vrijdag 10 juli 2026

Moerputten

Soms vind ik het best lastig om een bestemming te vinden voor mijn wekelijkse dagtochtje. Ik weet het, een luxeprobleem van heb ik jou daar, als dat je grootste probleem is heb je niks te klagen maar ik zit er maar mee. Zoals deze zondag. Gisteren roodkeelstrandloper in de Markerwadden: zou nog een lifer voor me zijn. Maar onbereikbaar. De boten waren tet en met vandaag volgeboekt en de vogel bleek trouwens vandaag vertrokken. Dus dat de boten volgeboekt waren, was achteraf een zegen. Dan maar grote kanoet op Texel? Ik wist dat nog zo net niet. Die moest eerst nog maar eens teruggevonden worden (want gistermiddag bij laag water het wad op gevlogen) en dan was het waarschijnlijk te laat voor een dagje Texel. En eerlijk gezegd koesterde ik de vogel van tien jaar geleden. Geen lifer dus, dus ik zat nog niet om dergelijk avontuur te springen. Maar ja, vergeleken bij die grootheden waren alle alternatieven natuurlijk onbeduidend, bijzaak. In arren moede volgde ik dan maar (voor het eerst) Renskes tip op: ik ging naar de Moerputten en de omringende Vughtse Gement. En dat bleek een gouden tip. Hooilanden, ruigtelanden, beetje plasdras, bosranden, kwartels, oranje zandoogjes, veldleeuweriken en de Moerputten: weelderig moerasbos dat achter zijn bosranden als een plaatselijk geheim een langgerekte plas verbergt met rietoevers en uitgestrekte waterlelie- en plompenvelden, prachtig te bezichtigen vanaf de Moerputttenbrug: een oude spoorbrug die in de lengterichting de plas doorkruist en is omgevormd tot voetgangersbrug. Een ware toeristische attractie, wat natuurlijk niet helemaal overeenkomt met dat idee van dat plaatselijke geheim. Natuurmonumenten maakte er dan ook volop reclame voor. En terecht; een mooie plek was het.
Minstens zo mooi waren de bloemen- en vlinderweiden die achter het bos lagen: prachtige bloemrijke veldjes waar het als even de zon scheen (wat-ie maar af en toe deed en telkens best kort) wemelde van de vlinders. En hier huisde ook het paradepaardje van het gebied: het pimpernelblauwtje. De Moerputten vormen een van de weinige plekken in Nederland waar de soort voorkomt. Zou voor mij een lifer zijn. Nou waren de omstandigheden verre van ideaal voor vlinders: aan de koele kant, winderig, meest grijs en soms zelfs miezerig. Maar toen ik ineens boven op een grote pimpernel dat blauwtje zag zitten dacht ik: dat moest hem wel zijn. Nou is een vlindertje op een pimpernel misschien nog niet perse een pimpernelblauwtje, maar bij deze klopte alles: niet de roestbruine vlekken van icarusblauwtje en niet de bijna witte ondervleugel van boomblauwtje, dan zijn de gangbare smaken al op en een zeldzaam blauwtje in de Moerputten, rustend op pimpernel, dat kan inderdaad alleen maar pimpernelblauwtje zijn. De egale zachtbruine tint op de ondervleugel met de boogjes van zwarte stippen en de witte vleugelrand klopten ook precies voor de soort. Later, op een van die zeldzame zonnige momenten, zag ik er ook vliegen en vielen ook de donkerblauwe randen op de bovenvleugel op. Het complete pimpernelblauwtje dus. Een lifer! En een gevoel van grote tevredenheid: het was toch weer gelukt iets moois te maken van mijn vrije zondag.

5 juli 2026


Mijn weblogkasteel







Geen opmerkingen:

Een reactie posten