Mooie, strakke en egale fietspaden voerden Lelystad uit en de polder in, maar ineens stuurde Google maps me zo het barre polderland in. Ja, er was een modderige kade of zo, langs een boerensloot en langs dicht struikgewas, maar dat kon de bedoeling toch niet zijn? Ik probeerde nog het weggetje verderop naar rechts maar dat leek dood te lopen op het terrein van het Rijvaardigheidscentrum Lelystad. In elk geval bleef mijn charmante assistente me maar toe roepen om om te keren. Dus dit dijkje moest het zijn, recht de eindeloosheid van Flevoland in. Geen idee waar dat moest uitkomen.
Dat zijn zo de avonturen die je kunt meemaken als fietsende twitcher. Maar toen ik eenmaal het veilige asfalt van de Eendenweg had bereikt, was het met terugwerkende kracht eigenlijk een erg mooie route geweest. Langs ondoordringbaar struweel en onder een monumentale populierenlaan, langs woudreuzen vermoedelijk zo oud als de polder zelf, dwars door de uitgestrektheid van de Flevo. Slechtvalk over, dertien zilverreigers in het veld. De Eendenweg viel vergeleken daarmee eigenlijk wel een beetje tegen. De velden rondom waren het soort kale en eenvormige agro-industriële woestijnen die in Flevoland natuurlijk niet zeldzaam zijn maar die je niet verwacht op een plek waar een ruigpootbuizerd huist. Wat moet zo’n beest daar? Meestal tref ik die aan op verruigde terreinen waar ook verder van alles te halen valt maar hier slechts lege en verlaten akkers.
Toch zat-ie er. Na enig zoeken vond ik hem veelvuldig biddend boven het veld. Af en toe dook-ie naar de grond en was dan enige tijd half zichtbaar terwijl-ie wat door het gras struinde maar blijkbaar was-ie weinig succesvol (hoe kon het ook anders op zo’n doodse akker) want al gauw stond-ie weer te bidden boven het veld. Een mooie volwassen vrouw die alle relevante kenmerken liet zien: witte staart met donkere eindband, donkere buik, contrastrijke vleugels met brede donkere polsvlekken, uit het boekje. Met ook nog een mannetje smelleken in het veld en een mooie man blauwe kiekendief jagend boven het veld, had dit stukje Flevoland toch meer in zijn mars dan je op het eerste gezicht zou verwachten.
Het was een mooi begin van de dag. Die werd voortgezet bij de Oostvaardersplassen, vandaag gedegradeerd tot B-locatie. Kleine Praambult, Grote Praambult en op de terugweg nog even kijkhut de Grauwe Gans (Schollevaar en Zeearend waren door Staatsbosbeheer onbereikbaar gemaakt). Opzienbarende soorten leverde dat niet op maar de hier gebruikelijke specialiteiten waren voldoende voor een prettig vervolg van de dag. Zeearend natuurlijk. Vanaf de Kleine Praambult was heel ver weg een kasteel van een nest zichtbaar waarop af en toe iets bewoog en zich even boven de rand verhief. De tweede zeearend van de dag was leuker: een stuk dichterbij mooi in de top van een kale boom. Daar bleef het bij, wat zeearenden betreft, wat karig is voor een dagje Flevo. Maar met verder onder andere groepjes wilde zwanen, een brilduiker, pijlstaarten, vrouw blauwe kiekendief en matkop was ik best tevreden. En met ook nog buizerd, bruine kiekendief, havik, sperwer en torenvalk had ik vandaag maar liefst tien soorten roofvogel, als we daarbij tenminste heel ouderwets de valken meetellen, en dat vind ik een mooi aantal.
Ik sloot af met de humes bladkoning in de Hollandse Hout. Die riep af en toe fanatiek maar bleef de hele tijd hoog in de boomkruinen van een tamelijk dicht stukje dennenbos. Kansloze missie, maar horen is scoren: zeldzame soort op de jaarlijst!
16 januari 2022
donderdag 20 januari 2022
woensdag 12 januari 2022
Sliedrecht Baanhoek
Om even een paar leuke zeldzaamheden op te strijken, en omdat het beloofde een mooie winterdag te worden, en omdat ik toch niks beters te doen had, een ommetje van Sliedrecht Baanhoek naar Sliedrecht Baanhoek gedaan, via Alblasserdam en Dordrecht. Er vielen een paar buitjes meer dan voorspeld, maar dat was natuurlijk bijzaak. Hoofdzaak was de purperkoet, het Grote Blauwe Monster dat al enkele weken bij Alblasserdam verblijft. Die had ik een paar weken eerder ook al gezien maar het is pas de eerste voor Nederland (inmiddels hebben we er twee, zo snel kan het gaan) dus hoe vaak krijg je nog de kans? En was het niet nog geen vier jaar geleden tijdens mijn vogelreisje naar de Extremadura dat een van mijn grootste wensen het zien van mijn eerste purperkoet ooit was? Dus om te beginnen naar Alblasserdam gefietst, naar de Nieuwe Waterschap. Bij aankomst zat de vogel als het ware voor me klaar, op amper een paar meter afstand in de oever, waarna hij pal voor me langs naar de overkant zwom, zo dichtbij dat ik er zelfs met mijn telefoon een enigszins herkenbare foto van kon maken. Aan de overkant verdween-ie uiteindelijk in het riet, waar ik hem vervolgens niet vinden kon.
