Een rondjes Bethunepolder - Tienhoven, dat is voor mij toch het ultieme thuiskomen. Want zwartkruintsjagra is natuurlijk prachtig, maar onze blauwborst is ook niet mis. Ik had er een sporadisch zingend langs de Veenkade en een in polder Achteraf. En veldleeuwerik zong weer in polder Achttienhoven. Nog altijd, al jaren zo’n beetje de laatste in de regio. Kleine plevier weer in de nieuwe drassigheid in de Zodden en ook weer boerenzwaluw, langs vliegend over polder Achteraf. En zo was het niet alleen mijn terugkeer, maar even goed de terugkeer van de lente met al zijn lentebodes. Voor even dan toch. Met baltsende bruine kiekendief boven de Veenderij, zwarte roodstaart zingend op een boerderij in de Bethunepolder, zingende rietgors in het riet en tureluurs en grutto’s buitelend en baltsend in het polderland. En dat bij een aangenaam zonnetje: meer lente zal het voorlopig wel niet worden.
Ook leuk was het dwergmeeuwtje boven de vijfde Loosdrechtse plas: de eerste van vele? En drie mooie nonnetjes in een plasje achter de Breukeleveense eendenkooi. Dus ja, ik ben weer thuis.
28 maart 2023
zaterdag 1 april 2023
dinsdag 7 maart 2023
Wijnhavenkwartier
Het was weer eens een bizarre twitch vandaag. Eentje uit de categorie Urban Birding. Of de categorie knettergek, zo men wil, want knettergek voel je je wel als je daar staat op die soort van stoep tussen langsrazend autoverkeer en door je telescoop omhoog staat te turen naar de futuristische torenflats in het Wijnhavenkwartier in Den Haag. Wachtend tot alpenheggenmus een paar tellen tevoorschijn wil komen. Alpenheggenmus: vogel uit het hooggebergte die, afgedaald naar het Hollandse laagland, zich bij afwezigheid van hooggebergte dit torenhoge landschap van beton en baksteen heeft toegeëigend.
Ik heb lang geaarzeld of ik hem wel zou doen. Ik had immers al de prachtige vogel op die mesthoop in Berkelland in de Achterhoek destijds, en daarna ook nog eentje in de echte bergen in Italië, en deze zal sowieso de vergelijking met die twee niet kunnen doorstaan. Maar die zijn allebei wel alweer van meer dan tien jaar geleden dus het mocht wel weer eens. En een tweede voor Nederland, dat telt natuurlijk ook. Aan de andere kant staat-ie ook al op het programma op mijn komende BB-reisje naar Marokko. Al telt die natuurlijk niet mee voor de Nederlandse lijstjes. Voor wat het waard is. En bovendien: hebben is hebben en krijgen is de kunst. Je moet altijd maar afwachten of-ie in Marokko werkelijk wil vallen.
Aanvankelijk waren al deze overwegingen natuurlijk louter hypothetisch van aard want het leek sowieso een kansloze affaire: deze leek alleen weggelegd voor wie daar op hoogte woonde of werkte en toevallig uitzicht had op de juiste daktuin of de juiste vensterbank. Maar een paar dagen terug ontdekte men hoe en van waar het beestje van beneden af was waar te nemen. Sindsdien regent het waarnemingen en hoewel dat allemaal waarnemingen zijn vanaf beneden van een vogeltje dat heel even ver daar in de hoogte zichtbaar was, getuige ook de ingevoerde foto’s, begon-ie toch steeds harder aan me te trekken. Dat kon natuurlijk niet goed blijven gaan en dus stond ook ik vanmorgen temidden van een groepje medewaarnemers op het Prins Bernhardviaduct tussen het langs snellende verkeer te turen naar het roodbakstenen muurtje daar schuin boven ons in de schoot van enkele reusachtige, hoog torenende torenflats op een steenworp afstand (daarboven waarschijnlijk letterlijk) van station Den Haag centraal. En toen ik daar zo stond kon ik me levendig voorstellen dat alpenheggenmus zich daar best thuis voelde: enige overeenkomsten met een onherbergzaam rotslandschap waren er wel.
Ik bofte: al na amper een kwartier verscheen het vogeltje op het muurtje dat me gewezen was, velen hebben langer moeten wachten, en het bleef daar net lang genoeg zitten om hem aardig door de telescoop te kunnen bekijken. En het was dan wel vrij ver boven ons, ik zag toch het grijze kopje, de oranje flanken en de gele snavelbasis en daarmee was de determinatie wel rond: dit was inderdaad de alpenheggenmus die al enkele dagen af en toe daar tussen de torenflats wordt gezien. En op zich is dat een intrigerend gegeven: dat daar hoog tussen het beton en de bakstenen, midden in de grote stad, misschien al wel weken lang ongezien een zeldzame bergvogel verbleven heeft, totdat eindelijk een oplettende kantoorambtenaar op het juiste moment uit het raam keek. Toch een gevalletje dat je ergens niet had willen missen.
