Gelukkig zat-ie een kwartiertje later opnieuw in de els, en nu zelfs wat langer. Daarna was-ie alleen nog maar ternauwernood te zien diep in een dichte conifeer een paar tuintjes verder. Ik was er wel klaar mee toen en fietste met een prettige omweg terug naar Castricum.
zondag 27 januari 2019
Limmen
Gelukkig zat-ie een kwartiertje later opnieuw in de els, en nu zelfs wat langer. Daarna was-ie alleen nog maar ternauwernood te zien diep in een dichte conifeer een paar tuintjes verder. Ik was er wel klaar mee toen en fietste met een prettige omweg terug naar Castricum.
zondag 13 januari 2019
Anderhalve tel
Zoveel mogelijk profiteren van de schaarse momenten dat het droog was, dat moest maar mijn belangrijkste doelstelling zijn voor dit weekend. Dat is vanmorgen alvast mislukt. Al toen ik station Amsterdam Zuid uit fietste was het zachtjes aan het regenen. Toen ik op de inmiddels ook mij bekende plek aan de rand van het Amsterdamse bos stond, bij de waterpartij naast restaurant De Veranda, was het af en toe droog maar vaker niet. Meestal regende het zachtjes maar niet altijd. Zo staand in die regen, op die plek, omgeven door de grauwheid en door de onafgebroken ruis van de grootstad, dat was nou niet echt het soort besteding van je zaterdagochtend waar je blij van wordt. Zonder bruine boszanger zou het zelfs ronduit treurig zijn, zeker als het al de tweede keer is dat je daar staat en de eerste keer ook al vergeefs was geweest. Ik stond dan ook, na zowat anderhalf uur wachten in die regen, al te overwegen wat een idiote, zinloze en droevige hobby dit soms toch zijn kan, toen … Anderhalve tel, dat was voldoende om de stemming volledig te doen omslaan. Het miezerde nog steeds, nog steeds was het grijs en treurig maar anderhalve tel was voldoende om die miezer en die treurigheid blijmoedig op de koop toe te nemen want anderhalve tel had ik, op slechts anderhalve meter afstand, bruine boszanger in de kijker. Een onooglijk vogeltje, bruin met vuilwit en een opvallend wenkbrauwstreepje, dat was alles, dat zich al zachtjes smakkend had aangekondigd en toen zomaar ineens uit het niets in het struikje voor me was opgedoken en vervolgens alweer was doorgevlogen naar het kreupelhout verderop en van daar alweer was verdwenen in de kruipruimte onder het restaurant aan het water. Anderhalve tel, en ik was een gelukkig mens en kon eindelijk naar huis. Wat een idiote, zinloze maar leuke hobby hebben we toch.
donderdag 10 januari 2019
Tradities
De volgende ochtend leerden we de Vlielandse nieuwjaarstraditie kennen: de nieuwjaarsduik. Nou ja, die is natuurlijk niet exclusief Vlielands, elke badplaats heeft tegenwoordig wel zijn eigen nieuwjaarsduik. Hoe dan ook, het was wel een evenement: tientallen slechts in zwemkleding geklede mensen die op deze koude januaridag tussen een haagje van kleumende toeschouwers door naar zee renden om daar in de meeste gevallen heel even een teen in zee te steken en daarna gauw weer terug te rennen naar de warmte. Intussen bracht ik mijn eigen nieuwjaarstraditie in praktijk: het opbouwen van de nieuwe vogeljaarlijst. Kauwen in het dorp, tureluurs op het wad, wulpen, scholeksters, houtduif, merel: vlijtig sprokkelde ik mijn nieuwe jaarsoorten bij elkaar. Allemaal zonder fiets vandaag. Die hadden we nog niet nodig. Het oostelijk deel van het eiland is heel goed zonder te doen en is boeiend genoeg voor een dagje struinen. 's Morgens eerst alleen en daarna met Harriët langs het dorp, langs het wad, langs het Westerse veld en door de duinen naar zee. En 's middags eerst met zijn allen en daarna alleen de noordoosthoek gerond: de kade langs de Waddenzee, de jachthaven, de oostelijke duinstrook en langs het strand terug. Er stond een aardig windje, wat leidde tot een prachtige wilde zee met witte schuimkoppen onder mooie buienluchten met tussendoor af en toe zon, vanmorgen meer dan vanmiddag. Hoogtepunten vandaag waren een vrouw blauwe kiekendief, wat jan van genten over zee, een paar drieteenmeeuwen en in het laatste, inmiddels grijze middaglicht een vuurgoudhaan.
