Drie uit vier vandaag! Jawel, gewoon volhouden en op een keer komt het goed. Drie uit vier dus, met heel misschien een flinke bonus. De gegadigden waren steppevorkstaartplevier, steppekiekendief, gestreepte strandloper en grauwe fitis, allemaal gisteren gezien bij Camperduin en Petten. Op alle vier mocht ik natuurlijk niet hopen, maar eentje, dat kon toch wel? Of twee misschien? Met twee uit vier zou ik volmaakt tevreden zijn.
Toen ik Camperduin naderde, was alleen gestreepte strandloper nog maar gemeld. Toch eerst nog even wat in de polder hier en in de Putten gekeken, maar daarna door naar het ondergelopen bollenveldje voorbij Petten waar gestreepte gemeld was. Daar niet alleen die gezien, tot volle tevredenheid want hij liet zich meestal fraai en af en toe fantastisch zien, maar tussen de tientallen kemphanen onder andere ook twee prachtige kleine strandlopers, een paar handenvol mooie juveniele krombekstrandlopers, bonte strandlopers, een paar zwarte ruiters en een paar groenpootruiters. En dat alles op soms pakweg honderd meter afstand maar soms ook op slechts enkele tientallen. Het was zo’n heerlijke groep steltlopers waar je met alle plezier een uur aan besteedt en die al die al dan niet gemiste zeldzaamheden bijna tot bijzaak maakt. Want weinig is zo leuk als stelten kijken.
Daarna richting de Putten en uiteindelijk vanaf de Hondsbossche zeewering een tijdje een stuk weiland vol goudplevieren zitten afspeuren. En ineens zag ik hem, korte tijd rondvliegend boven het veld. Lange en spitse vleugels, witte stuit, donkere ondervleugels en ook los daarvan een onmiskenbare steppevorkstaartplevier. En weer geland en weer uit beeld.
Toen-ie vooralsnog niet meer tevoorschijn wilde komen, een tijdje over zee staan kijken en toen dat niets opleverde, de laagte tussen Hondsbossche zeewering en de nieuwe zeeduinen ingedoken. Grauwe fitis was daar weliswaar de hele dag nog niet gemeld maar je kon niet weten. En warempel: ineens in het struikgewas een mooi, helder gekleurd phyllootje. Even kreeg ik hem mooi in de kijker: zeer markante oog- en wenkbrauwstreep en een duidelijk vleugelstreepje. Ik had grauwe fitis teruggevonden! Dutch Bird-alert verstuurd, een vogelaar verderop gewenkt en vervolgens geruime tijd, eerst met zijn tweeën en later met een groeiend groepje vogelaars, de vogel uitgebreid bekeken. Die liet zich af en toe geweldig zien. Het was verreweg mijn beste grauwe fitis tot nu toe. Als het een grauwe fitis was. Want er blijkt inmiddels discussie gaande over de vogel: is het geen groene fitis? Dat zou natuurlijk een bonus van jewelste zijn: vele malen zeldzamer (pas de derde voor Nederland) en voor mij een lifer die ik eerder dit jaar op Texel heb moeten laten lopen. Zoals ik al zoveel heb gemist dit jaar. Deze zou, als het inderdaad een groene is, alles goedmaken. En daar zijn wel een paar argumenten voor vind ik. De vogel oogde echt heel erg groenig; het grijsgroen op rug en vleugels neigde af en toe naar zuiver mosgroen. De wenkbrauwstreep was nogal gelig en reikte (net) niet tot aan de snavel. Keel en borst waren helder witachtig met iets van een gele zweem en zeker niet vuilwit vond ik. Wat ook opviel: de vogel reageerde duidelijk op roepjes en nog beter op zang van groene fitis. Kwam bij afspelen echt opvallend onze kant op. Ik hoorde zeggen dat-ie gisteren juist helemaal niet op geluidjes van grauwe fitis gereageerd had. Voor wat het waard is hoor, ik vraag me af of-ie zelf het verschil wel kent, aangezien beide tamelijk op elkaar lijken.
