De dag begon eigenlijk wat ongelukkig. De trein naar Amsterdam had op station Utrecht een oplopende vertraging en er waren berichten over onregelmatigheden in de dienstverlening tussen Amsterdam en Haarlem vanwege een inmiddels verholpen seinstoring dus ik dacht, ik neem het zekere voor het onzekere en ga over Leiden naar Heemskerk. Duurt immers niet langer dan over Amsterdam en Haarlem. Maar ik zat in Leiden amper in de sprinter richting Haarlem, bleek die niet te gaan. Obstakel op het spoor. Heb ik weer! Even later bleek er een aanrijding geweest en zouden tot half één de treinen richting Haarlem niet verder gaan dan Voorhout. Ik had dus drie opties: wachten tot half een wat feitelijk geen optie was, terug naar Utrecht en alsnog reizen via Amsterdam wat bijna op hetzelfde neer zou komen, of de trein nemen naar Voorhout en van daar met de vouwfiets verder. Ik besloot dan maar het laatste en fietste vanaf Voorhout langs onder andere Lisse en Hillegom naar Vogelenzang. Er stond een weliswaar koud maar prettig meewindje, dat hielp. Tot zover mijn persoonlijke sores van vandaag.
Vanaf Vogelenzang naar Boshut ’t Panneland waar ik mijn duinwandeling begon. Het was zo’n drie-en-een-halve kilometer naar de plek van de homeyers klapekster, of taigaklapekster zoals die bij Dutchbirding heet: de soort (nou ja, ondersoort) waar het me vandaag om te doen was. Een zeer zeldzame ondersoort van de klapekster, indien aanvaard (en daar lijken goede redenen voor) het eerste geval voor Nederland, afkomstig uit diep in Rusland. Een mooie wandeling door ruig en glooiend, nog deels besneeuwd duinland en langs verschillende nog gedeeltelijk dichtgevroren infiltratiekanalen bracht me anderhalf, misschien twee uur later dan gepland op de plaats van bestemming. En daar bleek de vogel al anderhalf à twee uur niet meer gezien. Ja, de dag was wat ongelukkig begonnen.
Geteisterd door een bittere poolwind staan we te wachten en te turen over het omringende duinland. Overal waar we kijken zien we vogelaars door het terrein struinen, ongetwijfeld net als wij op zoek maar de kans om daar nu een klapekster van welke ondersoort dan ook aan te treffen, lijkt minimaal. Voorlopig moeten we genoegen nemen met een stuk of tien krooneenden in het infiltratiekanaal achter ons en onder andere pijlstaarten en brilduikers in het kanaal voor ons. En als het wachten me lang genoeg heeft geduurd, ga ik elders zoeken.
Gelukkig zijn er meer mensen die tot dat besluit zijn gekomen want als ik voor de zoveelste keer Waarneming.nl check zie ik ineens, eindelijk, een nieuwe en recente melding. Iemand heeft de vogel twintig minuten geleden anderhalve kilometer verderop teruggevonden! Kan het allemaal toch nog goed komen. Na een haastige wandeling die op zo’n moment altijd langer duurt dan je lief is vinden we, al die vogelaars die ik vanmorgen op zoek naar de klapekster al was tegengekomen, elkaar terug in een nat stukje duinland net buiten het kerngebied waar de vogel de afgelopen dagen meestal gezien werd. En daar vinden we eindelijk ook de klapekster. De vogel werkt voortreffelijk mee, laat zich prachtig zien, hoog in een kaal boompje of in de top van een struikje, en stelt ons in staat om alle benodigde kenmerken vast te stellen. Het vele wit op de vleugels natuurlijk, de witte vleugelvlek is veel uitgebreider dan bij onze klapekster. Goed zichtbaar in zit en als hij een stukje vliegt en onder andere fanatiek (maar vergeefs) achter een klein zangvogeltje aan jaagt, is duidelijk de over de volle lengte brede vleugelbaan zichtbaar. Ook de witte stuit is af en toe door de telescoop goed te zien. Het toefje wit boven het oogmasker en op het voorhoofd dat af en toe met veel moeite zichtbaar is, vind ik zelf minder overtuigend. Ik betwijfel of dat nou het verschil maakt. En of de wat lichtere kleur grijs die we menen te zien reëel is, is natuurlijk maar de vraag. Kan ook verbeelding zijn, geen vergelijkingsmateriaal bij de hand immers. Maar al met al een interessante vogel, en ook een mooie, want een klapekster. Als je een klapekster ziet, moet je tevreden zijn, homeyers of niet.
20 januari 2024
dinsdag 23 januari 2024
donderdag 11 januari 2024
Terschelling
‘De winters worden warmer en natter’, voorspellen de klimaatmodellen. Tsja, we krijgen wat ons toekomt. En dan hebben we nog niets te klagen, het kan allemaal veel erger. Vraag maar aan de bewoners van dat stadje in noord Canada die destijds huis en haard kwijtraakten door een alles verzwelgende bosbrand. Of aan de Australiërs die een gebied zowat zo groot als heel Nederland door bosbranden verloren zagen gaan. Of aan de Australiërs die nu vechten tegen overstromingen waarbij vergeleken de wateroverlast bij ons niet meer dan een overstroomde botervloot is. Of aan de mensen in Bangladesh die door overstromingen hun oogsten verloren zagen gaan. Enzovoort enzovoort enzovoort. Bij ons is de overlast meestal toch meer een bezienswaardigheid, een toeristische attractie. Al kun je natuurlijk wachten tot er ook bij ons iets rampzaligs gebeurt. Op Terschelling was het nog lang niet zover, maar bezienswaardig was het wel. Duinfietspaden stonden soms over tientallen meters onder water. Voorheen grazige duinvalleien of speelweiden waren duinmeertjes geworden en duinmeertjes binnenzeeën. Het prikkeldraad wandelde als het ware zo het water in, bankjes stonden met de poten in het water en eenzame prullenbakken staken er uit omhoog. Soms zag je het fietspad voor je als een smal lint tussen uitgestrekte waterpartijen door lopen. Soms liepen de bosweggetjes dood op een vloed die niet alleen het weggetje maar het halve omringende bos onder water had gezet. Het was werkelijk spectaculair. Maar de materiële schade was beperkt en slachtoffers zijn voor zover bekend nog niet gevallen.