Het leven hangt van tradities aan elkaar. Woensdag weer een andere Vlielandse traditie meegemaakt: het jutten. Toen op het gehele strand van Vlieland (en dat van diverse andere eilanden) de inhoud van tientallen zeecontainers was aangespoeld, toog heel Vlieland aan het jutten en gingen op het eiland de gesprekken nergens anders meer over. En daar hebben we dan maar aan meegedaan. Heeft ons nog vier fijne fleecedekentjes opgeleverd en een winterjasje voor Gullie, a.k.a. Caligula, het huisschaap. Het was overigens een bizar en licht absurdistisch tafereel, dat strand kilometer na kilometer na kilometer bezaaid met honderden kuipstoeltjes en met jassen en met fleecedekentjes en allerlei andere rommel. We waren landelijk nieuws en dat heeft natuurlijk wel wat, dat je je in het oog van het wereldnieuws bevindt. In dat nieuws domineerde overigens de afschuw, de verontwaardiging over wat wij mensen de aarde, onze omgeving toch weer hebben aangedaan met onze mateloosheid, met onze tomeloze overvloed. (270 containers! waren overboord gevallen, meldden de journaals, en dan denk je, dat is de halve boot maar nee: er waren er nog zo’n 19 duizend over!) En als je de onafzienbare rommel, de massa prut op de stranden van Terschelling en Schiermonnikoog zag, was dat ook wel te begrijpen. De gevolgen voor natuur en milieu kunnen daar nog weleens hardnekkig zijn. Op Vlieland oogde het anders. Misschien was het niet helemaal zo maar zo zag het er wel uit: grotere objecten maar minder in aantal. Voor elke honderd snufjes en snuisterijtjes daar, de poetsdoekjes, de lapjes, de speelgoedschoentjes, de snippers plastic etcetera, hier één stoel. En dat is qua opruimen beter te behappen en maakt bovendien dat je je op dat strand, omringd door die honderden stoelen, in een openluchtmuseum voor hedendaagse kunst waant. Een vervreemdende ervaring.
Dit alles op de terugweg van onze gezamenlijke fietstocht naar het westen van het eiland. Posthuiswad, Kroonspolders, Posthuis, wie Vlieland kent, weet: het was weer een leuk tochtje, overigens zonder al te bijzondere vogels. Rosse grutto's, pijlstaarten, weer een blauwe kiekendief, slechtvalk, dat soort, en op zee een groep van zeker tweehonderd zwarte zee-eenden.
's Morgens nog een vergeefse poging gedaan tot zeetrek kijken. Teveel wind, teveel waaiend zand, teveel tranende ogen, ik was er binnen een kwartier weg. Daarna wel de stilte in het bos terwijl het 'buiten' zo tekeer ging.
Donderdag ... Wat was er donderdag ook alweer? ’s Morgens effe aan zee gestaan, wat niet veel opleverde. Beetje rondgefietst in het oosten: idem. Een paar van de containers gevonden waar de afgelopen dagen zoveel over te doen is geweest. Stonden gestald bij de jachthaven, gedeukt en gehavend. Een was er volkomen verkreukeld: toonbeeld van de enorme krachten die de zee kan ontketenen? 's Middags ook met zijn allen naar de containers wezen kijken. Daarna naar het Badhuis, op het strand aan het eind van de Badweg, voor ons dagelijkse lekkers. En in mijn eentje een rondje gemaakt door de duinen, de woeste en tomeloze duinen waardoorheen zich in vloeiende lijnen het fietspad slingert, en langs het wad, wat weer leuk was, mooi en heerlijk rustig, ik kwam geen mens tegen, maar (alweer) niet veel opleverde.