Er zijn natuurlijk ook argumenten tegen, zoals te weinig geel op de onderzijde (al schrijft Van Duivendijks kenmerkengids: ‘West-Turkse populatie vrijwel zonder geel op onderdelen’ maar aan de andere kant: voor een verse juveniel als deze zou dat dan weer niet opgaan) en een te bescheiden kop en snavel. Het zal al met al wel niet voldoende zijn voor een extreme zeldzaamheid als groene fitis. Maar groene of grauwe, een geweldige waarneming was het hoe dan ook.
Tenslotte nog geprobeerd iets meer van die steppevorkstaartplevier te zien te krijgen. Veel goudplevieren maar ik kon hem er niet tussen vinden. Steppekiek vertoonde zich aan mij de hele dag niet.
12 september 2020
maandag 14 september 2020
Leersumse veld
Ik wil niet klagen want natuurlijk, er is veel erger leed in de wereld en wie het kleine niet eert enzovoort, ja dat kennen we nou wel maar ik moet het toch even kwijt: ik ben echt bijna alles misgelopen wat ik maar mislopen kon sinds ik terug ben van vakantie. Oké, woudaap was er nou eenmaal niet meer dus die telt niet mee en duinpieper kon ik nog net wel meepikken. Maar hop: twee keer geweest maar niets. Ortolaan: twee keer op Soesterberg geweest en de tweede keer werd-ie zelfs gezien waar ik bij stond, maar niet door mij. Roodpootvalk te Soesterberg: niet toen ik er was. Krombekstrandlopers Hoogekampse plas: net te laat. Blonde ruiter bij Schiedam: ik zag hem nog net overvliegen. En slangenarend in de Zodden: heb er twee uur gestaan maar toen geen slangenarend en ook daarna niet meer. Ach, zo gaat dat soms, het leven en zo ook het vogelen verloopt niet altijd, meestal niet zelfs volgens schema's van redelijkheid en rechtvaardigheid. Nee, je krijgt niet elke keer wat je verdient. Soms heb je gewoon een heleboel pech en als dat je alleen overkomt bij het vogels kijken, mag je je gelukkig prijzen. Dus elke keer weer laat je het van je afglijden want dippen hoort erbij, maar elke keer voelt het een beetje rotter en uiteindelijk gaat het toch zeuren. En je probeert het gewoon nog een keer. Dus vanmorgen naar het Leersumse veld op zoek naar draaihals. Gelukkig is het Leersumse veld sowieso leuk, mooi en spannend in deze tijd van het jaar. (Dat geldt trouwens evengoed voor Soesterberg en voor de uiterwaarden bij Vianen, voor de Zodden enzovoort; dat is altijd een goeie smoes om toch weer te gaan: ook zonder succes een mooie plek en leuke vogels.)
Een mooie zonnige nazomerdag met de hei in nazomerstandje: volop bloeiend. Juveniele boomvalk, zingende boomleeuwerik, roodborsttapuiten, allemaal een tochtje naar het Leersumse veld waard. Aangekomen bij een mooi grazig stuk met woekerende braamstruwelen en een paar lossen boompjes en een stel koeien die zich nieuwsgierig aan ons opdrongen, stonden al enkele mannen te turen. Vergeefs, tot zover, al was er al wel een melding vanmorgen dus hij moest er nog zitten. Maar voorlopig ‘slechts’ nog meer roodborsttapuiten, een zwarte roodstaart en een mooie boomleeuwerik ter plaatse. Ach, het is in elk geval iets. Meer toeloop, niet alleen van ervaren vogelaars eerlijk gezegd. Even alarm: er worden twee spannende vogels ’gespot’. Het zijn boomleeuweriken. Ach, het is iets. Ik zie intussen de bui al hangen: een volgend wagonnetje aan mijn loosing train. We wachten, we speuren, alsmaar niets, maar dan ineens: draaihals open en bloot bovenin een braamstruik! Het duurt misschien tien tellen maar wat een heerlijke tien tellen zijn het. Dan duikt-ie omlaag en komt niet meer tevoorschijn, althans, niet tijdens mijn aanwezigheid.
