Wie meewind zaait zal tegenwind oogsten. Dat heet evenwicht en dat hoort nu eenmaal bij het leven. Daar zijn bepaalde wetten voor, dat staat in het reglement. Wie onverwachts vroeg een bordje ‘Boot Den Helder 8 km’ zaait, zal kilometers verderop nog steeds tegen die 8 km aankijken. En dus ploeterde ik tegen de wind in door de eindeloze velden van Texel naar de boot terug naar Den Helder, met op zak niet meer dan een heleboel handen vol rosse grutto’s en rotganzen, wat groepjes regenwulpen en nog zo wat van die obligate gevalletjes Texel in mei. Oh ja, en man rouwkwikstaart. Niets meer van alle leuke soorten die de afgelopen tijd op het eiland hadden vertoefd, was er vandaag nog terug te vinden. Kon ik gisteren nog terugkijken op een week met witstaartkievit en roodborstlijster (nieuw voor Nederland!) op één dag, een prachtige ortolaan in mijn eigen achtertuin en een geweldige velduil tot besluit (dit is meta-terugkijken: terugkijken op toen je kon terugkijken op …), morgen moet ik het doen met de herinnering aan steenlopers, bonte strandlopers en een zilverplevier. In zomerkleed, dat wel.
Het was de prijs van een roodborstlijster. Letterlijk zelfs. Vorige week was ik van plan naar Texel te gaan en dat had me vermoedelijk hop, bijeneters, draaihals, baardgrasmus en morinelplevieren opgeleverd. Maar daar kwam toen dus iets tussen, iets genaamd roodborstlijster, nieuw voor Nederland dus ik zal niet klagen. Nu, een week later, kon ik zelfs de morinellen en de draaihals, gisteren nog gemeld, niet vinden. Hop, bijeneters en baardgrasmus waren al geruime tijd vertrokken. En zelf zoeken bracht me slechts die ene man rouwkwikstaart, wel een mooi beest, pikzwart waar-ie pikzwart hoort te zijn. En een opvallende leucistische rotgans in Utopia, bijna smetteloos vuilwit en vaal vuilbruin waar een rotgans zwart hoort te zijn. Verder alles doorsnee, alles gangbaar. Zelfs met sommige in deze tijd toch best voor de hand liggende soorten als noordse stern en dwergstern had ik de grootste moeite. Zomertortel? Niet één gehoord. Nee, het liep bepaald niet vandaag. Je zou er somber van worden. Dat je je gaat afvragen: waartoe zijn wij dan op aarde, als het niet is om leuke vogels te zien? Ik heb daar altijd maar één antwoord op: om ervan te genieten, op een of andere manier, ondanks alles, anders is het allemaal nergens goed voor. En ach, het was natuurlijk geen stormkracht tegen vandaag. En ach, een ramp was het allemaal natuurlijk niet, een echte ramp is mij persoonlijk nog nooit overkomen. Dus ik genoot, uiteindelijk. Van het Texelse laagland, met zijn tunwallen en drefthuisjes. Van het slingerende dijkje dwars door de binnenlanden, met bosjes die me telkens wat uit de wind hielden. Van de kale akkers waar ik telkens weer naar morinellen kon zoeken. Van de duizenden grote sterns in Utopia, de zwartkopmeeuw in de Ottersaat, de zingende veldleeuweriken want waar hoor je dat nog tegenwoordig? Ik kan er wel weer een weekje tegenaan.
4 mei 2014
maandag 5 mei 2014
maandag 28 april 2014
397: Plannen
Je kunt mooie plannen maken, maar vaak komt er van die plannen weinig tot niets terecht. Dat is overigens helemaal geen opzienbarend inzicht en wordt ook lang niet altijd betreurd. Dit keer was het plan om effe de witstaartkievit bij Den Helder te doen en daarna een lekker dagje Texel. Het liep anders.
Het begon ermee dat witstaartkievit vertrokken leek. Al in de trein het bericht dat de vogel was opgevlogen vanuit zijn stekkie in de Nollen naast station Den Helder zuid. Nou was dat gisteren ook al een paar keer gebeurd, maar toen werd hij daarna steeds enkele kilometers verderop teruggevonden in Mariëndal. Dit keer was er ook daar geen spoor van de vogel en bleef verdere berichtgeving uit. Een behoorlijk zure dip dreigde. In Mariëndal dan maar me gestort op braamsluiper, kanoet, rosse grutto, lepelaar en zingende nachtegaal, allemaal best plezierig maar niet waar ik voor gekomen was. Even slikken dus, maar toen kwam het bericht dat de vogel toch weer was teruggevonden in de Nollen en stond ik even later alsnog te genieten van een prachtige witstaartkievit, dichtbij foeragerend langs de rietrand. Zeldzaam, en pas mijn tweede ooit dus een gebeurtenis van betekenis, wat mij betreft.
Tijd voor Texel.