En toen was het alweer de dag van vertrek. Opruimen, inpakken en een beetje schoonmaken. Het huisje achter ons gelaten en de sleutels ingeleverd, zodat het definitief ons huisje niet meer was. Altijd een beetje een triest moment: niet meer ons toevluchtsoord, niet meer ons baken van rust en beslotenheid temidden van de getijden op en rond het eiland en daarbuiten. Later vanmiddag liepen we nog even door het straatje en daar stond het huisje, De Steenloper, Betzy Akerslootglop 7, Vlieland, nu we er weg zijn kan ik het wel verklappen: de deur gesloten, geen licht achter de ramen, nee, ons huisje was het niet meer.
De overige tijd aan Vlieland besteed. Beetje lummelen in en om het dorp. En op expeditie met de Vliehorsexpress: met grote, half open vrachtwagen naar de uiterste westpunt van het eiland. Het was de perfecte afsluiting van ons midweekje Vlieland. Die uitgestrektheid, die ongereptheid om je heen, naakt, leeg, nog (of weer?) geheel verschoond van elke menselijke bezoedeling. Zand zo ver je kijken kon. Nou ja, niet alleen maar zand natuurlijk, altijd is er ook een verte en zoals overal in Nederland was er iets in de verte: een baken dat eruit zag als een ufo, een strandvondershuisje, de vuurtoren van Texel. Eerst ver weg, maar op het eind stonden we pal tegenover ons huidige buureiland en stond de Eierlandse vuurtoren bijna op een steenworp van ons vandaan. Grijze zeehonden bijna op aaiafstand, al werd aaien ons ten stelligste ontraden. Dat lieten ze trouwens ook niet toe.
Tenslotte nog wat lummelen in het dorp en de vijf uur-boot terug. Het nieuwe jaar tegemoet.
4 januari 2019
Meer lezen: 2090
dinsdag 18 december 2018
Sneeuw + mist op Texel
Ik vond het wel weer eens tijd voor zomaar een dagje Texel. Dat doe ik graag af en toe, ook die enkele keer dat er op het eiland niet iets bijzonders te halen valt. Zoals vandaag. Hoewel er nog wel een paar witbuikrotganzen op het eiland zaten en die heb ik nog niet dit jaar. Toch was dat niet waarvoor ik naar Texel ging. Ik ging trouwens ook niet speciaal voor de sneeuw en de mist, maar die kreeg ik er gratis en voor niks bij. Dat was natuurlijk bijzonder om mee te maken, ik herinner me niet dat ik dat al eens eerder heb meegemaakt op Texel: een tot wit en niet-wit gereduceerd landschap, uitgevlakt door een ijle nevel alsof je door vuile brillenglazen kijkt. Maar het was ook wel een beetje hinderlijk. Dat geglibber door de sneeuw en intussen zie je door die mist toch bepaald minder dan je zou willen zien, om het maar eens mild uit te drukken.
Koud was het ook vandaag op Texel. Koud en onherbergzaam. Die sneeuw, die creëert zijn eigen onherbergzaamheid. Als er sneeuw ligt, waar dan ook, krijg je daar altijd zo’n gevoel van dat de natuur ons boven het hoofd groeit. Dat we er niet tegenop kunnen, uiteindelijk. Wat uiteindelijk misschien ook inderdaad wel zo is. Ik was in de Kreeftepolder, waar gele rietflarden het wit doorbraken. En ik was op de Hors, waar besneeuwde duintjes een prachtig mozaïek vormden tegen het gele zand. Erg fotogeniek allemaal. En doodstil, meestal. Ook zoiets: het is altijd net alsof het in de sneeuw nog stiller is dan het toch al zijn kan in de winter. Een winterkoninkje scharrelend in wat nabij kreupelhout, dat was het wel.
