: het was toch weer gelukt iets moois te maken van mijn vrije zondag.
5 juli 2026
Mijn weblogkasteel
Minstens zo mooi waren de bloemen- en vlinderweiden die achter het bos lagen: prachtige bloemrijke veldjes waar het als even de zon scheen (wat-ie maar af en toe deed en telkens best kort) wemelde van de vlinders. En hier huisde ook het paradepaardje van het gebied: het pimpernelblauwtje. De Moerputten vormen een van de weinige plekken in Nederland waar de soort voorkomt. Zou voor mij een lifer zijn. Nou waren de omstandigheden verre van ideaal voor vlinders: aan de koele kant, winderig, meest grijs en soms zelfs miezerig. Maar toen ik ineens boven op een grote pimpernel dat blauwtje zag zitten dacht ik: dat moest hem wel zijn. Nou is een vlindertje op een pimpernel misschien nog niet perse een pimpernelblauwtje, maar bij deze klopte alles: niet de roestbruine vlekken van icarusblauwtje en niet de bijna witte ondervleugel van boomblauwtje, dan zijn de gangbare smaken al op en een zeldzaam blauwtje in de Moerputten, rustend op pimpernel, dat kan inderdaad alleen maar pimpernelblauwtje zijn. De egale zachtbruine tint op de ondervleugel met de boogjes van zwarte stippen en de witte vleugelrand klopten ook precies voor de soort. Later, op een van die zeldzame zonnige momenten, zag ik er ook vliegen en vielen ook de donkerblauwe randen op de bovenvleugel op. Het complete pimpernelblauwtje dus. Een lifer! En een gevoel van grote tevredenheid: het was toch weer gelukt iets moois te maken van mijn vrije zondag.
5 juli 2026
Mijn weblogkasteel
zondag 28 juni 2026
Wandelvierdaagse
Al jaren zijn we bezig met de Groene Hart-wandeling, een middellange afstandswandeling door en rond het Groene Hart van Utrecht en Zuid Holland. Als afsluiting deden we een wandelvierdaagse van Vlaardingen naar Oudekerk aan den IJssel. Dat ging van avondschemer boven de stille velden rond de Ackerdijksche plassen met zingende snor en karekiet naar die boven de overweldigende Maasboulevard van Rotterdam met zijn spectaculaire hoogbouw waar ook ik als natuurliefhebber van onder de in druk was, hoogbouw tot kunst verheven. Van de knusse en gezellige B&B te Oude Leede waar we hartelijk werden onthaald door onze gastheer, naar de steriele studio in Kralingen waar we naar binnen konden met een pincode die naar ons geappt was en waar we niemand hebben gezien. Ja, het was een nogal afwisselende vierdaagse.
En wij maar lopen. Van Vlaardingen via Kethel en De Zweth naar Oude Leede. Van Oude Leede via de Groene Keijzer en de Ackerdijksche plassen naar Oude Leede. Van Oude Leede via de Schieveldse polder en het Schieveldse park, vlak langs vliegveld Zestienhoven zoals dat voor mij nog altijd heet, via Hillegersberg en de Bergsche plas en langs de Rotte naar Kralingen. En door het Kralingse bos en het Schollebos richting Oudekerk.