Purperkoet lijkt een nieuw verschijnsel in Noordwest Europa. Lijkt, ik houd nog even een slag om de arm want de optie ontsnapte kooivogel is nog niet voor iedereen helemaal van de baan, de CDNA moet ze ook nog erkennen, maar feit is dat de soort vanuit Zuid Europa met een opmars naar het noorden bezig is, dat zijn broedarealen minder ver weg liggen dan vroeger en dat de eerste purperkoeten voor Noordwest Europa al een tijdje werden voorspeld. Met ook recente gevallen in België en Duitsland lijkt het er dus op dat het zover is. Als er tenminste geen invasie van ontsnapte kooivogels plaatsvindt. De bijbehorende kooien zijn tot nu toe nog niet gevonden.
Na de purperkoet was het tijd voor de bruine boszanger anderhalve kilometer verderop, ook zeldzaam, zij het afkomstig uit heel andere windstreken, en typisch zo’n gevalletje van een zeldzaamheid die gevonden wordt op een plek waar iedereen naar een zeldzaamheid gaat kijken. Deze riep veel, een kort ‘tsjak’ of zoiets dat toch weer heel anders klinkt dan al die andere korte tsjakroepjes van andere kleine bruine vogeltjes, het is ongelooflijk hoeveel verschillende en allemaal herkenbare roepjes je kunt maken in een tiende van een seconde, en daardoor wist je steeds waar je zoeken moest. Af en toe liet hij zich kort mooi zien. Terug bij de purperkoet was ook die af en toe mooi in beeld, dichtbij, weliswaar diep in het riet maar af en toe bijna helemaal vrij. Waarna het tijd was om een uurtje te gaan fietsen.
Even buiten Dordrecht in de Louisapolder, nieuwe natuur van bosjes en struwelen in een bedding van oude, verruigde weilandpercelen, verblijft sinds enkele dagen een pestvogel. Pestvogels zijn populair en ook deze kreeg buitensporig veel aandacht. De rij auto’s geparkeerd langs het weggetje deed een spectaculaire zeldzaamheid vermoeden, op zijn minst een renvogel of vale spotvogel, maar de dicht opeengepakte menigte richtte de lenzen op ‘slechts’ een pestvogel. Een fotograaf naast me: ‘gisteren had ik er 70’. Wat-ie daar vandaag dan nog deed, dat wist hij zelf ook niet. Nou ja, ik was er zelf ook dus ik kan er niets van zeggen. De pestvogel was mooi, dat spreekt vanzelf, maar ik ben er gauw weer vertrokken.
Op weg naar de Kop van ’t Land tenslotte twee koereigers, mooi dichtbij op de akker en in het veld, allebei aan een andere kant van het weggetje. Daarmee was het weer volbracht. Missie geslaagd. Op weg naar Dordrecht alleen nog even een ommetje door de Sliedrechtse Biesbosch en daarna naar huis. Ik kom daar niet vaak, in de Sliedrechtse Biesbosch, heb daar meestal na mijn tochten door de Brabantse Biesbosch geen tijd voor en eigenlijk is dat jammer. Het is er mooi, vind ik, met die griendbossen langs overschaduwde slenken, de besloten weilanden, rietwildernissen en half afgestorven bosruïnes met tot ver weg een mêlee van dode bomen. Geen vogels van betekenis, zelf vind ik immers nooit iets, maar wel de Bui van de Dag die leidde tot een monumentale (dubbele) regenboog die zich fonkelend losmaakte uit een asgrauwe lucht. Die was een nat pak wel waard.
Van daar toch maar teruggefietst naar Sliedrecht Baanhoek, nauwelijks verder dan Stadspolders. Het werd dus geen ommetje door de Sliedrechtse Biesbosch maar het rondje Baanhoek was daarmee voltooid.
9 januari 2022
Zie ook: Koet
Purperkoet lijkt een nieuw verschijnsel in Noordwest Europa. Lijkt, ik houd nog even een slag om de arm want de optie ontsnapte kooivogel is nog niet voor iedereen helemaal van de baan, de CDNA moet ze ook nog erkennen, maar feit is dat de soort vanuit Zuid Europa met een opmars naar het noorden bezig is, dat zijn broedarealen minder ver weg liggen dan vroeger en dat de eerste purperkoeten voor Noordwest Europa al een tijdje werden voorspeld. Met ook recente gevallen in België en Duitsland lijkt het er dus op dat het zover is. Als er tenminste geen invasie van ontsnapte kooivogels plaatsvindt. De bijbehorende kooien zijn tot nu toe nog niet gevonden.
Na de purperkoet was het tijd voor de bruine boszanger anderhalve kilometer verderop, ook zeldzaam, zij het afkomstig uit heel andere windstreken, en typisch zo’n gevalletje van een zeldzaamheid die gevonden wordt op een plek waar iedereen naar een zeldzaamheid gaat kijken. Deze riep veel, een kort ‘tsjak’ of zoiets dat toch weer heel anders klinkt dan al die andere korte tsjakroepjes van andere kleine bruine vogeltjes, het is ongelooflijk hoeveel verschillende en allemaal herkenbare roepjes je kunt maken in een tiende van een seconde, en daardoor wist je steeds waar je zoeken moest. Af en toe liet hij zich kort mooi zien. Terug bij de purperkoet was ook die af en toe mooi in beeld, dichtbij, weliswaar diep in het riet maar af en toe bijna helemaal vrij. Waarna het tijd was om een uurtje te gaan fietsen.
