vrijdag 27 september 2024

Op zee

Het stond al maanden op de agenda: een dagje varen op zee. De verwachtingen waren hooggespannen. Zeevogels! Stormvogels, genten, jagers, noem maar op. Ik had het al een paar keer eerder meegemaakt en meestal waren ze er allemaal bij. De afgelopen jaren was het een paar keer afgelast vanwege teveel wind maar dit keer was er bijna geen wind en kon het eindelijk doorgaan.
Eigenlijk was er te weinig wind. Oost 2 a 3, en dat al dagen lang, we moesten maar nergens op rekenen, sprak Martijn, onze gids en reisleider, ons vooraf toe. Een soort winstwaarschuwing. Ik dacht er het mijne van. Ook tijdens mijn vorige pelagische tochtjes had er weinig wind gestaan, en ook toen meestal al dagen lang. Maar Martijn heeft toch gelijk gekregen. Het was sprokkelen vandaag en we hadden alle tijd om ons aan de pontische meeuwen te wijden. De situatie op zee lijkt niet meer helemaal te zijn zoals die pakweg tien jaargeleden was.
Pontische meeuw is een van de weinige zeevogels die zijn toegenomen de afgelopen jaren. Vrijwel alle andere zijn schaarser geworden. Jan van genten: een keer vlogen er twee laag over de boot en een keer vloog een fraaie adulte vogel korte tijd om de boot heen. Zeekoeten: drie keer eentje dichtbij op zee. Noordse stormvogel, jaren geleden tijdens mijn eerste twee zeetochtjes vaste prik: in geen velden of wegen te bekennen. En jagers: één keer een grote jager. Alles samen lijkt dat nog aardig wat, maar op vele uren varen is het bar weinig en af en toe duurden die uren dan ook erg lang en waren ze best saai.
Nou is grote jager tegenwoordig behoorlijk zeldzaam geworden, schijnt erg te lijden te hebben gehad onder de vogelgriep dus dat was wel een gave waarneming. Hij kwam mooi dichtbij langs vliegen, joeg alle meeuwen uiteen en was even later in de verte nog herkenbaar toen-ie achter een meeuw aan joeg. Maar verder hadden we dus alle tijd om ons aan de meeuwen te wijden, de hele dag lang. Vooral aan de pontische meeuwen. Volop pontische meeuwen, op het laatst konden we ze dromen: witte kop, helder witte staart met scherpe donkere eindband en het bekende lamellenpatroon op de binnenhand. En wanneer ze op zee zaten die typische langgerektheid van kop, hals en snavel. We hadden ook af en toe wat geelpootmeeuwen achter de boot. Een paar keer een juveniel, die er elke keer erg lastig uit te pikken was, en ’n paar (sub)adulten die met hun heldergele poten veel gemakkelijker waren. Meeuwen genoeg dus maar op het eind snakten we naar iets anders. Maar moesten wat dat betreft genoegen nemen met een groepje zwarte zee-eenden, een zilverplevier en een mooie, langgerekte groep lepelaars die over zee naar zuid trokken. Het is niet waar we van gedroomd hadden, maar die grote jager was mooi.

22 september 2024


Meer aan zee: stormvogeltjes

Mijn weblogkasteel







donderdag 19 september 2024

Het goede leven

Twee zeer aangename uurtjes bracht ik vandaag door op de IJsselmeerdijk ten zuiden van Schellinkhout, nabij Hoorn. Plezierig septemberzonnetje, aangename temperatuur en uitzicht op water en drooggevallen slikvlaktes beneden in de Nek, kleiput in een knik van de Zuiderzeedijk, ooit ontstaan door het afgraven van klei die nodig was om de (toen nog) zeedijk te versterken. Aldus het onvermijdelijke Wikipedia. Voor de gemiddelde passant moet het wel een raadsel zijn geweest waarom zovelen (en al dagenlang) daar op de dijk naar het water en het slik zaten te turen. Veel was daar toch niet te zien? Wat eenden, een paar ganzen en oh ja, drie lepelaars. Voor ons zat er veel meer, maar dat vergde wel enige aandacht en vooral: technische hulpmiddelen. De een zijn werkelijkheid is die van de ander niet. Geregeld kwam men ons dan ook vragen waar we toch naar zaten te kijken. Blonde ruiter, was dan ons antwoord, zeldzame dwaalgast uit Noord-Amerika.

