Terminals, fabriekshallen, hangars, start- en landingsbanen. Verkeerstorens en radio-zendmasten. Beton, beton en nog eens beton, en staal, en glas. En overal hoge hekken, kilometers en kilometers hekken. Daartussen uitgestrekte grasvlaktes. En vliegtuigen, overal vliegtuigen. Alles trouwens onder prachtige buienluchten van buien die niet vielen vandaag, in elk geval niet waar ik was. Ingeklemd tussen snelwegen, volg ik Google maps dat me op miraculeuze wijze over, langs en/of tussen Schiphol door vanaf het NS-station manoeuvreert (vooraf vraag je je af: zou dat kunnen daar, met de fiets? Het kan) naar die ene uithoek van het vliegveld waar al een week lang een woestijntapuit bivakkeert. Sommige mensen nemen alleen genoegen met ongerepte natuur, of wat daar in Nederland voor doorgaat. Uitgestrekte bossen, stille heidevelden, woeste duinen, de dynamiek van het wad, liefst in stilte en volstrekte eenzaamheid te ondergaan. Hou ik ook erg van hoor, maar dit soort landschap kan ik op zijn tijd ook wel waarderen. Ook, of misschien zelfs wel juist dit is Nederland, wat je daar verder ook van vindt. Het is de moderniteit, de wereld van bedrijvigheid, van transport, van beweging, wees er gelukkig mee of niet, die gaat niet meer weg. En hoe zich in die moderniteit toch iets van natuur, iets ongerepts manifesteert, een vogeltje dat op eigen houtje van duizenden kilometers ver hierheen is gevlogen, dat is iets dat me mateloos fascineert. Alles bij elkaar is het ook een soort natuur hier, een soort jungle, en enerverend is het zeker, op een bepaalde manier. Dat een viaduct je weg kruist en dat daarop, pal voor je neus, een reusachtige jumbo verschijnt. Een lange tunnel, een bocht naar links, nog een tunnel, nog wat links en rechts en daar staan ze al, de vogelaars, geconcentreerd achter hun telescopen of telelenzen, loerend naar puinbergen, gestapelde stenen, betonnen platen en nog meer hekken, schijnbaar zonder enige interesse in de (nog meer!) vliegtuigen in de weidsheid daarachter. Vogel net even uit beeld, wordt me verteld, het is een bekend verhaal maar het duurt dit keer niet lang. Vogel zit er al een week en is ook vanmorgen al gemeld dus kan niet missen en inderdaad: na enig geduld verschijnt-ie achteraan op het beton. Daarna op een verre berg puin, op het hek en tenslotte op de nabije berg puin. Tot op amper vijf meter afstand nadert-ie. Ik had al wel eerder woestijntapuit gezien maar nooit zo. Wat een vogel, en wat een ambiance. Terwijl op de achtergrond een reusachtig verkeersvliegtuig voorbij gaat, genieten wij van een zeldzame dwaalgast uit streken waar dat verkeersvliegtuig wellicht (maar waarschijnlijk niet) naar op weg is en die nu hier op enkele meters afstand foerageert tussen het puin en de koude aarde van Schiphol, waar hij het ene na het andere iets tevoorschijn haalt. Het is weer een onvergetelijke twitch.
25 november 2017
Nog een woestijntapuit: In the Dutch desert
En dan nog deze: Sprookjes
zondag 26 november 2017
maandag 20 november 2017
Kokar de Zaagbek
Hij houdt de gemoederen flink bezig, vriend Kokar. Bevindt zich al enkele dagen nabij het Zwarte Water ten noorden van Zwolle en wordt omgeven door twijfels en bedenkingen. Zij die het wagen deze exoot te twitchen, zijn onderwerp van hoon en spot van collega vogelaars die wijzer zijn en er de neus voor ophalen (hoewel ik zomaar vermoed dat heel wat van deze vogelaars die wijzer zijn inmiddels stiekem ook zelf zijn wezen kijken). Want eend en van origine thuis in verre orden: dat is per definitie verdacht. Dat is het lot van zeldzame eenden: teveel beesten achter slot en grendel waarvan er te vaak van achter hun slot en grendel weten te ontsnappen. Om maar eens mezelf te citeren: ‘Eenden zijn net god: je hebt de gelovigen en je hebt de ongelovigen die niet geloven dat ooit een eend vanuit een ver land deze kant op kan dwalen en daarom aannemen dat elke zeldzame eend wel vanachter slot en grendel afkomstig moet zijn’. Maar deze is naar verluidt inmiddels bewezen ongeringd, gaaf aan beide vleugels en prima tot vliegen in staat, niet al te tam en trekt bovendien niet op met dubieus gezelschap: geen slechte papieren. En bovendien niet de eerste: er is er al eens eerder eentje aanvaard dus men neemt aan dat het kan, een wilde kokar in Nederland. Hoe dan ook, het is, zoals al die eenden van dubieuze herkomst, een prachtige vogel en omdat fietsen in de streek van Vecht en IJssel sowieso geen straf is, toch maar met Harriët de trein naar Zwolle genomen en de fiets richting Zwarte Water. Daar aangekomen, bij het bescheiden waterloopje dat tot aan het Zwarte Meer en vandaar het Ketelmeer en tenslotte het IJsselmeer voert, vinden we een mooie compositie van blauwgrijze watertjes, vaalgele rietoevers, overhangende wilgenbosjes en groene graslanden onder grijze luchten met hier en daar een snufje zon. Klassieke Hollandse landschapsschildering. Aanvankelijk was de vogel uit beeld maar geen paniek: al gauw werd-ie teruggevonden in de oever. Enige tijd zat-ie daar half verscholen in het riet maar uiteindelijk gaf-ie zich helemaal bloot en konden we genieten van zijn feestelijke uitdossing met de kenmerkende, opvallende kuif. Wat ook zijn status en herkomst, een reisje naar het Zwarte Water is-ie zeker waard.
Na Kokar de regen, en in de regen Langenholte, waarna een mooi dijkje langs de Overijsselse Vecht, schuilen in het tuinhuisje van de Agnietenberg en terug in Zwolle tenslotte museum De Fundatie. Vooral dat laatste vormde een mooi contrast met en een fijne aanvulling op Kokar.
18 november 2017
Na Kokar de regen, en in de regen Langenholte, waarna een mooi dijkje langs de Overijsselse Vecht, schuilen in het tuinhuisje van de Agnietenberg en terug in Zwolle tenslotte museum De Fundatie. Vooral dat laatste vormde een mooi contrast met en een fijne aanvulling op Kokar.
18 november 2017
dinsdag 14 november 2017
Noord-Holland
Het weer was een beetje de rode draad, tijdens de Vogelwacht Utrecht-excursie naar Noord-Holland vandaag. Het woei te weinig en het regende teveel maar tussen de vele buien door lukte het toch om een paar hele leuke typetjes te scoren.