Even buiten Dordrecht in de Louisapolder, nieuwe natuur van bosjes en struwelen in een bedding van oude, verruigde weilandpercelen, verblijft sinds enkele dagen een pestvogel. Pestvogels zijn populair en ook deze kreeg buitensporig veel aandacht. De rij auto’s geparkeerd langs het weggetje deed een spectaculaire zeldzaamheid vermoeden, op zijn minst een renvogel of vale spotvogel, maar de dicht opeengepakte menigte richtte de lenzen op ‘slechts’ een pestvogel. Een fotograaf naast me: ‘gisteren had ik er 70’. Wat-ie daar vandaag dan nog deed, dat wist hij zelf ook niet. Nou ja, ik was er zelf ook dus ik kan er niets van zeggen. De pestvogel was mooi, dat spreekt vanzelf, maar ik ben er gauw weer vertrokken.
Op weg naar de Kop van ’t Land tenslotte twee koereigers, mooi dichtbij op de akker en in het veld, allebei aan een andere kant van het weggetje. Daarmee was het weer volbracht. Missie geslaagd. Op weg naar Dordrecht alleen nog even een ommetje door de Sliedrechtse Biesbosch en daarna naar huis. Ik kom daar niet vaak, in de Sliedrechtse Biesbosch, heb daar meestal na mijn tochten door de Brabantse Biesbosch geen tijd voor en eigenlijk is dat jammer. Het is er mooi, vind ik, met die griendbossen langs overschaduwde slenken, de besloten weilanden, rietwildernissen en half afgestorven bosruïnes met tot ver weg een mêlee van dode bomen. Geen vogels van betekenis, zelf vind ik immers nooit iets, maar wel de Bui van de Dag die leidde tot een monumentale (dubbele) regenboog die zich fonkelend losmaakte uit een asgrauwe lucht. Die was een nat pak wel waard.
Van daar toch maar teruggefietst naar Sliedrecht Baanhoek, nauwelijks verder dan Stadspolders. Het werd dus geen ommetje door de Sliedrechtse Biesbosch maar het rondje Baanhoek was daarmee voltooid.
9 januari 2022
Zie ook: Koet
zondag 2 januari 2022
1 januari
Vogelaars, in elk geval veel van hen, zijn wel een beetje lijstjesmensen. Van van alles houden we een lijst bij. De moeder aller lijsten is natuurlijk de levenslijst: alle soorten die je ooit gezien hebt. Al dan niet in eigen land, daarover kan nog discussie bestaan. Goede tweede is de jaarlijst. Veel vogelaars houden een jaarlijst bij, al scheelt het fanatisme waarmee die jaarlijst wordt onderhouden sterk. En elk jaar begint die jaarlijst weer opnieuw, moet die weer vanaf 0 worden opgebouwd. Het aardige daarvan is dat dan alle soorten weer tellen, purperkoet of merel, het is allebei +1, dus je bent verplicht ook weer aandacht te besteden aan merel, en aan vink, koolmees, houtduif enzovoort. En omdat 1 januari dus altijd de dag is waarop je elke soort noteert, omdat immers elke soort nieuw is voor de jaarlijst, vormde zich bij mij vanzelf de 1-januarilijst: de lijst van alle soorten die ik ooit op 1 januari gezien heb. Met de jaarlijst komt de traditie om er op 1 januari op uit te trekken om meteen zoveel mogelijk soorten op de jaarlijst te krijgen, en wat mij betreft liefst een paar die nieuw zijn voor mijn 1-januarilijst: soorten die ik nog nooit eerder op 1 januari gezien heb.
Vandaag om het nieuwe jaar te openen een rondje rond Utrecht gedaan. Gagelpolder, Kooidijk, Groenekan, Beukenburg, Hoogekampse plas, park de Berekuil en de Laagravense plas waar hopelijk het pronkstuk van de dag wachtte: de dwergaalscholver die daar al meer dan een half jaar verblijft. Dwergaalscholver zou natuurlijk geweldig staan op mijn 1-januarilijst.
Het is een mooie winterdag. Zonnig en zacht; het KNMI sprak weer eens van een weerrecord, een mijlpaal dus, we maken weer eens iets mee en de onheilspellende implicaties daarvan schuiven we nog maar even voor ons uit. Langs de Kooidijk zat de steenuil prachtig bovenop zijn schuurdak om zich heen te kijken. Ook die is nieuw voor mijn 1-januarilijst, en ook die misstaat daar niet op. Smient, boomklever, glanskop, kievit, slobeend, ik verzamelde mijn 1 januari-soortjes met verve. Op het provinciekantoor zat zoals altijd een slechtvalk. En zo belandde ik via Lunetten bij de Laagravense plas.
Het was nog lastig zoeken bij de Laagravense, maar uiteindelijk kregen we dwergaalscholver in beeld, diep verscholen tussen de takken op het eilandje voor ons, maar door de telescoop best mooi zichtbaar, af en toe, als-ie zich rekte en dat schattige kopprofiel met dat lieve snaveltje aan ons toonde dat hem voor altijd het aangezicht verschaft van een klein kind. Maar hij is volwassen. (Ik schrijf wel ‘hij’, maar we weten niet of het een hij is of een zij. Dat kun je bij dwergaalscholver niet zien.) Talrijke witte vlekjes op kop en hals leken al te wijzen op een alweer aankomend broedkleed. Wellicht zal dat hem herinneren aan zijn bestemming: binnen niet al te lange tijd zal hij wel op zoek gaan naar een partner, die hij hier natuurlijk niet vinden kan, en vertrekken naar orden waar hij meer kans van slagen heeft. Na enige tijd ging-ie een stukje vliegen (nog niet op zoek naar …) waarna hij een tijdje op amper tien meter uit de kant op het water zwom en druk aan het vissen ging. Waarna hij weer opvloog, helemaal aan de overkant op het water ging zitten en tenslotte terugkeerde op zijn schuilplek op het eilandje. Voorlopig nog geen aanstalten om op reis te gaan.