En toen, op de fiets op weg naar de boot, toen kwam de piep. Aanvankelijk negeerde ik ‘m. Zou wel over die kievit gaan, dacht ik, teruggevonden in de Nollen. En anders moest ‘t heel wat zijn, wilde het mij van Texel weerhouden. Ik stel me zo voor hoe honderden vogelaars overal in het land ieder op hun manier die piep ontvingen, allemaal op een andere plek en allemaal onder andere omstandigheden. Druk aan het werk of thuis genietend van een welverdiende rustdag na een zaterdag vol vogels. In de kerk, langs de zijlijn, in de tuin. En er allemaal hun ding mee deden. Je zou er een roman aan kunnen wijden. Over hoe uiteindelijk die piep hen allemaal samen bracht in de duinen bij Heemskerk. Want het wás heel wat! Wat heet: een roodborstlijster maar liefst, dwaalgast uit Noord-Amerika en pas de eerste voor Nederland. Zo’n soort die af en toe gemeld wordt in de vergaarbak die Waarneming.nl soms ook is maar die dan altijd een wat vreemde merel blijkt te zijn. Maar dit keer niet. Dit keer was het een echte. Bijgevoegde foto liet daarover geen twijfel. Even nog een aarzeling, even nog twijfel, maar Texel moest nog maar een weekje wachten, besloot ik.
Dus naar het station gesneld, met de trein naar Castricum en met de vouwfiets naar camping Geversduin aan de Beverwijkse Straatweg. De jacht kon beginnen.
Op de fiets door het duinland, over zandpaden achter iemand aan in de hoop dat hij wist waar we wezen moesten. Hij wist. Zo vond ik de plek, en ook de vogelaars, maar vooralsnog niet de vogel. Die was al een tijdje uit beeld. Dat werd dus weer eens wachten. Wachten en opletten. Opletten of de vogel niet ergens tevoorschijn kwam. En ook opletten of er niet ergens mensen aan het rennen sloegen. Mensen die ineens allemaal tegelijk de telescoop richtten en intensief dezelfde kant op keken: roodborstlijster bovenin een vlierstruik! Met de rug naar ons toe, van de rode kleur was niets te zien maar toch roodborstlijster. Waarna de vogel opvloog, bijna recht over me heen vloog, rode buik nu wel zichtbaar, en ver weg over het duin uit beeld verdween.
Juichkreten en high fives over en weer: we hadden ‘m!
Regen. Druilerig duinland met alom zingende nachtegalen. En vogelaars die te laat zijn, vooralsnog. Er wordt gezocht, alle hoeken en gaten van het duinland worden binnenstebuiten gekeerd maar het lijkt hopeloos. Vogel kan evengoed op weg zijn naar oost Polen. Soms komt er een gerucht langs, soms worden rennende vogelaars waargenomen en dan rennen we er met zijn allen achteraan. Maar de berichten zijn tegenstrijdig. We keren weer om en we weten niet waar we heen moeten. Vertwijfeling, wanhoop bijna is te lezen op de gezichten van de laatkomers. Er wordt gezucht en gekreund en binnensmonds gevloekt en mensen slaan zich voor de kop: had ik maar een fiets gehuurd, had ik maar niet die verkeerde afslag genomen, was ik maar eerder …
Maar dan, als niemand er nog op rekent, wordt de vogel toch weer teruggevonden. En weer hollen we achter elkaar aan. Op een duintje tegenover een soort bosrand staan we met tweehonderd te zoeken naar een roodborstlijster die misschien tien man in beeld hebben. Paniek. Waar dan toch? Waar moeten we zoeken? Een kale boom, maar welke? Een meidoornstruik maar daar hebben we er hier zoveel van. Tussen de witte bloemen, maar welke witte bloemen? Een vloek hier, een verzuchting daar, en ineens heb ik ‘m!
En zo vergaat het uiteindelijk alle aanwezige: moeizaam speuren in een ondoorgrondelijke wirwar van groen, nauwelijks een idee waar te kijken maar dan ineens tussen de witte bloemetjes, precies zoals ons telkens weer was uitgelegd, een rode buik. En aan die rode buik een zwarte kop, en aan die zwarte kop een gele snavel en een wit omkranst oog. Op het eind gaat-ie zelfs even helemaal vrij in het topje van de struik zitten: een prachtige roodborstlijster is ons deel. Een zucht van genot gaat door de menigte. En dan is er geen spoor meer van de agitatie, de lichte paniek, de vertwijfeling van zojuist. Louter blije, uitgelaten, gelukkige mensen hier in de regen in de duinen bij Heemskerk. Wat één zo’n vogel niet teweeg kan brengen!
