Het moest een vlinderdag worden vandaag. En dat werd het ook, maar eerst nog even iets anders: de route voerde langs een plek waar vorig jaar weken lang een kleine vliegenvanger heeft zitten zingen. Als je daar dan bent, luister je natuurlijk toch even extra goed, in de verwachting dat stilte je deel is, in elk geval waar het kleine vliegenvanger betreft. Maar hoor: daar zat-ie doodgewoon weer te zingen. Alsof er niets veranderd was. Alsof er niet een lange herfst en winter voorbij waren gegaan. Ik heb nog even op Waarneming gekeken, maar niets. Heb ik dan een kleine vliegenvanger zelf ontdekt? Dat valt te betwijfelen: mijn waarneming ging onmiddellijk en automatisch onder embargo, wat doet vermoeden dat lokale vogelaars er toch al wel van wisten en een embargoverzoek hebben ingediend. Hoe dan ook een aangename verrassing.
Goed, vlinders vandaag. Op de hei. Zinderende warmte, felle zon, zoemende insecten. Overal fladderen vlinders. Het is zo’n dag dat je je afvraagt of het nou echt wel zo slecht gaat met insecten in Nederland. Maar ja, wat is je referentiekader? En bovendien, een heitje verder vliegt weer bijna niets. Maar hier dus wel. Distelvlinders, maar die vliegen momenteel overal. Die schrijven dezer dagen hun eigen verhaal, een mooi, hedendaags verhaal over massamigratie vanuit Afrika tot ver in west Europa, waar hebben we dat toch eerder gehoord? In dit geval geen protestacties, geen grenscontroles, geen kamervragen en geen politieke crisis. Niemand die ze een strobreed in de weg legt. Het is overigens geen ongebruikelijk verhaal voor deze soort, maar zo massaal als nu is het lang niet ieder jaar.
Kleine vuurvlinders, bruin zandoogjes, hooibeestjes, witjes, allemaal van het gebruikelijke soort. Een mogelijk scheefbloemwitje (ik ben niet alleen, zelf zou ik die nooit durven claimen) blijft vooralsnog onbevestigd. Maar het is me natuurlijk om parelmoeren te doen, een bijzonder fraaie vlinderfamilie met louter spectaculaire leden. Bosparelmoervlinder is vrij gemakkelijk: die vliegen af en toe met meerdere rond. Een prachtig vlindertje, subtiel oranje-zwart getekend maar dat is dus parelmoervlinders eigen. In mijn vlindergids staat-ie nog als dwaalgast genoteerd maar er is in de jaren sinds verschijning daarvan blijkbaar een en ander veranderd. Grote parelmoervlinder is lastiger maar uiteindelijk krijg ik er ook hiervan een fraai te zien. En die is misschien wel het kroonjuweel onder de parelmoeren (al doe ik er daarmee misschien een paar tekort: veldparelmoer die ik een paar weken terug in Limburg nog had, keizersmantel natuurlijk, en ook de bosparelmoeren waren vandaag erg fijn): een helder oranje vlinder met fijne zwarte tekening. Alsof er een zonnetje over de hei fladdert. Maar ach, dat kan je dus van elke parelmoervlinder wel zeggen.
Missie geslaagd dus. De verdere middag kunnen genieten van bos, hei en zand met bijbehorende levende have.
22 juni 2019
Overigens, kleine vliegenvanger is inmiddels alweer vertrokken, daar hoeft niemand meer naar op zoek.
donderdag 27 juni 2019
vrijdag 21 juni 2019
Uit het zuiden
Zuidelijke soorten die almaar gewoner worden in noordwest Europa: we zien het ook bij vogelsoorten als bijeneter, steltkluut en cetti’s zanger. Hoezo klimaatverandering?