De anderhalf uur daarna de vogel nog enkele keren kort gezien en daarna iets anders gaan doen.
Ik heb lang geaarzeld of ik hem wel zou doen. Ik had immers al de prachtige vogel op die mesthoop in Berkelland in de Achterhoek destijds, en daarna ook nog eentje in de echte bergen in Italië, en deze zal sowieso de vergelijking met die twee niet kunnen doorstaan. Maar die zijn allebei wel alweer van meer dan tien jaar geleden dus het mocht wel weer eens. En een tweede voor Nederland, dat telt natuurlijk ook. Aan de andere kant staat-ie ook al op het programma op mijn komende BB-reisje naar Marokko. Al telt die natuurlijk niet mee voor de Nederlandse lijstjes. Voor wat het waard is. En bovendien: hebben is hebben en krijgen is de kunst. Je moet altijd maar afwachten of-ie in Marokko werkelijk wil vallen.
Aanvankelijk waren al deze overwegingen natuurlijk louter hypothetisch van aard want het leek sowieso een kansloze affaire: deze leek alleen weggelegd voor wie daar op hoogte woonde of werkte en toevallig uitzicht had op de juiste daktuin of de juiste vensterbank. Maar een paar dagen terug ontdekte men hoe en van waar het beestje van beneden af was waar te nemen. Sindsdien regent het waarnemingen en hoewel dat allemaal waarnemingen zijn vanaf beneden van een vogeltje dat heel even ver daar in de hoogte zichtbaar was, getuige ook de ingevoerde foto’s, begon-ie toch steeds harder aan me te trekken. Dat kon natuurlijk niet goed blijven gaan en dus stond ook ik vanmorgen temidden van een groepje medewaarnemers op het Prins Bernhardviaduct tussen het langs snellende verkeer te turen naar het roodbakstenen muurtje daar schuin boven ons in de schoot van enkele reusachtige, hoog torenende torenflats op een steenworp afstand (daarboven waarschijnlijk letterlijk) van station Den Haag centraal. En toen ik daar zo stond kon ik me levendig voorstellen dat alpenheggenmus zich daar best thuis voelde: enige overeenkomsten met een onherbergzaam rotslandschap waren er wel.
Ik bofte: al na amper een kwartier verscheen het vogeltje op het muurtje dat me gewezen was, velen hebben langer moeten wachten, en het bleef daar net lang genoeg zitten om hem aardig door de telescoop te kunnen bekijken. En het was dan wel vrij ver boven ons, ik zag toch het grijze kopje, de oranje flanken en de gele snavelbasis en daarmee was de determinatie wel rond: dit was inderdaad de alpenheggenmus die al enkele dagen af en toe daar tussen de torenflats wordt gezien. En op zich is dat een intrigerend gegeven: dat daar hoog tussen het beton en de bakstenen, midden in de grote stad, misschien al wel weken lang ongezien een zeldzame bergvogel verbleven heeft, totdat eindelijk een oplettende kantoorambtenaar op het juiste moment uit het raam keek. Toch een gevalletje dat je ergens niet had willen missen.
De anderhalf uur daarna de vogel nog enkele keren kort gezien en daarna iets anders gaan doen.
woensdag 22 februari 2023
Met vogelwacht Utrecht naar de Delta
Wat we allemaal graag wilden tijdens ons jaarlijkse uitje naar de delta, was grijze wouw. Een fijn hebbedingetje dat al enkele maanden vertoeft in de omgeving van Renesse. Al is-ie tegenwoordig niet meer de mega die hij vroeger was, hij is nog steeds het aanzien meer dan waard. Sommige van de aanwezigen hadden daar dan ook eind december al een dag aan besteed. Helaas vergeefs.
Onderweg hoopten we alvast wat leuke Zeeuwse soorten binnen te tikken. Om te beginnen langs de Brouwersdam. Dat viel dit keer niet mee. Geen spoor van de ijsduiker, gisteren nog door in elk geval één persoon gemeld. Geen ijseend te vinden ook en zwarte zeekoet wordt alweer enkele jaren op deze locatie niet meer aangetroffen. We moesten het doen met de wat minder exclusieve Brouwersdam-soorten en zelfs die wilden niet erg meewerken. Slechts één kuifduiker en slechts één verre roodkeelduiker vielen ons ten deel. Dat is weleens anders geweest. Gelukkig waren de middelste zaagbekken als vanouds fraai en waren er op zee ook wel eiders en zwarte zee-eenden te vinden, op het basalt onder ons onder andere tientallen paarse strandlopers en enkele al volop baltsende bontbekplevieren en aan de binnenzijde een parelduiker. Dus ach, dan heb je eigenlijk ook niks te klagen.
Na de Brouwersdam konden we rechtsaf naar Renesse of linksaf richting Prunje. We besloten nog even het eerste bericht af te wachten en om te beginnen linksaf te gaan, maar we hadden nog amper de eerste kleine zilverreigers en zwartkopmeeuwen binnen of daar was dat eerste bericht al: grijze wouw bij Renesse. Een vrouwtje blauwe kiekendief, een slechtvalk jagend op een samengebalde zwerm spreeuwen en een roodhalsgans langs de Tellersweg later keerden we naar het westen.