Het woei te weinig. Na berichten van gisteren (vier stovjes langs Camperduin, twee papduikers en één kleine alk) hoopten we vandaag een graantje mee te pikken van de rijke buit die de harde noordwester hopelijk richting kust zou blazen. Maar de noordwester was helemaal niet hard en dus moesten we genoegen nemen met standaardsoorten als roodkeelduiker, zeekoet en jan van gent. Al gaven de meeuwtjes een leuke show weg. Allereerst zagen we een dwergmeeuwtje, nee, een paar dwergmeeuwtjes naar noord vliegen. Toen nog een paar en nog een paar. Zeker een half uur lang ging dat door en toen de dwergmeeuwtjes bijna op waren: hé, een drieteenmeeuw, en nog een, en nog een paar. En zo volgde op een vlaag van vele tientallen dwergmeeuwen een van vele tientallen drieteenmeeuwen. Ja, zo fascinerend kan zeetrek zijn, ook zonder de grote soorten.
Het regende teveel. Na diverse zware buienluchten die over zee voor ons langs schoven, werden we uiteindelijk getrakteerd op een hele stevige bui die wel land bereikte. Eerst hagel, daarna regen, zicht op zee 0 en toen het eindelijk zowat over was nat en koud en apparatuur nat en beslagen en daardoor vrijwel onbruikbaar. We gingen naar Minkema, opdrogen en opwarmen. Toen we daarmee klaar waren en het zo goed als droog was, weer naar buiten. Prachtige buienluchten aan alle kanten, hier en daar gitzwart, elders helder oplichtend, tussendoor snippertjes blauw en af en toe een schim van de zon: het was een bijna apocalyptisch beeld. Af en toe weer wat regen maar dat deerde ons nu niet meer. Aan de voet van de oude zeewering gingen we op zoek naar een fitis die zich daar al enkele dagen ophoudt. Een fitis in november, dat is sowieso bijzonder en deze oogde daarbij op de vele foto’s die inmiddels van hem genomen zijn behoorlijk afwijkend: grauw van kleur, vrijwel zonder groen- en geeltinten, met vrij donkere bovenzijde en een opvallende wenkbrauwstreep. Er wordt gedacht aan yakoutensis, ondersoort van zeer ver weg en daarom hier zeer zeldzaam. Langzaam lopen we door de laagte beneden langs de dijk en speuren in de bosjes. Weinig leven. Een roodborst, een pimpelmees, een tjiftjaf. Maar dan, een heel stuk voorbij de plek waar die gisteren gezien is, daar hebben we hem: een grauw, overwegend grijsbruin gekleurde Phyllo vrijwel zonder groen- en geeltinten, met vrij donkere bovenzijde en een opvallende wenkbrauwstreep. Structuur als fitis. Mooi beestje. Inmiddels wordt gedacht aan een andere ondersoort: acredula, nauwelijks met zekerheid van yakoutensis te onderscheiden maar van iets minder ver weg en daarom iets aannemelijker, en nog altijd zeldzaam. Interessante materie.
We zagen nog een paar patrijzen in de zeereep en mooie zwarte ruiters en zilverplevier in de Putten en gingen op weg naar een volgend afwijkend typje: een koereiger, zoals we hem nog maar even zullen noemen, bij Anna Paulowna. Een vogel waaraan van alles niet klopt, zoals we later zelf konden constateren toen we vanaf een weggetje stonden te kijken naar de vogel die vlakbij foerageerde in het weiland. Meestal zag je er wel een soort van koereiger in maar soms had je het gevoel dat je naar een kleine zilverreiger keek: slanker, tengerder, met een langere nek. Wat in elk geval niet klopte voor koereiger waren de pikzwarte poten en de wat te forse, te lange snavel. Maar een zilverreiger was het echt niet. Daarvoor klopte er nog veel meer niet. De vogel foerageerde als een koereiger, in het gras waar ie de ene regenworm na de andere oppikte. Hybride? Oostelijke (onder)soort? De deskundigen zijn er nog niet uit.
Na een vergeefse poging tot waterspreeuw op vliegveld Den Helder namen we ons voor de dag af te sluiten met nog één gave, echte soort. Daartoe richting Castricum, waar in de duinen vanochtend een pallas boszanger was gevonden. Uurtje met de auto, kwartiertje lopen en ter plaatse in een geïsoleerd stukje bos de vogel al gauw mooi in beeld. Dat wil zeggen: de voorhoede. De meeste anderen waren te laat. De vogel was weer zoek maar na een half uurtje zoeken werd-ie teruggevonden en kreeg (vrijwel?) iedereen hem mooi in beeld, foeragerend van half hoog in de bomen tot laag in de vegetatie. Af en toe kwam-ie vrij dichtbij en liet ook doorslaggevende kenmerken zien als middenkruinstreep en gele stuit. Fijne soort, leuk vogeltje maar het laatste woord was aan twee zwanen in een van de infiltratiekanalen. Op weg naar pallas hadden we die nog genegeerd maar op de terugweg bleken het twee mooie wilde zwanen. We begrepen de hint: het is alweer bijna winter.
12 november 2017
Het woei te weinig. Na berichten van gisteren (vier stovjes langs Camperduin, twee papduikers en één kleine alk) hoopten we vandaag een graantje mee te pikken van de rijke buit die de harde noordwester hopelijk richting kust zou blazen. Maar de noordwester was helemaal niet hard en dus moesten we genoegen nemen met standaardsoorten als roodkeelduiker, zeekoet en jan van gent. Al gaven de meeuwtjes een leuke show weg. Allereerst zagen we een dwergmeeuwtje, nee, een paar dwergmeeuwtjes naar noord vliegen. Toen nog een paar en nog een paar. Zeker een half uur lang ging dat door en toen de dwergmeeuwtjes bijna op waren: hé, een drieteenmeeuw, en nog een, en nog een paar. En zo volgde op een vlaag van vele tientallen dwergmeeuwen een van vele tientallen drieteenmeeuwen. Ja, zo fascinerend kan zeetrek zijn, ook zonder de grote soorten.
Het regende teveel. Na diverse zware buienluchten die over zee voor ons langs schoven, werden we uiteindelijk getrakteerd op een hele stevige bui die wel land bereikte. Eerst hagel, daarna regen, zicht op zee 0 en toen het eindelijk zowat over was nat en koud en apparatuur nat en beslagen en daardoor vrijwel onbruikbaar. We gingen naar Minkema, opdrogen en opwarmen. Toen we daarmee klaar waren en het zo goed als droog was, weer naar buiten. Prachtige buienluchten aan alle kanten, hier en daar gitzwart, elders helder oplichtend, tussendoor snippertjes blauw en af en toe een schim van de zon: het was een bijna apocalyptisch beeld. Af en toe weer wat regen maar dat deerde ons nu niet meer. Aan de voet van de oude zeewering gingen we op zoek naar een fitis die zich daar al enkele dagen ophoudt. Een fitis in november, dat is sowieso bijzonder en deze oogde daarbij op de vele foto’s die inmiddels van hem genomen zijn behoorlijk afwijkend: grauw van kleur, vrijwel zonder groen- en geeltinten, met vrij donkere bovenzijde en een opvallende wenkbrauwstreep. Er wordt gedacht aan yakoutensis, ondersoort van zeer ver weg en daarom hier zeer zeldzaam. Langzaam lopen we door de laagte beneden langs de dijk en speuren in de bosjes. Weinig leven. Een roodborst, een pimpelmees, een tjiftjaf. Maar dan, een heel stuk voorbij de plek waar die gisteren gezien is, daar hebben we hem: een grauw, overwegend grijsbruin gekleurde Phyllo vrijwel zonder groen- en geeltinten, met vrij donkere bovenzijde en een opvallende wenkbrauwstreep. Structuur als fitis. Mooi beestje. Inmiddels wordt gedacht aan een andere ondersoort: acredula, nauwelijks met zekerheid van yakoutensis te onderscheiden maar van iets minder ver weg en daarom iets aannemelijker, en nog altijd zeldzaam. Interessante materie.