Wat er dus ook was vandaag, was die mist. Lange tijd hoopte ik nog dat het daarmee wel goed zou komen als, zoals voorspeld, in de middag de zon af en toe zou doorbreken. Inderdaad was er in de middag af en toe door de mist heen een vaag zonneschijnsel zichtbaar, maar tegen de mist kon dat niet op. Er komt dan een moment dat je weet, dit komt niet meer goed. Althans, niet vandaag, niet wat de mist betreft. Het was overigens niet zo’n enorm dichte mist, je kon af en toe nog best een goeie tweehonderd meter zien, maar het was genoeg om me het zicht te ontnemen op een onbekende hoeveelheid vogels. En wat je wel zag, oogde meest als vage contouren, zonder kleur en zonder details. Alsof voortdurend je verrekijker beslagen was. Wat trouwens inderdaad zo was. In de Mokbaai met moeite een paar rosse grutto’s en bonte strandlopers. Langs de waddenkust, vanaf Dijkmanshuizen tot aan Oudeschild, vrijwel geen rotgans kunnen vinden en dat is echt uniek. Zaten ze allemaal net buiten zicht? Maar dan hielden ze zich ook uitermate stil. Eén groepje zag ik, van acht stuks, maar witbuik zat daar niet tussen. Heel wat keren zag ik onderweg witte vlekken die spannend leken maar bij nadering natuurlijk telkens weer sneeuw bleken. Eén keer vloog zo’n witte vlek weg. Sneeuw kan niet vliegen vind ik, dus dat moet een kleine zilverreiger geweest zijn. Verder was het allemaal niet veel maar ach, een bijzondere dag was het zeker.
16 december 2018
Koud was het ook vandaag op Texel. Koud en onherbergzaam. Die sneeuw, die creëert zijn eigen onherbergzaamheid. Als er sneeuw ligt, waar dan ook, krijg je daar altijd zo’n gevoel van dat de natuur ons boven het hoofd groeit. Dat we er niet tegenop kunnen, uiteindelijk. Wat uiteindelijk misschien ook inderdaad wel zo is. Ik was in de Kreeftepolder, waar gele rietflarden het wit doorbraken. En ik was op de Hors, waar besneeuwde duintjes een prachtig mozaïek vormden tegen het gele zand. Erg fotogeniek allemaal. En doodstil, meestal. Ook zoiets: het is altijd net alsof het in de sneeuw nog stiller is dan het toch al zijn kan in de winter. Een winterkoninkje scharrelend in wat nabij kreupelhout, dat was het wel.
Wat er dus ook was vandaag, was die mist. Lange tijd hoopte ik nog dat het daarmee wel goed zou komen als, zoals voorspeld, in de middag de zon af en toe zou doorbreken. Inderdaad was er in de middag af en toe door de mist heen een vaag zonneschijnsel zichtbaar, maar tegen de mist kon dat niet op. Er komt dan een moment dat je weet, dit komt niet meer goed. Althans, niet vandaag, niet wat de mist betreft. Het was overigens niet zo’n enorm dichte mist, je kon af en toe nog best een goeie tweehonderd meter zien, maar het was genoeg om me het zicht te ontnemen op een onbekende hoeveelheid vogels. En wat je wel zag, oogde meest als vage contouren, zonder kleur en zonder details. Alsof voortdurend je verrekijker beslagen was. Wat trouwens inderdaad zo was. In de Mokbaai met moeite een paar rosse grutto’s en bonte strandlopers. Langs de waddenkust, vanaf Dijkmanshuizen tot aan Oudeschild, vrijwel geen rotgans kunnen vinden en dat is echt uniek. Zaten ze allemaal net buiten zicht? Maar dan hielden ze zich ook uitermate stil. Eén groepje zag ik, van acht stuks, maar witbuik zat daar niet tussen. Heel wat keren zag ik onderweg witte vlekken die spannend leken maar bij nadering natuurlijk telkens weer sneeuw bleken. Eén keer vloog zo’n witte vlek weg. Sneeuw kan niet vliegen vind ik, dus dat moet een kleine zilverreiger geweest zijn. Verder was het allemaal niet veel maar ach, een bijzondere dag was het zeker.