27 april 2014
Meer: Vierhonderd
Het begon ermee dat witstaartkievit vertrokken leek. Al in de trein het bericht dat de vogel was opgevlogen vanuit zijn stekkie in de Nollen naast station Den Helder zuid. Nou was dat gisteren ook al een paar keer gebeurd, maar toen werd hij daarna steeds enkele kilometers verderop teruggevonden in Mariëndal. Dit keer was er ook daar geen spoor van de vogel en bleef verdere berichtgeving uit. Een behoorlijk zure dip dreigde. In Mariëndal dan maar me gestort op braamsluiper, kanoet, rosse grutto, lepelaar en zingende nachtegaal, allemaal best plezierig maar niet waar ik voor gekomen was. Even slikken dus, maar toen kwam het bericht dat de vogel toch weer was teruggevonden in de Nollen en stond ik even later alsnog te genieten van een prachtige witstaartkievit, dichtbij foeragerend langs de rietrand. Zeldzaam, en pas mijn tweede ooit dus een gebeurtenis van betekenis, wat mij betreft.
Tijd voor Texel.
En toen, op de fiets op weg naar de boot, toen kwam de piep. Aanvankelijk negeerde ik ‘m. Zou wel over die kievit gaan, dacht ik, teruggevonden in de Nollen. En anders moest ‘t heel wat zijn, wilde het mij van Texel weerhouden. Ik stel me zo voor hoe honderden vogelaars overal in het land ieder op hun manier die piep ontvingen, allemaal op een andere plek en allemaal onder andere omstandigheden. Druk aan het werk of thuis genietend van een welverdiende rustdag na een zaterdag vol vogels. In de kerk, langs de zijlijn, in de tuin. En er allemaal hun ding mee deden. Je zou er een roman aan kunnen wijden. Over hoe uiteindelijk die piep hen allemaal samen bracht in de duinen bij Heemskerk. Want het wás heel wat! Wat heet: een roodborstlijster maar liefst, dwaalgast uit Noord-Amerika en pas de eerste voor Nederland. Zo’n soort die af en toe gemeld wordt in de vergaarbak die Waarneming.nl soms ook is maar die dan altijd een wat vreemde merel blijkt te zijn. Maar dit keer niet. Dit keer was het een echte. Bijgevoegde foto liet daarover geen twijfel. Even nog een aarzeling, even nog twijfel, maar Texel moest nog maar een weekje wachten, besloot ik.
Dus naar het station gesneld, met de trein naar Castricum en met de vouwfiets naar camping Geversduin aan de Beverwijkse Straatweg. De jacht kon beginnen.
Op de fiets door het duinland, over zandpaden achter iemand aan in de hoop dat hij wist waar we wezen moesten. Hij wist. Zo vond ik de plek, en ook de vogelaars, maar vooralsnog niet de vogel. Die was al een tijdje uit beeld. Dat werd dus weer eens wachten. Wachten en opletten. Opletten of de vogel niet ergens tevoorschijn kwam. En ook opletten of er niet ergens mensen aan het rennen sloegen. Mensen die ineens allemaal tegelijk de telescoop richtten en intensief dezelfde kant op keken: roodborstlijster bovenin een vlierstruik! Met de rug naar ons toe, van de rode kleur was niets te zien maar toch roodborstlijster. Waarna de vogel opvloog, bijna recht over me heen vloog, rode buik nu wel zichtbaar, en ver weg over het duin uit beeld verdween.
Juichkreten en high fives over en weer: we hadden ‘m!
Regen. Druilerig duinland met alom zingende nachtegalen. En vogelaars die te laat zijn, vooralsnog. Er wordt gezocht, alle hoeken en gaten van het duinland worden binnenstebuiten gekeerd maar het lijkt hopeloos. Vogel kan evengoed op weg zijn naar oost Polen. Soms komt er een gerucht langs, soms worden rennende vogelaars waargenomen en dan rennen we er met zijn allen achteraan. Maar de berichten zijn tegenstrijdig. We keren weer om en we weten niet waar we heen moeten. Vertwijfeling, wanhoop bijna is te lezen op de gezichten van de laatkomers. Er wordt gezucht en gekreund en binnensmonds gevloekt en mensen slaan zich voor de kop: had ik maar een fiets gehuurd, had ik maar niet die verkeerde afslag genomen, was ik maar eerder …
Maar dan, als niemand er nog op rekent, wordt de vogel toch weer teruggevonden. En weer hollen we achter elkaar aan. Op een duintje tegenover een soort bosrand staan we met tweehonderd te zoeken naar een roodborstlijster die misschien tien man in beeld hebben. Paniek. Waar dan toch? Waar moeten we zoeken? Een kale boom, maar welke? Een meidoornstruik maar daar hebben we er hier zoveel van. Tussen de witte bloemen, maar welke witte bloemen? Een vloek hier, een verzuchting daar, en ineens heb ik ‘m!
En zo vergaat het uiteindelijk alle aanwezige: moeizaam speuren in een ondoorgrondelijke wirwar van groen, nauwelijks een idee waar te kijken maar dan ineens tussen de witte bloemetjes, precies zoals ons telkens weer was uitgelegd, een rode buik. En aan die rode buik een zwarte kop, en aan die zwarte kop een gele snavel en een wit omkranst oog. Op het eind gaat-ie zelfs even helemaal vrij in het topje van de struik zitten: een prachtige roodborstlijster is ons deel. Een zucht van genot gaat door de menigte. En dan is er geen spoor meer van de agitatie, de lichte paniek, de vertwijfeling van zojuist. Louter blije, uitgelaten, gelukkige mensen hier in de regen in de duinen bij Heemskerk. Wat één zo’n vogel niet teweeg kan brengen!