Het had baggerweer moeten zijn afgelopen week. De weersvoorspellingen voorzagen in regen, elke dag regen en van zon zou geen enkele sprake zijn. Ik had me er al helemaal op voorbereid om iedere dag gewapend met regenpak en regenbroek elk moment dat het maar enigszins toeliet de regen in te gaan. Maar zoals zo vaak, ik heb het de afgelopen maanden zelden anders meegemaakt, zoals zo vaak viel het allemaal weer reuze mee. Oh, het regende wel hoor, soms hard, soms langdurig (maar nooit allebei tegelijk), maar even vaak was het droog, soms langdurig en af en toe betrapten we zelfs een zonnetje dat voorzichtig tussen de wolken door gluurde. Laverend tussen de buien door wisten we er al met al een prima weekje van te maken. Ik ben naar het oosten en naar het westen gefietst. Heb de ondergelopen duinvalleien gezien, de duinbossen badend in het water, de overal drassige weilanden en de Waddenzee, die van nature al nat is natuurlijk. In elk geval grotendeels, in elk geval een deel van de tijd. Ik heb de kwelders gezien zoals die in het hoekje bij Seerijp, en de fascinerende dynamiek van de jonge duinvorming die zich zoals op alle Waddeneilanden overal hoog op de brede stranden ontwikkelt. De machtige opeenvolging van wad, kwelders, slenken en duinrijen van de Noordsvaarder is al een stadium verder. En West toonde ons zijn schilderachtige, bijna stadse aard met zijn gezellige straatjes, met zijn kroegen, restaurants en hotelletjes en zijn trendy winkels waar je je bijna in het centrum van Amsterdam zou wanen en met zijn Brandaris, centraal op het dorpsplein hoog verheven boven het dorp.
Ook nog vogels? Ja zeker, dat viel nog helemaal niet tegen. Al tijdens onze eerste uurtjes op het eiland, tijdens een wandeling vanuit ons vakantieappartement in Baaiduinen, zag ik in diverse groepen rotganzen in het polderland achter de Waddendijk in totaal drie zwarte en twee witbuikrotganzen, en een oudejaarsavond en een nieuwjaarsnacht vol gezelligheid, drank, vuurwerk (niet van onszelf, laat dat duidelijk zijn) en wind en regen verder lukte het me om beide al op de eerste dag van het nieuwe jaar op de nieuwe jaarlijst te plaatsen. Zo vlot gaat dat lang niet altijd, ze zijn immers vrij zeldzaam. Daarmee was het project rotgans succesvol volbracht en kon ik me gaan wijden aan het project roodhalsgans. Daartoe naar het oosten gefietst, helemaal tot voorbij Oosterend, door velden vol ganzen, duizenden rot- en brandganzen maar roodhalsgans zat daar voor zover ik zien kon niet tussen. Het project roodhalsgans moet dan ook als mislukt worden beschouwd. Ook nog even bij Oosterend aan zee geweest, over een nogal lege zee getuurd en door de pioniersduintjes hoog op het strand gestruind. Ideaal voor strandleeuweriken, vond ik, maar ik kon ze niet vinden. Ik sloot nieuwjaarsdag af met een schamele 57 soorten. Dat haal ik meestal rond Utrecht ook wel op 1 januari, maar daar zit er nooit een zwarte of een witbuikrotgans tussen en trouwens ook maar zelden een gewone.
Een cadeautje was de parelduiker de volgende dag vlakbij op het duinmeertje van Hee. Hij dook veel, was daardoor aanvankelijk zelfs moeilijk te vinden maar als-ie boven was, dan was-ie fraai. Terwijl de eenzame boom van Hee uit de hoogte op ons neerkeek.
Bij West aan Zee was het boven zee aanzienlijk drukker dan de dag ervoor bij Oosterend, al zal dat wel niet aan de locatie gelegen hebben. Tientallen roodkeelduikers vlogen er, in amper een uur telde ik er zeker honderd, allemaal naar west (west met een kleine letter w, dit om verwarring te voorkomen). Daarnaast onder andere ook tientallen zwarte zee-eenden. Die vliegen alle kanten op. Eén keer vlogen er twee grote zee-eenden met ze mee, ook een klein cadeautje. Hier ook een stuk over het strand gewandeld, door en langs een mooi en waarlijk ongerept landschap van grillige en schaars begroeide zandduinen en waterplassen in een bed van pioniersvegetatie. Ideaal voor strandleeuweriken, vond ik, maar ik kon ze niet vinden. Ik sloot de dag af in de Noordsvaarder, wandelend langs het laatste duinland en langs de eerste slikken en kwelders. Ideaal voor strandleeuweriken, vond ik, maar ik kon ze niet vinden. Wel klassieke wadvogels als rosse grutto's (tientallen), zilverplevieren (diverse), bonte en drieteenstrandlopers (honderden), kanoeten (een enkele) en kluten (een groepje van een stuk of tien).
In West vond ik in de wateren naast de veerhaven nog een mooie man ijseend. In polder Seeryp een mooie slechtvalk op een paaltje. En de laatste uurtjes voor onze terugkeer naar het dagelijks leven vond ik nog even tijd voor een laatste bezoekje aan wad en slik van de Noordsvaarder. Ideaal voor strandleeuweriken, vond ik, en warempel, dit keer vond ik ze. Een mooie groep van misschien wel 40 stuks foerageerde af en toe vlakbij tussen de plantenresten en zelfs vond ik er nog minimaal twee fraters tussen. Een fijn besluit van ons weekje Terschelling, het moet genoeg zijn om er weer een tijdje tegenaan te kunnen in het nieuwe jaar.
Het had baggerweer moeten zijn afgelopen week. De weersvoorspellingen voorzagen in regen, elke dag regen en van zon zou geen enkele sprake zijn. Ik had me er al helemaal op voorbereid om iedere dag gewapend met regenpak en regenbroek elk moment dat het maar enigszins toeliet de regen in te gaan. Maar zoals zo vaak, ik heb het de afgelopen maanden zelden anders meegemaakt, zoals zo vaak viel het allemaal weer reuze mee. Oh, het regende wel hoor, soms hard, soms langdurig (maar nooit allebei tegelijk), maar even vaak was het droog, soms langdurig en af en toe betrapten we zelfs een zonnetje dat voorzichtig tussen de wolken door gluurde. Laverend tussen de buien door wisten we er al met al een prima weekje van te maken. Ik ben naar het oosten en naar het westen gefietst. Heb de ondergelopen duinvalleien gezien, de duinbossen badend in het water, de overal drassige weilanden en de Waddenzee, die van nature al nat is natuurlijk. In elk geval grotendeels, in elk geval een deel van de tijd. Ik heb de kwelders gezien zoals die in het hoekje bij Seerijp, en de fascinerende dynamiek van de jonge duinvorming die zich zoals op alle Waddeneilanden overal hoog op de brede stranden ontwikkelt. De machtige opeenvolging van wad, kwelders, slenken en duinrijen van de Noordsvaarder is al een stadium verder. En West toonde ons zijn schilderachtige, bijna stadse aard met zijn gezellige straatjes, met zijn kroegen, restaurants en hotelletjes en zijn trendy winkels waar je je bijna in het centrum van Amsterdam zou wanen en met zijn Brandaris, centraal op het dorpsplein hoog verheven boven het dorp.