Een mooie zonnige nazomerdag met de hei in nazomerstandje: volop bloeiend. Juveniele boomvalk, zingende boomleeuwerik, roodborsttapuiten, allemaal een tochtje naar het Leersumse veld waard. Aangekomen bij een mooi grazig stuk met woekerende braamstruwelen en een paar lossen boompjes en een stel koeien die zich nieuwsgierig aan ons opdrongen, stonden al enkele mannen te turen. Vergeefs, tot zover, al was er al wel een melding vanmorgen dus hij moest er nog zitten. Maar voorlopig ‘slechts’ nog meer roodborsttapuiten, een zwarte roodstaart en een mooie boomleeuwerik ter plaatse. Ach, het is in elk geval iets. Meer toeloop, niet alleen van ervaren vogelaars eerlijk gezegd. Even alarm: er worden twee spannende vogels ’gespot’. Het zijn boomleeuweriken. Ach, het is iets. Ik zie intussen de bui al hangen: een volgend wagonnetje aan mijn loosing train. We wachten, we speuren, alsmaar niets, maar dan ineens: draaihals open en bloot bovenin een braamstruik! Het duurt misschien tien tellen maar wat een heerlijke tien tellen zijn het. Dan duikt-ie omlaag en komt niet meer tevoorschijn, althans, niet tijdens mijn aanwezigheid.
11 september 2020
donderdag 13 augustus 2020
Groot leed en klein leed
Gisteravond een snelle twitchactie: naar polder De Eendracht bij Zevenhuizen voor graszanger en waterrietzanger. Geen van beide halszaak maar allebei leuk. Bij aankomst van beide al minstens een uur taal noch teken maar graszanger hadden we daarna toch al gauw binnen. Met tientallen stonden we in de warme zomeravond naar de rietvelden te turen toen-ie luid dzipend uit diezelfde rietvelden opsteeg en over ons heen vloog. Iets dat zich de verdere avond diverse keren herhaalde. Een mooi mediterraan beeld, passend bij de mediterrane omstandigheden. Graszanger dus naar volle tevredenheid binnen. Waterriet liet veel langer op zich wachten. Met tientallen stonden we in de warme zomeravond naar de rietvelden te turen maar meestal was het riet roerloos. Soms bewoog er iets maar elke keer als dat iets zich (in elk geval aan mij) bloot gaf, was het een gewone rietzanger. Een paapje op een paaltje, een boomvalk achter het riet langs, af en toe roepjes van baardman, een paar watersnippen over, snor, maar van waterrietzanger taal noch teken. Maar dan, we zijn al bijna onderweg naar de uitgang, achter ons een kreet: ‘waterrietzanger!’ We draaien ons om en zien hem, nemen we aan, nog net in de rietrand verdwijnen. Daar blijkt-ie toch nog aardig zichtbaar. Vliegt weer een stukje, zit weer een tijdje stil in de rietrand en vliegt dan vrij dicht langs ons heen het rietveld voor ons in. Foto’s tonen naderhand overtuigend aan dat het inderdaad de waterrietzanger is geweest. Al geeft het wel een beetje te denken dat daar die foto’s voor nodig waren.
Tot zover waterrietzanger: geen topwaarneming maar acceptabel. Intussen is boven de Zevenhuizerplas achter ons een helikopter verschenen. Blijft daar maar rondvliegen, irritant ding denken we nog, het is gedaan met de rust. Sirenes ook nog, en een tweede helikopter, zo’n gele traumahelikopter. Wolken opspattend water, een van de helikopters lijkt op de plas geland en nog steeds sirenes. Hier is iets mis, realiseren we ons. Maar we denken er verder niet al te veel over na want wat voor zin heeft dat? En denkend aan waterrietzanger gaan we tevreden naar huis.