27 april 2014
Meer: Vierhonderd
woensdag 2 april 2014
Chronisch ongeduld
Vanmorgen in de Gagelpolder een mooie, luidruchtige appelvink, dat wil zeggen wat bij appelvink voor luidruchtig moet doorgaan. Ook een prachtige man goudvink, bloedrood temidden van de sneeuwwitte sleedoornbloesem. Een schilderijtje van het ergste soort, poëzie met kleuren. En vanavond zomertijd: we mogen weer na het eten de polder in! Het was een prachtige, heldere lenteavond. In de nieuw vergraven plasdras in de Bethunepolder vier kleine plevieren: begint ergens op te lijken. En helemaal achterin de Veenderij huist sinds kort een cetti’s zanger. In ongeveer een kwartier tijd twee keer horen zingen, wat op zichzelf al een aardig determinatiekenmerk is. Hoe dan ook, het was afdoende. Leuke soort voor hier. Verder nog in de schemer achter Tienhoven een roepende waterral, een knorrende zomertaling tussen de wintertalingen, een stel late grote zilverreigers en een clubje kemphanen. Dat alles op een gewone, doordeweekse dinsdag. Een leuk soort triomf over de dagelijkse sleur.
En ondertussen ben ik naarstig op zoek naar mijn eerste boerenzwaluw van het jaar, die nog maar niet vallen wil.
In deze tijd van het jaar lopen en fietsen vogelaars rond met de ogen op steeltjes en de oren gespitst om voortdurend het universum af te scannen. Tussen witstuitbarmsijs en buidelmees door, in wezen irrelevante passanten (wat die laatste betreft, zomaar ineens opgedoken langs de Haarrijnse plas bij Vleuten, had ik nog even hoop dat het blijvertjes zouden zijn want de plek leek er uitermate geschikt voor maar helaas: vanmorgen alweer spoorloos), zijn we ongeduldig op zoek naar de eerste tjiftjaf, of de eerste zwartkop, de eerste fitis enzovoorts. Heb je eindelijk je fitis binnen, zit je alweer te wachten op je eerste rietzanger. Heb je die, vraag je je intussen af waar toch de boerenzwaluw blijft. Zo gaat dat het hele voorjaar lang, van gierzwaluw naar karekiet naar grasmus naar spotvogel. Telkens vier je een klein feestje, maar telkens volgt op dat feestje nieuw ongeduld. En waarom eigenlijk? Met enig geduld krijg je ze heus allemaal wel te zien. Hoef je helemaal je best niet voor te doen, hoef je je helemaal niet voor te haasten. Een week verder en het land zit er vol mee. Waarom dan toch al die moeite om zo’n eerste boerenzwaluw te vinden terwijl die er blijkbaar nog niet is? Waarom niet gewoon over een week nog eens proberen? Want dan is-ie er gegarandeerd.
Chronisch ongeduld: typische afwijking van de vogelaar. Een van de vele.
Ook vandaag niet gelukt trouwens. Morgen weer proberen dan maar.
1 april 2014
En ondertussen ben ik naarstig op zoek naar mijn eerste boerenzwaluw van het jaar, die nog maar niet vallen wil.
In deze tijd van het jaar lopen en fietsen vogelaars rond met de ogen op steeltjes en de oren gespitst om voortdurend het universum af te scannen. Tussen witstuitbarmsijs en buidelmees door, in wezen irrelevante passanten (wat die laatste betreft, zomaar ineens opgedoken langs de Haarrijnse plas bij Vleuten, had ik nog even hoop dat het blijvertjes zouden zijn want de plek leek er uitermate geschikt voor maar helaas: vanmorgen alweer spoorloos), zijn we ongeduldig op zoek naar de eerste tjiftjaf, of de eerste zwartkop, de eerste fitis enzovoorts. Heb je eindelijk je fitis binnen, zit je alweer te wachten op je eerste rietzanger. Heb je die, vraag je je intussen af waar toch de boerenzwaluw blijft. Zo gaat dat het hele voorjaar lang, van gierzwaluw naar karekiet naar grasmus naar spotvogel. Telkens vier je een klein feestje, maar telkens volgt op dat feestje nieuw ongeduld. En waarom eigenlijk? Met enig geduld krijg je ze heus allemaal wel te zien. Hoef je helemaal je best niet voor te doen, hoef je je helemaal niet voor te haasten. Een week verder en het land zit er vol mee. Waarom dan toch al die moeite om zo’n eerste boerenzwaluw te vinden terwijl die er blijkbaar nog niet is? Waarom niet gewoon over een week nog eens proberen? Want dan is-ie er gegarandeerd.
Chronisch ongeduld: typische afwijking van de vogelaar. Een van de vele.