Er zat trouwens ook nog een ringsnaveleend in de Kennemerduinen, wat in tegenstelling tot blonde ruiter voor mij nog een nieuwe jaarsoort zou zijn. De keuze vanmorgen was dus tussen kwantiteit en kwaliteit. Ging ik voor het lijstje of voor de onvergetelijke ervaring? Het werd de onvergetelijke ervaring en dus zat ik in het septemberzonnetje bij een aangename temperatuur op de IJsselmeerdijk ten zuiden van Schellinkhout, met uitzicht op een buitengewoon fraaie blonde ruiter. Dat is voor mij wel het goede leven.
Blonde ruiter is zo’n soort waarvan het best lastig is om aan te geven waarom het er een is. Vrijwel alle kenmerken die je kunt noemen, gaan ook op voor de meeste juveniele kemphanen, maar toch, als je ze bij elkaar optelt, zie je gewoon een andere vogel. En is eigenlijk onmiddellijk duidelijk dat je niet met een kemphaan van doen hebt.
Ik had al een blonde ruiter dit jaar, een gevalletje in het Harderbroek bij Zeewolde dat af en toe maar steeds vrij ver weg zichtbaar was. Net goed genoeg om te zien dat ik niet met een kemphaan van doen had. Die moest beter, daarom was ik ook hier, en de lat lag dus niet al te hoog. Maar eigenlijk hoopte ik op meer, op iets dat in de buurt kwam van mijn eerste twee blonde ruiters, bijna twintig jaar geleden, toen ik ze zo mooi zag als ik ze later nooit meer gezien heb. Nou, ik zal het maar meteen verklappen: dat is gelukt. De vogel zwierf over het drooggevallen slik, meest maar niet altijd langs de waterkant, liet zich langdurig en ongestoord bekijken en kwam daarbij geregeld tot op amper twintig meter afstand. Gewoon genieten dus, zonder je bezig te hoeven houden met nuttigheden als onderzoeksgegevens en beheers­plannen. Want wat een megamooie vogel! Zo sierlijk, zo apart van bouw, zo mooi zacht en zonnig van kleur, zo subtiel van tekening. Zo anders! Zo’n vogel is wel een paar uur op de IJsselmeerdijk bij Schellinkhout waard!

De bijzaken mochten er ook zijn vandaag: drie fraaie kleine strandlopers, een drieteenstrandloper, een juveniele kanoet, watersnippen, bontbekplevieren, een paar bonte strandlopers, een paar kemphanen, een oeverloper en drie lepelaars. Maar de verrassing van de dag was dat gevalletje dat op een gegeven moment roepend over ons heen vloog: een herhaling van hoge, schelle roepjes, niet zo helder en langgerekt als bijvoorbeeld gele kwikstaart maar korter en afgemeten of zo, met tussendoor ook een enkel lager en anders klinkend roepje. Ja, hoe leg je dat uit? Hoe geef je woorden aan zoiets onuitspreekbaars als roepjes van vogels? Vogelgidsen staan vol geschreven met lettercombinaties die iets moeten zeggen over de geluiden van vogels maar die mij meestal niets zeggen. Maar ik heb er thuis nog even flink op gestudeerd en voor mij was dit inderdaad wat ik al meteen vermoedde: ortolaan!
Had ik toch nog een nieuwe voor de jaarlijst.