Waar we al bang voor waren lezen we vanmorgen op teletekst: ‘In de Zevenhuizerplas bij Rotterdam zijn gisteren twee personen verdronken. Een 26-jarige man werd door duikers nog uit het water gehaald, maar dat mocht niet meer baten. …’
‘Triest, als je beseft dat er enkele honderden meters verderop iemand bezig is te verdrinken terwijl wij naar vogels staan te kijken’, appt Toon in onze vogel-appgroep. Waar, natuurlijk. Maar relativeren is mijn ding: als we daar niet naar vogels hadden staan kijken, was het dan minder triest geweest? Of als we heel ergens naar vogels hadden staan kijken? De triestheid is niet gerelateerd aan ons vogelen, als ik er iets aan had kunnen doen had ik het graag gedaan, maar ja …
Dit zijn natuurlijk geen opzienbarende gedachten, iedereen zal dit kunnen beamen. Het zijn maar doodgewone gedachten die op zo’n moment komen aankloppen. Intussen zit ik op een slootkant in de Gagelpolder te kijken naar een juffertje, een lantaarntje, dat verstrikt is geraakt in een spinnenwebje en niet meer los kan komen. Al gauw komt er een spinnetje aangeklauterd die het beestje stukje bij beetje begint te omwindselen. Eerst fladderen af en toe nog de vleugels, maar na een tijdje niet meer. Of dat is omdat-ie inmiddels dood is of omdat de vleugels inmiddels te strak zitten ingesnoerd, is niet goed vast te stellen maar dat de dood van het lantaarntje aanstaande is, is op zijn minst duidelijk. Klein leed, van een heel andere orde natuurlijk dan dat van gisteravond. Leed dat we maar moeten laten passeren, het is natuur immers, al is het wel zielig voor het juffertje.
11 augustus 2020
Tot zover waterrietzanger: geen topwaarneming maar acceptabel. Intussen is boven de Zevenhuizerplas achter ons een helikopter verschenen. Blijft daar maar rondvliegen, irritant ding denken we nog, het is gedaan met de rust. Sirenes ook nog, en een tweede helikopter, zo’n gele traumahelikopter. Wolken opspattend water, een van de helikopters lijkt op de plas geland en nog steeds sirenes. Hier is iets mis, realiseren we ons. Maar we denken er verder niet al te veel over na want wat voor zin heeft dat? En denkend aan waterrietzanger gaan we tevreden naar huis.
Waar we al bang voor waren lezen we vanmorgen op teletekst: ‘In de Zevenhuizerplas bij Rotterdam zijn gisteren twee personen verdronken. Een 26-jarige man werd door duikers nog uit het water gehaald, maar dat mocht niet meer baten. …’
‘Triest, als je beseft dat er enkele honderden meters verderop iemand bezig is te verdrinken terwijl wij naar vogels staan te kijken’, appt Toon in onze vogel-appgroep. Waar, natuurlijk. Maar relativeren is mijn ding: als we daar niet naar vogels hadden staan kijken, was het dan minder triest geweest? Of als we heel ergens naar vogels hadden staan kijken? De triestheid is niet gerelateerd aan ons vogelen, als ik er iets aan had kunnen doen had ik het graag gedaan, maar ja …
Dit zijn natuurlijk geen opzienbarende gedachten, iedereen zal dit kunnen beamen. Het zijn maar doodgewone gedachten die op zo’n moment komen aankloppen. Intussen zit ik op een slootkant in de Gagelpolder te kijken naar een juffertje, een lantaarntje, dat verstrikt is geraakt in een spinnenwebje en niet meer los kan komen. Al gauw komt er een spinnetje aangeklauterd die het beestje stukje bij beetje begint te omwindselen. Eerst fladderen af en toe nog de vleugels, maar na een tijdje niet meer. Of dat is omdat-ie inmiddels dood is of omdat de vleugels inmiddels te strak zitten ingesnoerd, is niet goed vast te stellen maar dat de dood van het lantaarntje aanstaande is, is op zijn minst duidelijk. Klein leed, van een heel andere orde natuurlijk dan dat van gisteravond. Leed dat we maar moeten laten passeren, het is natuur immers, al is het wel zielig voor het juffertje.