16 december 2018
donderdag 13 december 2018
Hit-and-Run
Een klassieke ‘Hit-and-Run’ vandaag: ineens vanmorgen de melding van een bonte tapuit in Bodegraven. Een bonte tapuit! In Bodegraven! Wat een plek, voor zo’n soort, en wat een soort, voor zo’n plek. Maar wel lekker makkelijk: twintig minuten met de trein en twintig minuten lopen vanaf het station en je staat in de blubber tussen de bergen sintels, de zandhopen, de stapels pallets en de graafmachines en zandwagens die af en toe rakelings langs je heen bulderen, te kijken naar een fraaie eerste kalenderjaar bonte tapuit. Nou ja, fraai, daar moet je wel oog voor hebben natuurlijk, sommigen vonden hem lelijk naar het schijnt, maar wel een zeldzame dwaalgast uit zuidoost Europa of verder, en dat maakt zo’n beest natuurlijk razend interessant. Minder dan dertig gevallen in Nederland, hoewel de laatste jaren wel vrijwel jaarlijks en dit jaar alweer de derde. Wat me aan de vogel opviel, behalve het weinig spectaculaire, overwegend grijsbruine verenkleed (dat met enige moeite nog wel voor een tapuit had kunnen doorgaan), was het wat ielige voorkomen. Niet zo stoer, niet zo statig en prominent als een tapuit zijn kan. Dat was me bij mijn zelf ontdekte bonte tapuit destijds op de waddendijk van Schiermonnikoog ook al opgevallen. En ook de oostelijke blonde tapuit van Westkapelle een paar jaar terug oogde zo bescheiden. Waar ‘m dat precies in zit is lastig aan te geven. Iets met verhoudingen en houding. Maar leuk: subtiele kenmerken. En leerzaam. Het was hoe dan ook weer genieten, een klein uurtje in de bagger op de bouwplaats.
woensdag 12 december 2018
Eempolders
We begonnen met hevige buien en eindigden met een dip. Tussendoor scheen heel af en toe even de zon en vloog er een smelleken over. Aldus kort samengevat de excursie met vogelwacht Utrecht naar de Eempolders.
Vanwege de langdurige en hevige regen in de ochtend begonnen we met autovogelen in Arkemheen, op zoek naar kleine zwaan en koereiger. Beide vergeefs. Eigenlijk leverde onze zoektocht tot zover helemaal niets op dat het vermelden waard is, en dat gold goeddeels ook voor onze zoektocht door de Eempolders. Eén wilde zwaan tussen de knobbelzwanen was een bescheiden lichtpuntje maar de Noordpolder te Veld, toch vaak goed voor in elk geval veel vogels, lag er vrijwel verlaten bij. Maar net toen we aan het eind van de Noord Ervenweg stonden te overwegen naar de kijkhut te gaan lopen maar daar vanwege alweer een naderende zware buienlucht toch maar vanaf zagen (dat bleek later een juiste beslissing), vloog ineens die smelleken over: soort van de dag. Maar dat natuurlijk alleen omdat we later op en rond dat ruige terreintje bij Barneveld ondank ruim een uur speuren met geen mogelijkheid de beoogde soort van de dag vinden konden. Verwilderde akker met vegetatie van laag en schraal via half hoge wildernis tot enkele wat hogere wilgjes. Vinken, een paar rietgorzen, keep, geelgors, maar van de daar al enkele dagen aanwezige grauwe gors tijdens onze aanwezigheid geen spoor. Nou ja, zulke dagen heb je ook.