We zagen nog een paar patrijzen in de zeereep en mooie zwarte ruiters en zilverplevier in de Putten en gingen op weg naar een volgend afwijkend typje: een koereiger, zoals we hem nog maar even zullen noemen, bij Anna Paulowna. Een vogel waaraan van alles niet klopt, zoals we later zelf konden constateren toen we vanaf een weggetje stonden te kijken naar de vogel die vlakbij foerageerde in het weiland. Meestal zag je er wel een soort van koereiger in maar soms had je het gevoel dat je naar een kleine zilverreiger keek: slanker, tengerder, met een langere nek. Wat in elk geval niet klopte voor koereiger waren de pikzwarte poten en de wat te forse, te lange snavel. Maar een zilverreiger was het echt niet. Daarvoor klopte er nog veel meer niet. De vogel foerageerde als een koereiger, in het gras waar ie de ene regenworm na de andere oppikte. Hybride? Oostelijke (onder)soort? De deskundigen zijn er nog niet uit.
Na een vergeefse poging tot waterspreeuw op vliegveld Den Helder namen we ons voor de dag af te sluiten met nog één gave, echte soort. Daartoe richting Castricum, waar in de duinen vanochtend een pallas boszanger was gevonden. Uurtje met de auto, kwartiertje lopen en ter plaatse in een geïsoleerd stukje bos de vogel al gauw mooi in beeld. Dat wil zeggen: de voorhoede. De meeste anderen waren te laat. De vogel was weer zoek maar na een half uurtje zoeken werd-ie teruggevonden en kreeg (vrijwel?) iedereen hem mooi in beeld, foeragerend van half hoog in de bomen tot laag in de vegetatie. Af en toe kwam-ie vrij dichtbij en liet ook doorslaggevende kenmerken zien als middenkruinstreep en gele stuit. Fijne soort, leuk vogeltje maar het laatste woord was aan twee zwanen in een van de infiltratiekanalen. Op weg naar pallas hadden we die nog genegeerd maar op de terugweg bleken het twee mooie wilde zwanen. We begrepen de hint: het is alweer bijna winter.
12 november 2017
woensdag 8 november 2017
Uiltje
Om pakweg half zeven in de ochtend lopen we het bos in. Roodborsten zingen, spechten roffelen (meest grote bonte maar ook kleine bonte en zwarte), in de verte zingt boomleeuwerik en boven ons klinkt een late keep. En zo nog het een en ander maar er is niets bij dat aan onze hooggespannen verwachtingen tegemoet komt. Verderop staat een klein aantal vogelaars bijeen op het pad in alle rust te kijken en te luisteren, maar niets van wat zich laat horen, kan ons beroeren. Navraag leert dat de vogel vanochtend nog geen enkel teken van leven heeft gegeven. Ik bereid me al voor op de aankomende teleurstelling, daar ben ik altijd heel voortvarend mee, nee, dit wordt helemaal niks vanochtend, als zomaar ineens, uit het niets, van vlakbij dwerguil begint te roepen! Wauw! Dit is pure magie. ‘Als dan toch gebeurt waarop je al die tijd stond te wachten, is dat altijd onverwachts’, om maar eens mezelf te citeren.
Het is een heerlijk moment, vervulling van een droom bijna. En als de vogel dan ook nog wordt gevonden … Gelukkiger kun je me niet krijgen. Aanvankelijk weliswaar slechts een verenpropje half verscholen hoog tussen kale takken, maar als-ie heel even de vleugels uitslaat zit-ie daarna ineens helemaal vrij! En krijgen we hem zelfs zowat beeldvullend in de telescoop. Wat een onvergetelijke gebeurtenis!
Hij is een van de ‘publieke geheimen’ van de huidige vogelaarswereld. Met andere woorden: wordt geheim gehouden maar bijna iedereen weet ervan. Een kwetsbare situatie want mogelijk broedgeval, daar willen we voorzichtig mee zijn. En bovendien corona hè, we willen geen samenscholingen. Sommige mensen zijn daar erg streng in, vinden dat je er gewoon vandaan moet blijven. ‘Blijf thuis!’ staat nog altijd af en toe op aanplakbiljetten te lezen. Zelf ben ik daar eerlijk gezegd wat soepeler in, wat opportunistischer wellicht. Zoals we daar staan in het bos, met zijn vijftienen of zo allemaal netjes op het pad en rustig wachtend tot de vogel zich vertoont, geloof ik niet dat we enig kwaad doen. Niet aan de vogel en niet aan ons zelf. De anderhalve meter wordt meestal voorbeeldig gehandhaafd. Kijk, er zijn regels, er zijn ge- en verboden en daar heb je je aan te houden, wat mij betreft. En er zijn dringende adviezen, maar die zijn toch vooral toegespitst op de koopgoot en het strand van Zandvoort. En dringende adviezen, dat zijn uiteindelijk niet meer dan adviezen, daar kun je je aan houden in de mate die redelijk is. En dus staan we hier netjes op het pad stilletjes te genieten van een af en toe roepende dwerguil die zowat beeldvullend zichtbaar is in de telescoop.
Na deze uiterst succesvolle vroege-ochtendtwitch is de vraag: wat nu? Ik als van origine OV- en fietsvogelaar zoek vooral naar opties in de buurt of op de route, maar Cecile, iets meer autovogelaar dan ik, denkt minder beperkt en komt met de Biesbosch op de proppen. En dus staan we twee uur later op het dijkje langs polder Hardenhoek te kijken naar een fantastische tweedejaars zeearend die laag boven het water jaagt en naar de schimmen van twee visarend op hun nest ver weg in een bosrand. Die zeearend was er één van diverse die we vandaag gezien hebben, de meeste in vlucht en dat zijn eigenlijk de mooiste, en ook twee ver weg in een boom. De visarend zagen we nog één keer, prachtig in vlucht boven de Nieuwe Merwede. Met verder onder andere een vlucht van vijftien regenwulpen, een stel mooie gele kwikstaarten, volop zingende veldleeuweriken en enkele prachtige overvliegende zwartkopmeeuwtjes als engeltjes zo mooi, mag ook dit tweede deel van de dag succesvol worden genoemd.
