Maar inderdaad, het was rustig op het eiland. Een bijna handtamme sneeuwgors op of direct naast het fietspad van de zeereep naar Lange Paal stal de show, maar verder was het meest leeg en stil. Al kan dat er ook aan gelegen hebben dat het zo hard woei dat het geruis in het gebladerte zowat elk ander geluid overstemde. En daarmee hebben we meteen dat andere aspect van dit DT-weekend te pakken, een aspect waar de sombere prognose vooraf aan voorbij was gegaan. Want was het zaterdag bij zuidwest 6 al spannend aan zee, zondag met west tot noordwest 6 ging het daar echt helemaal los.
Zeetrek kijken (‘zeerukken’ in het NJNs dat ik me van vroeger herinner van medestudenten die wel lid van de club waren geweest), het is een hobby op zich. Je hebt vogelaars die er niets van moeten hebben. Meestal is het saai, meestal vliegt er bijna niets of in elk geval veel minder dan je gehoopt had. Maar bijna niemand kan de lokroep weerstaan van een echt stevige noordwester, de lokroep van volop jagers en stormvogels dicht langs de kust. Vaak valt de praktijk tegen, maar dit keer niet.
Het is dan wel zaak het je gemakkelijk te maken, anders houd je het geen uur, laat staan uren vol. Eenvoudig is dat naar mijn ervaring meestal niet. Het is altijd weer een heel gedoe om een geschikte plek te vinden, met goed uitzicht natuurlijk maar ook een beetje uit de wind en vooral uit het langs waaiende stuifzand. Als het zand bij elke windvlaag in je ogen en in je mond waait en ongetwijfeld ook in je lenzen, zoek dan een andere plek. Zitten is ook aan te bevelen, want staan en steeds weer je evenwicht moeten hervinden na weer een windvlaag, dat houd je ook geen uur, laat staan uren vol. Toen ik het zaterdagochtend voor het ontbijt vanaf zowat het eerste ochtendlicht probeerde bij het strandhotel aan het eind van de Badweg, kon ik het juiste plekje maar niet vinden. Of het daaraan gelegen heeft weet ik niet, maar ik kwam niet veel verder dan massale trek van visdiefjes en grote sterns en een zeekoet op zee.
Toen ik het een paar uur later bij paal 48 ging proberen, vond ik een heerlijk plekje op een smal zandpad over de zeereep waar ik in de luwte zat van wat lage vegetatie langs het pad. Veel was het niet maar het was voldoende om me te vrijwaren van al te harde windstoten en al te onstuimig zand. En daar had ik, naast wat verre jan van genten aan de horizon, eerst een kleine jager die voor me langs naar het oosten vloog, kort daarna een kleine jager die in spectaculaire vlucht boven zee achter een sterntje aan joeg, en tenslotte een prachtige grote jager laag over het strand naar oost. Nog wel niet de meest aansprekende soorten (hoewel, grote jager is een paar jaar door vogelgriep behoorlijk schaars geweest), maar ik had dit jaar nog vrijwel niets van zeetrek meegekregen dus ik was er blij mee.
Wat ook aan te bevelen is, is enig geduld. Geef het niet te gauw op want zeetrek gaat, naar mijn (bescheiden) ervaring, vaak in vlagen. Het kan een hele tijd rustig zijn maar dan ineens los gaan. Zo zat ik zondagochtend zowat drie kwartier bij paal 49 comfortabel over zee te turen zonder dat ik iets noemenswaardigs zag, ik voelde me al de schlemiel van het zeevogelaarswereldje worden, waarna binnen een half uur een noordse stormvogel, een middelste jager en een grote jager passeerden. Vooral die beide jagers waren geweldig: dichtbij over de branding naar west waarbij alles te zien was wat je zien wilt. Bij die middelste waren zelfs de lepels aan de verlengde staartveren herkenbaar, een adulte vogel dus. Waarna een half uurtje later ook nog een grauwe pijlstormvogel langskwam.
Zelf houd ik er altijd van om tussen het zeetrekgebeuren ook af en toe het eiland op te gaan. Effe naar de Kroonspolders voor zilverplevieren, effe naar het wad voor rosse grutto's, effe naar de Oude Kooi, vergeefs op zoek naar bladkoning. En vanmorgen naar het bos naast Lange Paal en het naastgelegen open duin. Veel leverde dat niet op, de wind loeide door de bomen en verder was het er net zo leeg als het hele eiland dit weekend was, dus gauw toch maar weer naar zee, aan het eind van het Pad van Twintig. Dit keer in het gezelschap van een groep fanatieke zeevogelaars die daar al de hele dag zaten en dus oneindig veel meer gezien hadden dan ik. Ik werd daar meteen getrakteerd op een fraaie grote jager boven het strand en de branding, en vervolgens op een fantastisch vaal stormvogeltje (dat was alweer zowat tien jaar geleden!), minuscuul fladderaartje dat onverschrokken zwoegde tussen torenhoge golven, en op een geweldige noordse pijlstormvogel die zich laag door de golfdalen spoedde, daarbij af en toe prachtig zichtbaar was en dan weer geruime tijd niet en af en toe keilend boven de golven uitsteeg. Jan van genten vlogen van ver aan de horizon tot zowat over de branding. En zelf vond ik een fraaie noordse stormvogel die ook al vlak achter de branding af en toe keilend naar west vloog. De heren maakten net aanstalten om de vijf-uurboot te gaan halen en hadden geen belangstelling. Toen ik zag dat ze er vandaag al 11 hadden geteld, kon ik dat wel begrijpen. Ik zat er inmiddels helemaal alleen toen er ook nog een kleinste jager laag over de branding langs vloog.
Vier soorten jagers dus, en vier soorten stormvogels. Stuk voor stuk zijn het legendes die voor je ogen tot leven komen, manifestaties van een bestaan dat meestal uit ons zicht achter de horizon verborgen blijft. Het is precies dat, dat je toch elke keer weer aan zee gekluisterd houdt.
Om het af te ronden iets heel anders: maandag was de wind gekalmeerd en toen ik voor vertrek nog even door het duinbos fietste, kwam bij de Torenvijver dat bos ineens tot leven. Kool- en pimpelmezen, zelfs een paar zwarte mezen (had ik tot nu toe nog helemaal niet dit weekend) en de ene tjiftjaf na de andere scharrelend door het loof. Het leek me het ideale moment om eindelijk een bladkoning te vinden, maar helaas …
21 september 2026
Meer Deception tours: Deception tours
Mijn weblogkasteel




Geen opmerkingen:
Een reactie posten