Ook nog vogels? Ja zeker, dat viel nog helemaal niet tegen. Al tijdens onze eerste uurtjes op het eiland, tijdens een wandeling vanuit ons vakantieappartement in Baaiduinen, zag ik in diverse groepen rotganzen in het polderland achter de Waddendijk in totaal drie zwarte en twee witbuikrotganzen, en een oudejaarsavond en een nieuwjaarsnacht vol gezelligheid, drank, vuurwerk (niet van onszelf, laat dat duidelijk zijn) en wind en regen verder lukte het me om beide al op de eerste dag van het nieuwe jaar op de nieuwe jaarlijst te plaatsen. Zo vlot gaat dat lang niet altijd, ze zijn immers vrij zeldzaam. Daarmee was het project rotgans succesvol volbracht en kon ik me gaan wijden aan het project roodhalsgans. Daartoe naar het oosten gefietst, helemaal tot voorbij Oosterend, door velden vol ganzen, duizenden rot- en brandganzen maar roodhalsgans zat daar voor zover ik zien kon niet tussen. Het project roodhalsgans moet dan ook als mislukt worden beschouwd. Ook nog even bij Oosterend aan zee geweest, over een nogal lege zee getuurd en door de pioniersduintjes hoog op het strand gestruind. Ideaal voor strandleeuweriken, vond ik, maar ik kon ze niet vinden. Ik sloot nieuwjaarsdag af met een schamele 57 soorten. Dat haal ik meestal rond Utrecht ook wel op 1 januari, maar daar zit er nooit een zwarte of een witbuikrotgans tussen en trouwens ook maar zelden een gewone.
Een cadeautje was de parelduiker de volgende dag vlakbij op het duinmeertje van Hee. Hij dook veel, was daardoor aanvankelijk zelfs moeilijk te vinden maar als-ie boven was, dan was-ie fraai. Terwijl de eenzame boom van Hee uit de hoogte op ons neerkeek.
Bij West aan Zee was het boven zee aanzienlijk drukker dan de dag ervoor bij Oosterend, al zal dat wel niet aan de locatie gelegen hebben. Tientallen roodkeelduikers vlogen er, in amper een uur telde ik er zeker honderd, allemaal naar west (west met een kleine letter w, dit om verwarring te voorkomen). Daarnaast onder andere ook tientallen zwarte zee-eenden. Die vliegen alle kanten op. Eén keer vlogen er twee grote zee-eenden met ze mee, ook een klein cadeautje. Hier ook een stuk over het strand gewandeld, door en langs een mooi en waarlijk ongerept landschap van grillige en schaars begroeide zandduinen en waterplassen in een bed van pioniersvegetatie. Ideaal voor strandleeuweriken, vond ik, maar ik kon ze niet vinden. Ik sloot de dag af in de Noordsvaarder, wandelend langs het laatste duinland en langs de eerste slikken en kwelders. Ideaal voor strandleeuweriken, vond ik, maar ik kon ze niet vinden. Wel klassieke wadvogels als rosse grutto's (tientallen), zilverplevieren (diverse), bonte en drieteenstrandlopers (honderden), kanoeten (een enkele) en kluten (een groepje van een stuk of tien).
In West vond ik in de wateren naast de veerhaven nog een mooie man ijseend. In polder Seeryp een mooie slechtvalk op een paaltje. En de laatste uurtjes voor onze terugkeer naar het dagelijks leven vond ik nog even tijd voor een laatste bezoekje aan wad en slik van de Noordsvaarder. Ideaal voor strandleeuweriken, vond ik, en warempel, dit keer vond ik ze. Een mooie groep van misschien wel 40 stuks foerageerde af en toe vlakbij tussen de plantenresten en zelfs vond ik er nog minimaal twee fraters tussen. Een fijn besluit van ons weekje Terschelling, het moet genoeg zijn om er weer een tijdje tegenaan te kunnen in het nieuwe jaar.
dinsdag 9 januari 2024
Jaaroverzicht
Iedereen een jaaroverzicht, welja, ik ook een jaaroverzicht. Maar waaraan te denken als ik terugkijk op afgelopen jaar (en dan liever niet aan Oekraïne, Hamas, Gaza of Geert Wilders, want daar wordt niemand vrolijk van)? Aan de zielloze stilte op een buiig Vlieland in oktober of aan de zonovergoten Marokkaanse woestijnen met renvogels, groene bijeneters, witbandleeuweriken, egyptische nachtzwaluwen, zandhoenders en nog veel meer? Aan uren wachten op een kille winterochtend op een wolf die niet kwam of aan het uitzicht op tientallen, nee, honderden kuhls pijlstormvogels vanaf het klif bij Sagres, terwijl de zon opkwam boven de Atlantische oceaan?
2023 was een jaar met twee gezichten. Binnenlands was het gewoon een karig jaar. Natuurlijk was er ook van alles te beleven. Naast die zielloze stilte op Vlieland in oktober was er ook het gekkenhuis boven zee, met pijlstormvogels, een geweldige kleinste jager over de branding, noordse stormvogel, vorkstaartmeeuw en meer. En het gekkenhuis op het eiland enkele weken later, een eiland vol vogels met tussen de buien door enkele fijne krenten. En die prachtige grijze strandloper bij Zijpe, de kuhls pijlstormvogel boven zee bij Vlieland, de sensationele noordse pijlstormvogel in het haventje van Yerseke en geelbrauwgors en vale gierzwaluw op Vlieland maakten in de herfst veel goed. Maar na de sensationele siberische waterpieper van februari moest ik vele maanden wachten tot er weer wat echte topsoorten voor me waren weggelegd. Intussen moest ik genoegen nemen met zaken als grijze wouw op Schouwen-Duiveland, ringsnaveleend bij Boxtel, mooie zingende orpheusspotvogel bij Oost Maarland, bijeneters in duinen bij Egmond aan zee, zingende kleine vliegenvanger bij Ede, ruiende kleine topper in de Kennemerduinen, geweldige getijdentrek te Westhoek en meer van dergelijk ‘klein grut’. Ach ja ... Nee, zo'n drama was het natuurlijk ook weer niet maar het ging allemaal zo moeizaam, het was zo zwoegen om toch nog iets van dit jaar te maken. In de winter volgden nog onder andere fraaie meenatortel en humes bladkoning in het hoge noorden dus nee, het was al met al nog helemaal zo slecht niet geweest maar desondanks was het contrast met mijn buitenlandse belevenissen groot. Want 2023 staat voor mij vooral in het teken van mijn droomreis naar Marokko. (https://guuspeterse.blogspot.com/.../maandag-130323...) In de grote stad geweest (Marrakech, Agadir) met alle chaos die daarbij hoort, aan de voet van de besneeuwde toppen van de Atlas gestaan, de steenwoestijnen betreden, de gouden zandduinen van de Sahara gezien die met enige fantasie zulke prikkelende associaties kunnen oproepen, en aan de oceaan gestaan. En onderweg alles voorbij zien komen: lieftallige valleien, grootse rotskloven, verlande rivierbeddingen, lieflijke riviertjes en brede riviermondingen. En overal vogels, prachtige vogels, nieuwe vogels, legendes uit de vogelgids tot werkelijkheid gematerialiseerd. 37 echte lifers + 4 nieuwe ondersoorten! Ik ga ze niet allemaal noemen maar: overal de grauwe buulbuuls en de huisgorzen. Onderweg groene bijeneters. In de bergen van de atlas atlasbergvink en diadeemroodstaart. In de steenwoestijn bij Boumalne temmincks strandleeuwerik, diksnavelleeuwerik, witbandleeuwerik, roodstuittapuit, woestijnoehoe en renvogels. In de echte woestijn bij Merzouga woestijnvink, woestijnmus en woestijngrasmus, kroon- en sahelzandhoen, lannervalk, en egyptische nachtzwaluw. En aan zee bij Agadir heremietibis, audouinsmeeuw, dunbekmeeuw en zwartkruintsjagra. Onder meer, onder veel en veel meer.