11 augustus 2020
dinsdag 4 augustus 2020
Sleedoornpage
Het was een mooie zonovergoten zomerdag en er stonden geen speciale verplichtingen op het programma: tijd om eindelijk eens de sleedoornpages van de stenen brug te Langbroek te gaan doen. Goeie soort, mooie beestjes als ik de vele foto’s moet geloven, zeldzaam en bovenal nieuw voor me. Zitten er al jaren, al jaren denk ik ik moet daar eens naartoe maar al jaren komt het er niet van omdat het zo’n lastige plek is voor een OV-er als ik. Maar vandaag de trein genomen naar Maarn en van daar via Doorn richting Langbroek gefietst. De ontdekking dat de stenen brug helemaal geen brug is maar een gehuchtje nog onooglijker dan Langbroek zelf, zij het met een huis als een nepkasteel, kwam best als een schok. Die schok eenmaal te boven het gebiedje gevonden waar ik wezen moest. Met een aantal belangstellenden heen en weer gelopen over een smal paadje tussen weelderig struikgewas en bloemrijke bermen, af en toe een paar stappen het naastliggende gebiedje in gedaan en minutieus de vegetatie afgespeurd. Op zo’n moment zie je dat de herfst alweer begonnen is: overal bruin en oranje gekleurde blaadjes tussen het groen en zie daar dan maar die oranjekleurige pages uit te pikken. Hoe kleurrijk ze ook zijn, je ziet ze maar al te gemakkelijk over het hoofd. En kleurrijk zijn ze. Als snippertjes gebakken zonlicht. En er zijn maar betrekkelijk weinig plekken in Nederland waar je ze vinden kunt.
Als verderop geroepen wordt: ‘ik heb er een gevonden!’, haasten allen zich naar de plek waar de kreet vandaan kwam en daar zien we: sleedoornpage. En hij ziet er precies uit zoals in de boeken en op de foto’s op internet. Dat is toch een van de charmes van dat twitchen van ons: te kunnen vaststellen dat de werkelijkheid precies overeenkomt met de abstractie van de geëigende determinatieliteratuur. Hij was net zo prachtig, net zo kleurrijk, net zo subtiel getekend als op de talloze foto's. Waarom dan toch al die moeite? Die vraag zal wel nooit beantwoorden worden.Een van de charmes van het twitchen is ook dat je af en toe terechtkomt op nieuwe, onbekende plekjes. Ik ben wel vaker in de buurt van Langbroek wezen fietsen maar dit bosje had ik tot nu toe altijd over het hoofd gezien. Dat zo’n plek ook nog mooi is, is dan eigenlijk maar bijzaak. Maar het was er mooi. Een mengelmoes van struikgewas, een bosrand en lagere vegetatie, bloemrijk, af en toe oerwoudachtig, ach als je het zo opschrijft zou het op zo onnoemelijk veel plekken van toepassing kunnen zijn maar mooi was het er. En er vloog ook nog een kruisbek over.
3 augustus 2020
![]() |
Stenen brug |
dinsdag 21 juli 2020
Flamingo’s
De meeste mensen zijn zich daar niet van bewust, wat wel blijkt uit de ruime belangstelling die de vogels ten deel valt die momenteel in polder IJdoorn verblijven, maar flamingo’s hebben we ieder jaar in Nederland. In groepen veel groter dan de zeven die nu zo de aandacht trekken. Niks om je druk over te maken. Maar bij deze zeven zijn er twee dingen anders: twee van de vogels dragen een ring. En niet zomaar een ring, normaal gesproken geldt een ring voor een vogelaar niet als aanbeveling en zeker niet bij een flamingo, maar deze twee blijken geringd in Zuid Spanje! Dat betekent de eerste met zekerheid wilde flamingo’s ooit in Nederland, helemaal vanuit Zuid Spanje hierheen afgedwaald. En dat betekent niet alleen belangstelling van dagjesmensen die iets uit het plaatselijke huis-aan-huisblad hadden opgevangen en zich weleens wilden verlustigen aan deze tropische verrassingen, maar ook van diehard vogelaars die normaal gesproken hun neus ophalen voor die rare zuurstokken. Want aan flamingo’s kleeft voor ons altijd een geur van namaak, van edelkitsch. Maar aan deze niet, deze zijn echt, wild, en dan is een flamingo ineens een heel andere vogel.