Dat ik daarna ook nog een tweede steenuil had, prachtig bovenop een boomknot naast de nestkast langs de Marsdijk, deed voor de 1-januarilijst niet meer ter zake. Maar leuk was het wel.
1 januari 2022
Meer uit het Utrechtse: Bruine boszanger
Vandaag om het nieuwe jaar te openen een rondje rond Utrecht gedaan. Gagelpolder, Kooidijk, Groenekan, Beukenburg, Hoogekampse plas, park de Berekuil en de Laagravense plas waar hopelijk het pronkstuk van de dag wachtte: de dwergaalscholver die daar al meer dan een half jaar verblijft. Dwergaalscholver zou natuurlijk geweldig staan op mijn 1-januarilijst.
Het is een mooie winterdag. Zonnig en zacht; het KNMI sprak weer eens van een weerrecord, een mijlpaal dus, we maken weer eens iets mee en de onheilspellende implicaties daarvan schuiven we nog maar even voor ons uit. Langs de Kooidijk zat de steenuil prachtig bovenop zijn schuurdak om zich heen te kijken. Ook die is nieuw voor mijn 1-januarilijst, en ook die misstaat daar niet op. Smient, boomklever, glanskop, kievit, slobeend, ik verzamelde mijn 1 januari-soortjes met verve. Op het provinciekantoor zat zoals altijd een slechtvalk. En zo belandde ik via Lunetten bij de Laagravense plas.
Het was nog lastig zoeken bij de Laagravense, maar uiteindelijk kregen we dwergaalscholver in beeld, diep verscholen tussen de takken op het eilandje voor ons, maar door de telescoop best mooi zichtbaar, af en toe, als-ie zich rekte en dat schattige kopprofiel met dat lieve snaveltje aan ons toonde dat hem voor altijd het aangezicht verschaft van een klein kind. Maar hij is volwassen. (Ik schrijf wel ‘hij’, maar we weten niet of het een hij is of een zij. Dat kun je bij dwergaalscholver niet zien.) Talrijke witte vlekjes op kop en hals leken al te wijzen op een alweer aankomend broedkleed. Wellicht zal dat hem herinneren aan zijn bestemming: binnen niet al te lange tijd zal hij wel op zoek gaan naar een partner, die hij hier natuurlijk niet vinden kan, en vertrekken naar orden waar hij meer kans van slagen heeft. Na enige tijd ging-ie een stukje vliegen (nog niet op zoek naar …) waarna hij een tijdje op amper tien meter uit de kant op het water zwom en druk aan het vissen ging. Waarna hij weer opvloog, helemaal aan de overkant op het water ging zitten en tenslotte terugkeerde op zijn schuilplek op het eilandje. Voorlopig nog geen aanstalten om op reis te gaan.
Dat ik daarna ook nog een tweede steenuil had, prachtig bovenop een boomknot naast de nestkast langs de Marsdijk, deed voor de 1-januarilijst niet meer ter zake. Maar leuk was het wel.
1 januari 2022
Meer uit het Utrechtse: Bruine boszanger
woensdag 29 december 2021
Purperkoet 2
Voor de aller aller aller zekerste zekerheid vandaag ook maar naar de tweede purperkoet van Nederland geweest, in een plasdrasje nabij Zevenhuizen. Want niets lijkt aanvaarding van dit geval in de weg te staan. Onberispelijke vogel zonder aanwijsbare beschadiging en nog een eerstejaars ook. Voor een soort waarvan ook na zorgvuldig speuren in Nederland en omstreken nog altijd geen vogels in gevangenschap zijn aangetroffen (de paar eerdere gevallen in Nederland, alle als escape beschouwd, betroffen dan ook allemaal grijskoppurperkoet, die wel in Nederland gehouden wordt) en waarvan bovendien kwekers zeggen dat voorplanting in gevangenschap tot nu toe vrijwel onmogelijk is gebleken, moet dat voldoende zijn. Eventueel gebrek aan ‘vagrancypotential’, het veronderstelde vermogen om zo ver van zijn broedgebied te verschijnen, lijkt geen beletsel: het is weliswaar overwegend een standvogel maar er is een geval aanvaard in Engeland en er zijn nachtelijke geluidsopnamen van overtrekkende purperkoeten honderden kilometers van hun broedgebieden vandaan. Daarbij is er natuurlijk die opmerkelijke samenloop van omstandigheden: met de vogel van Alblasserdam plus eentje in november in België en eerder eentje in Duitsland zitten we met vier gevallen de afgelopen maanden. Alle ongeringd. Vier ongeringde escapes van een soort met ringplicht die bovendien in noordwest Europa niet of nauwelijks gehouden blijkt te worden, het lijkt toch wat teveel van het goede. Een influxje is aannemelijker.
De vogel van Alblasserdam heeft ietsje minder goede papieren. Die zit met een licht beschadigde vleugel, al zou die beter verklaard worden door foerageergedrag in stug riet dan door een kooi. Bovendien zijn er foto’s waarop die vliegend in beeld is dus met de schade valt het nogal mee. En zijn status als eerstejaarsvogel is geloof ik nog niet onomstotelijk vastgesteld, al zijn er grondige analyses die daar wel op wijzen. Het door sommigen waargenomen tamme gedrag kan hoe dan ook geen bezwaar zijn: niet ongebruikelijk voor vogels in Zuid Spanje en -Portugal. En ook deze heeft natuurlijk de ondersteuning van de samenloop van omstandigheden. Deze op dubieuze gronden afdoen als escape terwijl er her en der in de buurt wilde opduiken, het lijkt niet erg voor de hand te liggen.