Ook vandaag niet gelukt trouwens. Morgen weer proberen dan maar.
1 april 2014
vrijdag 28 maart 2014
Bosuilen in Overvecht
Al enkele weken verblijft een familie bosuilen in het parkje langs de Vecht in Overvecht, Utrecht, vlakbij de oude kruidentuin aldaar. Een mooie plek, als we even de hoogbouw van het bejaardentehuis door de vingers zien, en een heel mooi stel. Men krijgt niet zo erg vaak de kans om zo fraai en zo uitvoerig een familie bosuilen te bezichtigen en de vogels trokken dan ook veel bekijks. Het leuke daarvan was, dat allerlei buurtbewoners, doodgewone Utrechters van het type dat op andere dagen van de vogels alleen de kaalgeplukte kip bij de slager kent en wellicht de soepeend in het park, ineens zeer geïnteresseerd waren in dit stukje puur natuur. Het was een komen en gaan van oudjes met rollator uit het bejaardentehuis, jonge vaders met kind op papadag en hooggehakte dames met gespierde kerels type sportschool. Allemaal mensen voor wie natuur in het dagelijks leven ver weg is maar die nu geïnteresseerd stonden toe te kijken hoe de vier verenbolletjes nieuwsgierig omlaag tuurden terwijl moeder, namen we maar aan, een boom verder zich van alle drukte helemaal niets aantrok, het was immers nog lang niet donker, zij sliep uit. Zoiets, daar kan geen duur betaald natuureducatieprogramma tegenop.
Inmiddels zijn de jongen fors en al behoorlijk vliegvlug, en is het stel wat aan het zwerven geslagen. Met als gevolg dat ze niet meer zo makkelijk zijn terug te vinden als een week geleden. ’s Avonds vanaf de schemer echter is steevast vanuit het geboomte langs de Klopvaart of rond fort De Klop hun aanhoudend gebedel te horen. Ze zijn er nog.
Rekenen we even terug: de al behoorlijk forse jongen werden voor het eerst gezien rond 1 maart. Ze moeten toen naar schatting al een week of drie oud zijn geweest. Eerste helft februari uit het ei gekropen dus. Ik heb er even Wikipedia op nageslagen: de eieren komen na ongeveer een maand broeden uit. Dat betekent dat moeder bosuil half januari al ruimschoots op de eieren zat. Dat ‘de daad’ al heel vroeg in januari moet hebben plaatsgevonden. Dat het paar al eind december bezig moet zijn geweest met alle noodzakelijke voorbereidingen. Zo vroeg dus gaan bosuilen al aan de slag.
25 maart 2014
Meer urban birding: Tortel
Inmiddels zijn de jongen fors en al behoorlijk vliegvlug, en is het stel wat aan het zwerven geslagen. Met als gevolg dat ze niet meer zo makkelijk zijn terug te vinden als een week geleden. ’s Avonds vanaf de schemer echter is steevast vanuit het geboomte langs de Klopvaart of rond fort De Klop hun aanhoudend gebedel te horen. Ze zijn er nog.
Rekenen we even terug: de al behoorlijk forse jongen werden voor het eerst gezien rond 1 maart. Ze moeten toen naar schatting al een week of drie oud zijn geweest. Eerste helft februari uit het ei gekropen dus. Ik heb er even Wikipedia op nageslagen: de eieren komen na ongeveer een maand broeden uit. Dat betekent dat moeder bosuil half januari al ruimschoots op de eieren zat. Dat ‘de daad’ al heel vroeg in januari moet hebben plaatsgevonden. Dat het paar al eind december bezig moet zijn geweest met alle noodzakelijke voorbereidingen. Zo vroeg dus gaan bosuilen al aan de slag.
25 maart 2014
Meer urban birding: Tortel
maandag 10 maart 2014
Kranen
Met duizenden waren ze gisteren in de loop van de middag over Limburg getrokken: er zat weer een klassieke kraanvogel-trekdag aan te komen. Er zijn altijd een paar dagen vroeg in het voorjaar dat de kraanvogels massaal van hun overwinteringsgebieden in Zuid-Europa naar het noorden trekken, en met een beetje geluk komt een deel daarvan net over oostelijk Nederland. Meestal zijn dat dagen dat je als inwoner van het midden van het land thuis knarsetandend voor de computer zit toe te zien hoe steeds meer waarnemingen van trekkende kraanvogels websites als waarneming.nl of trektellen.nl overspoelen. Honderden mensen en vele duizenden kraanvogels terwijl jij met nul genoegen moet nemen want je bent afhankelijk van die paar kraanvogels die zich naar het westen hebben laten afdrijven en die heb ik altijd nog gemist.
Maar dit keer zou het anders zijn want dit keer viel die dag op zondag en kon ik naar het oosten.