De plek van de wouw bleek ongeveer midden op een camping/huisjespark waar we niet welkom waren, het was hier natuurlijk geen Waddeneiland, geen Krim of Stortemelk, maar vanaf de omringende wegen hadden we aardig zicht op de terreinen waar de vogel zich zoal ophoudt. De vogel zelf bleef helaas hardnekkig uit beeld. Even dachten we dat we beet hadden, toen we langs de weg een groep vogelaars zagen staan kijken, maar zij bleken hetzelfde te doen als wij: zoeken en hopen. Van grijze wouw geen spoor.
Om niet de hele middag aan het vergeefs zoeken naar een grijze wouw te verspillen, zijn we daarna toch maar weer het eiland op gereden. Dat leverde veel leuks op. Een mooie groep toendrarietganzen in Prunje zuid. Een geweldige groep zilverplevieren in de Flaauwersinlaag, met ertussen ook wat rosse grutto’s en kanoeten. Zwarte ruiter, een groepje kluten, en een prachtige groep wilde zwanen vlak langs de weg helemaal bij Zonnemaire inmiddels. Als dagafsluitingen hadden we een zwarte rotgans bij Burg Haamstede in gedachten en dwergganzen bij Goedereede, maar toen gebeurde waarop we eigenlijk stiekem al gehoopt hadden: grijze wouw werd weer gemeld. De afgelopen dagen werd die immers steeds halverwege de middag gezien en was daarna vaak redelijk twitchbaar. Het werd dus eerst weer Renesse.
Het vinden van de vogel, of zelfs maar het in beeld krijgen van de juiste plek, was echter net zo problematisch als eerder vanmiddag. Overal stonden boomrijen en bosranden, huisjesparken of bedrijfsgebouwen in de weg. We probeerden het langs de Korte Moermondsweg, waar een dichtbij langs vliegend vrouwtje blauwe kiekendief één tel lang ons bloed deed stollen. We probeerden het langs de Rampweg waar we niet verder kwamen dan wat fazanten in het duinland, en belandden tenslotte op de toegangslaan naar Slot Moermond. Alsmaar niks. We wilden al bijna weer omkeren toen één van ons nog net op tijd die wittige gestalte ontdekte in een verre boomrij die precies zichtbaar was in een gat in de nabije bosrand. Snel uitgestapt, telescopen gericht en grijze wouw was binnen! Ja, zo snel kan het dan ineens gaan. Hij zat dan wel ver en bovendien vanuit elk mogelijk standpunt half achter wat kale takken, maar door de scoop waren toch zijn karakteristieke trekken, de rode ogen, de zwarte oogschaduw, de zwarte schouderveren, prima te onderscheiden. Op de foto niet meer dan een vlekje maar in het echt: prachtig! Na een minuut of tien vloog-ie op en door de telescoop kon ik hem nog een tijdje volgen in zijn vlucht boven de bosrand.
We sloten af met de dwerggansjes bij Goedereede. Die waren nog vrij vlot gevonden. Ze zaten vooraan in de groep en waren mooi te zien. Het interessante van deze drie was, dat ze tussen rotganzen zaten en niet, zoals de bekende vogels in Strijen, bij brandganzen. De vogels van Strijen en ook die van Camperduin zijn afkomstig uit een Zweeds herintroductieproject, waar de vogels actief aan brandganzen worden gekoppeld. Die worden niet door iedereen even serieus genomen, al zijn het net zo goed mooie gansjes. In de oorspronkelijke broedgebieden broeden dwergganzen juist bij rotganzen in de buurt en het is dus niet ondenkbaar dat deze drie met de rotganzen daarvandaan zijn meegevlogen. Dat zou ze net iets wilder maken dan de vogels van Strijen en Camperduin.
17 februari 2023
Onderweg hoopten we alvast wat leuke Zeeuwse soorten binnen te tikken. Om te beginnen langs de Brouwersdam. Dat viel dit keer niet mee. Geen spoor van de ijsduiker, gisteren nog door in elk geval één persoon gemeld. Geen ijseend te vinden ook en zwarte zeekoet wordt alweer enkele jaren op deze locatie niet meer aangetroffen. We moesten het doen met de wat minder exclusieve Brouwersdam-soorten en zelfs die wilden niet erg meewerken. Slechts één kuifduiker en slechts één verre roodkeelduiker vielen ons ten deel. Dat is weleens anders geweest. Gelukkig waren de middelste zaagbekken als vanouds fraai en waren er op zee ook wel eiders en zwarte zee-eenden te vinden, op het basalt onder ons onder andere tientallen paarse strandlopers en enkele al volop baltsende bontbekplevieren en aan de binnenzijde een parelduiker. Dus ach, dan heb je eigenlijk ook niks te klagen.