Eerst vond ik vanmorgen zuidelijke keizerlibel: een libel waarbij onmiddellijk de helderblauwe basis van het staartstuk opviel. Toen hij dichtbij langs vloog, want dat deed-ie af en toe, was duidelijk te zien dat dat blauw helemaal rond liep. Even later zag ik een andere libel. Oogde wat ieliger maar da’s geen al te betrouwbaar determinatiekenmerk. Maar wat opviel, of wat eigenlijk juist niet opviel, was dat je er bijna niets aan zag. Je moest echt heel goed kijken om te zien dat ook deze iets blauws had op de basis van het staartstuk. Als-ie dichtbij langs vloog, want dat deed-ie af en toe, was duidelijk te zien dat het een helderblauw zadel was dat alleen op de bovenkant zat: zadellibel! Een trofee waar je mee thuis kunt komen, al zal dat over een paar jaar ook wel weer voorbij zijn.
En waar had ik het nou zo druk mee afgelopen weekend? Nou, om te beginnen vrijdag met orpheusspotvogels. Ook al zo’n zuidelijke soort die steeds minder zeldzaam wordt. Maar dat er in de omgeving van Utrecht twee tegelijk opduiken, dat is nog steeds ongekend. Op vrijdagochtend werd er eentje gemeld bij Vleuten, dus toen het weer na een wat regenachtige ochtend wat was opgeklaard, meteen die kant op gefietst. Want een orpheusspotvogel in de eigen regio, die mag je natuurlijk niet missen. De vogel liet zich uitgebreid horen en af en toe ook aardig zien. Weer thuis, terwijl ik op de bank een beetje Schotland - Japan hing te kijken, belde Hans Russer: of ik gauw naar de Gagelpolder kon komen want hij dacht daar nóg een orpheusspotvogel gevonden te hebben. Nou beschouw ik de Gagelpolder als mijn achtertuin dus die kon ik al helemaal niet laten lopen. Het duurde wel even en ik dacht al, dit wordt niks meer maar na een half uurtje wachten in de inmiddels brandende zon begon-ie ineens te zingen. Een paar keer, telkens vrij kort dus eigenlijk nogal atypisch, maar onmiskenbaar. Bovendien liet-ie zich door de telescoop erg mooi zien. Op één dag twee orpheusspotvogels dus, in Nederland: nog steeds niet alledaags. Maar hoe lang nog?
Zaterdagavond hadden we een klassieker: nachtzwaluwexcursie met vogelwacht Utrecht. De Amerongse berg moest het gaan doen dit keer. Zon met nog wat nagekomen buienluchten die niets om het lijf hadden. Om zes uur op weg, dus we hadden nog heel wat tijd te besteden voor we aan nachtzwaluwen toe waren. Te besteden aan de Amerongse Bovenpolder. Allereerst aan het uitzichtplateau, waar ik de leukste soort misliep: toen een bosuil uit het struikgewas wegvloog, keek ik net even de andere kant op. Een wandeling rond het kasteel bracht ons in de polder bij enkele plasjes. Rietlandjes, slikjes en baltsende watersnip, tegenwoordig zeer vermeldenswaardig. Daarna naar de berg. Ruim op tijd stonden we op de hei. Lage zon. Zingende boompiepers. Zingende roodborsttapuit. Schemer spreidt zich vanuit de bosrand over de hei. Mistflarden hangen laag boven de vegetatie. Alleen roodborst zingt nog. Dan, ik heb net de eerste baltsende houtsnip opgepikt: nachtzwaluw. Van ergens op de hei klinkt dat aanhoudend gesnor. Vleugelgeklapper kondigt een naderende vogel aan en kort daarna vliegt die vlak langs ons heen, al gauw gevolgd door een tweede. Zo ontpopt de avond zich tot een magische, een bijna historische: nooit zag ik nachtzwaluwen mooier dan deze avond. Enkele keren vliegen ze dichtbij langs en ze laten zich waanzinnig mooi zien. Kleeddetails als de witte vleugelvlekken en de witte staarthoeken zijn prachtig zichtbaar en ook tonen ze die typische glijvluchten met geheven vleugels. En diverse keren zien we ze zingend zitten op een kale tak. Ja, het is een geweldige avond op de hei.
Als je op de verspreidingskaarten kijkt, is nachtzwaluw natuurlijk niet exclusief een zuidelijke soort. Toch ken ik hem goed uit Zuid-Europa en als soort die pas laat in Nederland arriveert is het wel een warmteminnaar en profiteert hij natuurlijk ook van de opwarming. Met nachtzwaluw gaat het dan ook tamelijk goed in Nederland. Alles wat uit het zuiden komt, doet het tegenwoordig goed in de Nederlandse natuur. Het is een prettige bijkomstigheid, maar wellicht ook een teken aan de wand?