Het is een heerlijk moment, vervulling van een droom bijna. En als de vogel dan ook nog wordt gevonden … Gelukkiger kun je me niet krijgen. Aanvankelijk weliswaar slechts een verenpropje half verscholen hoog tussen kale takken, maar als-ie heel even de vleugels uitslaat zit-ie daarna ineens helemaal vrij! En krijgen we hem zelfs zowat beeldvullend in de telescoop. Wat een onvergetelijke gebeurtenis!
Hij is een van de ‘publieke geheimen’ van de huidige vogelaarswereld. Met andere woorden: wordt geheim gehouden maar bijna iedereen weet ervan. Een kwetsbare situatie want mogelijk broedgeval, daar willen we voorzichtig mee zijn. En bovendien corona hè, we willen geen samenscholingen. Sommige mensen zijn daar erg streng in, vinden dat je er gewoon vandaan moet blijven. ‘Blijf thuis!’ staat nog altijd af en toe op aanplakbiljetten te lezen. Zelf ben ik daar eerlijk gezegd wat soepeler in, wat opportunistischer wellicht. Zoals we daar staan in het bos, met zijn vijftienen of zo allemaal netjes op het pad en rustig wachtend tot de vogel zich vertoont, geloof ik niet dat we enig kwaad doen. Niet aan de vogel en niet aan ons zelf. De anderhalve meter wordt meestal voorbeeldig gehandhaafd. Kijk, er zijn regels, er zijn ge- en verboden en daar heb je je aan te houden, wat mij betreft. En er zijn dringende adviezen, maar die zijn toch vooral toegespitst op de koopgoot en het strand van Zandvoort. En dringende adviezen, dat zijn uiteindelijk niet meer dan adviezen, daar kun je je aan houden in de mate die redelijk is. En dus staan we hier netjes op het pad stilletjes te genieten van een af en toe roepende dwerguil die zowat beeldvullend zichtbaar is in de telescoop.
Na deze uiterst succesvolle vroege-ochtendtwitch is de vraag: wat nu? Ik als van origine OV- en fietsvogelaar zoek vooral naar opties in de buurt of op de route, maar Cecile, iets meer autovogelaar dan ik, denkt minder beperkt en komt met de Biesbosch op de proppen. En dus staan we twee uur later op het dijkje langs polder Hardenhoek te kijken naar een fantastische tweedejaars zeearend die laag boven het water jaagt en naar de schimmen van twee visarend op hun nest ver weg in een bosrand. Die zeearend was er één van diverse die we vandaag gezien hebben, de meeste in vlucht en dat zijn eigenlijk de mooiste, en ook twee ver weg in een boom. De visarend zagen we nog één keer, prachtig in vlucht boven de Nieuwe Merwede. Met verder onder andere een vlucht van vijftien regenwulpen, een stel mooie gele kwikstaarten, volop zingende veldleeuweriken en enkele prachtige overvliegende zwartkopmeeuwtjes als engeltjes zo mooi, mag ook dit tweede deel van de dag succesvol worden genoemd.
dinsdag 31 oktober 2017
Bruine boszanger in de Lek-uiterwaard
Wat een fijne hobby hebben we toch. Sta je ineens, voordat het dagelijkse werk een aanvang neemt, met je poten in de natte klei in een Lek-uiterwaard nabij Schalkwijk. Ganzen over, een groep van een stuk of 25 veldleeuweriken, een golf van zowat honderd kramsvogels, allemaal naar zuid terwijl laag boven de horizon de zon door de af en toe wat dunnere bewolking schemert en een sfeerrijk lichtspel creëert. En uit de wildernis voor ons af en toe een herhaald kort, smakkend roepje. Een roepje dat klinkt als …, ja, als wat eigenlijk? Af en toe van verderop, af en toe schijnbaar dichtbij. Het is de bruine boszanger die hier gisteren door de onvolprezen Bram Rijksen is ontdekt. Lang niet zijn eerste goede vondst in de regio de laatste tijd. Maar brubo is wel de kroon op zijn werk denk ik: ook landelijk zeldzaam en voor de provincie vrij uniek. Er is slechts één eerder geval bekend, een ringvangst bij Eem in oktober 2013. En nu dus hier, in een stukje wildernis van wilgen, braamstruweel, biezen en watertjes in de uiterwaard. Hij is tamelijk luidruchtig, voor een bruine boszanger: geregeld klinkt zijn roepje en zo kunnen we aardig pijlen waar het beestje ongeveer uithangt. Maar het is lastig hem in beeld te krijgen. Zoals dat hoort bij deze soort. Een brubo die zich makkelijk laat zien is geen echte brubo. Nog meer kramsvogels vliegen over, tijdens het zoeken en wachten. Ook wat koperwieken. En boven de Lek vliegt enige tijd een mooie adulte geelpootmeeuw rond. Om het niet al te gemakkelijk te maken zien we in het gekrioel van takjes en twijgjes af en toe tjiftjaf en winterkoning, maar gelukkig laat ook bruine boszanger zich enige tijd mooi zien. Als een klein, bruin muisje met vleugels en een opvallende wenkbrauwstreep, kruipt-ie van takje naar takje, verdwijnt uit beeld maar duikt even verder weer op en is af en toe volledig vrij zichtbaar. Niet echt vlakbij maar toch fraai. We kunnen er weer tegenaan vandaag.
31 oktober 2017
31 oktober 2017
maandag 30 oktober 2017
Spectaculaire zeetrek langs de Maasvlakte
Een fikse noordwesterstorm afgelopen nacht en vanochtend, vooral in het noorden maar ook in het zuidwesten zou het stevig waaien uit het noordwesten: de ideale dag om het weer eens te gaan proberen aan zee. Met twee auto’s gingen we op weg en rond half 8 stonden we op de nieuwe trektelpost aan de zeedijk van de Tweede Maasvlakte. Het was nog schemerig toen ik al aan de horizon het vliegbeeld van een keilende pijlstormvogel meende te zien. In alle hectiek, de harde wind, de gevoelsmatig astronomische afstand tot de voorhoede die vlak voor ons op stoeltjes voor het houten schuttinkje zat, lukte het me niet tijdig aandacht voor dit geval te vragen, het duurde ook niet lang voordat de vogel was opgelost in de oneindigheid van tijd en ruimte, en alleen Toon, die naast me stond, had ik erop gewezen. Het leek een donkere vogel dus grauwe? Maar hij was ver en het was nog een beetje schemerachtig dus wat is dat waard? Hij oogde meer als een noordse vond ik, wat compacter, met stijve en niet zo spitse vleugels. Maar ja, ver weg, korte tijdsduur …
Anyway, een verre jan van gent, een vrij verre kleine jager, een minder verre middelste jager (veel forser, veel zwaarder gebouwd en met iets dat een duidelijke borstband leek), een alk, alles boven een woeste zee met meters hoge golven en witte schuimkoppen die verwaaiden in de stormwind. Het eerste vaaltje dat werd omgeroepen, dichtbij door de branding, miste ik. Kon ‘m gewoon niet vinden. En dat terwijl vaal stormvogeltje mijn grote wenssoort was vandaag: alweer vier jaar geleden zag ik die voor het laatst en los daarvan is het een geweldig beestje, zo’n dapper zeevogeltje dat de oceanen en hun stormen trotseert. Hoeveel weegt dat nou helemaal? Dat zoiets zich weet te handhaven bij noordwest 7 of 8, het is een mirakel.