En de reis naar Portugal in de zomer was dan wel gewoon maar vakantie maar Lissabon was fijn als altijd, Sintra een attractie met rotszwaluwen als attractie, de kliffen en de binnenlanden van Sagres waren onvergetelijk en met honderden kuhls pijlstormvogels + onder meer vale pijlstormvogels en audouinsmeeuw, vale gierzwaluwen, blauwe eksters, alpenkraaien, bergfluiter en een fijn tochtje over zee met dolfijnen en kuhls pijlstormvogels vlak langs de boot en met ook nog eens stormvogeltjes, was ook Portugal geweldig.
2023 was een jaar met twee gezichten. Binnenlands was het gewoon een karig jaar. Natuurlijk was er ook van alles te beleven. Naast die zielloze stilte op Vlieland in oktober was er ook het gekkenhuis boven zee, met pijlstormvogels, een geweldige kleinste jager over de branding, noordse stormvogel, vorkstaartmeeuw en meer. En het gekkenhuis op het eiland enkele weken later, een eiland vol vogels met tussen de buien door enkele fijne krenten. En die prachtige grijze strandloper bij Zijpe, de kuhls pijlstormvogel boven zee bij Vlieland, de sensationele noordse pijlstormvogel in het haventje van Yerseke en geelbrauwgors en vale gierzwaluw op Vlieland maakten in de herfst veel goed. Maar na de sensationele siberische waterpieper van februari moest ik vele maanden wachten tot er weer wat echte topsoorten voor me waren weggelegd. Intussen moest ik genoegen nemen met zaken als grijze wouw op Schouwen-Duiveland, ringsnaveleend bij Boxtel, mooie zingende orpheusspotvogel bij Oost Maarland, bijeneters in duinen bij Egmond aan zee, zingende kleine vliegenvanger bij Ede, ruiende kleine topper in de Kennemerduinen, geweldige getijdentrek te Westhoek en meer van dergelijk ‘klein grut’. Ach ja ... Nee, zo'n drama was het natuurlijk ook weer niet maar het ging allemaal zo moeizaam, het was zo zwoegen om toch nog iets van dit jaar te maken. In de winter volgden nog onder andere fraaie meenatortel en humes bladkoning in het hoge noorden dus nee, het was al met al nog helemaal zo slecht niet geweest maar desondanks was het contrast met mijn buitenlandse belevenissen groot. Want 2023 staat voor mij vooral in het teken van mijn droomreis naar Marokko. (https://guuspeterse.blogspot.com/.../maandag-130323...) In de grote stad geweest (Marrakech, Agadir) met alle chaos die daarbij hoort, aan de voet van de besneeuwde toppen van de Atlas gestaan, de steenwoestijnen betreden, de gouden zandduinen van de Sahara gezien die met enige fantasie zulke prikkelende associaties kunnen oproepen, en aan de oceaan gestaan. En onderweg alles voorbij zien komen: lieftallige valleien, grootse rotskloven, verlande rivierbeddingen, lieflijke riviertjes en brede riviermondingen. En overal vogels, prachtige vogels, nieuwe vogels, legendes uit de vogelgids tot werkelijkheid gematerialiseerd. 37 echte lifers + 4 nieuwe ondersoorten! Ik ga ze niet allemaal noemen maar: overal de grauwe buulbuuls en de huisgorzen. Onderweg groene bijeneters. In de bergen van de atlas atlasbergvink en diadeemroodstaart. In de steenwoestijn bij Boumalne temmincks strandleeuwerik, diksnavelleeuwerik, witbandleeuwerik, roodstuittapuit, woestijnoehoe en renvogels. In de echte woestijn bij Merzouga woestijnvink, woestijnmus en woestijngrasmus, kroon- en sahelzandhoen, lannervalk, en egyptische nachtzwaluw. En aan zee bij Agadir heremietibis, audouinsmeeuw, dunbekmeeuw en zwartkruintsjagra. Onder meer, onder veel en veel meer.
En de reis naar Portugal in de zomer was dan wel gewoon maar vakantie maar Lissabon was fijn als altijd, Sintra een attractie met rotszwaluwen als attractie, de kliffen en de binnenlanden van Sagres waren onvergetelijk en met honderden kuhls pijlstormvogels + onder meer vale pijlstormvogels en audouinsmeeuw, vale gierzwaluwen, blauwe eksters, alpenkraaien, bergfluiter en een fijn tochtje over zee met dolfijnen en kuhls pijlstormvogels vlak langs de boot en met ook nog eens stormvogeltjes, was ook Portugal geweldig.
woensdag 13 december 2023
Met vogelwacht Utrecht naar Friesland
Er is binnen de vogelwacht Utrecht momenteel een discussie gaande over vogelen en klimaat. Een terechte discussie, wat mij betreft, ik sta helemaal achter het idee om als vogelaar te proberen je klimaatafdruk tot een minimum te beperken, maar met vogelwacht Utrecht gingen we vandaag helemaal naar Friesland. Met de auto. Want het zou best een echte topdag kunnen worden daar, was de gedachte, met soorten die we in eigen omgeving vergeefs zullen zoeken. Wolf op een geheime plek bij Appelscha, de kwelder bij Peazens met alles erop en eraan en als er tijd over was misschien nog een afsluiting in de Onlanden, met kans op zwarte ibis en ruigpootbuizerd.
Het is hem niet helemaal geworden, die echte topdag, maar al met al kon ík er in ieder geval wel vrede mee hebben. Het weer was acceptabel, veel wind maar meest droog en in elk geval veel beter dan we hadden gevreesd, en de soort die ik mezelf vooraf als doel had gesteld voor deze excursie, kon worden binnengetikt. De wolf liet het afweten maar dat was niet helemaal onverwachts: wordt ook daar vaker niet dan wel gezien. Twee uur vergeefs staan wachten in een kille wind en af en toe nog wat miezervlagen. Maar het was een mooie plek, met verwilderde graslanden, wat flarden riet en een bosrand aan de overkant. Groep toendrarietganzen over, geluidjes van geelgors, kepen, grote lijster maar geen wolf. Na een uur of twee maar weer vertrokken.
Bij Peazens de kwelder op. Harde wind maar ook af en toe het vermoeden van zon. In het kleine Nederland wordt weleens gesproken van de ‘little five’ (of dat iets zegt over onze volksaard of over de wilde fauna in Nederland laat ik even in het midden): vijf karakteristieke soorten die ’s winters onze kwelders bevolken. Van drie daarvan, sneeuwgors, ijsgors en strandleeuwerik, geen spoor vandaag op de kwelder. Oeverpiepers waren er natuurlijk wel maar ja, die zijn er altijd. Maar juist de soort die ik dit jaar nog moest, voor zover je van moeten kunt spreken natuurlijk, juist de frater was wel van de partij. Al gauw zagen we een groepje putters rondhangen en toen die op een modderig stukje aan de grond kwamen, bleken er enkele fraaie fraters tussen te zitten. Enige tijd lieten die zich mooi zien. Daarna hebben we ze helaas alleen nog af en toe langs vliegend gehad.