18 juni 2019
maandag 10 juni 2019
Keent
Het was weer een van die ‘ontdekkingen van het jaar’: dwergaalscholver bij Keent. Zou pas mijn derde zijn ooit, mijn tweede in Nederland en mijn eerste sinds ruim zestien jaar, dus dat vond ik wel een treinreisje naar Ravenstein en een fietstochtje langs de Maas waard. In Ravenstein was het nog wel even spannend: ik zou de OV-fiets nemen en dat was voor het eerst. Ik had me voorgenomen dat als het allemaal niet naar wens ging, ik wel even hulp kon vragen bij de beambte van dienst, maar daarvan kon geen sprake zijn: er was geen beambte van dienst, er stonden slechts enkele gesloten fietskluizen en een digitaal paneeltje waarop je zelf een en ander te regelen had. Gelukkig ging alles eenvoudig en voortvarend. Met een klik ging een kluisje open en kon ik er de fiets uit nemen. Kijk, dat zijn nou mijn soort avonturen.
Langs de Maas richting Keent gefietst. Ik herinner me ooit eerder die kant op geweest te zijn, vanwege grijze wouw, toen nog een wereldschokkende gebeurtenis. Ik had toen na afloop geen idee wat Keent zelf nou eigenlijk voorstelde en ook vandaag van Keent niets vernomen. Moet ik toch eens een keer naartoe. Maar ik fietste dus weer aan Keent voorbij, tot aan een dijkje aan het eind van een doodlopend weggetje. Ik zag daar de vogelaars al het veld in staan kijken, altijd bemoedigend en inderdaad, het was meteen raak: dwergaalscholver in de pocket. Je hebt van die twitches waarbij het zwoegen is, wachten, zoeken, waarbij het geduld uitgebreid op de proef wordt gesteld, maar vandaag niets van dat al.Hij zat op de oever van een watertje een flink eind in het land dus er leek nog wel ruimte voor enige toenadering, getuige ook het groepje vogelaars dat in het (openbaar toegankelijke, werd me verzekerd) veld stond. Ik loop voorzichtig dat veld in en verheug me al op een mooi uitzicht op de vogel maar helaas: als ik bij de andere vogelaars aankom blijkt de vogel net gevlogen. Een kleine tegenvaller, dat wordt weer wachten. Het zal ook eens helemaal vlekkeloos gaan, denk ik nog, maar ook nu wordt het geduld niet al te zeer op de proef gesteld: al gauw komt-ie weer aanvliegen en daarna kan het genieten beginnen. Eerst zien we hem geruime tijd op het water; volop duikend weet hij zeker vijf visjes te verschalken. En daarna zien we hem geruime tijd rustend op dezelfde oever als toen ik net aankwam. Alleen sta ik nu een stukje dichterbij.
Nou, daar zat ie dan, dwergaalscholver. Zevende geval voor Nederland. De vorige overigens alweer zes jaar geleden, om een idee te geven waar we het over hebben. Zeer zeldzaam dus. Maar het gaat voortvarend met de dwergaalscholver in de europese broedgebieden, dus het zal de laatste wel niet zijn. Het is niet zomaar een verkleinde versie van onze Aalscholvers, nee, het is echt een andere vogel. Al kun je er toch nog wel een aalscholver in herkennen natuurlijk. (Let op het hoofdletter-gebruik. Meestal ben ik daar niet zo precies in maar hier doet het ertoe.) De hals korter, de snavel korter en stomper, een veel gedrongener postuur. En een soort van babyface, een schattig snoetje. Eigenlijk net een soort baby-aalscholver dus, al zien die er vast en zeker heel anders uit. Het is al met al een zeer genoeglijk ochtendje. Met ook nog bijvangsten op zak van zomertaling, gele kwikstaart, oeverzwaluw, kleine plevier en een bosrietzanger die af en toe strooide met verwarrende bijeneter-achtige roepjes, fiets ik zeer gelukkig terug naar Ravenstein.