Ook het tweede vaaltje dat langskwam, was niet aan mij besteed. Het derde wist ik, zij het op het nippertje, wel op te pikken. Al honderden meters voorbij de telpost wist ik het gevalletje, nog slechts een klein, donker en langvleugelig beestje dat over de branding vloog, nog net in de telescoop te vangen. Hoera! Maar dat moest nog wel beter. Met het vierde vaaltje ging dat niet lukken: ik zag precies op het moment dat ik de scoop losliet in mijn ooghoek nog net een zwarte flits langs schieten. Toen ik weer keek, was-ie zoek. Telt niet.
Toen een bericht: bij de Maasmond, enkele kilometers verderop, hadden ze al twee stormvogeltjes (let op: je hebt dus het vaal stormvogeltje en een die gewoon stormvogeltje heet en overigens veel minder gewoon is dan het vaaltje; die is voor mij alweer meer dan tien jaar geleden) en twee vorkstaartmeeuwen (ook niet mis) en al meer dan tien vaaltjes waarvan de meeste dichtbij. Dát was blijkbaar de plek vandaag, en niet deze nieuwe, veel westelijker en dus in theorie veel beter gesitueerde telpost en na kort beraad stapten we in de auto en voegden we ons bij de flinke groep vogelaars die bij de oude telpost op de dijk stond. Deze keus legde ons geen windeieren. Al meteen vielen ons de drieteenmeeuwen op: veel meer en veel dichterbij dan zojuist. Af en toe kwamen ze vlak voor ons langs gevlogen en dat is elke keer een feestje want het zijn geweldige meeuwtjes. Mij was het op dat moment niet duidelijk of we met telkens nieuwe, langstrekkende exemplaren te maken hadden of met vogels die stationair hier rond de Maasmond rondhingen, maar op trektellen werden voor vanochtend meer dan 800 langstrekkende drieteentjes gemeld!
Woeste golven sloegen geregeld finaal over de blokkendammen heen, zowel die vlak voor ons als die aan de overkant tussen Maasmond en Noordzee, en spatten geregeld hoog boven de rood-wit gestreepte toren aan de overkant uit. Langsvarende zeeschepen leken een speelbal van de elementen, hevig deinend op de zware golfslag. Op het eerste vaaltje hoefden we niet lang te wachten: eentje verscheen aan de binnenkant van de nabije blokkendam boven het daar naar verhouding rustige water. Hij zwierf wat over de golven en kwam tot op amper tien meter, voor-ie de blokkendam overstak en maar een klein beetje minder dichtbij de golven betrappelde. Een tweede verscheen, net zo dichtbij, even later een derde en toen zelfs een vierde. Alle vier vlak langs ons heen, foeragerend boven de golven. Het was fantastisch! Wat een beestjes. Langzaam zwoegden ze tegen de stormwind in naar west. Af en toe werd er eentje ineens ver teruggeworpen en was het alsof-ie opnieuw moest beginnen, maar ze hielden stand en schoven langzaam uit beeld. Niet veel later twee nieuwe vaaltjes. Net zo dichtbij als zojuist, net zo fraai, trappelend boven de golven. Af en toe was het alsof ze op het water gingen zitten maar de vleugels bleven gespreid en uiteindelijk trappelden ze moedig voort. We zagen er daarna nog geregeld, wel niet meer zo dichtbij als die eerste maar nog altijd prachtig. Hoeveel het er uiteindelijk geweest zijn vind ik lastig te schatten. Vaak wist je niet of je naar een nieuwe keek of naar een vogel die daar al een tijdje rondhing of een van zojuist die weer een stukje was teruggeworpen. Het deed er weinig toe. Het was een geweldige belevenis. Zo mooi zag ik vaal stormvogeltje nog nooit. En intussen ook een grote jager, twee keer een juveniele gent vlak langs ons heen, de tweede ook nog even ter plaatse op de golven, een roodkeelduiker halverwege de Maasmond, wat dwergmeeuwtjes, een kleine jager die fanatiek achter een meeuw aan joeg en een slechtvalk laag over ons heen, met prooi waarvan we ons al voorstelden dat het het stormvogeltje was dat eerder bij Scheveningen gemeld was en waar we op stonden te wachten. Waar we ook op stonden te wachten, was een zwarte rotgans die bij Katwijk was gemeld, vliegend naar zuid. En warempel, na diverse groepen rotganzen gecheckt te hebben, hadden we beet bij een gans die in zijn eentje kwam overgevlogen. Wat we ook zagen waren groepen veldleeuweriken die over het woeste water kwamen aangevlogen. Niks zeldzaams aan natuurlijk maar wat een bikkels! Het was een geweldig spektakel en dat stormvogeltje en vorkstaartmeeuw zich niet meer lieten zien, vergaten we met liefde. Maar na half elf of zo viel het ineens stil. Ineens waren de vaaltjes op. Ineens konden we geen jager meer vinden boven zee. Alleen de drieteenmeeuwen vlogen onverminderd door. Toen we tegen twaalven al meer dan een uur geen vaaltje meer gezien hadden, was het tijd om te vertrekken.
29 oktober 2017
Meer aan zee: Aan zee
Anyway, een verre jan van gent, een vrij verre kleine jager, een minder verre middelste jager (veel forser, veel zwaarder gebouwd en met iets dat een duidelijke borstband leek), een alk, alles boven een woeste zee met meters hoge golven en witte schuimkoppen die verwaaiden in de stormwind. Het eerste vaaltje dat werd omgeroepen, dichtbij door de branding, miste ik. Kon ‘m gewoon niet vinden. En dat terwijl vaal stormvogeltje mijn grote wenssoort was vandaag: alweer vier jaar geleden zag ik die voor het laatst en los daarvan is het een geweldig beestje, zo’n dapper zeevogeltje dat de oceanen en hun stormen trotseert. Hoeveel weegt dat nou helemaal? Dat zoiets zich weet te handhaven bij noordwest 7 of 8, het is een mirakel.
Ook het tweede vaaltje dat langskwam, was niet aan mij besteed. Het derde wist ik, zij het op het nippertje, wel op te pikken. Al honderden meters voorbij de telpost wist ik het gevalletje, nog slechts een klein, donker en langvleugelig beestje dat over de branding vloog, nog net in de telescoop te vangen. Hoera! Maar dat moest nog wel beter. Met het vierde vaaltje ging dat niet lukken: ik zag precies op het moment dat ik de scoop losliet in mijn ooghoek nog net een zwarte flits langs schieten. Toen ik weer keek, was-ie zoek. Telt niet.