Ik koos voor Roermond. Stad uit en de ommelanden in, langs licht glooiende kale velden die heel in de verte al aan Limburgs heuvelland herinnerden, met bosranden die net van achter de kromming van het veld tevoorschijn kwamen. Het was nog fris maar er scheen een aangenaam, pril lentezonnetje. Melick in, Melick weer uit en daar verschenen de eerste boven de horizon: een breed uitwaaierende groep van statige vogels die al gauw tot kraanvogels gepromoveerd konden worden. 37stuks. Hoewel ik ze verwachtte, wisten ze me toch te verrassen. Ze waren zwijgzaam, dat was wel een beetje jammer, maar het was mooi hoe ze op korte afstand langs vlogen naar noord.
Wat volgde was een prachtige lentedag. Herkenbosch, en na Herkenbosch het bos in en de Meinweg op. Op de hei kon definitief de winterjas uit: de 20 graden was bereikt en het zweet stond op mijn rug. Roffelende kleine bonte specht, zingende geelgors, zingende boomleeuweriken, een havik, kruisbekken over, zingende roodborsttapuit en een sijs die onvermeld had kunnen blijven als-ie niet zo ontzettend mooi voor me geposeerd had. Genoeg te beleven dus, maar kraanvogels bleven verder uit. Ik had er toch iets meer van verwacht.
Bos, hei en weer terug in het akkerland. En weer terug in Roermond en toen … Ineens luid trompetterend een groep van zeker 200 kranen bijna recht boven me! Waar waren die ineens vandaan gekomen? Was ik al de hele dag bezig met de lucht af te speuren, wisten ze me toch nog te verrassen. Maar schitterend waren ze. Die machtige vluchten, die om elkaar heen kringelende vogels aan hun brede vleugels, dat magnifieke geluid dat ons herinnert aan verre toendra’s of eeuwig onvervulde dromen of waar het ons ook maar aan herinnert. Geruime tijd cirkelden ze boven de wijk, alsof ze de weg kwijt waren. Uiteindelijk dreven ze af in noordoostelijke richting. Alsof ze de weg weer gevonden hadden.
9 maart 2014
Meer Zuid Limburg: Puth
Maar dit keer zou het anders zijn want dit keer viel die dag op zondag en kon ik naar het oosten.
Ik koos voor Roermond. Stad uit en de ommelanden in, langs licht glooiende kale velden die heel in de verte al aan Limburgs heuvelland herinnerden, met bosranden die net van achter de kromming van het veld tevoorschijn kwamen. Het was nog fris maar er scheen een aangenaam, pril lentezonnetje. Melick in, Melick weer uit en daar verschenen de eerste boven de horizon: een breed uitwaaierende groep van statige vogels die al gauw tot kraanvogels gepromoveerd konden worden. 37stuks. Hoewel ik ze verwachtte, wisten ze me toch te verrassen. Ze waren zwijgzaam, dat was wel een beetje jammer, maar het was mooi hoe ze op korte afstand langs vlogen naar noord.
Wat volgde was een prachtige lentedag. Herkenbosch, en na Herkenbosch het bos in en de Meinweg op. Op de hei kon definitief de winterjas uit: de 20 graden was bereikt en het zweet stond op mijn rug. Roffelende kleine bonte specht, zingende geelgors, zingende boomleeuweriken, een havik, kruisbekken over, zingende roodborsttapuit en een sijs die onvermeld had kunnen blijven als-ie niet zo ontzettend mooi voor me geposeerd had. Genoeg te beleven dus, maar kraanvogels bleven verder uit. Ik had er toch iets meer van verwacht.
Bos, hei en weer terug in het akkerland. En weer terug in Roermond en toen … Ineens luid trompetterend een groep van zeker 200 kranen bijna recht boven me! Waar waren die ineens vandaan gekomen? Was ik al de hele dag bezig met de lucht af te speuren, wisten ze me toch nog te verrassen. Maar schitterend waren ze. Die machtige vluchten, die om elkaar heen kringelende vogels aan hun brede vleugels, dat magnifieke geluid dat ons herinnert aan verre toendra’s of eeuwig onvervulde dromen of waar het ons ook maar aan herinnert. Geruime tijd cirkelden ze boven de wijk, alsof ze de weg kwijt waren. Uiteindelijk dreven ze af in noordoostelijke richting. Alsof ze de weg weer gevonden hadden.
9 maart 2014
Meer Zuid Limburg: Puth
zaterdag 8 maart 2014
Wetenschap
Wetenschap: het is natuurlijk machtig interessant. Het is boeiend, het is spannend en het gaat over hele grote zaken. Of juist over hele kleine. De ontdekking van het Higgs-deeltje bijvoorbeeld, anderhalf jaar geleden alweer: een klein dingetje maar een Grote gebeurtenis die onze kijk op de wereld en op het universum mede bepaalde.
Maar ik hoefde dat deeltje natuurlijk niet zo nodig zelf te zien.