Ik dacht, ik help de commissie maar even.
Maar toch, voor de aller aller aller zekerste zekerheid, vandaag toch maar naar Zevenhuizen geweest
Het was helaas helemaal de verkeerde dag. Nat, grijs en stormachtig. Vooral de eerste uren viel er geregeld regen en al was ik daar goed op voorbereid, met die wind erbij was dat verre van comfortabel. En de vogel hield zich vooralsnog schuil. Wel zwom af en toe een waterhoen langs de rietrand, en als een waterhoen kon … Maar purperkoet kwam het riet niet uit. Smienten, wintertalingen, een zilverreiger, af en toe gezang van cetti’s zanger dat boven het ruisen van de storm uit klonk, sperwertje, gekrijs van een waterral. Rondje gefietst, geschuild in een bushokje en toen het droog werd terug naar de plek van de koet. En toen daar zelfs even de zon begon te schijnen, werd de vogel toch nog af en toe gezien, diep in het riet foeragerend. Zelf heb ik hem één keer één tel in beeld gehad: een groot blauw beest tussen de rietstengels, en alweer uit beeld. Veel was het niet geweest, maar herkenbaar. En Zevenhuizen was binnen. Voor de aller aller aller zekerste zekerheid, voor het onwaarschijnlijke geval dat de heren van de CDNA in al hun wijsheid mochten besluiten Alblasserdam niet te aanvaarden. En omdat het een prachtbeest is natuurlijk, al heb ik daar vandaag niet veel van gezien. Gelukkig hebben we Alblasserdam nog.
28 december 2021
Zie ook: Sliedrecht Baanhoek
De vogel van Alblasserdam heeft ietsje minder goede papieren. Die zit met een licht beschadigde vleugel, al zou die beter verklaard worden door foerageergedrag in stug riet dan door een kooi. Bovendien zijn er foto’s waarop die vliegend in beeld is dus met de schade valt het nogal mee. En zijn status als eerstejaarsvogel is geloof ik nog niet onomstotelijk vastgesteld, al zijn er grondige analyses die daar wel op wijzen. Het door sommigen waargenomen tamme gedrag kan hoe dan ook geen bezwaar zijn: niet ongebruikelijk voor vogels in Zuid Spanje en -Portugal. En ook deze heeft natuurlijk de ondersteuning van de samenloop van omstandigheden. Deze op dubieuze gronden afdoen als escape terwijl er her en der in de buurt wilde opduiken, het lijkt niet erg voor de hand te liggen.
Ik dacht, ik help de commissie maar even.
Maar toch, voor de aller aller aller zekerste zekerheid, vandaag toch maar naar Zevenhuizen geweest
Het was helaas helemaal de verkeerde dag. Nat, grijs en stormachtig. Vooral de eerste uren viel er geregeld regen en al was ik daar goed op voorbereid, met die wind erbij was dat verre van comfortabel. En de vogel hield zich vooralsnog schuil. Wel zwom af en toe een waterhoen langs de rietrand, en als een waterhoen kon … Maar purperkoet kwam het riet niet uit. Smienten, wintertalingen, een zilverreiger, af en toe gezang van cetti’s zanger dat boven het ruisen van de storm uit klonk, sperwertje, gekrijs van een waterral. Rondje gefietst, geschuild in een bushokje en toen het droog werd terug naar de plek van de koet. En toen daar zelfs even de zon begon te schijnen, werd de vogel toch nog af en toe gezien, diep in het riet foeragerend. Zelf heb ik hem één keer één tel in beeld gehad: een groot blauw beest tussen de rietstengels, en alweer uit beeld. Veel was het niet geweest, maar herkenbaar. En Zevenhuizen was binnen. Voor de aller aller aller zekerste zekerheid, voor het onwaarschijnlijke geval dat de heren van de CDNA in al hun wijsheid mochten besluiten Alblasserdam niet te aanvaarden. En omdat het een prachtbeest is natuurlijk, al heb ik daar vandaag niet veel van gezien. Gelukkig hebben we Alblasserdam nog.
28 december 2021
Zie ook: Sliedrecht Baanhoek
donderdag 23 december 2021
Utrechts glorie
Ook afgelopen winter dook weer de zwartkeellijster op in Hoograven. In Nieuwegein verbleef een siberische tjiftjaf. In het voorjaar een zwarte ooievaar bij Haarzuilens. Monniksgier bij Breukelen. Vale gier bij Breukelen. In de Zouweboezem broedde een paartje witvleugelsterns. In de nazomer op de voormalige vliegbasis Soesterberg eerst een morinelplevier en een paar weken later een grijze wouw. Een juveniele steppekiekendief langs de Kooidijk. Raddes boszanger te Amersfoort. Europese kanarie in Houten. Allemaal hele fijne soorten, allemaal zomaar om de hoek. En dan was er natuurlijk nog de dwergaalscholver die in juli verscheen langs de Lek bij Everdingen en daarna tot op heden verblijft op de Laagravense plas bij Utrecht stad. Het is een duizelingwekkende lijst. Utrecht sprak een woordje mee, dit jaar. En ook bij onze naaste buren was het nodige te beleven: een zingende struikrietzanger en een hop bij Waddinxveen en een rosse franjepoot in Ede. Nee, we hoefden niet ver te reizen om een paar fijne soorten op te strijken. Binnen een half uur met de trein kon je een hele mooie jaarlijst opbouwen.