Eerlijk gezegd kan ik niet eens zeggen dat we heel veel hebben meegemaakt, althans, niet naar de hedendaagse maatstaven. We hebben gewandeld en we hebben het Groene Hart gezien tussen Vlaardingen en Oudekerk aan den IJssel. Of wat daarvoor doorgaat want het was niet overal even groen. Maar het was meestal fraai, hoewel op allerlei verschillende manieren. De rietlanden en waterlopen van Vockestaert, waar snor en bosrietzanger zongen. De prachtige natuur van de Ackerdijksche plassen, met zijn ruige hooilanden en verwilderde velden, plasjes en drasjes en bosranden waarachter de plassen scholen. Ook daar zongen bosrietzanger en snor, en rietzangers, karekieten en cetti's zanger. Lepelaars, bruine kiekendief en op een avond een prachtige adult zomer zwarte ruiter in het plasje bij de vogelkijkhut. De Groene Keijzer: gloednieuwe maar inmiddels vermaarde plasdras langs de N470 die met onder andere diverse fraaie steltkluten wat vogels betreft het hoogtepunt van onze vierdaagse vormde. En de stadsnatuur van de regio Rotterdam: de Schieveldse polder en de Bergsche plas, zo’n plek waar je je, midden in de wereldstad, ver weg op het platteland kunt wanen, met ver achter de plas de torenflats van de Maasboulevard om je toch nog even aan die wereldstad te herinneren. Het Kralingse bos en de Kralingse plas waar de Maasboulevard aan de horizon weerspiegelde in het roerloze water. Het Schollebos, klassiek parkbos waar de watertjes kronkelden rond speelweiden en onverwachte bosschages. We eindigden met het verbazingwekkend fraaie Hitland, waar lanen langs statige bomen en kruidige graslanden, langs bosschages en langs half-natuurlijke waterlopen uitmondden in een plankier dwars door stille veenplassen met waterlelies en gele plompen en langs stille moerasbossen waar wilgen kronkelden en lianen slingerden. Een stukje paradijs op aarde. Waarna we de IJssel overstaken en onze eindbestemming bereikten.
18 juni 2026
Mijn weblogkasteel
En wij maar lopen. Van Vlaardingen via Kethel en De Zweth naar Oude Leede. Van Oude Leede via de Groene Keijzer en de Ackerdijksche plassen naar Oude Leede. Van Oude Leede via de Schieveldse polder en het Schieveldse park, vlak langs vliegveld Zestienhoven zoals dat voor mij nog altijd heet, via Hillegersberg en de Bergsche plas en langs de Rotte naar Kralingen. En door het Kralingse bos en het Schollebos richting Oudekerk.
Eerlijk gezegd kan ik niet eens zeggen dat we heel veel hebben meegemaakt, althans, niet naar de hedendaagse maatstaven. We hebben gewandeld en we hebben het Groene Hart gezien tussen Vlaardingen en Oudekerk aan den IJssel. Of wat daarvoor doorgaat want het was niet overal even groen. Maar het was meestal fraai, hoewel op allerlei verschillende manieren. De rietlanden en waterlopen van Vockestaert, waar snor en bosrietzanger zongen. De prachtige natuur van de Ackerdijksche plassen, met zijn ruige hooilanden en verwilderde velden, plasjes en drasjes en bosranden waarachter de plassen scholen. Ook daar zongen bosrietzanger en snor, en rietzangers, karekieten en cetti's zanger. Lepelaars, bruine kiekendief en op een avond een prachtige adult zomer zwarte ruiter in het plasje bij de vogelkijkhut. De Groene Keijzer: gloednieuwe maar inmiddels vermaarde plasdras langs de N470 die met onder andere diverse fraaie steltkluten wat vogels betreft het hoogtepunt van onze vierdaagse vormde. En de stadsnatuur van de regio Rotterdam: de Schieveldse polder en de Bergsche plas, zo’n plek waar je je, midden in de wereldstad, ver weg op het platteland kunt wanen, met ver achter de plas de torenflats van de Maasboulevard om je toch nog even aan die wereldstad te herinneren. Het Kralingse bos en de Kralingse plas waar de Maasboulevard aan de horizon weerspiegelde in het roerloze water. Het Schollebos, klassiek parkbos waar de watertjes kronkelden rond speelweiden en onverwachte bosschages. We eindigden met het verbazingwekkend fraaie Hitland, waar lanen langs statige bomen en kruidige graslanden, langs bosschages en langs half-natuurlijke waterlopen uitmondden in een plankier dwars door stille veenplassen met waterlelies en gele plompen en langs stille moerasbossen waar wilgen kronkelden en lianen slingerden. Een stukje paradijs op aarde. Waarna we de IJssel overstaken en onze eindbestemming bereikten.