9 december 2018
Vanwege de langdurige en hevige regen in de ochtend begonnen we met autovogelen in Arkemheen, op zoek naar kleine zwaan en koereiger. Beide vergeefs. Eigenlijk leverde onze zoektocht tot zover helemaal niets op dat het vermelden waard is, en dat gold goeddeels ook voor onze zoektocht door de Eempolders. Eén wilde zwaan tussen de knobbelzwanen was een bescheiden lichtpuntje maar de Noordpolder te Veld, toch vaak goed voor in elk geval veel vogels, lag er vrijwel verlaten bij. Maar net toen we aan het eind van de Noord Ervenweg stonden te overwegen naar de kijkhut te gaan lopen maar daar vanwege alweer een naderende zware buienlucht toch maar vanaf zagen (dat bleek later een juiste beslissing), vloog ineens die smelleken over: soort van de dag. Maar dat natuurlijk alleen omdat we later op en rond dat ruige terreintje bij Barneveld ondank ruim een uur speuren met geen mogelijkheid de beoogde soort van de dag vinden konden. Verwilderde akker met vegetatie van laag en schraal via half hoge wildernis tot enkele wat hogere wilgjes. Vinken, een paar rietgorzen, keep, geelgors, maar van de daar al enkele dagen aanwezige grauwe gors tijdens onze aanwezigheid geen spoor. Nou ja, zulke dagen heb je ook.
9 december 2018
dinsdag 11 december 2018
Rhoon
Hij zat er al ruim een week maar hij had me nog niet erg kunnen motiveren: mogelijke oostelijke gele kwikstaart bij Rhoon. Een volledig grijs-met-witte gele kwikstaart, (vrijwel) zonder geeltinten en bovendien in december: natuurlijk erg verdacht maar het bewijst nog niks. En een verkeerd roepje, of op zijn best een roepje dat misschien nog net binnen de variatie van oostelijke valt, maar toch zeker ook binnen die van onze eigen gele kwikken? Zo wil je ze natuurlijk niet: eindelijk de eerste oostelijke gele kwikstaart voor Nederland, is het toevallig net die ene met een afwijkend, nogal westelijk klinkend roepje. Hoe toevallig wil je het hebben?
Uiteindelijk zal DNA de doorslag moeten geven, maar een soort die alleen met behulp van DNA met zekerheid is vast te stellen, daar ben ik niet zo dol op. Bovendien, als ik de deskundigen moet geloven is het nog maar zeer de vraag of dat wel gaat lukken. Het ligt nogal ingewikkeld, ik begrijp het allemaal eerlijk gezegd maar half, of minder, maar ook op dat gebied heerst er nogal wat onzekerheid. Dus wat moet je er dan nog mee?
Aan de andere kant: hoe je er ook tegenaan kijkt, het is toch de vogel van de maand. Of het er nou een is of niet, hij houdt de gemoederen bezig. Hij is hoe dan ook spannend, en interessant, die wil je dan toch niet missen. En bovendien: gele kwikstaart zou natuurlijk sowieso nieuw zijn voor mijn decemberlijst. Dus vandaag toch maar naar Rhoon geweest, en het betreffende veld in. Daar de vogel een paar keer mooi ter plaatse gezien en enkele keren bij het overvliegen duidelijk horen roepen. En dat bevestigde slechts wat ik via internet al had opgevangen: een spannend beest, een volledig grijs-met-witte gele kwikstaart, (vrijwel) zonder geeltinten en bovendien in december. Erg verdacht natuurlijk maar het bewijst nog niks. Sluit het een wat grijs uitgevallen eerste winter westelijke gele uit? Is meen ik vaker vertoond. En zoals gezegd: roep wijkt hooguit marginaal af van die van onze gele kwikken en mist het rouwe dat oostelijke zou kenmerken (ik spreek uiteraard niet uit ervaring). Sonogrammen tonen toch nog een subtiele zaagtand aan maar of dat voldoende is? DNA zal uitsluitsel moeten geven maar het is dus nog maar de vraag of dat gaat lukken.
Klinkt al met al als een tamelijk zinloze onderneming. Maar toch hè, toch was het een hele leuke en geslaagde twitch. Hoeveel twijfels je bij zo’n vogel ook hebt, als je er eenmaal naartoe gaat, raak je toch bevangen van een soort jachtinstinct dat garant staat voor een enerverend uurtje gevolgd door grote vreugde en diepe tevredenheid als je hem tenslotte, zoals in dit geval, zeer bevredigend hebt. Dan ga je gewoon gelukkig en blij naar huis, ook al weet je dat het nog maar zeer de vraag is of je er ooit een nieuwe soort voor mag bijschrijven.