Dus vandaag met trein en vouwfiets naar Durgerdam en naar polder IJdoorn, en daar een uurtje naar zeven flamingo’s staan kijken.
Kijken naar zeven flamingo’s die met zekerheid uit Spanje afkomstig zijn, dat is een geheel nieuwe ervaring. In zekere zin is het een lifer, al mijn eerdere flamingo’s kunnen in de prullenbak, al zaten daar best spannende gevallen bij. Dezelfde flamingo’s als al zo vaak eerder, net zo roze, net zulke rare slungels met hun lange en buigzame nekken en kromme snavels maar nu geen dierentuindieren, geen ordinaire tuincentrumornamenten maar echte, wilde. Geen slungels maar elegante, langbenige gestalten. Geen zuurstokken maar verschijningen in zachtroze tinten. Noem ons snobs maar nu zijn het vreemde maar fascinerende wezens in plaats van mislukte siervogels en daarvoor reizen wij graag af naar IJdoorn. En als je dan daarna nog lekker door het Amsterdamse achterland kunt dwalen, door de polders van Waterland, langs meren en vaarten en rietlanden met kiekendief, zilverreiger en veldleeuwerik, dan heb je gewoon een fijn dagje.
Raamsdonksveer
Familieaangelegenheden waar ik overigens zelf niet direct bij betrokken was, brachten ons vandaag in Raamsdonksveer en in Geertruidenberg. Het was zo’n lekker dagje zomaar ergens waar in principe niets te beleven was maar waar dan meestal stiekem toch iets te beleven blijkt te zijn.
Raamsdonksveer bijvoorbeeld is als je er verder niets mee hebt niet bijzonder. We bekeken er enkele voorouderlijke woonhuizen die ook voor mij niet heel veel betekenis hadden, maar we vonden (nou ja, vonden, het werd ons aangewezen) er ook het oorlogsmonument van Anton Brejaart, destijds collega van de opa van Harriët op het gemeentehuis. Deze Anton Brejaart werd in de Tweede Wereldoorlog op kantoor voor de ogen van zijn collega's door een Duitse officier doodgeschoten. ‘Op 22 augustus 1944 laat waarnemend burgemeester De Jong de Duitsers schriftelijk weten geen arbeidskrachten aan te zullen wijzen voor de aanleg van verdedigingswerken bij Keizersveer. Een dag later komt de woedende Feldwebel (sergeantmajoor) Jozef Geesink verhaal halen op het gemeentehuis. In de hal treft hij Anton, die juist de kamer van de secretarie uitloopt met papieren voor een huwelijksaangifte. Met veel lawaai eist de Duitser van hem te vernemen waar hij de burgemeester kan vinden. Anton loopt de Duitser zonder te reageren voorbij; hij hoort hem niet door zijn slechthorendheid, of probeert hem te negeren. Zonder verdere discussie pakt Jozef Anton bij de arm, draait hem om en schiet hem door het voorhoofd.’ (Brabantsegesneuvelden.nl, Anton Brejaart, Breda,1889.) Het monument was niet erg bezienswaardig, maar het verhaal is wel een verhaal, al zijn er uit die tijd ongetwijfeld vele soortgelijke verhalen te vertellen. Een stukje oorlogsgeschiedenis, en ook een soort van stukje familiegeschiedenis, al was de familie natuurlijk maar zijdelings betrokken. Was dat anders geweest, dan had mijn wereld er heel anders uitgezien.
Even verderop was de grote kerk van Raamsdonksveer, die ook al een stukje oorlogsgeschiedenis vertegenwoordigt. De huidige kerk is een typisch geval van naoorlogse architectuur, niet onaardig maar zonder de grandeur die we bijvoorbeeld later vandaag aan de andere kant van de Donge aantroffen. De oorspronkelijke kerk is door de Duitsers aan het eind van de oorlog plat gebombardeerd. Na dat bombardement stond tussen het puin alleen het Mariabeeld uit de toren nog fier overeind. De foto daarvan verscheen in alle regionale kranten. Het zal voor velen destijds een krachtig godsbewijs zijn geweest. Zelf geloof ik niet zo in godsbewijzen.