Verder was het wel een beetje sprokkelen op de kwelder. We misten veel maar we hadden wel minimaal vijf blauwe kiekendieven, waaronder drie prachtige mannetjes, en in de ruigte hield zich een velduil schuil. Het was hard zoeken maar toen we hem eenmaal gevonden hadden en vijftig keer vergroot door de telescoop zagen, een plaatje. Die gele ogen, het was soms net of ze je aanstaarden. Een plaatje was ook die rosse grutto die prachtig vlak onder de dijk liep te foerageren. Voor de Onlanden was het inmiddels te laat. We sloten af met wat ganzen in de buurt wat, na een fraaie roodhalsgans eerder vanmiddag, nog twee zeldzame witbuikrotganzen opleverde.
Het was niet helemaal klimaatneutraal geweest wat we vandaag gedaan hebben, niet low carbon, maar voor een keertje mag dat wel vind ik. Volgende week ga ik weer netjes met trein en fiets.
10 december 2023
Het is hem niet helemaal geworden, die echte topdag, maar al met al kon ík er in ieder geval wel vrede mee hebben. Het weer was acceptabel, veel wind maar meest droog en in elk geval veel beter dan we hadden gevreesd, en de soort die ik mezelf vooraf als doel had gesteld voor deze excursie, kon worden binnengetikt. De wolf liet het afweten maar dat was niet helemaal onverwachts: wordt ook daar vaker niet dan wel gezien. Twee uur vergeefs staan wachten in een kille wind en af en toe nog wat miezervlagen. Maar het was een mooie plek, met verwilderde graslanden, wat flarden riet en een bosrand aan de overkant. Groep toendrarietganzen over, geluidjes van geelgors, kepen, grote lijster maar geen wolf. Na een uur of twee maar weer vertrokken.
Bij Peazens de kwelder op. Harde wind maar ook af en toe het vermoeden van zon. In het kleine Nederland wordt weleens gesproken van de ‘little five’ (of dat iets zegt over onze volksaard of over de wilde fauna in Nederland laat ik even in het midden): vijf karakteristieke soorten die ’s winters onze kwelders bevolken. Van drie daarvan, sneeuwgors, ijsgors en strandleeuwerik, geen spoor vandaag op de kwelder. Oeverpiepers waren er natuurlijk wel maar ja, die zijn er altijd. Maar juist de soort die ik dit jaar nog moest, voor zover je van moeten kunt spreken natuurlijk, juist de frater was wel van de partij. Al gauw zagen we een groepje putters rondhangen en toen die op een modderig stukje aan de grond kwamen, bleken er enkele fraaie fraters tussen te zitten. Enige tijd lieten die zich mooi zien. Daarna hebben we ze helaas alleen nog af en toe langs vliegend gehad.
Verder was het wel een beetje sprokkelen op de kwelder. We misten veel maar we hadden wel minimaal vijf blauwe kiekendieven, waaronder drie prachtige mannetjes, en in de ruigte hield zich een velduil schuil. Het was hard zoeken maar toen we hem eenmaal gevonden hadden en vijftig keer vergroot door de telescoop zagen, een plaatje. Die gele ogen, het was soms net of ze je aanstaarden. Een plaatje was ook die rosse grutto die prachtig vlak onder de dijk liep te foerageren. Voor de Onlanden was het inmiddels te laat. We sloten af met wat ganzen in de buurt wat, na een fraaie roodhalsgans eerder vanmiddag, nog twee zeldzame witbuikrotganzen opleverde.
Het was niet helemaal klimaatneutraal geweest wat we vandaag gedaan hebben, niet low carbon, maar voor een keertje mag dat wel vind ik. Volgende week ga ik weer netjes met trein en fiets.
10 december 2023
woensdag 29 november 2023
Zoetermeer
Er zijn wellicht mensen die sinds afgelopen woensdag op veertjes door het leven zweven, hoopvol uitziend naar wat de toekomst brengen gaat. Ik wens ze het allerbeste. Maar ik ben niet zo iemand. Ik ben meer iemand die het liefst zou wegkruipen in een heel diep holletje. En met de al vele weken aanhoudende meteorologische treurnis is dat misschien wel het op een na beste wat je doen kunt. Maar een zoveelste dag van wind en buien en de naweeën van een zware verkiezingskater, die vroegen om iets anders, die vroegen om een lekkere snack, om instant bevrediging, om een snelle sensatie om voor even al die dingen te vergeten die je zo graag vergeten zou. Waterspreeuw op de oever van de Zoetermeerse plas, dat leek me in dat kader de perfecte bestemming voor deze zure zaterdag. Paste ook prima tussen de buien door. Niet al te ver met de trein, geen verre fietstocht en daar stond ik, met alweer tientallen toegesnelde vogelaars, op de oever van de Zoetermeerse plas, de aankondiging van de eerste zware bui van de ochtend in de rug. Moest alleen waterspreeuw nog op komen dagen maar die liet het nog even afweten. Paar honderd meter langs de oever gezocht, grote gele kwikstaart, roodborst, geroep van waterral maar uiteindelijk moest ik toch op de plek zijn waar de vogel het laatste gezien was en het vaakst gezien wordt: op het strandje daar stonden de telescopen en de telelenzen gericht op een basaltdammetje verderop in het water. Waterspreeuw. Scharrelend langs de waterkant en prachtig in de telescoop. Steen voor steen bewoog hij zich tot aan het uiteinde van het dammetje, stond nog even te pronken op het laatste stuk basalt dat boven water stak en keerde toen om, om aan de achterkant van het dammetje weer terug te gaan. Voor zover wij wisten.
Het toetje was trouwens ook smakelijk. Verderop was het Prielenbos, een stukje broekbos met spichtige stammetjes en takkenbossen die uit zwarte poelen staken en knuppelpaadjes die ons over de nattigheid voerden. Erg fotogeniek. En best wat vogeltjes af en toe, alleen lukte het me maar zelden er een een beetje herkenbaar in beeld te krijgen. Alleen een winterkoninkje liet zich enige tijd mooi bekijken, wat natuurlijk wel een fijn cadeautje was. Maar toen een prachtige groep van tientallen barmsijzen. Er is een (tot nu toe) bescheiden invasie van grote barmsijzen gaande en het is altijd prettig van zo’n fenomeen iets mee te krijgen. Er zat ook nog minstens één kleine barmsijs tussen, en een vogel met opvallend witte en weinig getekende flanken en op het oog ongetekende witte onderstaartdekveren. Een aardige kandidaat witstuitbarmsijs, een zeldzaamheid, maar ja …
Toen ik genoeg gesnoept had om de wereld weer even aan te kunnen, ben ik maar weer omgekeerd.