15 september 2024


Mijn weblogkasteel





dinsdag 27 augustus 2024

Excursie Keulen en Aken

Het oorspronkelijke plan was om naar de Biesbosch te gaan, maar wegwerkzaamheden op de A2 maakten dat tot een nogal hachelijke onderneming. Verkeerschaos dreigde. Zondagochtend heen zou wellicht nog wel goed gaan, maar ’s middags terug zouden we mogelijk in een fuik van urenlange files terechtkomen. Dat wilden we onszelf maar liever niet aandoen en een alternatief was gauw gevonden: in de kop van Noord-Holland wachtte ons met een beetje geluk een fraaie bonapartes strandloper. En dus stonden we vanaf half 10 ’s ochtends een ondergelopen bollenveldje bij Callantsoog af te speuren. Vergeefs, helaas. Met tientallen vogelaars zowat twee uur staan zoeken maar bona, zoals we de soort liefkozend noemen, kon niemand vinden. Uit nader onderzoek op Waarneming.nl bleek dat die niet de enige was die vanmorgen vertrokken leek. Tegen de zeven zeer zeldzame soorten die gisteren door in totaal 88 waarnemers waren gemeld, stonden vandaag slechts één soort en twee waarnemers. Er is vannacht schijnbaar iets dramatisch gebeurd en wij plukten daarvan de wrange vruchten.
En toen we in de middag besloten al vogelend weer op huis aan te gaan, bleek dat door uitgebreide wegwerkzaamheden rond Amsterdam onderweg naar Utrecht toch weer verkeerschaos en urenlange files dreigden. Zo was onze expeditie naar Noord-Holland in feite een dubbele mislukking: geen bonapartes kunnen vinden en geen verkeerschaos kunnen vermijden. Gelukkig bood de dijk van Enkhuizen naar Lelystad uitkomst en wisten we via Flevoland toch nog aan de verkeerschaos te ontsnappen.

Was er ook nog wat leuks te beleven vandaag? Ja hoor. Zo zaten er op ons eerste bollenveldje, waar we zo vergeefs naar bonapartes strandloper hadden staan zoeken, wel vele tientallen kemphanen. Kemphanen in de fraaiste kleurschakeringen en de meest uitzinnige uitdossingen. Er waren erbij die oogden als dalmatiërs uit een Walt Disney-strip: bijna helemaal wit met een paar kunstzinnige zwarte vlekken. Met ook nog onder andere volop bonte strandlopers en bontbekplevieren, wat kleine strandlopers, een paar drieteenstrandlopers, kanoeten en krombekstrandlopers, een temmincks strandloper en een prachtige engelse kwikstaart konden we onmogelijk ongelukkig zijn.
Daarmee was de Noord-Hollandse koek wel zo’n beetje op. We gingen nog naar de plek waar bona enkele dagen geleden gevonden was, op een bollenveldje langs de Belkmerweg, maar vonden daar slechts bontbekplevieren met drie bonte en één kleine strandloper ertussen. En bij Anna Paulowna gingen we op zoek naar een gestreepte strandloper. Die vonden we: ver weg en ternauwernood herkenbaar.
In Flevoland gingen we nog even langs bij de Kleine en de Grote Praambult. Die leverden nog enkele hoogtepuntjes op die definitief de pijn van de gemiste bona wegmasseerden. Naast blauwe kiekendief, vele tientallen lepelaars en tientallen casarca’s speelden hier vooral zeearenden de hoofdrol. Verschillende zagen we er in de lucht en ook enkele mooi in het veld, en tenslotte vonden we er een heel stel bij elkaar op een rijtje ver weg voor een rietrand. Af en toe sprongen er een of twee op om een klein stukje te gaan vliegen en af en toe leken ze enthousiast tegen elkaar aan te springen. Ze leken wel een schoolklasje van baldadige kinderen die wat met elkaar aan het spelen waren. Af en toe kwam er een nieuwe zeearend aanvliegen en uiteindelijk telden we er liefst twaalf. Vroeger zou je dat een on-Nederlands tafereel genoemd hebben maar ja, de tijden veranderen.