6 juni 2019
zaterdag 8 juni 2019
Zuid Limburg
Volop zon en in de middag temperaturen van rond of zelfs boven de dertig graden, werd ons beloofd. Ik had mezelf een dagje in de heuvels van Zuid Limburg voorgenomen, maar waar begin je aan? Zo warm was het gelukkig nog niet toen ik vanmorgen de Pietersberg beklom en niet zonder enige voldoening mocht constateren dat me dat op mijn middelbare dag toch maar weer fietsend gelukt was. Op de Pietersberg waren niet de vogels mijn hoofddoel, al was ik best tevreden met bijvangsten als groene specht, zingende vuurgoudhaan en geelgors. Maar het was me vooral te doen om de warme en bloemrijke hellingen aan de zuidkant van de berg, naar verluidt een waar vlinderparadijs. Ik was dus nogal verbaasd toen ik daar aanvankelijk vrijwel geen vlinder zag vliegen. Het vergde enige tijd en goed zoeken maar toen vond ik er een. Bruin blauwtje, was mijn conclusie toen-ie eindelijk even wilde blijven zitten. Nog niet echt waar ik naar op zoek was. Maar even later vond ik dan toch de betere soorten. Eerst bruin dikkopje: weliswaar zeldzaam maar eerlijk gezegd tamelijk saai. Maar al gauw volgde veldparelmoervlinder en dat is andere koek: die is niet alleen zeldzaam maar ook prachtig om te zien, met zijn warm oranje kleur, subtiele witte accenten en ragfijne tekening. Daarmee was de hoofddoelsoort van de dag binnen.
Omlaag weer de berg af was natuurlijk een genot. Loon naar werken. Volgende bestemming was de Bemelerberg, wat mij betreft een van de mooiste plekjes van Limburg. Eerst beneden gestaan, opkijkend naar de kalksteengroeven en de kalkgraslanden daarboven. Daarna boven gestaan, neerkijkend op het dal waar ik zojuist nog gestaan had en op de verten daarachter. Boomvalk en torenvalk, een paar buizerden, braamsluiper en een mooie orchideeënweide.
Zwerven door veld en beemd langs Berg en Terblijt en Geulhem, mooi stukje Geuldal, weelderige hellingbossen en een bergweg weer omhoog naar Berg (die ik eerlijk gezegd vanaf halverwege wel gelopen heb), bracht me tenslotte een voor mij nieuwe plek: groeve Blom. Een schattig klein en besloten steengroevetje met graslanden, struwelen en kalksteenwanden verzonken in het omringende heuvelland. Prachtige veldparelmoervlinders weer, en een weelde aan bloeiende kalkflora met onder andere wondklaver.
De Cauberg af naar Valkenburg gevlogen en daar Renske opgezocht in haar museumpje. Lekker met de trein terug naar Maastricht, zodat ik de Cauberg niet weer op hoefde.
2 juni 2019
Meer Zuid Limburg: Klein Zuid Limburg
Omlaag weer de berg af was natuurlijk een genot. Loon naar werken. Volgende bestemming was de Bemelerberg, wat mij betreft een van de mooiste plekjes van Limburg. Eerst beneden gestaan, opkijkend naar de kalksteengroeven en de kalkgraslanden daarboven. Daarna boven gestaan, neerkijkend op het dal waar ik zojuist nog gestaan had en op de verten daarachter. Boomvalk en torenvalk, een paar buizerden, braamsluiper en een mooie orchideeënweide.
Zwerven door veld en beemd langs Berg en Terblijt en Geulhem, mooi stukje Geuldal, weelderige hellingbossen en een bergweg weer omhoog naar Berg (die ik eerlijk gezegd vanaf halverwege wel gelopen heb), bracht me tenslotte een voor mij nieuwe plek: groeve Blom. Een schattig klein en besloten steengroevetje met graslanden, struwelen en kalksteenwanden verzonken in het omringende heuvelland. Prachtige veldparelmoervlinders weer, en een weelde aan bloeiende kalkflora met onder andere wondklaver.