En alsof dat allemaal nog niet genoeg was, werd vandaag een grote pieper gemeld, ter plaatse in het Wielrevelt bij Haarzuilens, vlak voorbij de Haarrijnse plas. Nou zit ik niet heel dik in mijn grote piepers en zeker niet aan de grond, dus daar besteedde ik graag mijn vrije uurtjes aan. Zodra ik kon ben ik dan ook op de fiets gestapt en die kant op gegaan. Prachtig winterweer, eindelijk, na dagen van grijsheid: heldere lucht, volop zon en berijpte weilanden. Bijzaak natuurlijk. Ter plaatse op het Wielrevelt stonden we al gauw met een man/vrouw of tien te wachten op de dingen die komen gingen. We hoefden niet lang te wachten. Ineens zat-ie daar, een onberispelijke grote pieper. Forse gestalte, hoog op de poten en met een markante, wat strenge koptekening. Niet al te ver weg scharrelde hij door het gras. Af en toe verscholen achter een graspol, af en toe prachtig en geheel vrij zichtbaar. Door de telescoop een plaatje. Misschien wel mijn mooiste grote pieper ooit. Af en toe vloog-ie een stukje en af en toe liet hij daarbij zijn kenmerkende, rauwe vluchtroep horen. Wat altijd meegenomen is, want geen betere manier om die roep goed te leren kennen.
Het is natuurlijk geen zeearend, het is niet een groots en meeslepend ding dat bij elke passant een onverwoestbare indruk achterlaat, maar in al zijn bescheidenheid is grote pieper toch erg de moeite waard: een schaarse doortrekker, vooral langs de kust, die maar heel af en toe in de winter blijft hangen. Een buitenkansje dus om die zo dicht bij huis zo mooi te zien te krijgen. Je voelt je dan toch een beetje bevoorrecht om in Utrecht te wonen. Het was een mooie afsluiter van het Utrechtse vogeljaar!
21 december 2021
Meer uit het Utrechtse: 1 januari
En alsof dat allemaal nog niet genoeg was, werd vandaag een grote pieper gemeld, ter plaatse in het Wielrevelt bij Haarzuilens, vlak voorbij de Haarrijnse plas. Nou zit ik niet heel dik in mijn grote piepers en zeker niet aan de grond, dus daar besteedde ik graag mijn vrije uurtjes aan. Zodra ik kon ben ik dan ook op de fiets gestapt en die kant op gegaan. Prachtig winterweer, eindelijk, na dagen van grijsheid: heldere lucht, volop zon en berijpte weilanden. Bijzaak natuurlijk. Ter plaatse op het Wielrevelt stonden we al gauw met een man/vrouw of tien te wachten op de dingen die komen gingen. We hoefden niet lang te wachten. Ineens zat-ie daar, een onberispelijke grote pieper. Forse gestalte, hoog op de poten en met een markante, wat strenge koptekening. Niet al te ver weg scharrelde hij door het gras. Af en toe verscholen achter een graspol, af en toe prachtig en geheel vrij zichtbaar. Door de telescoop een plaatje. Misschien wel mijn mooiste grote pieper ooit. Af en toe vloog-ie een stukje en af en toe liet hij daarbij zijn kenmerkende, rauwe vluchtroep horen. Wat altijd meegenomen is, want geen betere manier om die roep goed te leren kennen.
Het is natuurlijk geen zeearend, het is niet een groots en meeslepend ding dat bij elke passant een onverwoestbare indruk achterlaat, maar in al zijn bescheidenheid is grote pieper toch erg de moeite waard: een schaarse doortrekker, vooral langs de kust, die maar heel af en toe in de winter blijft hangen. Een buitenkansje dus om die zo dicht bij huis zo mooi te zien te krijgen. Je voelt je dan toch een beetje bevoorrecht om in Utrecht te wonen. Het was een mooie afsluiter van het Utrechtse vogeljaar!
21 december 2021
Meer uit het Utrechtse: 1 januari
zondag 19 december 2021
Koet
Een nieuwe, zoveelste vogelsensatie of een hoax? Met andere woorden: de eerste purperkoet voor Nederland of een ontsnapte kooivogel? De discussie daarover zal nog wel even voortduren maar ik wilde de ontknoping maar niet afwachten, better safe than sorry, immers, je kunt er beter mee dan om verlegen zitten zoals Janneke altijd zegt en bovendien, wat ook zijn herkomst, het is sowieso een prachtige vogel. Dus vanmorgen de trein genomen naar Geldermalsen, van daar die naar Sliedrecht Baanhoek en op de fiets naar Alblasserdam. Daar, even buiten het dorp in de oever van wat op de kaart Het Nieuwe Waterschap heet, waar verderop al de eerste molen van werelderfgoed Kinderdijk uit de mist opdoemde want het was weer eens grijs en miezerig vandaag, daar dus: purperkoet. Ik bofte: hij zat meteen voor me klaar en toonde al zijn uitbundige blauwe en rode tinten die zo detoneerden in de grauwheid van de Hollandse polderwinter. Beter zicht nog had ik vanaf de overkant, vanaf het fietspad tussen Het Nieuwe Waterschap en het Groote of Achterwaterschap. Prachtig zat-ie daar langs de rietrand tegenover, zwom vervolgens de vaart over en verdween pal voor ons in het riet waar-ie met veel moeite af en toe in stukjes zichtbaar was terwijl-ie aan de rietstengels zat te plukken.
