vrijdag 15 mei 2026

Texel

Op zoek naar een bestemming kom je altijd wel een keertje weer op Texel uit. Zeker als daar mogelijk breedbekstrandloper, morinelplevieren en vrouwtje blauwvleugeltaling op het programma staan. Vooral in de breedbek was ik geïnteresseerd, want het was alweer zes jaar geleden dat ik die voor het laatst zag en bovendien een steltloper, die hebben altijd een streepje voor. Dus op deze prachtige hoewel ook behoorlijk frisse lentedag samen met Harriët weer eens de oversteek van het Marsdiep aanvaard. De stevige noordenwind (we moesten ver naar het noorden vandaag) verleidde ons ertoe een e-bike te huren. Ach, af en toe moet je accepteren dat je heel langzaamaan zeg maar een dagje ouder wordt. Al geldt dat natuurlijk al vanaf je geboorte.
Rustig peddelden we noordwaarts. De straffe noordenwind, hoewel behoorlijk fris, deerde ons niet maar vooralsnog geen enkele melding omtrent mijn doelsoorten dus rustig peddelden we noordwaarts. Twee dwergsterns boven het strand bij de Prins Hendrik Zanddijk. Kluten in zowat alle plasjes en drasjes die we tegenkwamen. Twee noordse sterns in Nieuw Buitenheim. Nog altijd mooie groepen rotganzen. En honderden grote sterns in het Wagejot. Nee, opzienbarend is het allemaal niet maar rond Utrecht zie je ze niet. Of hooguit zelden.
Toen eindelijk, nauwelijks meer verwacht, melding van breedbek: hij was er nog! Met ietsje meer haast en het motortje van standje eco naar standje tour, verder naar het noorden, tot waar ten zuiden van de Schorren het wad steeds verder werd teruggedrongen door het water. Waar breedbek gemeld was, was van het wad al geen spoor meer dus dat werd zoeken. Op zich een aangename bezigheid, met tientallen rosse grutto’s in zomerkleed voorhanden, een paar zilverplevieren idem, een drieteenstrandloper, een kanoet, een groenpootruiter en meer. Uiteindelijk is dit natuurlijk het ware vogelen. Intussen was de Waddenzee nog weer een paar honderd meter opgeschoven en wij schoven mee tot waar een paar vogelaars door hun telescoop stonden te turen. Onze vragende blikken werden op bevredigende wijze beantwoord: ze hadden hem. Ik mocht door een van de scopen kijken: een fraaie breedbekstrandloper foerageerde op het droge wad nog vrij dicht onder de dijk. Dichterbij nog dan ik aanvankelijk dacht, waardoor het nogal tijd kostte voor ik hem zelf terugvond. Maar toen dat eenmaal gelukt was: weergaloos! Een visarend die verderop op het wad bezig was een vis tot zich te nemen, was een fijne bonus.

De speurtocht langs de kale akkers tot aan De Cocksdorp leverde slechts goudplevieren op. Morinellen waren voor ons vandaag niet weggelegd. Dan maar de blauwvleugeltaling om het mee af te ronden, nam ik me voor. Via Dorpzicht (eiders, vier lepelaars, rot- en brandganzen) en de Waalenburg (kluten, kemphaan) lieten we ons naar het zuiden blazen. Heel relaxt allemaal maar berichten over een mogelijke poelsnip op het Renvogelveldje verstoorden danig mijn gemoedsrust. Dat was de overtreffende trap van breedbekstrandloper: mocht het zover komen pas mijn tweede ooit, na een gevalletje alweer elf jaar geleden. We zaten in de Marel toen de bijvoeging ‘mogelijke’ geschrapt bleek. Gelukkig kon ik meerijden met Janneke en Sytske (Harriët bleef liever achter in en rond de Marel).
We konden zo aanschuiven. Een inkoppertje dit keer. De snip zat half verscholen maar schitterend dichtbij in een graspol. Bijna de helft van de vogel was onzichtbaar maar wat zichtbaar was, was voldoende om de determinatie als poelsnip te bevestigen, voor zover nog nodig: plomp voorkomen, stevige en niet al te lange snavel, zwaar gebandeerde borst en zijhals en de eerste van de helder witte veerrandjes op de vleugeldekveren waren net zichtbaar. Dit was de overtreffende trap van een bonus. Hij maakte deze dag helemaal af. De taling daarna maar laten zitten.

10 mei 2026


Mijn weblogkasteel