18 juni 2026
Mijn weblogkasteel
maandag 22 juni 2026
Scheemda
Zowat vijf uur zat ik in de trein, twee-en-een-half uur heen en twee-en-een-half uur terug, voor krap drie uur fietsen in noordoost Groningen. Of die verhouding niet een beetje scheef is? Ach, ik hou van de trein. Ik zit graag in de trein, ik doe er mijn ding, kijk uit het raampje en lees de krant. En het is gratis, met mijn weekend-vrij abonnement, dat mag ik als echte Hollander ook niet vergeten. En dan stap je uit in Scheemda en heb je zomaar drie a vier uur de tijd om rond te fietsen door de velden rond Scheemda, Midwolda en Nieuwolda. Nou zijn die velden op zich geen feest maar ergens hebben ze toch wel iets aantrekkelijks. De eindeloze akkers, de zeeën van graan strekken zich ongehinderd uit tot aan de horizon, af en toe afgewisseld met aardappelakkers of feestelijke velden met ruigtekruiden of wuivend, hoogstaand gras. Alles in mooie rechthoekige vlakken. En hier en daar een eenzame burcht van bos, al dan niet rond een statige hoeve, een windmolen aan de horizon: schaarse stukjes landschap in het lege land.
Of je hier wel van natuur kunt spreken laat ik in het midden, maar de bruine kiekendieven, de gele kwikstaarten, de zingende blauwborsten en bosrietzangers, de veldleeuweriken hoog boven ons en zelfs een zingende geelgors, die denken er ongetwijfeld het hunne van. De soort van de dag was natuurlijk de grauwe kiekendief. Daar was ik voor gekomen. Zonder de grauwe kiekendieven die hier al jaren broeden in de akkers, was ik nooit naar Scheemda gegaan en had ik niets geweten van die eindeloze akkers en die zeeën van graan en die schaarse stukjes landschap in het lege land. En het kostte me enige tijd, meer dan me lief was en altijd als de doelsoort niet onmiddellijk voor je neus opduikt vrees je de totale mislukking, maar nog ruim op tijd was-ie daar gewoon, een mooi mannetje jagend boven het graanveld. Aanvankelijk nog vrij ver (hoewel toch heel fraai en karakteristiek, een oneindig slank, bijna mager beestje dat zijn rondjes draait boven de halmen) maar geleidelijk dichterbij en uiteindelijk zelfs even rustend op het asfalt, warm van de schaarse zonnestralen, en daarna prachtig dichtbij jagend boven de akker. Waarmee mijn vijf uren trein hun waarde wel weer hadden bewezen.
14 juni 2026
Mijn weblogkasteel
Zie ook: Expeditie grauwe kiekendief
Of je hier wel van natuur kunt spreken laat ik in het midden, maar de bruine kiekendieven, de gele kwikstaarten, de zingende blauwborsten en bosrietzangers, de veldleeuweriken hoog boven ons en zelfs een zingende geelgors, die denken er ongetwijfeld het hunne van. De soort van de dag was natuurlijk de grauwe kiekendief. Daar was ik voor gekomen. Zonder de grauwe kiekendieven die hier al jaren broeden in de akkers, was ik nooit naar Scheemda gegaan en had ik niets geweten van die eindeloze akkers en die zeeën van graan en die schaarse stukjes landschap in het lege land. En het kostte me enige tijd, meer dan me lief was en altijd als de doelsoort niet onmiddellijk voor je neus opduikt vrees je de totale mislukking, maar nog ruim op tijd was-ie daar gewoon, een mooi mannetje jagend boven het graanveld. Aanvankelijk nog vrij ver (hoewel toch heel fraai en karakteristiek, een oneindig slank, bijna mager beestje dat zijn rondjes draait boven de halmen) maar geleidelijk dichterbij en uiteindelijk zelfs even rustend op het asfalt, warm van de schaarse zonnestralen, en daarna prachtig dichtbij jagend boven de akker. Waarmee mijn vijf uren trein hun waarde wel weer hadden bewezen.