25 november 2023
Het toetje was trouwens ook smakelijk. Verderop was het Prielenbos, een stukje broekbos met spichtige stammetjes en takkenbossen die uit zwarte poelen staken en knuppelpaadjes die ons over de nattigheid voerden. Erg fotogeniek. En best wat vogeltjes af en toe, alleen lukte het me maar zelden er een een beetje herkenbaar in beeld te krijgen. Alleen een winterkoninkje liet zich enige tijd mooi bekijken, wat natuurlijk wel een fijn cadeautje was. Maar toen een prachtige groep van tientallen barmsijzen. Er is een (tot nu toe) bescheiden invasie van grote barmsijzen gaande en het is altijd prettig van zo’n fenomeen iets mee te krijgen. Er zat ook nog minstens één kleine barmsijs tussen, en een vogel met opvallend witte en weinig getekende flanken en op het oog ongetekende witte onderstaartdekveren. Een aardige kandidaat witstuitbarmsijs, een zeldzaamheid, maar ja …
Toen ik genoeg gesnoept had om de wereld weer even aan te kunnen, ben ik maar weer omgekeerd.
25 november 2023
donderdag 16 november 2023
Ameland
De herfst is nog in volle gang. Het goud en oranje druipt van de bosranden, hier en daar schittert daarin een zilvergrijze abeel en bedauwde spinnenwebben glinsteren tussen de vegetatie. Maar wat vogels betreft is de grootste drukte een beetje voorbij en de grote vogelevenementen liggen ook weer achter ons. Geen Deception Tours meer, geen Dutchbirding vogelweekend, een mens kan weer veilig naar een Waddeneiland zonder om de haveklap lastig gevallen te worden door weer een melding van weer een leuke soort en zonder weer te moeten beslissen of je erachteraan gaat of dat je deze keer even overslaat. Er zijn ook geen vogelaars op dit eiland, nou ja, er zijn er wel een paar maar die vinden ook niets dat tot actie verplicht. Een roodhalsgansje hier, een sibtjif daar, ijseend over zee, ach, dat komt allemaal een andere keer wel weer.
We waren op Ameland dit keer, omdat Cathérine, zusje van Harriët, in het kader van de Kunstmaand Ameland haar expositie en haar viltworkshops hield in de brasserie van Roompot Ameland. Denk bij dat vilten overigens niet aan oubollig hobbyisme, dit is vilten 2.0. Wij zaten op Roompot in een vakantiehuisje. Nou ja, vakantiehuisje, zeg maar vakantiecontainer, temidden van nog veel meer van zulke vakantiecontainers, rijen en rijen vakantiecontainers die een geestdodende en deprimerende vakantieomgeving creëerden. Al was er genoeg groen, genoeg bosjes en natte ruigte om het spannend te houden, maar daar is in november op een Waddeneiland niet veel voor nodig. Achter de rijen vakantiecontainers zagen we de vuurtoren verrijzen en verliet je het terrein, dan had je onmiddellijk zicht op de Westermieden, het weiland aan de westkant van het eiland, met rotganzen en kramsvogels, en op de bosrand van het Hollumerbos daarachter. Nee, voor Roompot ga ik geen reclame maken maar met Ameland is niets mis.
Dat is natuurlijk precies wat zo’n Waddeneiland zo leuk maakt: zodra je de deur uitstapt, heb je dat Waddeneiland om je heen. Je hoeft nergens meer heen, want je bent er al.
We zaten dus bij Hollum en ik had zin in een rustig en ontspannen weekendje. Beetje toekijken bij het vilten en een beetje de niet al te verre omgeving doorkruisen. Dus ik had me voorgenomen me tot het westen te beperken en niet voorbij Ballum te gaan, een kilometer of vier naar het oosten. Niet naar Nes, niet naar de Hon en niet naar ’t Oerd want het westen van Ameland heeft genoeg moois in de aanbieding. Wat te denken van de Lange Duinen met zijn vogelkijkhut aan het duinmeer aldaar? Of van het beleefstrand Ballum, de meest lullige naam voor een van de mooiste en spannendste stukjes Ameland? Of aan de wadkant de Vogelpôlle, de strook kwelder langs de Waddendijk? Genoeg te doen dus, tussen het toekijken bij het vilten door. Ik zou het nog druk krijgen en dat was nou net niet de bedoeling.
We boften met het weer, trouwens. ’s Nachts lagen we soms in bed bezorgd te luisteren naar de regen die op ons dak kletterde. Bui na bui kwam over ons heen en al zal het op dat containerdak harder geklonken hebben dan het in werkelijkheid was, het ging er buiten ongetwijfeld ruig aan toe. Maar overdag was het meest droog en geregeld scheen de zon. Zelfs de wind hield zich kalm dit weekend. Het was een oase temidden van de vele nattigheid die ons al weken lang teistert.
Om te beginnen vrijdagmiddag een fietstochtje langs Hollumerbos en duinrand, polder, kwelder en wad. Het begon al wat te schemeren en de zon begon na een regenachtige dag net voor-ie onder zou gaan voorzichtig door te breken, wat mooie avondschemerluchten opleverde die fraai weerspiegelden op wad en Waddenzee. Het bracht ons onder andere de Twee Telescopen: de Waker en de Wachter, de een gericht op de kerktoren van Hollum, de ander opmerkelijk genoeg net naast de vuurtoren die je echter op een of andere manier vaag weerspiegeld zag in het telescoopbeeld. Kunst dus, dat kon niet missen.
Zaterdagochtend fietste ik door de Lange Duinen en zag ik de laatste buienluchten naar het oosten wegtrekken. Uit het westen naderde steeds meer blauw, steeds meer zon. Waterrallen riepen uit verscholen nattigheid tussen de duinruggetjes in en op het duinmeertje dreven onder andere wat tafeleenden. Even later liep ik op het beleefstrand en beleefde daar de dynamiek van de getijden. Dat zal er dan wel de bedoeling zijn. Waar vroeger een breed strand was, zijn nu begroeide kwelders, natte geulen, zandbanken en slikplaten. En vogels. Veel vogels. Fraaie vluchten van honderden bonte strandlopers, zilverplevieren en rosse grutto’s vlogen over me heen de duinen in. Het was blijkbaar opkomend tij. Diverse groepjes dwergmeeuwen vlogen strak naar west. Zwarte zee-eenden op zee, een stel pimpelmezen in de laatste struikjes voor de kwelder begon, wat voor deze soort vast geen broedbiotoop is, en op een schaars begroeid slikveld foerageerden twee sneeuwgorzen, de soort van de dag. Toch nog genoeg vogels dus, op dit ontspannen Waddeneilandenweekendje.
Zondag was de waddenkant aan de beurt. Veel zon, weinig wind en toch nog een buitje tussendoor maar dat mocht geen naam hebben. Langs de Waddendijk ligt daar de Vogelpôlle, in de zomer beschermd vogelbroedgebied en daarbuiten beschermd vogelrustgebied. Altijd wat te beschermen. Op de kwelder kunnen bij hoogwater grote aantallen vogels rusten. Nu was het afgaand tij en zaten de vogels op de eerste strook wad die inmiddels droog was komen te liggen. Wulpen, tureluurs, scholeksters, zilverplevieren, bonte en drieteenstrandlopers, kanoeten, rosse grutto's, smienten, pijlstaarten, het is het bekende palet aan wadvogels die hier hun leefgebied hebben. Bekend, elke keer weer als je in de herfst op een Waddeneiland bent, maar elke keer weer geweldig om mee te maken. De soort van de dag waren de vijf strandleeuweriken die korte tijd verbleven op een schelpenzandje in de kwelder. Terug door polders vol brand- en rotganzen en goudplevieren en weer even naar het viltgebeuren.