Na de Brouwersdam konden we rechtsaf naar Renesse of linksaf richting Prunje. We besloten nog even het eerste bericht af te wachten en om te beginnen linksaf te gaan, maar we hadden nog amper de eerste kleine zilverreigers en zwartkopmeeuwen binnen of daar was dat eerste bericht al: grijze wouw bij Renesse. Een vrouwtje blauwe kiekendief, een slechtvalk jagend op een samengebalde zwerm spreeuwen en een roodhalsgans langs de Tellersweg later keerden we naar het westen.
De plek van de wouw bleek ongeveer midden op een camping/huisjespark waar we niet welkom waren, het was hier natuurlijk geen Waddeneiland, geen Krim of Stortemelk, maar vanaf de omringende wegen hadden we aardig zicht op de terreinen waar de vogel zich zoal ophoudt. De vogel zelf bleef helaas hardnekkig uit beeld. Even dachten we dat we beet hadden, toen we langs de weg een groep vogelaars zagen staan kijken, maar zij bleken hetzelfde te doen als wij: zoeken en hopen. Van grijze wouw geen spoor.
Om niet de hele middag aan het vergeefs zoeken naar een grijze wouw te verspillen, zijn we daarna toch maar weer het eiland op gereden. Dat leverde veel leuks op. Een mooie groep toendrarietganzen in Prunje zuid. Een geweldige groep zilverplevieren in de Flaauwersinlaag, met ertussen ook wat rosse grutto’s en kanoeten. Zwarte ruiter, een groepje kluten, en een prachtige groep wilde zwanen vlak langs de weg helemaal bij Zonnemaire inmiddels. Als dagafsluitingen hadden we een zwarte rotgans bij Burg Haamstede in gedachten en dwergganzen bij Goedereede, maar toen gebeurde waarop we eigenlijk stiekem al gehoopt hadden: grijze wouw werd weer gemeld. De afgelopen dagen werd die immers steeds halverwege de middag gezien en was daarna vaak redelijk twitchbaar. Het werd dus eerst weer Renesse.
Het vinden van de vogel, of zelfs maar het in beeld krijgen van de juiste plek, was echter net zo problematisch als eerder vanmiddag. Overal stonden boomrijen en bosranden, huisjesparken of bedrijfsgebouwen in de weg. We probeerden het langs de Korte Moermondsweg, waar een dichtbij langs vliegend vrouwtje blauwe kiekendief één tel lang ons bloed deed stollen. We probeerden het langs de Rampweg waar we niet verder kwamen dan wat fazanten in het duinland, en belandden tenslotte op de toegangslaan naar Slot Moermond. Alsmaar niks. We wilden al bijna weer omkeren toen één van ons nog net op tijd die wittige gestalte ontdekte in een verre boomrij die precies zichtbaar was in een gat in de nabije bosrand. Snel uitgestapt, telescopen gericht en grijze wouw was binnen! Ja, zo snel kan het dan ineens gaan. Hij zat dan wel ver en bovendien vanuit elk mogelijk standpunt half achter wat kale takken, maar door de scoop waren toch zijn karakteristieke trekken, de rode ogen, de zwarte oogschaduw, de zwarte schouderveren, prima te onderscheiden. Op de foto niet meer dan een vlekje maar in het echt: prachtig! Na een minuut of tien vloog-ie op en door de telescoop kon ik hem nog een tijdje volgen in zijn vlucht boven de bosrand.
We sloten af met de dwerggansjes bij Goedereede. Die waren nog vrij vlot gevonden. Ze zaten vooraan in de groep en waren mooi te zien. Het interessante van deze drie was, dat ze tussen rotganzen zaten en niet, zoals de bekende vogels in Strijen, bij brandganzen. De vogels van Strijen en ook die van Camperduin zijn afkomstig uit een Zweeds herintroductieproject, waar de vogels actief aan brandganzen worden gekoppeld. Die worden niet door iedereen even serieus genomen, al zijn het net zo goed mooie gansjes. In de oorspronkelijke broedgebieden broeden dwergganzen juist bij rotganzen in de buurt en het is dus niet ondenkbaar dat deze drie met de rotganzen daarvandaan zijn meegevlogen. Dat zou ze net iets wilder maken dan de vogels van Strijen en Camperduin.