De Cauberg af naar Valkenburg gevlogen en daar Renske opgezocht in haar museumpje. Lekker met de trein terug naar Maastricht, zodat ik de Cauberg niet weer op hoefde.
2 juni 2019
Meer Zuid Limburg: Klein Zuid Limburg
vrijdag 7 juni 2019
Leens
In Leens is sinds enkele dagen een schildraaf aanwezig. En die schildraaf is bron van een diepe controverse in vogelaarsland. Je hebt de vogelaars die principieel weigeren aandacht aan dit beest te besteden en iedereen die er anders over denkt tot ruggengraatloze lijstjesfetisjist verklaren want een schildraaf, hallo, standvogel van Afrika ten zuiden van de Sahara, die komt nooit op eigen kracht helemaal naar Europa dus dit is een ontsnapte kooivogel en iedereen die dat beest gaat twitchen kan niet meer, nooit meer serieus genomen worden als vogelaar. Die is alleen maar bezig voor zijn lijst, wordt dan gezegd, alles voor je lijst! En je hebt er die hem toch wel interessant vinden. Het beest is immers maanden geleden in Engeland ontdekt, was toen nog eerstejaars, heeft maanden door Engeland en Wales gezworven terwijl niemand een schildraaf kwijt was, is daarna overgestoken naar Nederland en nu in Leens terechtgekomen. Best een reislustig type voor een standvogel die wordt verondersteld nooit de Sahara te kunnen oversteken. En misschien kan hij inderdaad niet op eigen kracht helemaal naar Europa, misschien is hij minstens voor een deel met een boot meegevaren, wat voor de CDNA reden zou zijn om hem niet te aanvaarden. En voor een nieuwe soort voor Nederland is er wat dat betreft zoveel onzekerheid dat-ie vermoedelijk inderdaad niet aanvaard zal worden, en dus niet zal tellen voor je Nederlandse lijst. Maar hallo, daar heb ik dus geen boodschap aan. Ik ben dus juist niet alleen bezig voor mijn lijst. Ik vind zo’n zwerver die misschien wel, al is het gedeeltelijk met de boot, helemaal uit Afrika hierheen is verdwaald interessant. Om maar eens mezelf te citeren (niemand anders die het doet immers): ‘Eén van de dingen die ik zo fascinerend vind aan natuur, is hoe die haar eigen weg gaat en daarbij gebruik maakt van alle mogelijkheden die haar geboden worden. Je hoeft maar ergens een weiland af te graven en er verschijnen orchideeën en kleine plevieren. Laat een terrein braak liggen en ga na pakweg een jaar eens kijken wat er gebeurd is. Natuur vult elke ruimte op. Laat boten over de wereldzeeën varen en er varen vogels mee’. Spontaan, dat is natuur, opportunistisch, en zo’n schildraaf is daar een fascinerend voorbeeld van. Nou ja, als-ie niet toch uit een kooitje afkomstig is natuurlijk, maar eerlijk gezegd vind ik dat niet het meest voor de hand liggende scenario.
Dus ik ging naar Leens. En in Leens was ik gauw klaar: schildraaf in de pocket! En nou kun je daar dus eindeloos over discussiëren, wat ook gebeurt, maar een mooie vogel is het. En hij zat af en toe mooi dichtbij, op een muurtje, in een boom, op een dak. Als-ie over je heen vloog viel wel zijn gehavende linkervleugel op, waaraan minstens één veer ontbreekt. Dat is ook waarom we zo zeker weten dat het dezelfde vogel is die maandenlang in Engeland en Wales heeft rondgezworven. Zie je wel, kun je dan denken, een escape! Maar nee, die schade is hem tijdens zijn verblijf in Engeland toegebracht. Hij is daar ongeschonden aangeland. Nee, het is helemaal niet zo gemakkelijk om deze maar af te doen als ontsnapte kooivogel. Een reisje naar Leens wel waard, wat mij betreft. En ik had daar in elk geval een genoeglijke middag.