Maandag was het weer regenachtig. Nog wat door het Hollumerbos gewandeld en naar huis. De overtocht was grauw en nat. Het mooie weekendweer was weer voorbij.
13 november 2023
Meer wadden? Terschelling
We waren op Ameland dit keer, omdat Cathérine, zusje van Harriët, in het kader van de Kunstmaand Ameland haar expositie en haar viltworkshops hield in de brasserie van Roompot Ameland. Denk bij dat vilten overigens niet aan oubollig hobbyisme, dit is vilten 2.0. Wij zaten op Roompot in een vakantiehuisje. Nou ja, vakantiehuisje, zeg maar vakantiecontainer, temidden van nog veel meer van zulke vakantiecontainers, rijen en rijen vakantiecontainers die een geestdodende en deprimerende vakantieomgeving creëerden. Al was er genoeg groen, genoeg bosjes en natte ruigte om het spannend te houden, maar daar is in november op een Waddeneiland niet veel voor nodig. Achter de rijen vakantiecontainers zagen we de vuurtoren verrijzen en verliet je het terrein, dan had je onmiddellijk zicht op de Westermieden, het weiland aan de westkant van het eiland, met rotganzen en kramsvogels, en op de bosrand van het Hollumerbos daarachter. Nee, voor Roompot ga ik geen reclame maken maar met Ameland is niets mis.
Dat is natuurlijk precies wat zo’n Waddeneiland zo leuk maakt: zodra je de deur uitstapt, heb je dat Waddeneiland om je heen. Je hoeft nergens meer heen, want je bent er al.
We zaten dus bij Hollum en ik had zin in een rustig en ontspannen weekendje. Beetje toekijken bij het vilten en een beetje de niet al te verre omgeving doorkruisen. Dus ik had me voorgenomen me tot het westen te beperken en niet voorbij Ballum te gaan, een kilometer of vier naar het oosten. Niet naar Nes, niet naar de Hon en niet naar ’t Oerd want het westen van Ameland heeft genoeg moois in de aanbieding. Wat te denken van de Lange Duinen met zijn vogelkijkhut aan het duinmeer aldaar? Of van het beleefstrand Ballum, de meest lullige naam voor een van de mooiste en spannendste stukjes Ameland? Of aan de wadkant de Vogelpôlle, de strook kwelder langs de Waddendijk? Genoeg te doen dus, tussen het toekijken bij het vilten door. Ik zou het nog druk krijgen en dat was nou net niet de bedoeling.
We boften met het weer, trouwens. ’s Nachts lagen we soms in bed bezorgd te luisteren naar de regen die op ons dak kletterde. Bui na bui kwam over ons heen en al zal het op dat containerdak harder geklonken hebben dan het in werkelijkheid was, het ging er buiten ongetwijfeld ruig aan toe. Maar overdag was het meest droog en geregeld scheen de zon. Zelfs de wind hield zich kalm dit weekend. Het was een oase temidden van de vele nattigheid die ons al weken lang teistert.
Om te beginnen vrijdagmiddag een fietstochtje langs Hollumerbos en duinrand, polder, kwelder en wad. Het begon al wat te schemeren en de zon begon na een regenachtige dag net voor-ie onder zou gaan voorzichtig door te breken, wat mooie avondschemerluchten opleverde die fraai weerspiegelden op wad en Waddenzee. Het bracht ons onder andere de Twee Telescopen: de Waker en de Wachter, de een gericht op de kerktoren van Hollum, de ander opmerkelijk genoeg net naast de vuurtoren die je echter op een of andere manier vaag weerspiegeld zag in het telescoopbeeld. Kunst dus, dat kon niet missen.
Zaterdagochtend fietste ik door de Lange Duinen en zag ik de laatste buienluchten naar het oosten wegtrekken. Uit het westen naderde steeds meer blauw, steeds meer zon. Waterrallen riepen uit verscholen nattigheid tussen de duinruggetjes in en op het duinmeertje dreven onder andere wat tafeleenden. Even later liep ik op het beleefstrand en beleefde daar de dynamiek van de getijden. Dat zal er dan wel de bedoeling zijn. Waar vroeger een breed strand was, zijn nu begroeide kwelders, natte geulen, zandbanken en slikplaten. En vogels. Veel vogels. Fraaie vluchten van honderden bonte strandlopers, zilverplevieren en rosse grutto’s vlogen over me heen de duinen in. Het was blijkbaar opkomend tij. Diverse groepjes dwergmeeuwen vlogen strak naar west. Zwarte zee-eenden op zee, een stel pimpelmezen in de laatste struikjes voor de kwelder begon, wat voor deze soort vast geen broedbiotoop is, en op een schaars begroeid slikveld foerageerden twee sneeuwgorzen, de soort van de dag. Toch nog genoeg vogels dus, op dit ontspannen Waddeneilandenweekendje.
Zondag was de waddenkant aan de beurt. Veel zon, weinig wind en toch nog een buitje tussendoor maar dat mocht geen naam hebben. Langs de Waddendijk ligt daar de Vogelpôlle, in de zomer beschermd vogelbroedgebied en daarbuiten beschermd vogelrustgebied. Altijd wat te beschermen. Op de kwelder kunnen bij hoogwater grote aantallen vogels rusten. Nu was het afgaand tij en zaten de vogels op de eerste strook wad die inmiddels droog was komen te liggen. Wulpen, tureluurs, scholeksters, zilverplevieren, bonte en drieteenstrandlopers, kanoeten, rosse grutto's, smienten, pijlstaarten, het is het bekende palet aan wadvogels die hier hun leefgebied hebben. Bekend, elke keer weer als je in de herfst op een Waddeneiland bent, maar elke keer weer geweldig om mee te maken. De soort van de dag waren de vijf strandleeuweriken die korte tijd verbleven op een schelpenzandje in de kwelder. Terug door polders vol brand- en rotganzen en goudplevieren en weer even naar het viltgebeuren.
Maandag was het weer regenachtig. Nog wat door het Hollumerbos gewandeld en naar huis. De overtocht was grauw en nat. Het mooie weekendweer was weer voorbij.