17 februari 2023
zaterdag 18 februari 2023
Klapekster
Twee keer al in dit nog prille jaar ben ik een klapekster misgelopen op plekken waar er verder vrijwel dagelijks een gezien wordt. Eerst op het Leersumse veld, waar ik overigens wel grote kruisbekken had dus daarover geen klachten. En daarna op het Hazewater bij Leusden. In beide gevallen was-ie de volgende dag gewoon weer present. Dat kon ik natuurlijk niet op me laten zitten. Dus vandaag effe heen en weer naar Maarn voor een tochtje naar het Leersumse veld. Nou leek het er niet echt de meest geschikte dag voor: grijs (maar meest droog, dat dan weer wel) en stormachtig. Bos en hei gingen gebukt onder een deken van grauwte, van somberte en een harde wind deed bomen en struiken schudden en beven zodat te vrezen viel dat klapekster, die die bomen en struiken zo graag als uitkijkpost gebruikt, vandaag liever dekking zocht in het binnenste van die bomen en struiken. Ik kon ‘m dan ook vooralsnog niet vinden. Ik kon trouwens helemaal niets vinden, het was doodstil in het bos en op de hei, afgezien van het loeien van de wind die bomen en struiken zo deed schudden en beven. Ik zocht door maar dit leek weer eens zo’n gevalletje van tijdverspilling te gaan worden. Klapekster? Voorlopig even niet mijn soort. Maar toen een wit oplichtende gestalte ver weg op zo’n schuddend en bevend struikje, en dan weet je het eigenlijk al wel. De verrekijker zorgde voor bevestiging: klapekster. Hij vloog op, vloog mooi voor me langs, ging even prachtig hoog in een boomtop zitten maar hield het daar met deze wind niet lang uit, vloog weer door en verdween uit beeld.
En weer was er een vlekje weggewerkt.
17 februari 2023
En weer was er een vlekje weggewerkt.
17 februari 2023
vrijdag 10 februari 2023
Pieper
Ik ben een luie twitcher. Bij zo'n eerste melding denk ik meestal, het zal wel. Is die bevestigd, dan denk ik, hij is vast intussen weg, of zoek. Blijken er inmiddels tientallen waarnemingen ingevoerd, dan denk ik, nauwelijks goede foto's, blijkbaar heeft niemand dat beestje fatsoenlijk gezien. Het is trouwens toch maar een kutvogeltje, het aanzien nauwelijks waard. En intussen is het te laat om vandaag nog die kant op te kunnen, met OV en vouwfiets, en morgen is-ie natuurlijk vertrokken. Nee, mij zien ze niet daar in de Hoeksche Waard. Ik blijf lekker thuis.
Maar als dan iemand in de appgroep overweegt morgen een poging te gaan wagen, denk ik, misschien moest ik het toch ook maar gaan proberen. En zo bevond ik me vandaag urenlang in het akkerland tussen 's-Gravendeel en Maasdam. Een landschap dat je elke zin in het leven beneemt. Kale en meest lege kleiakkers waaraan geen einde lijkt te komen. Rechthoekige percelen aaneengesmeed door recht getrokken sloten met steile oevers, doorsneden door het talud van de HSL en begrensd door de contouren van hoogspanningsmasten en bedrijventerreinen in de verte. Ja, als vogelaar kom je nog eens ergens. Van de aangekondigde groepen piepers geen spoor, laat staan van pacifische waterpieper, de zeldzaamheid in kwestie, eerste voor Nederland en afkomstig van heel ver weg. Uren daar doorgebracht, zoekend en wachtend. Ik fiets maar eens het ene weggetje op en neer, rijd een stukje langs de autoweg, fiets het andere weggetje heen en weer en keer weer terug naar het ene weggetje, maar rondom slechts verlaten velden, plat als een pannenkoek en op een enkele oude boerderij na vrijwel zonder enig houvast. Ik speur langs slootkanten en over kale kleiakkers, we speuren allemaal langs slootkanten en over kale kleiakkers, maar niets. Nauwelijks een vogel. En zo lijkt mijn luiheid genadeloos te worden afgestraft. Dik verdiend natuurlijk en ach, met de onophoudelijke stroom aan echte tragedies die de echte wereld teisteren, dezer dagen meer dan ooit, is klagen over het missen van een pacifische waterpieper geen optie. En nogmaals ach, het is natuurlijk ook maar een kutvogeltje, het aanzien nauwelijks waard. Maar een toptwitcher ga ik zo natuurlijk nooit worden.
Na uren wachten en uren zoeken, ik had me er al bij neergelegd dat ik genoegen zou moeten nemen met twee nieuwe jaarsoorten, kneu en veldleeuwerik, eindelijk piepers in het veld. Scharrelend tussen de klonten klei, meest verscholen, af en toe zichtbaar. En ons jachtinstinct wordt weer tot leven gewekt. Een waterpieper, een graspieper, weer een waterpieper, we speuren ze allemaal af. Er is weer hoop. En dan ineens een melding van een paar honderd meter verderop: ze hebben hem! Hals over kop haasten we ons die kant op, de meeste hollend, sommige fietsend, telescopen worden meegezeuld en we voegen ons bij het groepje vogelaars daar. Maar het blijft een worsteling, het blijft speuren en spieden. We proberen zo goed en zo kwaad als het kan de aanwijzingen op te volgen die ons worden toegeworpen als hondenbrokjes aan een uitgehongerde zwerfhond. Schuin voor die rood-witte paal die langs de spoorlijn staat. Links van het blauwe bord achter het spoor. Tussen de sloot en die smalle groene strook in, achter die ene graspol. Ik kijk en ik zoek en ik zie piepers, maar geeneen voldoet aan de eisen die pacifische waterpieper stelt. Een graspieper, een waterpieper, nog een waterpieper, en nog een, weer een graspieper. Dan vliegt de hele bende op en verdwijnt naar verderop in de akker. Nou, dat was het weer. Maar eentje is er achtergebleven, schuin voor de rood-witte paal die langs de spoorlijn staat. Waterpieper, gezien de zwak getekende rug. Maar wat een rare kop! Helemaal niet dat strakke, die strenge blik die we van onze waterpiepers kennen. Veel wit rond het oog, wit aan de teugel, dat maakt een heel ander, veel opener gezicht. En ik realiseer me dat ik sta te kijken naar iets waar ik nog nooit eerder naar heb staan kijken, naar iets dat zich nog nooit eerder in Nederland heeft voorgedaan! Ik sta te kijken naar de pacifische waterpieper! Dus toch! En dan jubelt en juicht het in me. Niemand die het aan me ziet hoor, maar van binnen jubelt en juicht het. Ineens is het geen kutvogeltje meer, maar het aanzien meer dan waard. Niet omdat het nou ineens zo’n oogverblindend beestje is geworden, maar omdat-ie anders is, anders dan alles wat ik ooit eerder in de kijker of de telescoop heb gehad, anders dan alles wat zich ooit eerder in Nederland heeft opgehouden.