Zo is ook de ontrafeling van het ingewikkelde braamsluiper-complex zeer interessante materie. Het is een soort evolutie in-the-making. Voor onze ogen bijna zien we de diverse taxons zich afsplitsen of zich toch weer bij elkaar voegen totdat uiteindelijk zoals het er nu uitziet drie aparte, deels geheel nieuwe soorten zijn ontstaan. Onze eigen, West-Europese braamsluiper, woestijnbraamsluiper ergens ver weg uit China, en een complex van enkele taxa min of meer uit centraal Azië, samengevoegd tot humes braamsluiper. En ook dit is natuurlijk maar een momentopname.
Maar als dan in Culemborg een cruciaal element uit dat complex gevonden wordt, een soort Higgs-deeltje binnen het universum van de braamsluiper als het ware, dan hoef ik dat beestje toch niet per se zelf te zien? Ik bedoel, in het veld nauwelijks van onze braamsluiper te onderscheiden, zelfs in de hand niet met zekerheid te determineren. Ware aard van het beestje is alleen aan de hand van DNA-analyse vast te stellen.
Dat gezegd hebbende stond ik er vanmorgen toch, in de Schaepmanlaan te Culemborg. En ik was lang niet de enige. En ach, het was gezellig. Het vergde enig geduld, maar ach, zo hebben we het al zo vaak meegemaakt. Voorbijgangers die verbaasd reageren. Of geïnteresseerd naar informatie vragen. Of ons hartstochtelijk negeren. Mensen die een boompje afspeuren. Mensen die een ander boompje afspeuren. En dan, na zowat een uur wachten, ineens alarm: een klein beestje was net naar beneden gedoken, de tuin in, achter de schutting. Dat kon ‘m weleens geweest zijn. Dus nu staan we met zijn allen het andere boompje in de gaten te houden en na enige tijd: bingo!
Inderdaad een braamsluiper. Veel meer viel er eerlijk gezegd niet aan te zien, al is een braamsluiper begin maart natuurlijk wel apart. Stolzmanns braamsluiper dus, afkomstig uit Mongolië en noord China. Dat wil zeggen: volgens de laatste inzichten. Maar die determinatie is nog lang niet definitief. Net zo min als zijn taxonomische positie trouwens. En zo weet je dus niet of je naar een echte lifer staat te kijken, een nieuwe soort voor Nederland zelfs, of slechts naar een nieuwe ondersoort. Of zelfs dat niet: het kan ook zomaar toch een gewone braamsluiper blijken te zijn. Dat horen we pas naderhand, over enkele weken, als DNA-analyse uitsluitsel heeft gegeven. Dat beperkt toch een beetje de beleving van deze waarneming. Maar toch, het jachtgevoel werd bevredigd, het geduld beloond, en de voldoening van het moment van hebbes! was er. Euforie? Mag je het al zo noemen? Ja, het was net een echte twitch. En het beestje was natuurlijk hoe dan ook zeldzaam, zelfs als het toch een gewone braamsluiper blijkt te zijn. Want die komen pas over een maand ons land weer in.
8 maart 2014
Niet bij vogels alleen: Nieuwe natuur
dinsdag 4 maart 2014
One does not simply … *
Om vijf voor zes vanmorgen stapte ik in Utrecht op de trein en om half 12 ging ik aan wal in Oost Vlieland. Vijfeneenhalf uur was ik onderweg geweest, en dan had ik nog de snelboot, die spuit echt als een speedboot over het wad. Daarna vijfeneenhalf uur op Vlieland doorgebracht, waarvan de laatste drie kwartier in de wachtkamer van Doeksen. Om vijf uur vertrok de boot weer van Vlieland en om kwart voor 10 was ik terug in Utrecht: nog eens zowat vijf uur onderweg. Ja, men gaat niet zomaar eventjes met de trein heen en weer naar Vlieland. Maar ik klaag niet hoor: al weken kijk ik op de NS-reisplanner en al weken is de conclusie dat de vroegste trein je net een paar minuten na vertrek van de ochtendboot in Harlingen haven brengt. En de middagboot is natuurlijk geen optie, dan kun je op Vlieland net zo goed op de boot blijven zitten tot die een uur later weer terug vaart, want dat is de laatste. Of je kunt een uurtje op een terrasje aan de wal gaan zitten. Als een recreant.
Maar toen ineens, voor zondag 2 maart, gaf de NS nog een andere optie: als je om vijf voor zes de trein neemt naar Duivendrecht, vandaar de trein naar Zwolle, dan die naar Leeuwarden en in Leeuwarden het boemeltje naar Harlingen, dan ben je om kwart voor tien in Harlingen haven, waar een krap uur later de snelboot naar Vlieland vertrekt. Ik weet niet waarom de reisplanner die mogelijkheid twee weken geleden niet gaf, maar het kon dus, in elk geval vandaag: met openbaar vervoer op één dag heen en weer naar Vlieland.