woensdag 15 mei 2019
Texel
Een klassiek verhaal eindigt natuurlijk met zijn hoogtepunt, de climax, de apotheose. Wij deden het omgekeerd: wij begonnen met het hoogtepunt. Even voor negen uur waren we op Texel aangeland en daarna waren we meteen naar de Muyweg gereden, waar ons hopelijk de morinellen zouden wachten. En waar ons inderdaad de morinellen wachtten. Morinellen in overvloed. Nooit eerder zag ik er zoveel bij elkaar en nooit eerder zag ik ze mooier dan deze ochtend. Al meteen zagen we een groepje van negen prachtig dicht langs de weg. Net te vlug gingen die er vandoor maar daarna ontdekten we er steeds meer op de kale akker. Alles bij elkaar telden we er zeker dertig. Sommige ook weer tamelijk dicht langs de weg. En wat ook telde: het was nog betrekkelijk vroeg en dus betrekkelijk koel, dus nog niet die trillende lucht die het kijken naar morinelplevieren op Texel vaak zo frustrerend maakt. Nee, onbelemmerd konden we genieten, vooral van de vrouwtjes die bij morinelplevier het meest bezienswaardige geslacht zijn. Ze waren een lust voor het oog.
Het was een geweldig begin van de excursie naar Texel met afdeling Utrecht stad van vogelwacht Utrecht. Daarna kon het alleen maar minder worden. En dat werd het ook. Maar dat konden we hebben, na zo’n begin. Texel in mei is natuurlijk altijd een feest. Alleen al om de spectaculaire kleden die soorten als kanoet, rosse grutto, zilverplevier en steenloper dezer dagen dragen. Zo zien we ze in Nederland maar betrekkelijk kort: als ze eindelijk helemaal op kleur zijn, zijn ze al bijna weer vertrokken naar het noorden. Maar vandaag hebben we volop van ze kunnen genieten en alleen dat al maakt een dagje Texel in mei de moeite waard. Net als de noordse en de dwergsterns in Nieuw Buitenheim en bij de Volharding, en de duizenden grote sterns in het Wagejot: een lust voor het oog, ook al.
We zagen ook nog langs de Schorreweg een verre zwarte rotgans waar niet iedereen van overtuigd was, en later in de Ottersaat eentje die wel ieders goedkeuring kon wegdragen. Die zat ook wel heel mooi dichtbij. Op de dijk bij de Volharding, spiedend naar rosse grutto's en een paar bonte strandlopers en kanoeten die zich hadden verzameld op de hoogwatervluchtplaats, werden we verrast door een paar korte roepjes van, ja, van wat eigenlijk? Als musachtig getsjilp klonk het maar toch anders en bijna onmiddellijk viel het kwartje: grote pieper. Een goede vondst hoor, al kregen we de vogel niet in beeld.
Jammer was alleen dat het met draaihals niet zo wilde lukken. Althans, voor het grootste deel van de groep. Eén auto had onderweg het geluk zomaar een draaihals in de smiezen te krijgen die voor de andere auto’s onzichtbaar bleef. Maar de draaihals van de dag moest natuurlijk die van de Bleekersvallei worden. Toen we, op het moment dat we stonden te speuren in Utopia (we hadden net een of drie witbuikrotganzen in beeld), het bericht doorkregen van een draaihals aldaar, gauw die kant op gegaan. In de Bleekersvallei waren we echter net te laat, misschien was het oponthoud van de draaihals onderweg daar wel debet aan: vogel was helaas uit beeld en werd tijdens onze aanwezigheid niet meer teruggezien. Ach, het vergeefs wachten op draaihals werd aanzienlijk veraangenaamd door een tapuit, een paapje, een rondzwervende man blauwe kiekendief en een prachtige smelleken over ons heen naar noord. Waarmee maar weer eens is aangetoond: je vindt dan wel lang niet altijd wat je zoekt, maar vaak vind je wel iets anders dat je niet zocht. Je zou daar natuurlijk een wijze levensles in kunnen zien, maar daar waag ik me liever niet aan.