Na een vergeefse poging om hem nog een keer te zien te krijgen (ik had de telescoop al ingepakt en toen ik hem weer had opgezet was de vogel alweer uit beeld) volmaakt gelukkig terug naar Dordrecht gefietst. Het leven is simpel, als je in weerwil van alles van zulke futiliteiten gelukkig kunt worden.
8 februari 2023
Meer twitchen: Wijnhavenkwartier

dinsdag 31 januari 2023
Zuid Holland
Het zijn tamme tijden voor ons vogelaars. Al weken moeten we het doen met hetzelfde setje inmiddels afgelikte boterhammen, humes bladkoning in Purmerend, dwerggors bij Vlaardingen, grote kruisbekken her en der, grijze wouw ergens in Zeeland. Ja, zo hebben we allemaal ons kruis te dragen. Ik had de meeste tot nu toe genegeerd maar ik vond het wel weer eens tijd om een paar leuke soorten op te strijken, al kom je dan natuurlijk toch uit op minstens een van die afgelikte boterhammen want meer is er momenteel niet te halen. Nog een paar mensen dachten er zo over, dus met zijn vieren een rondje Zuid Holland gedaan. Grijs en koud, maar droog en het zicht was redelijk dus daarover geen klachten.
Etappe één: Strijen. Strijen is de oudste gemeente in de Hoekse Waard en maakte van 1167 tot 1459 deel uit van de Heerlijkheid Strijen en Putten. Er zijn aanwijzingen dat Strijen al in de IJzertijd bewoond werd. Strijen is rijkelijk voorzien van de meest uiteenlopende monumenten. Op de gemeentelijke monumentenlijst staan een kleine zeventig objecten, waaronder diverse woningen in de Kerkstraat, enkele fraaie boerderijen, enkele bunkers in de Mariapolder en natuurlijk de oude gereformeerde kerk.
We hebben er niets van gezien want we doken meteen de polder het Oude Land van Strijen in: vette kleiakkers, kale, zwartklonterige vlaktes en verzopen velden, met vrij zicht tot aan de populierenschermen in de verte, vele kilometers populierenschermen, strak gespannen aan de horizon. Tussen hier en die populierenschermen slechts de arcadische rust van het platteland op zondagochtend waarvan toeristen geen weet en waar verkopers van zesentwintigdelige encyclopedieën niets te zoeken hebben. Ja, de wereld mag in brand staan, in polder het oude land van Strijen gaat ze haar gangetje.
Omringd door duizenden en duizenden brandganzen gingen we op zoek naar dwerggans, over onverharde landweggetjes waarover maar heel af en toe een auto je tegemoet komt, bijna altijd ook met vogelaars erin, waarna je elkaar, zo ver mogelijk uitwijkend tot in de berm, stapvoets passeert. Gelukkig hebben we tegenwoordig Waarneming.nl: precies op de plek waar ze ook gisteren gevonden waren (namelijk precies op de plek waar ze ook eergisteren …, ganzen zijn meestal erg plaatstrouw), vonden we de dwergganzen. We telden er twaalf maar we kunnen er een paar gemist hebben, vrij ver maar toch goed herkenbaar. Leuke start van de dag. Een jagende vrouw bruine kiekendief en dertien kleine zwanen over ons heen droegen nog bij aan de feestvreugde. Ook nog gezocht naar roodhalsgans, maar die niet gevonden.