17 augustus 2024


Mijn weblogkasteel

maandag 26 augustus 2024

Tot slot

Om het af te ronden: de laatste handelingen van onze vakantie, wat mezelf betreft. Even uit mijn hoofd: paar keer aan het wad geweest, onder andere bij opkomend tij. Weer mooie samenkomsten van wadvogels, mooie getijdentrek en met drie krombekstrandlopers zelfs nog een nieuwe jaarsoort. Naar het Waloseum geweest, natuurmuseum over walvissen, diepzeeleven en kustvogels (in hele ruime zin, we kwamen ook een opgezette grote trap tegen). En enkele dagen van het Vikingerfestival genoten, wat een feest was van aanstekelijke gezelligheid, fijne livemuziek, spectaculaire vuurshows en allerlei optredens, alles in een context van oud middeleeuws marktleven. Het was ook een soort theaterfestival met velen, niet alleen medewerkers maar ook bezoekers, die in Vikinger klederdracht liepen, althans, wat daarvoor moest doorgaan. Onze laatste avond was het uit met het spektakel en was het ineens leeg en stil op het terrein. We voelden ons bijna ontheemd.

En wat hebben we nou de afgelopen weken geleerd over Duitsland? Waaraan konden we zien dat we in Duitsland waren? Een korte inventarisatie.
De schuilhutten af en toe langs het fietspad.
De omgang van Duitsers met fietsers: het ene moment denk je op een fietspad te rijden, het volgende rijd je ineens op de stoep. Soms weet je werkelijk niet of je op een fietspad of op de stoep rijdt. Soms weet niemand het en loopt en fietst iedereen maar door elkaar. Je hebt ook stroken waar de ene helft voor de fietsers is en de andere helft voor de voetgangers, en bijna niemand die die twee uit elkaar houdt. Op een keer fietsten we op een fietspad langs een redelijk drukke weg, toen dat ineens ophield en we ons kilometers lang tussen het autoverkeer moesten wagen. Nogal verwarrend allemaal. Je krijgt het gevoel dat ze ons fietsers maar een beetje wegmoffelen hier.
En dat de waddenkust hier af en toe dient als feestlocatie, is ook niet iets dat je in Nederland gewend bent.
Maar al die verschillend zijn natuurlijk heel betrekkelijk. Op de schaal van de wereldwijde diversiteit hebben ze nauwelijks betekenis en zijn Nederland en Duitsland zo goed als één. Wat de consequentie daarvan is voor de wereldgeschiedenis, dat laat ik graag aan anderen.

Dinsdag 6 augustus 2024


Terug naar begin: Norddeich
Meer buitenlandse zaken: Op weg






Helgoland

Even vooraf: gisterochtend opkomend tij mét telescoop mogen meemaken. Was geweldig. Leverde naast mooi zicht op regenwulpen, rosse grutto's en groenpootruiters onder andere een fraai groepje kanoeten en een zilverplevier op, allebei in adult zomerkleed en dat is bij dit soort steltlopers toch weer net even feestelijker dan de grijze tot bruine beestjes die ons in dit deel van Europa de meeste tijd worden voorgeschoteld.
En gistermiddag met zijn drieën naar het kasteeltje van Lütetsburg geweest, uitgebreid de kasteeltuinen bezocht, klassiek Engels van stijl, en teruggefietst door het bos van Hagen en door het windmolenpark. Vooral dat laatste is een overweldigende ervaring. Al die windmolens, ze zijn zo enorm en zo massaal aanwezig.