Toen een bericht: bij de Maasmond, enkele kilometers verderop, hadden ze al twee stormvogeltjes (let op: je hebt dus het vaal stormvogeltje en een die gewoon stormvogeltje heet en overigens veel minder gewoon is dan het vaaltje; die is voor mij alweer meer dan tien jaar geleden) en twee vorkstaartmeeuwen (ook niet mis) en al meer dan tien vaaltjes waarvan de meeste dichtbij. Dát was blijkbaar de plek vandaag, en niet deze nieuwe, veel westelijker en dus in theorie veel beter gesitueerde telpost en na kort beraad stapten we in de auto en voegden we ons bij de flinke groep vogelaars die bij de oude telpost op de dijk stond. Deze keus legde ons geen windeieren. Al meteen vielen ons de drieteenmeeuwen op: veel meer en veel dichterbij dan zojuist. Af en toe kwamen ze vlak voor ons langs gevlogen en dat is elke keer een feestje want het zijn geweldige meeuwtjes. Mij was het op dat moment niet duidelijk of we met telkens nieuwe, langstrekkende exemplaren te maken hadden of met vogels die stationair hier rond de Maasmond rondhingen, maar op trektellen werden voor vanochtend meer dan 800 langstrekkende drieteentjes gemeld!
Woeste golven sloegen geregeld finaal over de blokkendammen heen, zowel die vlak voor ons als die aan de overkant tussen Maasmond en Noordzee, en spatten geregeld hoog boven de rood-wit gestreepte toren aan de overkant uit. Langsvarende zeeschepen leken een speelbal van de elementen, hevig deinend op de zware golfslag. Op het eerste vaaltje hoefden we niet lang te wachten: eentje verscheen aan de binnenkant van de nabije blokkendam boven het daar naar verhouding rustige water. Hij zwierf wat over de golven en kwam tot op amper tien meter, voor-ie de blokkendam overstak en maar een klein beetje minder dichtbij de golven betrappelde. Een tweede verscheen, net zo dichtbij, even later een derde en toen zelfs een vierde. Alle vier vlak langs ons heen, foeragerend boven de golven. Het was fantastisch! Wat een beestjes. Langzaam zwoegden ze tegen de stormwind in naar west. Af en toe werd er eentje ineens ver teruggeworpen en was het alsof-ie opnieuw moest beginnen, maar ze hielden stand en schoven langzaam uit beeld. Niet veel later twee nieuwe vaaltjes. Net zo dichtbij als zojuist, net zo fraai, trappelend boven de golven. Af en toe was het alsof ze op het water gingen zitten maar de vleugels bleven gespreid en uiteindelijk trappelden ze moedig voort. We zagen er daarna nog geregeld, wel niet meer zo dichtbij als die eerste maar nog altijd prachtig. Hoeveel het er uiteindelijk geweest zijn vind ik lastig te schatten. Vaak wist je niet of je naar een nieuwe keek of naar een vogel die daar al een tijdje rondhing of een van zojuist die weer een stukje was teruggeworpen. Het deed er weinig toe. Het was een geweldige belevenis. Zo mooi zag ik vaal stormvogeltje nog nooit. En intussen ook een grote jager, twee keer een juveniele gent vlak langs ons heen, de tweede ook nog even ter plaatse op de golven, een roodkeelduiker halverwege de Maasmond, wat dwergmeeuwtjes, een kleine jager die fanatiek achter een meeuw aan joeg en een slechtvalk laag over ons heen, met prooi waarvan we ons al voorstelden dat het het stormvogeltje was dat eerder bij Scheveningen gemeld was en waar we op stonden te wachten. Waar we ook op stonden te wachten, was een zwarte rotgans die bij Katwijk was gemeld, vliegend naar zuid. En warempel, na diverse groepen rotganzen gecheckt te hebben, hadden we beet bij een gans die in zijn eentje kwam overgevlogen. Wat we ook zagen waren groepen veldleeuweriken die over het woeste water kwamen aangevlogen. Niks zeldzaams aan natuurlijk maar wat een bikkels! Het was een geweldig spektakel en dat stormvogeltje en vorkstaartmeeuw zich niet meer lieten zien, vergaten we met liefde. Maar na half elf of zo viel het ineens stil. Ineens waren de vaaltjes op. Ineens konden we geen jager meer vinden boven zee. Alleen de drieteenmeeuwen vlogen onverminderd door. Toen we tegen twaalven al meer dan een uur geen vaaltje meer gezien hadden, was het tijd om te vertrekken.
29 oktober 2017
Meer aan zee: Aan zee
woensdag 25 oktober 2017
Texel
Je hebt vogelen en vogelen. Je hebt vogelen zoals tijdens de vrijdag en zaterdag van het jaarlijkse Dutchbirdingweekend op Texel, toen we ons vooral bezig hielden met achter de ene leuke soort na de andere te snellen. Met enig succes, dat wel. Grote kruisbekken waren na een half uurtje wachten present en showden fraai hun kolossale snavels. Goeie soort en al enkele dagen ter plaatse in de Staatsbossen, even ten noorden van Westerslag, tijdens het weekend een goede plek om andere vogelaars te ontmoeten. Aan de andere kant van het eiland stal een sneeuwgors de show. Liet zich op de parkeerplaats bij paal 28 tot op enkele meters benaderen. Dat was vrijdag. Zaterdag een reeks fijne soorten. Twee soorten franjepoot, roodhalsgans, mooie bladkoning, jagende slechtvalk, roodhalsfuut en een uiteindelijk voor allen succesvolle jacht op hop. Het was smullen. Vooral die hop was een belevenis. En we mogen ons gelukkig prijzen dat Toon hem de eerste twee keer dat we de vogel zagen, telkens nog gemist had. Anders hadden we misschien niet de moeite genomen ons naar de tuintjes te haasten toen de vogel daar gemeld werd. Want dat werd wel onze ultieme hop. Hadden we hem tot dat moment alleen nog maar over ons heen zien vliegen, daar zat de vogel langdurig te foerageren op het wandelpad en doordat de toegesnelde meute zich toen voorbeeldig gedroeg, ja dat mag ook weleens gezegd worden, kregen we uitgebreid de kans hem te observeren. Een buitenkansje. Zo mooi nooit eerder in Nederland.
Zondag hebben we wat meer de tijd genomen om te struinen en zelf iets te vinden. Met kleine bonte specht op de Robbenjager als resultaat: erg leuk voor Texel maar toch niet waarvoor je als Utrechter de verre reis onderneemt. Uiteindelijk kwam het toch weer neer op lekker struinen en zoeken terwijl anderen de zeldzaamheid vinden. En zo moesten we toch weer achter de soort van de dag aan: ijsduiker in zomerkleed op de Waddenzee bij de IJzeren Kaap. Nieuw voor dit jaar, wat mij betreft, nieuw voor Texel, maar vooral dat zomerkleed! Nog nooit gezien, dus dat was wel een snelle actie waard.