12 mei 2019
Het was een geweldig begin van de excursie naar Texel met afdeling Utrecht stad van vogelwacht Utrecht. Daarna kon het alleen maar minder worden. En dat werd het ook. Maar dat konden we hebben, na zo’n begin. Texel in mei is natuurlijk altijd een feest. Alleen al om de spectaculaire kleden die soorten als kanoet, rosse grutto, zilverplevier en steenloper dezer dagen dragen. Zo zien we ze in Nederland maar betrekkelijk kort: als ze eindelijk helemaal op kleur zijn, zijn ze al bijna weer vertrokken naar het noorden. Maar vandaag hebben we volop van ze kunnen genieten en alleen dat al maakt een dagje Texel in mei de moeite waard. Net als de noordse en de dwergsterns in Nieuw Buitenheim en bij de Volharding, en de duizenden grote sterns in het Wagejot: een lust voor het oog, ook al.
We zagen ook nog langs de Schorreweg een verre zwarte rotgans waar niet iedereen van overtuigd was, en later in de Ottersaat eentje die wel ieders goedkeuring kon wegdragen. Die zat ook wel heel mooi dichtbij. Op de dijk bij de Volharding, spiedend naar rosse grutto's en een paar bonte strandlopers en kanoeten die zich hadden verzameld op de hoogwatervluchtplaats, werden we verrast door een paar korte roepjes van, ja, van wat eigenlijk? Als musachtig getsjilp klonk het maar toch anders en bijna onmiddellijk viel het kwartje: grote pieper. Een goede vondst hoor, al kregen we de vogel niet in beeld.
Jammer was alleen dat het met draaihals niet zo wilde lukken. Althans, voor het grootste deel van de groep. Eén auto had onderweg het geluk zomaar een draaihals in de smiezen te krijgen die voor de andere auto’s onzichtbaar bleef. Maar de draaihals van de dag moest natuurlijk die van de Bleekersvallei worden. Toen we, op het moment dat we stonden te speuren in Utopia (we hadden net een of drie witbuikrotganzen in beeld), het bericht doorkregen van een draaihals aldaar, gauw die kant op gegaan. In de Bleekersvallei waren we echter net te laat, misschien was het oponthoud van de draaihals onderweg daar wel debet aan: vogel was helaas uit beeld en werd tijdens onze aanwezigheid niet meer teruggezien. Ach, het vergeefs wachten op draaihals werd aanzienlijk veraangenaamd door een tapuit, een paapje, een rondzwervende man blauwe kiekendief en een prachtige smelleken over ons heen naar noord. Waarmee maar weer eens is aangetoond: je vindt dan wel lang niet altijd wat je zoekt, maar vaak vind je wel iets anders dat je niet zocht. Je zou daar natuurlijk een wijze levensles in kunnen zien, maar daar waag ik me liever niet aan.
12 mei 2019
zondag 28 april 2019
Kalander
Eindelijk hadden we er weer een. Na maandenlang genoegen te hebben moeten nemen met kneusjes, met wat liflafjes van vorig jaar, met een lamme papduiker die verzeild was geraakt op een parkvijver in Dordrecht, een mees in Bergen die vrijwel zeker een ontsnapte kooivogel is en een zeldzame lijster die wat mij betreft iets te kort na de vorige opdook, hij zou nog gewoon worden, rustig was het natuurlijk ook wel, lekker onbekommerd vogelen, steppekiek oppikken boven Texel enzovoort maar eindelijk hadden we weer een echte Mega en dat was toch wel fijn. En dus gingen we er weer met zijn allen op uit, hongerig als koeien die voor het eerst weer de wei in mogen. Weer die spanning. Dat je ’s nachts ligt te woelen in bed, de wekker op half zeven maar dat je al om zes uur wakker bent en dat je ’s morgens met een knoop in je maag je ontbijt zit klaar te maken want: zou-ie er nog zitten? Altijd weer de vraag als-ie op de dag zelf niet meer haalbaar is: zou-ie er nog zitten? Gelukkig was er al vroeg de eerste melding: kalanderleeuwerik teruggevonden op dezelfde akker bij Ouddorp op Goeree Overflakkee waar die gisteren gevonden is en al door honderden is getwitcht. Beetje zenuwachtig wordt je daar wel van. Want zevende voor Nederland als ik goed tel en hoe dan ook voor mij een lifer op mijn Nederlandse lijst. En ook al had ik ze vorig jaar prachtig en met tientallen in Extremadura, dat laatste telt toch wel, eerlijk gezegd.