Voor elke minuut op het eiland was ik er pakweg twee onderweg. Het is een mooi moyenne. Maar dan heb je ook wat: zomaar effe tussendoor een middagje fietsen op Vlieland. Zelfs zonder sneeuwuil is dat een feest, bedacht ik onderweg op de fiets. De dorpsstraat, het Vuurboetsduin, de veldjes langs het wad met een stuk of 200 rotganzen, daarachter het wad bij hoog water en de duinweiden aan de andere kant, omgeven door krioelend kreupelhout. Stuk voor stuk zaken waar ik nog dagenlang van kan nagenieten. Maar ik was natuurlijk wel blij dat het uiteindelijk mét sneeuwuil werd: daar kan ik nog wekenlang van nagenieten. De vogel was vlot gevonden. Hij zat hoog op een duintopje om zich heen te kijken en werd van meerdere kanten bespied door telescopen en telelenzen die zich in het duinland hadden gewaagd. Ach, de meeste op beschaafde afstand, meende ik, en ik moet bekennen dat ik zelf ook even ietsje dichterbij geslopen ben. Tot waar wat mij betreft het zicht volmaakt en de afstand nog ruim voldoende was. En oh wat was-ie mooi. Hij was zonder meer alle uren onderweg waard. Heerlijke twitch, heerlijke vogel, mooier dan die op Texel enkele jaren terug. Vol in beeld, vrij zichtbaar, en zo keek ik ‘m af en toe recht in de gele ogen (vijftig keer vergroot door de telescoop, moet ik daar veiligheidshalve aan toevoegen), alweer die gele ogen, het is wat met al die uilen in Nederland. Na een tijdje vloog de vogel op en zoiets kan gemakkelijk aanleiding geven tot nieuwe discussies over verstoring maar vogels vliegen nou eenmaal af en toe op en ik zag zelf zo gauw niets dat aanleiding gaf tot nieuwe discussies over verstoring. Kan best wat gemist hebben natuurlijk. Hoe dan ook, het beeld van die vliegende sneeuwuil, zo majestueus, zo machtig, het zal me in elk geval nog lang heugen. Al was het maar vanwege het brakke hoofd en de slaperige ogen de komende dagen vanwege een ernstig slaaptekort de afgelopen 24 uur.
* Anders effe googelen …
2 maart 2014
Meer: Plannen
Maar toen ineens, voor zondag 2 maart, gaf de NS nog een andere optie: als je om vijf voor zes de trein neemt naar Duivendrecht, vandaar de trein naar Zwolle, dan die naar Leeuwarden en in Leeuwarden het boemeltje naar Harlingen, dan ben je om kwart voor tien in Harlingen haven, waar een krap uur later de snelboot naar Vlieland vertrekt. Ik weet niet waarom de reisplanner die mogelijkheid twee weken geleden niet gaf, maar het kon dus, in elk geval vandaag: met openbaar vervoer op één dag heen en weer naar Vlieland.
Voor elke minuut op het eiland was ik er pakweg twee onderweg. Het is een mooi moyenne. Maar dan heb je ook wat: zomaar effe tussendoor een middagje fietsen op Vlieland. Zelfs zonder sneeuwuil is dat een feest, bedacht ik onderweg op de fiets. De dorpsstraat, het Vuurboetsduin, de veldjes langs het wad met een stuk of 200 rotganzen, daarachter het wad bij hoog water en de duinweiden aan de andere kant, omgeven door krioelend kreupelhout. Stuk voor stuk zaken waar ik nog dagenlang van kan nagenieten. Maar ik was natuurlijk wel blij dat het uiteindelijk mét sneeuwuil werd: daar kan ik nog wekenlang van nagenieten. De vogel was vlot gevonden. Hij zat hoog op een duintopje om zich heen te kijken en werd van meerdere kanten bespied door telescopen en telelenzen die zich in het duinland hadden gewaagd. Ach, de meeste op beschaafde afstand, meende ik, en ik moet bekennen dat ik zelf ook even ietsje dichterbij geslopen ben. Tot waar wat mij betreft het zicht volmaakt en de afstand nog ruim voldoende was. En oh wat was-ie mooi. Hij was zonder meer alle uren onderweg waard. Heerlijke twitch, heerlijke vogel, mooier dan die op Texel enkele jaren terug. Vol in beeld, vrij zichtbaar, en zo keek ik ‘m af en toe recht in de gele ogen (vijftig keer vergroot door de telescoop, moet ik daar veiligheidshalve aan toevoegen), alweer die gele ogen, het is wat met al die uilen in Nederland. Na een tijdje vloog de vogel op en zoiets kan gemakkelijk aanleiding geven tot nieuwe discussies over verstoring maar vogels vliegen nou eenmaal af en toe op en ik zag zelf zo gauw niets dat aanleiding gaf tot nieuwe discussies over verstoring. Kan best wat gemist hebben natuurlijk. Hoe dan ook, het beeld van die vliegende sneeuwuil, zo majestueus, zo machtig, het zal me in elk geval nog lang heugen. Al was het maar vanwege het brakke hoofd en de slaperige ogen de komende dagen vanwege een ernstig slaaptekort de afgelopen 24 uur.
* Anders effe googelen …
2 maart 2014
Meer: Plannen
Abonneren op:
Posts (Atom)