Hoogtepunt van onze vakantie was misschien wel onze dagtocht naar Helgoland. Die hadden we aanvankelijk niet gepland maar een boottocht van twee en een half uur, deels over volle zee en langs een drukbevaren scheepvaartroute, bracht ons op deze parel ver op de Noordzee, met zijn kliffen als kathedralen, zijn rode gesteente dat loodrecht uit zee verrijst. Natuurlijk, het is allemaal reisgidsenheroïek; de vergezichten, het visuele spektakel van die kliffen als kathedralen die zich tot zowat 60 meter hoog uit de golven verheffen, en de Lange Anne die aan het eind van het eiland hoog uit zee verrijst en trouwens dreigt ooit bij een harde storm in zee te storten, ze zijn allemaal bekend, de plaatjes kun je overal terugvinden, op internet en in dure fotoboeken, en die paar foto's van ons voegen maar weinig toe, maar het is bijzonder om daar te staan, daar op dat eiland en uit te kijken op die kliffen, op de vogelkolonies op die kliffen, en over de oneindigheid van de zee in de diepte, al is het dan de Noordzee maar. Ja, vanaf vandaag kan ik zeggen: ik ben op Helgoland geweest. Ik probeer geen snob te zijn maar alleen dat is al de moeite waard.
Effe wat informatie: Helgoland meet 1,7 km² en telt 1.307 inwoners. Ooit werd het ingelijfd bij het Vikingrijk en in de tijd van de Hanze werd het vooral bekend als piratennest. In het iets recenter verleden is het eiland onderdeel geweest van Denemarken en van het Verenigd Koninkrijk, maar sinds 1890 is het Duits grondbezit. Dat kwam het eiland nog duur te staan want op 18 april 1945 voerden duizend vliegtuigen van de Royal Air Force een vernietigend bombardement uit, waarbij circa zevenduizend bommen werden afgeworpen waardoor het eiland onbewoonbaar werd en de bevolking moest worden geëvacueerd. Een flinke krater uit die tijd is nog zichtbaar langs het wandelpad over de kliffen. Tegenwoordig is Helgoland dankzij de ligging diep in de internationale wateren een belastingvrije zone. De winkeltjes naast de haven waar je relatief goedkoop luxe artikelen kunt kopen, vormen voor niet-vogelaars misschien wel de grootste attractie van het eiland. Al moet je het begrip ‘goedkoop’ wel met een korrel zout nemen, want je hoeft dan wel geen belasting te betalen, je betaalt fors voor de dure merken.
Tot zover Wikipedia. Het soortenspectrum bleef ook vandaag betrekkelijk modaal, de meest onverwachte soort vond ik nog de roek die ik vond in een groepje kraaien. Ik weet niet hoe bijzonder dat op Helgoland is maar ik had hem niet zien aankomen. Maar wat zou dat? Die jan van genten, die drieteenmeeuwen: fantastisch waren ze! Ze oogden als poedersuiker die over de kliffen was uitgestrooid.
Overal op de kliffen zaten de jan van genten op wat voor hun nesten moet doorgaan. Prachtige jan van genten in alle soorten en maten: adulten, juvenielen, af en toe een paar tweede of derde kalenderjaar en ook nog aardig wat pullen. Waar je maar keek jan van genten. Er waren plekken waar je zowat naast de broedende jan van genten stond en je ze over het hekje heen bijna had kunnen aaien. Wat overigens niet is aan te bevelen want daar zijn ze niet van gediend en hun snavels zijn vervaarlijke wapens. Met tientallen stonden we ernaar te kijken, het leek de dierentuin wel dus nee, de klassieke natuurbeleving zoals die in alle rust en eenzaamheid dient te worden gebezigd, was het bepaald niet. Maar voortdurend de jan van genten om ons heen, in die prachtige vluchten ook, weinig ter wereld is mooier dan dat en ik had het niet willen missen.
Het broedseizoen was voor de jannen duidelijk nog niet afgelopen. Ook de drieteenmeeuwen waren nog volop op de broedplaatsen. Minder prominent dan de jan van genten, minder in aantal en ook niet zo dichtbij, ze broeden verspreid wat lager op de rotsen, maar ook die waren het aanzien meer dan waard. Het zijn prachtige meeuwtjes en ze lieten zich geweldig zien.
De alken en de zeekoeten konden we niet meer vinden, behalve wat groepjes zeekoeten vanaf de boot op volle zee. Voor hen was het broedseizoen inmiddels voorbij. Maar dat mocht de pret niet drukken. Toen we na vier uur op het eiland weer aan boord stapten voor de terugtocht, hadden we iets meegemaakt dat we niet snel weer zouden vergeten. En dat is, zeg ik altijd maar, toch waar het om gaat op vakantie. En niet alleen op vakantie natuurlijk.