Etappe twee bracht ons naar Vlaardingen, het historische stadje aan de Nieuwe Maas met pittoresk vissershaventje en beschermd stadgezicht waarin het oude stadhuis en de Grote Kerk het beeld bepalen. Ja, je komt nog eens ergens, als vogelaar, maar ook dat hebben we allemaal gemist want we moesten naar de Krabbeplas, waar al enige tijd een dwerggors verblijft. Toen we aan kwamen lopen hoorden we al een hoog, wat slissend tikje en was een vinkachtig vogeltje zichtbaar in een bosje: dwerggors was binnen. Maar alweer verdwenen voordat we hem een beetje behoorlijk in beeld hadden. Er volgden nog wat vluchtige waarnemingen en wat tikjes en toen dook de vogel ineens op in de berm van het fietspad. En verwende ons daar geruime tijd met zijn oogverblindende aanwezigheid. Enkele vriendelijke passanten wilden met alle plezier voor ons een kleine omweg maken en pas toen een fietser passeerde die de situatie niet tijdig in de gaten had, vloog de vogel weer het bosje in. Waar-ie ook nog best aardig te zien was.
Van het nabijgelegen Schipluiden, het kleine maar bezienswaardige dorpje aan het riviertje de Leede, hebben we zelfs helemaal niets gezien. In de Duifpolder moesten we zijn, waar een paar honderd kleine rietganzen zich gemakkelijk lieten oprollen. Fraaie gansjes, een genot om naar te kijken, maar misschien was de roek even verderop in de polder hier nog wel bijzonderder.
We sloten af bij Reeuwijk, dorp ontstaan als middeleeuwse veenontginning aan de Reeuwijksche plassen midden in het groene hart van Holland. Ook Reeuwijk is historisch interessant maar ook Reeuwijk lieten we verder alleen met zichzelf. In polder Reeuwijk oost gingen we op zoek naar een roodhalsgans tussen de brandganzen. Een herkansing dus, en deze keer slaagden we wel. Al was het niet eenvoudig het beestje terug te vinden tussen de honderden ganzen om hem heen waar-ie regelmatig gedeeltelijk of geheel achter schuilging. Maar al met al bracht roodhalsgans ons op een score van honderd procent, en dat is weleens anders geweest.
29 januari 2023
Etappe één: Strijen. Strijen is de oudste gemeente in de Hoekse Waard en maakte van 1167 tot 1459 deel uit van de Heerlijkheid Strijen en Putten. Er zijn aanwijzingen dat Strijen al in de IJzertijd bewoond werd. Strijen is rijkelijk voorzien van de meest uiteenlopende monumenten. Op de gemeentelijke monumentenlijst staan een kleine zeventig objecten, waaronder diverse woningen in de Kerkstraat, enkele fraaie boerderijen, enkele bunkers in de Mariapolder en natuurlijk de oude gereformeerde kerk.
We hebben er niets van gezien want we doken meteen de polder het Oude Land van Strijen in: vette kleiakkers, kale, zwartklonterige vlaktes en verzopen velden, met vrij zicht tot aan de populierenschermen in de verte, vele kilometers populierenschermen, strak gespannen aan de horizon. Tussen hier en die populierenschermen slechts de arcadische rust van het platteland op zondagochtend waarvan toeristen geen weet en waar verkopers van zesentwintigdelige encyclopedieën niets te zoeken hebben. Ja, de wereld mag in brand staan, in polder het oude land van Strijen gaat ze haar gangetje.
Omringd door duizenden en duizenden brandganzen gingen we op zoek naar dwerggans, over onverharde landweggetjes waarover maar heel af en toe een auto je tegemoet komt, bijna altijd ook met vogelaars erin, waarna je elkaar, zo ver mogelijk uitwijkend tot in de berm, stapvoets passeert. Gelukkig hebben we tegenwoordig Waarneming.nl: precies op de plek waar ze ook gisteren gevonden waren (namelijk precies op de plek waar ze ook eergisteren …, ganzen zijn meestal erg plaatstrouw), vonden we de dwergganzen. We telden er twaalf maar we kunnen er een paar gemist hebben, vrij ver maar toch goed herkenbaar. Leuke start van de dag. Een jagende vrouw bruine kiekendief en dertien kleine zwanen over ons heen droegen nog bij aan de feestvreugde. Ook nog gezocht naar roodhalsgans, maar die niet gevonden.
Etappe twee bracht ons naar Vlaardingen, het historische stadje aan de Nieuwe Maas met pittoresk vissershaventje en beschermd stadgezicht waarin het oude stadhuis en de Grote Kerk het beeld bepalen. Ja, je komt nog eens ergens, als vogelaar, maar ook dat hebben we allemaal gemist want we moesten naar de Krabbeplas, waar al enige tijd een dwerggors verblijft. Toen we aan kwamen lopen hoorden we al een hoog, wat slissend tikje en was een vinkachtig vogeltje zichtbaar in een bosje: dwerggors was binnen. Maar alweer verdwenen voordat we hem een beetje behoorlijk in beeld hadden. Er volgden nog wat vluchtige waarnemingen en wat tikjes en toen dook de vogel ineens op in de berm van het fietspad. En verwende ons daar geruime tijd met zijn oogverblindende aanwezigheid. Enkele vriendelijke passanten wilden met alle plezier voor ons een kleine omweg maken en pas toen een fietser passeerde die de situatie niet tijdig in de gaten had, vloog de vogel weer het bosje in. Waar-ie ook nog best aardig te zien was.