14 juni 2026
Mijn weblogkasteel
Zie ook: Expeditie grauwe kiekendief
dinsdag 2 juni 2026
De ontdekking van de eerste twitchbare grauwe fitis voor de provincie Utrecht
Eigenlijk was ik op weg naar de Gagelpolder, om daar op zoek te gaan naar libellen. Er zitten daar een paar leuke soorten, vandaar. Ik fietste over de Gangesdreef toen ik vanuit het parkje tegenover de kinderboerderij van park de Gagel in het voorbijgaan iets hoorde dat mijn aandacht trok. Iets dat ik nog niet zo een twee drie kon plaatsen. Ach, zou wel niets zijn. Ik was al bijna doorgefietst maar dacht: toch effe checken. Dat bleek een gelukkige gedachte: zong er daar hoog vanuit de boomkruinen een grauwe fitis! Die libellen, die moesten nog maar een dagje wachten.
Het was alweer lang geleden dat ik zelf een echt goede soort ontdekte, maar nu was het raak: deze zal de boeken in gaan als de eerste voor de provincie Utrecht. Er zijn enkele eenmalige oudere meldingen maar de meeste daarvan kunnen worden afgedaan als onzin. Een ervan lijkt me wel geloofwaardig: 7 juni 2013 zingend in Witte Vrouwen in de stad Utrecht, door een ervaren vogelaar. Echter al gauw stil, onvindbaar, door niemand anders waargenomen en niet aanvaard door de CDNA, wat toen nog moest. Gevalletje pech dus. Inmiddels wordt de soort niet meer door de CDNA beoordeeld dus die horde hoeven we niet meer te nemen. Was dat nog wel het geval, dan was dat waarschijnlijk ook geen probleem geweest.
Ik meldde mijn vondst in diverse vogel-appgroepen en ging op zoek. Af en toe zong-ie best fanatiek en soms ook dichtbij, maar soms was-ie ook lange tijd stil. Vaak hoorde ik hem daarna uit een andere richting en op flinke afstand. Hij leek zich dus af en toe ongezien vele tientallen meters door het parkje te verplaatsen.
Determinatie van grauwe fitis is, zeker als-ie zingt en je kent de zang, eigenlijk niet zo heel ingewikkeld. Heb je een boszanger, type tjiftjaf zeg maar, met fijn vleugelstreepje en prominente oog- en wenkbrauwstreep, dan zijn er nog maar weinig andere opties. Hoor je hem zingen, dan hoef je alleen nog maar groene fitis uit te sluiten. Die is weliswaar nog veel zeldzamer dan de grauwe, maar er zijn enkele gevallen geweest in Nederland, waarvan eentje door de subtiele verschillen in zang pas als groene werd ontmaskerd toen de vogel allang gevlogen was. Tot ongenoegen van velen. Voor een grauwe fitis gingen ze niet rijden, voor een groene hadden ze dat zeker wel gedaan.
Wat de vogel van Overvecht betreft: één keer zag ik die hoog boven me in de boomkruin. Veel was er niet aan te zien, niet meer dan de onderzijde eerlijk gezegd, maar die was egaal vuilwit zonder opvallende geeltinten. Andere waarnemers hebben hetzelfde vastgesteld. De zang klonk als een klassieke grauwe fitis, zodat de optie groene fitis niet voor de hand ligt. Er zijn inmiddels ook enkele geluidsopnames en die wijzen inderdaad op grauwe fitis. Wat natuurlijk jammer is want groene moet ik nog in Nederland.
Na een tijdje kwam de eerste vogelaar poolshoogte nemen en een half uurtje later stond een man of twintig om en om te wachten, te luisteren en te zoeken. Ik heb vandaag dus in elk geval een aantal mensen erg blij gemaakt. Na een tijdje werd de vogel steeds lastiger en steeds stiller en toen ik wegging was er al een tijdje niets meer van hem vernomen.