Vrijdag 2 augustus 2024


Verder met Norddeich 2024: Tot slot







Juist

Wat vooraf ging:
Maandag, terwijl de anderen naar het luxe zwemparadijs waren, in mijn eentje een mooie tocht gemaakt naar en door de bossen bij Hagen: mooi ander aspect van de omgeving met ook een ander genre aan vogelsoorten. Boomkruiper, zwarte mees, roek, dat soort. Fraaie waterloop dwars door het bos, met weelderige oevers. En terug langs het kasteeltje van Lütetsburg, wat ook best mooi was.
En 's middags eindelijk opkomend tij meegemaakt. Ik was aan de andere kant van de haven. Spectaculaire getijdentrek. Geen verrassende soorten, wel verrassende aantallen. De enkele regenwulpen waren er tientallen geworden, de rosse grutto's misschien wel honderden. Ook tientallen groenpootruiters, onder meer.

Dinsdag met zijn drieën naar Greetsiel gefietst. Mooi maar erg toeristisch stadje. Oogde heel erg Hollands, met een echte Hollandse molen, een grachtje en een haventje met vissersboten en klassieke Hollandse gevels erlangs. Daarna het achterliggende natuurgebied bezocht. De Hauener Putten en Leyhorn: rietvelden met plassen en aan de andere kant van de dijk kwelders en wad. Weer een scala aan nieuwe vakantiesoorten maar iets noemenswaardigs zat er niet tussen. Het geel met rode vuurtorentje van Pilsen was wel noemenswaardig.

Ondertussen is op het terrein hier langs het wad de rust weergekeerd. Maar niet voor lang want morgen arriveren de Vikingen.

Dit alles natuurlijk als inleiding op onze dagtocht naar Juist vandaag. Was een fijne tocht. Juist (spreek uit juust) is ook weer een bijzonder eiland. 17 kilometer lang, werd ons verteld, maar soms amper 500 meter breed. Al werd daarbij vermoedelijk de brede kwelder langs de Waddenkant niet meegerekend want die is in z’n eentje soms al zowat 500 meter breed. Maar toch, het eiland ligt als een smalle naald tussen Noordzee en Waddenzee. Als je vanaf het strand de zeereep beklimt, zie je meestal aan de andere kant meteen de Waddenzee alweer voor je.
Het eiland is bijna volmaakt autoloos. Alleen politie, brandweer en de dokter hebben een auto. Mens en dier worden er vervoerd per paard en wagen. Verder heeft het, ook binnen de bebouwing, veel meer het eenvoudige, landelijke karakter dat we van onze Waddeneilanden kennen, al is er in Juist dorp langs zee ook een smalle strook met de allure van de sjieke grootstad die de Duitse eilanden zo kenmerkt, met barokke gevels, statige hoogbouw en een monumentaal en wit bepleisterd koepelhotel.
Langs zee gewandeld, langs de kwelder, door de duinen en door het dichte moerasbos langs de Hammersee, restant van de dijkfoorbraak die in 1651 het eiland tijdelijk in tweeën brak. Ook het hoogste duin van de Oostfriese Waddeneilanden ligt op Juist, aldus Wikipedia. Maar lag dat niet ook al op Norderney? En op welk eiland dan nog meer? Zien we hier de uiting van een prestigestrijd tussen de eilanden?
Al met al een mooie impressie gekregen van het eiland. Dat is net als Norderney uiteindelijk gewoon een mooi en natuurrijk Waddeneiland. Maar noemenswaardige soorten leverde het opnieuw niet op.