Aan de andere kant van de Donge ziet de wereld er heel anders uit. Geertruidenberg is een prachtig, historisch vestingstadje. Vooral de langgerekte vismarkt is een juweel. Aan het ene uiteinde staat de imposante, eeuwenoude Geertruidskerk. Aan het andere uiteinde is de markt open en doemt daarachter de op een bepaalde manier evenzeer imposante koeltoren van de Amercentrale op. Zo’n tegenstelling, twee tijdperken, twee culturen, het onverenigbare als het ware verenigd, ik kan dat altijd wel waarderen.
Tenslotte langs de Amercentrale en langs een wirwar van elektriciteitsmasten en -leidingen naar de oever van de Amer gelopen, alwaar we ook nog even een stukje natuurbeleving ondergingen. Stenige kades, plantenwildernissen, de rivier die langs stroomt en aan de overkant de Biesbosch.
18 juli 2020
Niet bij vogels alleen: Aantallen
Raamsdonksveer bijvoorbeeld is als je er verder niets mee hebt niet bijzonder. We bekeken er enkele voorouderlijke woonhuizen die ook voor mij niet heel veel betekenis hadden, maar we vonden (nou ja, vonden, het werd ons aangewezen) er ook het oorlogsmonument van Anton Brejaart, destijds collega van de opa van Harriët op het gemeentehuis. Deze Anton Brejaart werd in de Tweede Wereldoorlog op kantoor voor de ogen van zijn collega's door een Duitse officier doodgeschoten. ‘Op 22 augustus 1944 laat waarnemend burgemeester De Jong de Duitsers schriftelijk weten geen arbeidskrachten aan te zullen wijzen voor de aanleg van verdedigingswerken bij Keizersveer. Een dag later komt de woedende Feldwebel (sergeantmajoor) Jozef Geesink verhaal halen op het gemeentehuis. In de hal treft hij Anton, die juist de kamer van de secretarie uitloopt met papieren voor een huwelijksaangifte. Met veel lawaai eist de Duitser van hem te vernemen waar hij de burgemeester kan vinden. Anton loopt de Duitser zonder te reageren voorbij; hij hoort hem niet door zijn slechthorendheid, of probeert hem te negeren. Zonder verdere discussie pakt Jozef Anton bij de arm, draait hem om en schiet hem door het voorhoofd.’ (Brabantsegesneuvelden.nl, Anton Brejaart, Breda,1889.) Het monument was niet erg bezienswaardig, maar het verhaal is wel een verhaal, al zijn er uit die tijd ongetwijfeld vele soortgelijke verhalen te vertellen. Een stukje oorlogsgeschiedenis, en ook een soort van stukje familiegeschiedenis, al was de familie natuurlijk maar zijdelings betrokken. Was dat anders geweest, dan had mijn wereld er heel anders uitgezien.
Even verderop was de grote kerk van Raamsdonksveer, die ook al een stukje oorlogsgeschiedenis vertegenwoordigt. De huidige kerk is een typisch geval van naoorlogse architectuur, niet onaardig maar zonder de grandeur die we bijvoorbeeld later vandaag aan de andere kant van de Donge aantroffen. De oorspronkelijke kerk is door de Duitsers aan het eind van de oorlog plat gebombardeerd. Na dat bombardement stond tussen het puin alleen het Mariabeeld uit de toren nog fier overeind. De foto daarvan verscheen in alle regionale kranten. Het zal voor velen destijds een krachtig godsbewijs zijn geweest. Zelf geloof ik niet zo in godsbewijzen.
Aan de andere kant van de Donge ziet de wereld er heel anders uit. Geertruidenberg is een prachtig, historisch vestingstadje. Vooral de langgerekte vismarkt is een juweel. Aan het ene uiteinde staat de imposante, eeuwenoude Geertruidskerk. Aan het andere uiteinde is de markt open en doemt daarachter de op een bepaalde manier evenzeer imposante koeltoren van de Amercentrale op. Zo’n tegenstelling, twee tijdperken, twee culturen, het onverenigbare als het ware verenigd, ik kan dat altijd wel waarderen.