Na een tijdje was ik er klaar mee, fietste naar de Lekdijk en maakte onderweg een paar fotootjes van molens in de mist. Het mag dan een beetje een toeristisch cliché zijn, mooi is het daar wel. En authentiek: dit is niet aangelegd ten behoeve van het internationale toerisme. Dit bestond allang voordat een stroom van Japanners, Duitsers, Amerikanen en rijke Russen alles wat in dit land het aanzien waard is, begon te overspoelen.
Terug bij de koet zat die nog steeds diep in het riet aan de rietstengels te plukken, nog steeds af en toe in stukjes zichtbaar. Later, terug aan de kant van Alblasserdam waar een lange rij vogelaars stond te wachten tot dit wereldwonder zich weer bloot wilde geven, liet die zich sporadisch een beetje zien. Degenen die na mij waren gearriveerd, hadden duidelijk minder geluk gehad dan ik. Maar het was er weer erg gezellig. Wat we in deze duistere tijden overigens niet perse zouden moeten toejuichen.
Na een tijdje was ik er klaar mee, fietste naar de Lekdijk en maakte onderweg een paar fotootjes van molens in de mist. Het mag dan een beetje een toeristisch cliché zijn, mooi is het daar wel. En authentiek: dit is niet aangelegd ten behoeve van het internationale toerisme. Dit bestond allang voordat een stroom van Japanners, Duitsers, Amerikanen en rijke Russen alles wat in dit land het aanzien waard is, begon te overspoelen.
Terug bij de koet zat die nog steeds diep in het riet aan de rietstengels te plukken, nog steeds af en toe in stukjes zichtbaar. Later, terug aan de kant van Alblasserdam waar een lange rij vogelaars stond te wachten tot dit wereldwonder zich weer bloot wilde geven, liet die zich sporadisch een beetje zien. Degenen die na mij waren gearriveerd, hadden duidelijk minder geluk gehad dan ik. Maar het was er weer erg gezellig. Wat we in deze duistere tijden overigens niet perse zouden moeten toejuichen.
dinsdag 14 december 2021
Een geweldig weekend
Het was een geweldig weekend. Ajax verloren? Nou ja, dat overleef ik wel. Max? Bijzaak natuurlijk, ook al kan ik niet ontkennen dat ook ik ergens diep van binnen een sprankje euforie voelde toen ik op weg naar huis las dat-ie het wonderbaarlijkerwijze toch geflikt had. In het licht van alle rottigheid in de wereld die onophoudelijk op ons afkomt, heeft het natuurlijk geen betekenis. Hoeft ook niet.
Terwijl de ene helft van de mensheid somberde vanwege het sombere weer en de andere helft bijna op tilt sloeg van de verzengende spanning vanwege Max’ vorderingen in Abu Dinges, struinde ik in de schaduw van nieuwbouwflats van Oegstgeest langs de ruige oever van een stadsvijver. En langs een boomsingel in het naastliggende plantsoen. En door de Klaas Hennepoelpolder achter ons. Ja, als vogelaar kom je nog eens ergens. Alles voor bruine boszanger. Maar die wilde daar niets van weten. Terwijl Max in Abu Dinges al bij de start zijn leidende positie verspeelde, speurde ik in bosjes en langs rietranden. Terwijl Max op langzamerhand onoverbrugbare afstand werd gezet, checkte ik koolmezen, een heggenmus, winterkoninkjes en roodborsten die allemaal koolmezen, een heggenmus, winterkoninkjes en roodborsten bleken. Het leukste was nog een rietgors. Oké, dat werd hem niet, ik stapte op de fiets, terug naar station Leiden maar ik had nog geen honderd meter afgelegd of: bruine boszanger. Onmiskenbaar waren de smakkende roepjes die ik hoorde uit net dat rijtje struiken dat ik tot nu toe nou juist nog niet gecheckt had. Ik kreeg daar uiteindelijk niet meer dan een korte flits van hem te zien, maar even later vonden we hem terug bij de vijver waar-ie het vaakst gezien wordt en ook vanmorgen nog gezien was en tenslotte liet-ie zich geruime tijd prachtig zien in takkenbossen die daar laag boven het water hangen. Onverstoorbaar was-ie aan het foerageren en het badderen, tot een plaatselijke roodborst hem verjoeg. Dat is nou wat mij euforisch maakt. Ook al heeft ook dat natuurlijk geen betekenis in het licht van alle rottigheid in de wereld die onophoudelijk op ons afkomt. Maar het is dus wel een treintje later geworden.