Woensdag 31 juli 2024


Verder met Norddeich 2024: Helgoland











zondag 25 augustus 2024

Twee werelden

Twee werelden, ja het is een klassiek concept maar ook hier: twee werelden. Aan de ene kant de Waddenkust, die zelf trouwens ook weer, zelfs in tweeërlei zin, uit meerdere werelden bestaat. Er is hier in Norddeich het evenementengebeuren met mensenmenigten, vliegerweide, kraampjes en podia, kunstmatige stranden en een boulevard met uitzichtplateau en trapjes naar het wad. En er is de rust en de pure natuur amper een kilometer verderop, met fraaie kwelders langs het wad. En er is natuurlijk het wad bij laagwater en het wad bij hoogwater, ook twee geheel verschillende werelden. Bij laagwater een uitgestrekte slikvlakte waar de ondergaande zon zo mooi op kan weerspiegelen, met slechts verspreid en meest ver weg wat groepjes vogels: wulpen, tureluurs, scholeksters, wat rosse grutto's, een paar regenwulpen en vooral kokmeeuwen. Heel vogelrijk is het er niet, veel minder vogelrijk dan ik het ken van de Nederlandse waddenkust. Zou dat ermee te maken kunnen hebben dat er relatief weinig Waddenzee is hier? Op sommige plekken is het nauwelijks twee kilometer naar Norderney. En weinig wad = weinig vogels. En bij hoogwater de zee die tegen het basalt aan klotst, met slechts een paar eiders op de golven en pakweg om de honderd meter een of twee oeverlopers, of soms drie, opvliegend van de dijkvoet af van de houten schotten die bij niet al te hoog water de Waddenzee hier in hoekige vlakken verdelen en bij hoogwater de dijk moeten beschermen tegen al te heftige golfslag. De tussenfase, opkomend of afgaand tij met vogels dichtbij op een smalle strook drooggevallen wad, maakte ik tot nu toe hier nog niet mee. Ik heb me daar het hoofd over gebroken. Het kan haast niet anders dan dat die fase maar kort duurt, dat het wad in no time vol of weer leeg loopt. Dat moet betekenen dat het wad hier heel vlak is, zodat een paar decimeter verhoging al zowat voldoende is om het hele wad te laten onderlopen. En bij laagwater zie je: dat klopt.

Daar tegenover staat die andere wereld: het binnenland. Het is een land van akkers en velden, van weilanden en graanakkers die er net niet zo schoon gestreken, net niet zo vlekkeloos uitzien als vaak bij ons, aaneengesmeed door stroken kreupelhout, boomlanen, snippertjes bos, half(?)natuurlijk waterloopjes soms met rijk begroeide oevers en een paar hoeves en boerenschuren, hier nog niet allemaal in gebruik als feriënwohnung. Hier heb je geelgors, af en toe kwartel en bruine kiekendief, en in de verte wouden van windmolens. Het is leeg hier, stil en wat dat betreft niet altijd zo heel anders dan het wad aan de andere kant van de dijk. Vanavond het gewenste, perfecte ommetje door dat landschap gevonden. Precies zoals hierboven beschreven, met daarbij nog de eerste invallende avondschemer.

Verder onder leiding van Esther de 'koeientocht' gemaakt, langs de Waddendijk heen en door de binnenlanden terug langs allerlei attractiepunten met informatiebordjes erbij, zoals een oude dijkdoorbraak, een plasje in het polderland of een boerenhoeve op een terp. Met Harriët naar het 'Natürstrand Hilgenriedersiel' gefietst, natuurgebied langs het wad een kilometer of 10 naar het oosten, met fraaie uitgestrekte kwelders. En met zijn allen naar Norden gefietst, onder andere naar het Teemuseum en onze inmiddels favoriete Konditorei. Alles bij zowat onafgebroken zonnig zomerweer, wat dat betreft treffen we het weer geweldig.
Intussen is het buitenfilmfestival naadloos overgegaan in het brandweerfestival, met reuzenrad en eetkraampjes, live muziek tot na middernacht, stoere brandweerwagens en spectaculaire demonstraties, maar is dat ook alweer beëindigd en is in ieder geval vanavond de rust weergekeerd.

Zondag 28 juli 2024


Verder met Norddeich 2024: Juist