Tenslotte langs de Amercentrale en langs een wirwar van elektriciteitsmasten en -leidingen naar de oever van de Amer gelopen, alwaar we ook nog even een stukje natuurbeleving ondergingen. Stenige kades, plantenwildernissen, de rivier die langs stroomt en aan de overkant de Biesbosch.
18 juli 2020
Niet bij vogels alleen: Aantallen
donderdag 16 juli 2020
Libellendagje
Hoewel er natuurlijk allerlei zaken van eminenter belang zijn om over te schrijven, wil ik het hier toch even hebben over mijn libellendagje vandaag. Ik weet het, niemand maalt erom maar ik zal hem mij nog herinneren. Het was een mooie, zonovergoten maar niet overdreven warme zomerdag en ik ging naar Roermond om op zoek te gaan naar de gaffellibel langs de Roer bij Paarlo. Want de gaffellibel is een mooie libel en ik had er nog nooit een gezien. Soms is dat voldoende.
Het bleek vooral zoeken naar de juiste plek. De fietsbrug over de Roer was gauw gevonden. Rond die plek zijn ze de afgelopen jaren vaak gezien maar momenteel was de juiste plek een kleine 500 meter verderop langs de Roer. Maar hoe kwam ik daar? Ik had geen idee. Die kant uit gefietst maar ter hoogte van de bewuste plek waren er tussen de weg en de Roer slechts ondoordringbare maïsvelden. Daarop maar verder die kant uit gefietst, steeds op zoek naar de Roer. Het werd een mooie fietstocht door het Roerdal, tot voorbij Herkenbosch, langs velden in boeiende vlakverdelingen, langs hagen en bosranden en af en toe een karige blik op de Roer. En weer terug. Intussen een berichtje van Toon, die toevalligerwijs ook vandaag op zoek was: hij had ze gevonden hoor, precies op de plek waar ik naar op zoek was. Het probleem bleef hetzelfde: hoe kwam ik daar? Tussen de weg en de Roer daar nog steeds uitsluitend maïsvelden. Dan maar de fietsbrug over en aan de overkant geprobeerd. Een plaatselijke landwerker wees me een soort wandelspoor langs het water dat me precies tegenover de plek bracht. Ik zag ze aan de overkant staan kijken maar de libel zag niet ik. Ik stond aan de verkeerde kant, ik moest het pad vanaf de brug nemen, riep men me toe. Maar er was daar helemaal geen pad. Ik had nog gezocht maar niets van een pad gevonden. Terug bij de brug bleek er toch een pad. Althans, er was een halve opening in de afrastering waar je overheen kon stappen en langs de Roer kon lopen. Was legaal, had men mij verzekerd. Zo vond ik dan toch de plek, de mensen die naar een gaffellibel stonden te kijken en tenslotte, na enig navigeren op aanwijzingen van de aanwezigen, de gaffellibel. Die zat te rusten halverwege in een wilgenstruik. Lifer! en zeer zeldzaam bovendien. Dit was al mooi, maar later zag ik hem nog veel fraaier, dichtbij rondvliegend, prachtig op een kaal takje aan de oever en zelfs een kort moment op mijn hand: gaffellibel als handsoort!Verderop richting de brug vonden we er nog een. Fraai waren ook de weidebeekjuffers die met 10, misschien wel 15 mannen rustten boven het water en af en toe plotseling uitzwermden achter een passerend vrouwtje aan. En als bonus wees Toon me nog een kanaaljuffer, een van de vele bijna identieke blauwe juffertjes maar wel zeldzaam en ook een lifer. Bovendien: als iemand je laat zien waarom het een kanaaljuffer is, als iemand je de subtiele kenmerken toont, dan is een kanaaljuffer ineens toch de moeite waard.
En als er dan ook nog geelgorzen en wielewalen zingen, dan ben ik een gelukkig mens. Meer dan dit was het niet. Meer dan dit hoeft het niet te zijn.
12 juli 2020

Abonneren op:
Posts (Atom)