En om het allemaal goed af te ronden lekker met storm achter naar Barendrecht gefietst. En daarbij wandelingetjes gemaakt door de fraaie oeverlanden langs de Oude Maas. Meest stilte daar tussen de menigte aan geknotte wilgjes om je heen, terwijl daarbuiten de wind woelt en grijze luchten overwaaien. Kreken en slenken, modderige oevers, wildernissen van kalende struwelen, als de kwikstaart het reisje naar Rhoon niet waard was, dan waren de Rhoonse en Carnisser grienden dat in elk geval wel.
8 december 2018
Uiteindelijk zal DNA de doorslag moeten geven, maar een soort die alleen met behulp van DNA met zekerheid is vast te stellen, daar ben ik niet zo dol op. Bovendien, als ik de deskundigen moet geloven is het nog maar zeer de vraag of dat wel gaat lukken. Het ligt nogal ingewikkeld, ik begrijp het allemaal eerlijk gezegd maar half, of minder, maar ook op dat gebied heerst er nogal wat onzekerheid. Dus wat moet je er dan nog mee?
Aan de andere kant: hoe je er ook tegenaan kijkt, het is toch de vogel van de maand. Of het er nou een is of niet, hij houdt de gemoederen bezig. Hij is hoe dan ook spannend, en interessant, die wil je dan toch niet missen. En bovendien: gele kwikstaart zou natuurlijk sowieso nieuw zijn voor mijn decemberlijst. Dus vandaag toch maar naar Rhoon geweest, en het betreffende veld in. Daar de vogel een paar keer mooi ter plaatse gezien en enkele keren bij het overvliegen duidelijk horen roepen. En dat bevestigde slechts wat ik via internet al had opgevangen: een spannend beest, een volledig grijs-met-witte gele kwikstaart, (vrijwel) zonder geeltinten en bovendien in december. Erg verdacht natuurlijk maar het bewijst nog niks. Sluit het een wat grijs uitgevallen eerste winter westelijke gele uit? Is meen ik vaker vertoond. En zoals gezegd: roep wijkt hooguit marginaal af van die van onze gele kwikken en mist het rouwe dat oostelijke zou kenmerken (ik spreek uiteraard niet uit ervaring). Sonogrammen tonen toch nog een subtiele zaagtand aan maar of dat voldoende is? DNA zal uitsluitsel moeten geven maar het is dus nog maar de vraag of dat gaat lukken.
Klinkt al met al als een tamelijk zinloze onderneming. Maar toch hè, toch was het een hele leuke en geslaagde twitch. Hoeveel twijfels je bij zo’n vogel ook hebt, als je er eenmaal naartoe gaat, raak je toch bevangen van een soort jachtinstinct dat garant staat voor een enerverend uurtje gevolgd door grote vreugde en diepe tevredenheid als je hem tenslotte, zoals in dit geval, zeer bevredigend hebt. Dan ga je gewoon gelukkig en blij naar huis, ook al weet je dat het nog maar zeer de vraag is of je er ooit een nieuwe soort voor mag bijschrijven.
En om het allemaal goed af te ronden lekker met storm achter naar Barendrecht gefietst. En daarbij wandelingetjes gemaakt door de fraaie oeverlanden langs de Oude Maas. Meest stilte daar tussen de menigte aan geknotte wilgjes om je heen, terwijl daarbuiten de wind woelt en grijze luchten overwaaien. Kreken en slenken, modderige oevers, wildernissen van kalende struwelen, als de kwikstaart het reisje naar Rhoon niet waard was, dan waren de Rhoonse en Carnisser grienden dat in elk geval wel.
8 december 2018
Abonneren op:
Posts (Atom)





