De volgende ochtend was de vogel vertrokken. Dus als ik niet toevallig over de Gangesdreef had gefietst en niet toch even was teruggefietst om dat rare geluidje te checken, had waarschijnlijk niemand de vogel opgemerkt en was de eerste twitchbare grauwe fitis voor de provincie Utrecht aan ons voorbijgegaan.
28 (en 29) mei 2026
Mijn weblogkasteel
Meer Urban Birding: En Hoorn dat is een mooie stad …
Het was alweer lang geleden dat ik zelf een echt goede soort ontdekte, maar nu was het raak: deze zal de boeken in gaan als de eerste voor de provincie Utrecht. Er zijn enkele eenmalige oudere meldingen maar de meeste daarvan kunnen worden afgedaan als onzin. Een ervan lijkt me wel geloofwaardig: 7 juni 2013 zingend in Witte Vrouwen in de stad Utrecht, door een ervaren vogelaar. Echter al gauw stil, onvindbaar, door niemand anders waargenomen en niet aanvaard door de CDNA, wat toen nog moest. Gevalletje pech dus. Inmiddels wordt de soort niet meer door de CDNA beoordeeld dus die horde hoeven we niet meer te nemen. Was dat nog wel het geval, dan was dat waarschijnlijk ook geen probleem geweest.
Ik meldde mijn vondst in diverse vogel-appgroepen en ging op zoek. Af en toe zong-ie best fanatiek en soms ook dichtbij, maar soms was-ie ook lange tijd stil. Vaak hoorde ik hem daarna uit een andere richting en op flinke afstand. Hij leek zich dus af en toe ongezien vele tientallen meters door het parkje te verplaatsen.
Determinatie van grauwe fitis is, zeker als-ie zingt en je kent de zang, eigenlijk niet zo heel ingewikkeld. Heb je een boszanger, type tjiftjaf zeg maar, met fijn vleugelstreepje en prominente oog- en wenkbrauwstreep, dan zijn er nog maar weinig andere opties. Hoor je hem zingen, dan hoef je alleen nog maar groene fitis uit te sluiten. Die is weliswaar nog veel zeldzamer dan de grauwe, maar er zijn enkele gevallen geweest in Nederland, waarvan eentje door de subtiele verschillen in zang pas als groene werd ontmaskerd toen de vogel allang gevlogen was. Tot ongenoegen van velen. Voor een grauwe fitis gingen ze niet rijden, voor een groene hadden ze dat zeker wel gedaan.
Wat de vogel van Overvecht betreft: één keer zag ik die hoog boven me in de boomkruin. Veel was er niet aan te zien, niet meer dan de onderzijde eerlijk gezegd, maar die was egaal vuilwit zonder opvallende geeltinten. Andere waarnemers hebben hetzelfde vastgesteld. De zang klonk als een klassieke grauwe fitis, zodat de optie groene fitis niet voor de hand ligt. Er zijn inmiddels ook enkele geluidsopnames en die wijzen inderdaad op grauwe fitis. Wat natuurlijk jammer is want groene moet ik nog in Nederland.
Na een tijdje kwam de eerste vogelaar poolshoogte nemen en een half uurtje later stond een man of twintig om en om te wachten, te luisteren en te zoeken. Ik heb vandaag dus in elk geval een aantal mensen erg blij gemaakt. Na een tijdje werd de vogel steeds lastiger en steeds stiller en toen ik wegging was er al een tijdje niets meer van hem vernomen.
De volgende ochtend was de vogel vertrokken. Dus als ik niet toevallig over de Gangesdreef had gefietst en niet toch even was teruggefietst om dat rare geluidje te checken, had waarschijnlijk niemand de vogel opgemerkt en was de eerste twitchbare grauwe fitis voor de provincie Utrecht aan ons voorbijgegaan.