En dat was dan nog de zondag. Nog feestelijker was de zaterdag geweest, al was het maar omdat toen waar ik was de zon volop scheen. Maar ook dat was bijzaak. Ik had na een paar wat tammere weekends weer eens zin in waarlijk avontuur. Dus de trein naar Groningen genomen, het boemeltje naar Eemshaven en uitgestapt in Uithuizen, midden in de Groningse achterlanden. Eindeloze platheid om je heen: Nederlandser krijg je het niet. Prachtig, helder weer, de zon laag boven de zuidoostelijke horizon en koud. Doel deze zaterdag was de kaspische plevier die alweer een week of twee verblijf houdt op de laatste akkers bij Uithuizen voordat de zeedijk het waddengebied aankondigt. Dat leek wel goed te komen want de eerste melding was al binnen en ik zag ze verderop al over de akker staan turen. Maar toen ik naast me roepjes van frater hoorde, moest eerst dat nog even gecheckt. Ook een nieuwe jaarsoort immers. Toen al na korte tijd twee vogels uit de ruigte opvlogen en verdwenen en het vervolgens stil was, was het tijd voor de kasp. Die in de tussentijd natuurlijk best vertrokken had kunnen zijn. Maar dat was-ie niet. De eerste oneffenheid die me in de akker opviel (dat was ‘m natuurlijk niet, zo gemakkelijk kon het niet zijn, was vast een plukje plantenresten of zo), dat was ‘m. Meteen bij aankomst: zo wil je ze wel vaker. De vogel holde in grote naarstigheid over de akker, stond vrijwel nooit stil en naderde af en toe tot misschien maar twintig meter. Schitterend! En kon een paar momenten later alweer honderd meter verderop lopen. Maar hij was vaak genoeg dichtbij om voor een onuitwisbare herinnering te zorgen. Iets waar anderen voor naar Abu Dinges moeten afreizen om Max te kunnen aanschouwen.
Terwijl de ene helft van de mensheid somberde vanwege het sombere weer en de andere helft bijna op tilt sloeg van de verzengende spanning vanwege Max’ vorderingen in Abu Dinges, struinde ik in de schaduw van nieuwbouwflats van Oegstgeest langs de ruige oever van een stadsvijver. En langs een boomsingel in het naastliggende plantsoen. En door de Klaas Hennepoelpolder achter ons. Ja, als vogelaar kom je nog eens ergens. Alles voor bruine boszanger. Maar die wilde daar niets van weten. Terwijl Max in Abu Dinges al bij de start zijn leidende positie verspeelde, speurde ik in bosjes en langs rietranden. Terwijl Max op langzamerhand onoverbrugbare afstand werd gezet, checkte ik koolmezen, een heggenmus, winterkoninkjes en roodborsten die allemaal koolmezen, een heggenmus, winterkoninkjes en roodborsten bleken. Het leukste was nog een rietgors. Oké, dat werd hem niet, ik stapte op de fiets, terug naar station Leiden maar ik had nog geen honderd meter afgelegd of: bruine boszanger. Onmiskenbaar waren de smakkende roepjes die ik hoorde uit net dat rijtje struiken dat ik tot nu toe nou juist nog niet gecheckt had. Ik kreeg daar uiteindelijk niet meer dan een korte flits van hem te zien, maar even later vonden we hem terug bij de vijver waar-ie het vaakst gezien wordt en ook vanmorgen nog gezien was en tenslotte liet-ie zich geruime tijd prachtig zien in takkenbossen die daar laag boven het water hangen. Onverstoorbaar was-ie aan het foerageren en het badderen, tot een plaatselijke roodborst hem verjoeg. Dat is nou wat mij euforisch maakt. Ook al heeft ook dat natuurlijk geen betekenis in het licht van alle rottigheid in de wereld die onophoudelijk op ons afkomt. Maar het is dus wel een treintje later geworden.
En dat was dan nog de zondag. Nog feestelijker was de zaterdag geweest, al was het maar omdat toen waar ik was de zon volop scheen. Maar ook dat was bijzaak. Ik had na een paar wat tammere weekends weer eens zin in waarlijk avontuur. Dus de trein naar Groningen genomen, het boemeltje naar Eemshaven en uitgestapt in Uithuizen, midden in de Groningse achterlanden. Eindeloze platheid om je heen: Nederlandser krijg je het niet. Prachtig, helder weer, de zon laag boven de zuidoostelijke horizon en koud. Doel deze zaterdag was de kaspische plevier die alweer een week of twee verblijf houdt op de laatste akkers bij Uithuizen voordat de zeedijk het waddengebied aankondigt. Dat leek wel goed te komen want de eerste melding was al binnen en ik zag ze verderop al over de akker staan turen. Maar toen ik naast me roepjes van frater hoorde, moest eerst dat nog even gecheckt. Ook een nieuwe jaarsoort immers. Toen al na korte tijd twee vogels uit de ruigte opvlogen en verdwenen en het vervolgens stil was, was het tijd voor de kasp. Die in de tussentijd natuurlijk best vertrokken had kunnen zijn. Maar dat was-ie niet. De eerste oneffenheid die me in de akker opviel (dat was ‘m natuurlijk niet, zo gemakkelijk kon het niet zijn, was vast een plukje plantenresten of zo), dat was ‘m. Meteen bij aankomst: zo wil je ze wel vaker. De vogel holde in grote naarstigheid over de akker, stond vrijwel nooit stil en naderde af en toe tot misschien maar twintig meter. Schitterend! En kon een paar momenten later alweer honderd meter verderop lopen. Maar hij was vaak genoeg dichtbij om voor een onuitwisbare herinnering te zorgen. Iets waar anderen voor naar Abu Dinges moeten afreizen om Max te kunnen aanschouwen.
Met ook nog wilde en kleine zwanen op het Ruidhorn verderop, en op en boven de kwelder onder andere fraters, strandleeuweriken, ijs- en sneeuwgors en mooie blauwe kiekendieven, waren ook de bonussen weer goed verzorgd. En zo vermaak ik mij, terwijl het buiten grauw is en miezert en de rottigheid in de wereld onophoudelijk op ons afkomt. Je moet wat immers, om die rottigheid te kunnen verstouwen.
12 december 2021
Meer Urban Birding: Wijnhavenkwartier
Meer twitchen: Koet

12 december 2021
Meer Urban Birding: Wijnhavenkwartier
Meer twitchen: Koet
Abonneren op:
Posts (Atom)