Dus vanochtend met Janneke en Toon in het rode Greenwheels-autootje op weg. De zon scheen. Mooie lentedag rond de Zeeuwse wateren: het zou vast een heerlijk dagje worden maar op dat moment telde dat niet. Op dat moment telde alleen kalanderleeuwerik die alweer zowat een uur niet meer gemeld was op Waarneming.nl. Ja, het blijft altijd spannend tot het moment dat je hem in beeld hebt. Als we aankomen bij het betreffende akkertje staan al diverse vogelaars het veld in te loeren. Ik stel de ‘moeder aller vragen’: is-ie in beeld? Vooruit, voor die titel komen andere vragen misschien eerder in aanmerking maar wat ook de vraag, als het antwoord ja is, ziet het leven er meestal een stuk beter uit. Het is nog heel even zoeken maar dan heb ik hem: kalanderleeuwerik in de pocket!
Je kon de vogel van twee kanten bezichtigen: van waar wij stonden met schuin tegenlicht en van een weggetje tegenover waar we ook de vogelaars zagen staan en van waar je de zon in de rug had. Van beide kanten was-ie goed zichtbaar. Weliswaar vrij ver, maar dat postuur, een hele forse, stevige leeuwerik, die enorme snavel en die prominente zwarte zijborstvlekken, het was allemaal prima te zien. Onmiskenbaar kalanderleeuwerik dus. Fantastisch!
Waarop de tijd was aangebroken om van die heerlijke lentedag rond de Zeeuwse wateren te gaan genieten. Met een kalanderleeuwerik op zak lukt dat natuurlijk altijd wel. Onder andere jubelende veldleeuweriken (dat we kalander niet hebben horen zingen is het enige wat er vandaag nog aan ontbrak), zwartkopmeeuwtjes als engeltjes in de blauwe lucht en strandplevier en dwergsterns op en rond het eilandje Markenje in het Grevelingen hielpen daar nog aanzienlijk aan mee. Ja, het was een topdag, zomaar cadeau gekregen van een verdwaalde kalanderleeuwerik.
Dus vanochtend met Janneke en Toon in het rode Greenwheels-autootje op weg. De zon scheen. Mooie lentedag rond de Zeeuwse wateren: het zou vast een heerlijk dagje worden maar op dat moment telde dat niet. Op dat moment telde alleen kalanderleeuwerik die alweer zowat een uur niet meer gemeld was op Waarneming.nl. Ja, het blijft altijd spannend tot het moment dat je hem in beeld hebt. Als we aankomen bij het betreffende akkertje staan al diverse vogelaars het veld in te loeren. Ik stel de ‘moeder aller vragen’: is-ie in beeld? Vooruit, voor die titel komen andere vragen misschien eerder in aanmerking maar wat ook de vraag, als het antwoord ja is, ziet het leven er meestal een stuk beter uit. Het is nog heel even zoeken maar dan heb ik hem: kalanderleeuwerik in de pocket!
Je kon de vogel van twee kanten bezichtigen: van waar wij stonden met schuin tegenlicht en van een weggetje tegenover waar we ook de vogelaars zagen staan en van waar je de zon in de rug had. Van beide kanten was-ie goed zichtbaar. Weliswaar vrij ver, maar dat postuur, een hele forse, stevige leeuwerik, die enorme snavel en die prominente zwarte zijborstvlekken, het was allemaal prima te zien. Onmiskenbaar kalanderleeuwerik dus. Fantastisch!
Waarop de tijd was aangebroken om van die heerlijke lentedag rond de Zeeuwse wateren te gaan genieten. Met een kalanderleeuwerik op zak lukt dat natuurlijk altijd wel. Onder andere jubelende veldleeuweriken (dat we kalander niet hebben horen zingen is het enige wat er vandaag nog aan ontbrak), zwartkopmeeuwtjes als engeltjes in de blauwe lucht en strandplevier en dwergsterns op en rond het eilandje Markenje in het Grevelingen hielpen daar nog aanzienlijk aan mee. Ja, het was een topdag, zomaar cadeau gekregen van een verdwaalde kalanderleeuwerik.
Abonneren op:
Posts (Atom)










