zondag 13 september 2026

Steppekiek

Dat gaat me niet nog een keer overkomen, dacht ik na de gedipte roodpootvalk afgelopen zondag bij Nijkerk. Dus bleef ik aanvankelijk thuis terwijl dagelijks een eerstejaars steppekiekendief gemeld werd in de Eempolders, want wie niet twitcht kan ook niet dippen. Maar toen-ie er na een week nog steeds zat, kon ik hem niet langer laten zitten. Zeker niet toen-ie vanmorgen weer gemeld werd. Toen ik door de miezervlagen op de fiets op weg was naar Eemnes, had ik er een hard hoofd in maar de miezer hield precies op tijd op en bij aankomst op de desbetreffende plek in de polder had ik de vogel bijna meteen in beeld. Dat was dus in de roos. Alleen te kort, nog geen tijd om de telescoop op te zetten en daardoor net wat te ver voor een volmaakt bevredigende waarneming. Een juveniele slanke kiek, dat kon ik er nog wel aan afzien maar op basis van wat ik gezien had kon ik grauwe kiek niet uitsluiten. Nou zat hier geen gauwe en wel al een week een steppekiek dus die zou het vast wel geweest zijn, maar ik stel zoiets altijd graag ook zelf nog even vast dus ik was er nog niet klaar mee.
Hij was verdwenen aan de rand van een maïsveld even verderop, moest daar ergens zitten en zou zo wel weer tevoorschijn komen want dat deed-ie de hele tijd, wist men me te vertellen. Maar zoals zo vaak: het duurde en het duurde, maar geen steppekiekendief. Ik fietste het weggetje een stukje de ene kant af en een stukje de andere kant en het deed steeds meer denken aan die roodpootvalk afgelopen zondag. Met natuurlijk één klein verschilletje.
Zowat twee uur later kwam er nog zo’n klein verschilletje bij: steppekiek weer in beeld, af en toe, kort vliegend boven het weiland. Weliswaar met telescoop dit keer maar zo achterlijk ver weg dat er eigenlijk niet meer aan te zien was dan een donkere kiekendief met een witte stuit. Zou zelfs nog even goed een blauwe kunnen zijn. Dat schoot niet op.
Maar goed, intussen was wel de zon voorzichtig begonnen door te breken en had ik een mooie groep van zeker 30 koereigers gevonden, foeragerend tussen de koeien langs de Wiggertsweg. Ik was al bezig mijn zegeningen te tellen en maakte al aanstalten om te vertrekken, toen een passerende vogelaar ons vertelde dat we een paar honderd meter verderop moesten zijn. Daar liet de kiek zich mooi zien, zie-ie. Dus stonden we even later precies op de plek waar ik vanmorgen deels met dezelfde mensen als nu ook al uren vergeefs had staan wachten. Niets te zien daar, althans, niets van enige betekenis. Kraaien, een paar bruine kiekendieven, honderden holenduiven, en zo ontstond er wel iets gezamenlijks met de mensen met wie ik al een paar uur lang met mager resultaat op zoek was naar een steppekiek. Gedeelde onvrede, zeg maar. Maar toen was er ineens achter het maïsveld een veel slankere kiekendief verschenen. Rossig bruine onderzijde, witte stuit, smalle hand, ja, dit was hem wel. En eindelijk kreeg ik hem langdurig mooi in beeld. Af en toe verdween-ie achter de maïs maar steeds dook-ie weer op boven de halmen, steeg op tot tientallen meters hoogte en dook weer omlaag om weer voor even achter de maïs te verdwijnen. Het was een mooie show en die maakte alle verschil. Door het zonnetje terug naar Baarn fietsen was daarna een feest.

11 september 2026


Mijn weblogkasteel




Geen opmerkingen:

Een reactie posten