Net toen we daar weer wegreden, zomerkleed ijsduiker in de tas, werd een vaaltje gemeld, in vlucht in de buurt van de ijsduiker. Nou ja, pech, omkeren had geen zin, dachten we, dat beest was allang weer verder gevlogen. Kwartiertje later: nog steeds ter plaatse, dus het had toch wel gekund. Nou ja, nu zou het wel te laat zijn, omkeren had geen zin meer. Daarna idem. En idem. Tot we tenslotte toch maar terug gingen. En te laat waren.
Maandag was het Dutchbirdingweekend voorbij en verhuisde ik van de Krim naar Prins Hendrik om me bij de familie te voegen. Nu werd het pas echt een andere manier van Texel beleven. Met de fiets, en met de familie. Dus wat meer rust, wat meer de tijd genomen om te genieten van het prachtige nazomerweer en van de overweldigende kleurenrijkdom die de herfst over het eiland had uitgestort. Al zullen wellicht niet alle betrokkenen dat van die rust en die tijd beamen. Want ik was natuurlijk toch nog de meeste tijd op pad. Gestruind door de duinen rond De Muy, gezworven over de Slufter, vanaf de buitenste duinen over zee staan kijken en vanaf de waddendijk de Schorren en de kwelders afgezocht en Utopia natuurlijk, immers vlak om de hoek. Geen grote zeldzaamheden hoor, maar het was #genieten, met strandleeuweriken, kluten, kanoeten, rosse grutto’s, zilverplevieren, lepelaars, kleine zilverreiger, noem maar op. En weer terug was er telkens weer ons parkje, het ritselende herfstgoud, de mussen in de hagen, de koperwieken, de putters en verderop de molen van De Bol die fier stond temidden van de omringende wateren. Heerlijk terugkomen is dat. En heerlijk boodschappen doen ook, naar Oosterend: langs De Bol en de molen, langs de Waddendijk en indien gewenst langs het wad, langs de Krassenkeet, door het stille Oost en door Texels onvolprezen polderland om uiteindelijk te belanden in misschien wel het meest pittoreske, het meest knusse en sfeervolle dorp van het eiland, met zijn machtige kerkje omgeven door smalle straatjes en oude huisjes.
Maar uiteindelijk draaide het toch allemaal weer uit op een megatwitch. Eerst was er nog die vermeende aziatische roodborsttapuit in de Tuintjes. Ik was met Renske in de Slufter toen de melding kwam en al gauw haastten we ons naar het noorden. Aan de vogel wordt door velen getwijfeld maar ik geloof er nog wel in. Wat sommigen er ook over zeggen, de vogel oogde bleek van onder en koud van boven. Niet minder bleek en koud dan sommige eerdere, aanvaarde gevallen. Ontbreken van wenkbrauwstreep zie je ook bij diverse eerdere gevallen terug. De behoorlijk zwart ogende ondervleugeldekveren en de ogenschijnlijk (vrijwel?) ongestreepte rossige stuit die sommige (hoewel matige) foto’s laten zien, lijken het geval ook wel goed te doen, evenals de handpenprojectie die me bij vergelijking van diverse foto's wat aan de lange kant lijkt voor gewone. Daarnaast noemt de Kenmerkengids bij eerste winter onder andere nog de lichte, zandkleurige randen aan veren op bovendelen en kruin die brede lichte banen vormen: daar zie ik op foto's in elk geval op de rug wel iets van terug. En de brede, crèmekleurige randen aan tertials en armpennen die een groot licht vleugelpaneel vormen. Ook dat is op de foto’s wel te zien. Maar de twijfels blijven en dat neemt toch iets weg van de glans van zo’n soort.
De echte klapper kwam een dag later. Ik meende me een ontspannen ochtendje struinen door de Nederlanden te kunnen veroorloven, zonder telescoop op mijn rug te hoeven mee zeulen, toen ineens die melding: BLONDE TAPUIT! Op dat moment amper twintig minuten fietsen van me vandaan, dus er was geen keus. Nat van het zweet ter plaatse, waar de vogel, inmiddels tot westelijke benoemd, gelukkig nog in beeld was. En nog meer gelukkig mocht ik wel door enkele collegiale telescopen gluren: lifer! ’s Middags, nadat we Esther bij de boot hadden afgezet, nogmaals en nu met zijn drieën bij de vogel wezen kijken. Uiteraard nu wel mijn telescoop mee, zodat ik uitvoerig de tijd voor hem kon nemen. Hij zat niet heel dichtbij maar liet zich toch fraai bekijken, foeragerend op de hooiberg. Een prachtige vogel. Een zonnige vogel ook: de warme, bijna oranjeachtige kleuren op rug en borst maken er naar alle waarschijnlijkheid een westelijke van. Derde voor Nederland. Intussen was het aangenaam toeven in het namiddagzonnetje, terwijl een journalist van TV-Noord enkele van de aanwezigen interviewde. Een hoofdrol was er natuurlijk voor de ontdekker, Koen Stork, scholier nog die echter zijn kwaliteiten al bewezen had tijdens de misterybird-competitie afgelopen zaterdag (had hij deze tapuit afgelopen weekend gevonden, dan had-ie twee verrekijkers gewonnen). Ook mezelf zag ik later kort terug in het filmpje op de site van TV-Noord.
Het was een heerlijke kers op de taart. Dat na de bijna zomerse sferen tot nu toe het weer ineens omsloeg mocht de pret niet drukken. Harde wind, prachtige buienluchten, af en toe een behoorlijk nat pak, ach, dat hoort er ook bij. Op de zeereep uitkijken over een woeste zee, hoge golven, witte koppen, zeekoeten die door de golfdalen snellen, een roodkeelduiker hier en een roodkeelduiker daar, machtige jannen van gent en een grauwe pijl aan de horizon, het is allemaal bepaald geen straf. En dat ik een vale lijster op buureiland Vlieland aan me voorbij moest laten gaan … Er was nog de optie van een boottocht van Texel naar Vlieland, maar 100 euro, ik weet niet waar precies de grens ligt van wat een twitch mag kosten, aan tijd, aan moeite, aan inbreuk op je vakantie en ook aan geld, maar het leek me op dat moment dat die grens onder de 100 euro lag. Misschien denk ik daar een volgende keer anders over maar ach, het deed even zeer, ik zal dat niet ontkennen, maar uiteindelijk kan ik wel leven zonder vale lijster, al geldt natuurlijk hetzelfde voor die 100 euro. Hoe dan ook, over een jaar ben ik die vale lijster vergeten. Die westelijke blonde tapuit zeker niet.
22 oktober 2017
Zondag hebben we wat meer de tijd genomen om te struinen en zelf iets te vinden. Met kleine bonte specht op de Robbenjager als resultaat: erg leuk voor Texel maar toch niet waarvoor je als Utrechter de verre reis onderneemt. Uiteindelijk kwam het toch weer neer op lekker struinen en zoeken terwijl anderen de zeldzaamheid vinden. En zo moesten we toch weer achter de soort van de dag aan: ijsduiker in zomerkleed op de Waddenzee bij de IJzeren Kaap. Nieuw voor dit jaar, wat mij betreft, nieuw voor Texel, maar vooral dat zomerkleed! Nog nooit gezien, dus dat was wel een snelle actie waard.