Van het nabijgelegen Schipluiden, het kleine maar bezienswaardige dorpje aan het riviertje de Leede, hebben we zelfs helemaal niets gezien. In de Duifpolder moesten we zijn, waar een paar honderd kleine rietganzen zich gemakkelijk lieten oprollen. Fraaie gansjes, een genot om naar te kijken, maar misschien was de roek even verderop in de polder hier nog wel bijzonderder.
We sloten af bij Reeuwijk, dorp ontstaan als middeleeuwse veenontginning aan de Reeuwijksche plassen midden in het groene hart van Holland. Ook Reeuwijk is historisch interessant maar ook Reeuwijk lieten we verder alleen met zichzelf. In polder Reeuwijk oost gingen we op zoek naar een roodhalsgans tussen de brandganzen. Een herkansing dus, en deze keer slaagden we wel. Al was het niet eenvoudig het beestje terug te vinden tussen de honderden ganzen om hem heen waar-ie regelmatig gedeeltelijk of geheel achter schuilging. Maar al met al bracht roodhalsgans ons op een score van honderd procent, en dat is weleens anders geweest.
29 januari 2023
zondag 22 januari 2023
Mist
Ik tel tegenwoordig de jaren. Dwerggors: twee jaar. Humes bladkoning: twee jaar. Kleine alk vorig jaar nog. Kuifaalscholver: twee jaar. Zelfs grijze wouw een hele modale twee jaar. En grote zee-eend: vier jaar. De laatste keer dat ik een grote zee-eend zag, was nog in het vorige decennium! Dat maakte grote zee-eend voor mij tot de meest begerenswaardige van alle soorten die momenteel in de aanbieding zijn. Hoog tijd dus om eens naar Nijkerk te gaan, want al enige tijd verblijven er zes op het Nijkerkernauw.
Er was natuurlijk een spelbreker: mist. Het zicht varieerde van enkele tientallen tot enkele honderden meters, hooguit een kilometer, erg helder was het nooit. In Arkemheen leek de polder ‘drawn to life’, om mijn dochter te citeren, er was soms nauwelijks meer dan een leeg, wit vlak te zien waar je zelf de sloten en de hekjes kon intekenen. Wanneer de mist het toestond waren er naast de sloten en de hekjes ook groene weiden met kolganzen, tientallen kemphanen en een grote groep wulpen.
Vanaf de zeedijk, wanneer de mist het toestond, duizenden smienten, tientallen brilduikers en een mooie man grote zaagbek. Soms was de overkant van het Nijkerkernauw te zien, maar meestal niet. Een paar kilometer verderop: grote zee-eenden. Zes telden we er, vage schimmen in de mist maar wanneer de mist het toestond waren ze toch nog aardig en in elk geval onmiskenbaar zichtbaar. Plus één voor de decenniumlijst. En: grote zee-eend nu nul jaar. Die kunnen voorlopig weer genegeerd worden.
Op de terugweg in de polder langs het Nekkeveld had ik ook nog, naast nog veel en veel meer smienten, een zeearend. Eerst bijna als een slechtvalk jagend tussen de smienten, daarna in de verte rustend op een hekje. Heel veel was er niet van te zien, slechts een vage schim maar toch, een zeearend.
De mist, kun je concluderen, had nog het een en ander toegestaan vandaag. Ze was me genadig geweest. Waarvoor dank.
21 januari 2023
Er was natuurlijk een spelbreker: mist. Het zicht varieerde van enkele tientallen tot enkele honderden meters, hooguit een kilometer, erg helder was het nooit. In Arkemheen leek de polder ‘drawn to life’, om mijn dochter te citeren, er was soms nauwelijks meer dan een leeg, wit vlak te zien waar je zelf de sloten en de hekjes kon intekenen. Wanneer de mist het toestond waren er naast de sloten en de hekjes ook groene weiden met kolganzen, tientallen kemphanen en een grote groep wulpen.
Vanaf de zeedijk, wanneer de mist het toestond, duizenden smienten, tientallen brilduikers en een mooie man grote zaagbek. Soms was de overkant van het Nijkerkernauw te zien, maar meestal niet. Een paar kilometer verderop: grote zee-eenden. Zes telden we er, vage schimmen in de mist maar wanneer de mist het toestond waren ze toch nog aardig en in elk geval onmiskenbaar zichtbaar. Plus één voor de decenniumlijst. En: grote zee-eend nu nul jaar. Die kunnen voorlopig weer genegeerd worden.
Op de terugweg in de polder langs het Nekkeveld had ik ook nog, naast nog veel en veel meer smienten, een zeearend. Eerst bijna als een slechtvalk jagend tussen de smienten, daarna in de verte rustend op een hekje. Heel veel was er niet van te zien, slechts een vage schim maar toch, een zeearend.
De mist, kun je concluderen, had nog het een en ander toegestaan vandaag. Ze was me genadig geweest. Waarvoor dank.
21 januari 2023
Abonneren op:
Posts (Atom)