28 (en 29) mei 2026
Mijn weblogkasteel
Meer Urban Birding: En Hoorn dat is een mooie stad …
woensdag 27 mei 2026
Veerkracht
Ik was laatst naar Arkemheen. Ik had daar onder andere op twee plekken langs het Nuldernauw zingende grote karekiet. Daar was ik ook voor naar Arkemheen gegaan, maar eigenlijk waren die maar bijzaak. Wat ik nog veel meer had, waren zingende kleine karekieten en rietzangers, bosrietzangers, tuinfluiters en zwartkoppen. Onder meer. En een dag later in de Gagelpolder precies hetzelfde. Nou ja, geen grote karekieten natuurlijk, maar wel volop kleine karekieten, rietzangers, bosrietzangers, tuinfluiters en zwartkoppen. Met duizenden zijn die de afgelopen weken ons land binnengekomen en overal waar het ook maar enigszins geschikt voor ze is, zijn ze neergestreken. Zoals ieder jaar. Niks bijzonders dus, maar toch: in weerwil van alle kritische rapporten over de stand van de natuur in Nederland, over stikstof en vervuild grondwater, verdroging en afbrokkelende biodiversiteit, komen ze toch elk jaar weer, tegen de klippen op, massaal terug naar ons land. Als het effe kan op precies dezelfde plekken als in de voorgaande jaren.
Die veerkracht van de natuur, die blijft me verbazen. We kunnen het zo bont niet maken, we kunnen de sloten vergiftigen, tonnen aan stikstof over onze natuur uitstorten en hectare na hectare aan landbouwgebied omvormen tot ecologische woestijnen, maar ze komen toch weer terug. Ze vinden toch weer plekjes die geschikt voor ze zijn.
Ik ga absoluut niet mee in de ontkenningen van veel mensen, vooral boeren (ja, die hangen massaal spandoeken op met die boodschap dus ik mag dat zeggen), die beweren dat er niets aan de hand is met de natuur in Nederland. Het gaat in vele opzichten tamelijk slechts. Maar intussen gaat er natuurlijk ook veel nog best goed. Gaat de natuur haar eigen gang, zoals dat de natuur betaamt. En keren jaar na jaar kleine karekieten, rietzangers, bosrietzangers, tuinfluiters en zwartkoppen terug in ons land, brengen jongen groot, vertrekken weer en komen (niet perse dezelfde) een jaar later weer terug om weer jongen groot te brengen. En dat gaat zo maar door, jaar na jaar, decennium na decennium, eeuw na eeuw. Nee, daar komt voorlopig nog geen einde aan, hoe we ook ons best doen. Misschien reden voor een sprankje optimisme in deze dorre tijden.
27 mei 2026
Mijn weblogkasteel
Die veerkracht van de natuur, die blijft me verbazen. We kunnen het zo bont niet maken, we kunnen de sloten vergiftigen, tonnen aan stikstof over onze natuur uitstorten en hectare na hectare aan landbouwgebied omvormen tot ecologische woestijnen, maar ze komen toch weer terug. Ze vinden toch weer plekjes die geschikt voor ze zijn.
Ik ga absoluut niet mee in de ontkenningen van veel mensen, vooral boeren (ja, die hangen massaal spandoeken op met die boodschap dus ik mag dat zeggen), die beweren dat er niets aan de hand is met de natuur in Nederland. Het gaat in vele opzichten tamelijk slechts. Maar intussen gaat er natuurlijk ook veel nog best goed. Gaat de natuur haar eigen gang, zoals dat de natuur betaamt. En keren jaar na jaar kleine karekieten, rietzangers, bosrietzangers, tuinfluiters en zwartkoppen terug in ons land, brengen jongen groot, vertrekken weer en komen (niet perse dezelfde) een jaar later weer terug om weer jongen groot te brengen. En dat gaat zo maar door, jaar na jaar, decennium na decennium, eeuw na eeuw. Nee, daar komt voorlopig nog geen einde aan, hoe we ook ons best doen. Misschien reden voor een sprankje optimisme in deze dorre tijden.
27 mei 2026
Mijn weblogkasteel
Abonneren op:
Posts (Atom)