Net toen we daar weer wegreden, zomerkleed ijsduiker in de tas, werd een vaaltje gemeld, in vlucht in de buurt van de ijsduiker. Nou ja, pech, omkeren had geen zin, dachten we, dat beest was allang weer verder gevlogen. Kwartiertje later: nog steeds ter plaatse, dus het had toch wel gekund. Nou ja, nu zou het wel te laat zijn, omkeren had geen zin meer. Daarna idem. En idem. Tot we tenslotte toch maar terug gingen. En te laat waren.
Maandag was het Dutchbirdingweekend voorbij en verhuisde ik van de Krim naar Prins Hendrik om me bij de familie te voegen. Nu werd het pas echt een andere manier van Texel beleven. Met de fiets, en met de familie. Dus wat meer rust, wat meer de tijd genomen om te genieten van het prachtige nazomerweer en van de overweldigende kleurenrijkdom die de herfst over het eiland had uitgestort. Al zullen wellicht niet alle betrokkenen dat van die rust en die tijd beamen. Want ik was natuurlijk toch nog de meeste tijd op pad. Gestruind door de duinen rond De Muy, gezworven over de Slufter, vanaf de buitenste duinen over zee staan kijken en vanaf de waddendijk de Schorren en de kwelders afgezocht en Utopia natuurlijk, immers vlak om de hoek. Geen grote zeldzaamheden hoor, maar het was #genieten, met strandleeuweriken, kluten, kanoeten, rosse grutto’s, zilverplevieren, lepelaars, kleine zilverreiger, noem maar op. En weer terug was er telkens weer ons parkje, het ritselende herfstgoud, de mussen in de hagen, de koperwieken, de putters en verderop de molen van De Bol die fier stond temidden van de omringende wateren. Heerlijk terugkomen is dat. En heerlijk boodschappen doen ook, naar Oosterend: langs De Bol en de molen, langs de Waddendijk en indien gewenst langs het wad, langs de Krassenkeet, door het stille Oost en door Texels onvolprezen polderland om uiteindelijk te belanden in misschien wel het meest pittoreske, het meest knusse en sfeervolle dorp van het eiland, met zijn machtige kerkje omgeven door smalle straatjes en oude huisjes.
Maar uiteindelijk draaide het toch allemaal weer uit op een megatwitch. Eerst was er nog die vermeende aziatische roodborsttapuit in de Tuintjes. Ik was met Renske in de Slufter toen de melding kwam en al gauw haastten we ons naar het noorden. Aan de vogel wordt door velen getwijfeld maar ik geloof er nog wel in. Wat sommigen er ook over zeggen, de vogel oogde bleek van onder en koud van boven. Niet minder bleek en koud dan sommige eerdere, aanvaarde gevallen. Ontbreken van wenkbrauwstreep zie je ook bij diverse eerdere gevallen terug. De behoorlijk zwart ogende ondervleugeldekveren en de ogenschijnlijk (vrijwel?) ongestreepte rossige stuit die sommige (hoewel matige) foto’s laten zien, lijken het geval ook wel goed te doen, evenals de handpenprojectie die me bij vergelijking van diverse foto's wat aan de lange kant lijkt voor gewone. Daarnaast noemt de Kenmerkengids bij eerste winter onder andere nog de lichte, zandkleurige randen aan veren op bovendelen en kruin die brede lichte banen vormen: daar zie ik op foto's in elk geval op de rug wel iets van terug. En de brede, crèmekleurige randen aan tertials en armpennen die een groot licht vleugelpaneel vormen. Ook dat is op de foto’s wel te zien. Maar de twijfels blijven en dat neemt toch iets weg van de glans van zo’n soort.
De echte klapper kwam een dag later. Ik meende me een ontspannen ochtendje struinen door de Nederlanden te kunnen veroorloven, zonder telescoop op mijn rug te hoeven mee zeulen, toen ineens die melding: BLONDE TAPUIT! Op dat moment amper twintig minuten fietsen van me vandaan, dus er was geen keus. Nat van het zweet ter plaatse, waar de vogel, inmiddels tot westelijke benoemd, gelukkig nog in beeld was. En nog meer gelukkig mocht ik wel door enkele collegiale telescopen gluren: lifer! ’s Middags, nadat we Esther bij de boot hadden afgezet, nogmaals en nu met zijn drieën bij de vogel wezen kijken. Uiteraard nu wel mijn telescoop mee, zodat ik uitvoerig de tijd voor hem kon nemen. Hij zat niet heel dichtbij maar liet zich toch fraai bekijken, foeragerend op de hooiberg. Een prachtige vogel. Een zonnige vogel ook: de warme, bijna oranjeachtige kleuren op rug en borst maken er naar alle waarschijnlijkheid een westelijke van. Derde voor Nederland. Intussen was het aangenaam toeven in het namiddagzonnetje, terwijl een journalist van TV-Noord enkele van de aanwezigen interviewde. Een hoofdrol was er natuurlijk voor de ontdekker, Koen Stork, scholier nog die echter zijn kwaliteiten al bewezen had tijdens de misterybird-competitie afgelopen zaterdag (had hij deze tapuit afgelopen weekend gevonden, dan had-ie twee verrekijkers gewonnen). Ook mezelf zag ik later kort terug in het filmpje op de site van TV-Noord.
Het was een heerlijke kers op de taart. Dat na de bijna zomerse sferen tot nu toe het weer ineens omsloeg mocht de pret niet drukken. Harde wind, prachtige buienluchten, af en toe een behoorlijk nat pak, ach, dat hoort er ook bij. Op de zeereep uitkijken over een woeste zee, hoge golven, witte koppen, zeekoeten die door de golfdalen snellen, een roodkeelduiker hier en een roodkeelduiker daar, machtige jannen van gent en een grauwe pijl aan de horizon, het is allemaal bepaald geen straf. En dat ik een vale lijster op buureiland Vlieland aan me voorbij moest laten gaan … Er was nog de optie van een boottocht van Texel naar Vlieland, maar 100 euro, ik weet niet waar precies de grens ligt van wat een twitch mag kosten, aan tijd, aan moeite, aan inbreuk op je vakantie en ook aan geld, maar het leek me op dat moment dat die grens onder de 100 euro lag. Misschien denk ik daar een volgende keer anders over maar ach, het deed even zeer, ik zal dat niet ontkennen, maar uiteindelijk kan ik wel leven zonder vale lijster, al geldt natuurlijk hetzelfde voor die 100 euro. Hoe dan ook, over een jaar ben ik die vale lijster vergeten. Die westelijke blonde tapuit zeker niet.
22 oktober 2017
Abonneren op:
Posts (Atom)

