13 november 2023
Meer wadden? Terschelling
dinsdag 7 november 2023
Plan B
Ik had dringend behoefte aan een plan B. Plan A was Texel, izabel, maar bleek door onvoorziene ‘herstelwerkzaamheden’ op het spoor met openbaar vervoer voorlopig niet bereikbaar: de trein reed niet verder dan Schagen en er was blijkbaar geen vervangend vervoer geregeld. Te kort dag, neem ik aan. Gelukkig was, in tegenstelling tot planeet B, plan B wel beschikbaar: oosterse zwarte roodstaart in Egmond a/d Hoef. Niet eens zo’n slechte deal: zou pas mijn tweede zijn, de izabeltapuit op Texel al mijn derde. Dus gewoon de geplande trein genomen en in Heiloo uitgestapt. Kilometer of zes met het vouwfietsje en daar stond ik, in dat koninklijke woonbuurtje in Egmond a/d Hoef, tussen de ommuurde achtertuintjes, de garages en de parkeerruimtes en hier en daar een soort plantsoentje. Een dertien-in-een-dozijn woonwijkje dus, maar wel met een oosterse zwarte roodstaart in zijn midden, ondersoort van zwarte roodstaart afkomstig uit Turkije of het midden oosten en pas de veertiende voor Nederland. Weinig woonwijken in Nederland die er ook zo eentje tot zijn bewoners mogen rekenen. Zeg maar geen.
Het was nog droog, zelfs nog een beetje zonnig en het woei nog nauwelijks toen ik door het woonwijkje wandelde. Het was even zoeken maar niet al te lang want daar zat-ie al, tussen de dakpannen. Zwarte roodstaart met rode buik: in de pocket. Hij liet zich aardig zien, verdween na een tijdje in een tuin verderop en ik kon verder met mijn leven. Nog een hele dag te gaan.
Toen ik een stukje wandelde langs de binnenduinrand tussen Egmond a/d Hoef en Egmond aan Zee, begon de regen. En toen ik even later over het strand bij Egmond aan Zee wandelde, regende het gestaag door. Grijsheid alom, zowel boven als onder de horizon, maar de zee nog altijd redelijk kalm. De aangekondigde code geel leek nog ver weg. Hier en daar wat meeuwen langs de branding. Zowel grote als kleine mantelmeeuwen ertussen en opeens viel mijn oog op een van hen: leek net wat kleiner, net wat tengerder dan de andere kleine mantels. In elk geval veel zwarter: de kleur meer als bij grote mantelmeeuw, en met een opvallend lang achtereind door de ver uitstekende vleugelpunten. Een klassieke baltische mantelmeeuw, ben je dan geneigd te denken, uit het boekje. Er ontbrak echter één cruciaal element: een ring. Want zonder ring is baltische mantelmeeuw, een zeldzaamheid uit het verst noordoostelijke deel van het verspreidingsgebied van kleine mantelmeeuw, eigenlijk niet met zekerheid vast te stellen, omdat sommige van de ‘gewone’ noordelijke ondersoort intermedius er vrijwel net zo kunnen uitzien. Waarom men die twee dan als verschillende ondersoorten ziet, is een vraag waarop ik het antwoord schuldig moet blijven.
Geschuild in een strandtent en daarna scheen warempel de zon. Het duinland lichtte prachtig op onder de bijna zwarte lucht van de voorbije bui. Even later aan zee woei het al ietsje harder dan zojuist. Aan de ene kant, in het noorden, was de lucht helder en blauw, aan de andere kant hing een lucht, zo duister en dreigend dat je zou denken dat de Apocalyps aanstaande was. Daarna volgde bui op bui en na elke bui leek het wel harder te waaien. Tussendoor was het droog en tuurde ik over een steeds wildere zee. Zwarte zee-eenden naar zuid. Roodkeelduiker naar zuid. Adulte drieteenmeeuw naar zuid. Drie adulte dwergmeeuwen naar zuid. En toen, hé, die was spannend: een meeuwtje met een donkergrijs, bijna bruinachtig dek, daarachter op de vleugels een spierwitte driehoek en zwarte handpennen. Dit was er een hoor: onmiskenbaar vorkstaartmeeuw. Hij vloog niet eens zo heel ver weg ook al naar zuid. Weliswaar mijn tweede deze herfst maar deze was veel beter dan die van Vlieland een paar weken terug.
Na een volgende bui gaf ik het verder op, pakte mijn spulletjes in en vloog met een inmiddels stormachtige wind in de rug terug naar Heiloo.
5 november 2023
Het was nog droog, zelfs nog een beetje zonnig en het woei nog nauwelijks toen ik door het woonwijkje wandelde. Het was even zoeken maar niet al te lang want daar zat-ie al, tussen de dakpannen. Zwarte roodstaart met rode buik: in de pocket. Hij liet zich aardig zien, verdween na een tijdje in een tuin verderop en ik kon verder met mijn leven. Nog een hele dag te gaan.
Toen ik een stukje wandelde langs de binnenduinrand tussen Egmond a/d Hoef en Egmond aan Zee, begon de regen. En toen ik even later over het strand bij Egmond aan Zee wandelde, regende het gestaag door. Grijsheid alom, zowel boven als onder de horizon, maar de zee nog altijd redelijk kalm. De aangekondigde code geel leek nog ver weg. Hier en daar wat meeuwen langs de branding. Zowel grote als kleine mantelmeeuwen ertussen en opeens viel mijn oog op een van hen: leek net wat kleiner, net wat tengerder dan de andere kleine mantels. In elk geval veel zwarter: de kleur meer als bij grote mantelmeeuw, en met een opvallend lang achtereind door de ver uitstekende vleugelpunten. Een klassieke baltische mantelmeeuw, ben je dan geneigd te denken, uit het boekje. Er ontbrak echter één cruciaal element: een ring. Want zonder ring is baltische mantelmeeuw, een zeldzaamheid uit het verst noordoostelijke deel van het verspreidingsgebied van kleine mantelmeeuw, eigenlijk niet met zekerheid vast te stellen, omdat sommige van de ‘gewone’ noordelijke ondersoort intermedius er vrijwel net zo kunnen uitzien. Waarom men die twee dan als verschillende ondersoorten ziet, is een vraag waarop ik het antwoord schuldig moet blijven.
Geschuild in een strandtent en daarna scheen warempel de zon. Het duinland lichtte prachtig op onder de bijna zwarte lucht van de voorbije bui. Even later aan zee woei het al ietsje harder dan zojuist. Aan de ene kant, in het noorden, was de lucht helder en blauw, aan de andere kant hing een lucht, zo duister en dreigend dat je zou denken dat de Apocalyps aanstaande was. Daarna volgde bui op bui en na elke bui leek het wel harder te waaien. Tussendoor was het droog en tuurde ik over een steeds wildere zee. Zwarte zee-eenden naar zuid. Roodkeelduiker naar zuid. Adulte drieteenmeeuw naar zuid. Drie adulte dwergmeeuwen naar zuid. En toen, hé, die was spannend: een meeuwtje met een donkergrijs, bijna bruinachtig dek, daarachter op de vleugels een spierwitte driehoek en zwarte handpennen. Dit was er een hoor: onmiskenbaar vorkstaartmeeuw. Hij vloog niet eens zo heel ver weg ook al naar zuid. Weliswaar mijn tweede deze herfst maar deze was veel beter dan die van Vlieland een paar weken terug.
Na een volgende bui gaf ik het verder op, pakte mijn spulletjes in en vloog met een inmiddels stormachtige wind in de rug terug naar Heiloo.
5 november 2023
Abonneren op:
Posts (Atom)




















































