donderdag 22 juni 2023

Langs de IJssel tussen Zutphen en Deventer

Waar het ook mooi is, is langs de IJssel tussen Zutphen en Deventer. En fietsen van Zutphen naar Deventer is goed te behappen. (En met de hedendaagse e-bikes helemaal geen probleem, neem ik aan.) Neem eerst een kijkje in Zutphen, want dat is echt de moeite waard. De grote Sint Walburgiskerk is indrukwekkend en op de IJsselkade staat Ida Gerhardt in brons gegoten over het water uit te kijken. En sluit af in Deventer, die andere prachtige Hanzestad aan de IJssel, met zijn fraaie marktplein en ook al zo’n indrukwekkende kerk. Altijd bezienswaardig, die oude kerken. Ze vertegenwoordigen iets dat we tegenwoordig nauwelijks meer kennen maar zo goed zouden kunnen gebruiken: de wil om gezamenlijk en eensgezind iets groots tot stand te brengen, en tonen daarmee wellicht aan dat er toch nog iets goeds schuilt in de mensheid. (Of schuilde? Want die eensgezindheid is tegenwoordig een schaars goed. Behalve als het Nederlands voetbalelftal tegen Duitsland voetbalt.) Dat dat was ter meerdere eer en glorie van een schimmige figuur die niemand ooit gezien heeft en die magische krachten wordt toegedicht, nemen we dan maar op de koop toe.
En tussen Zutphen en Deventer is er dus de IJssel die slingert door zijn uiterwaarden. Een zilverkleurig lint tussen groene, hoewel momenteel vooral gele velden. Langs ruige, meest nog ongemaaide hooilanden, langs wateren en rietlanden en bosranden en heggen en hagen en alles wat zo’n landschap afwisselend en aantrekkelijk maakt.
Zwak maar prettig windje achter, schraal zonnetje dat af en toe verscholen ging achter verdichtende wolkenvelden en zelfs nog een paar spetters. Wow! Hoe lang is dat al niet geleden. We passeerden de Rammelwaard, fraai uiterwaardenreservaat met plassen, rietlanden, bosschages en hoog wuivende hooilanden. Zingende braamsluiper tussen de fitissen, de zwartkoppen en de bosrietzangers. Ver weg de prachtige burchtruïne van Nijenbeek. En meer rietlanden, bosschages en hoog wuivende hooilanden, heggen en hagen. Het is natuurlijk bekend, het is bijna een cliché, de diep ingeslepen gelaatstrekken van Nederland rivierenland, restant uit oeroude tijden, product van eeuwen van samengaan van natuur en cultuur, van rivier en boerenleven, maar het blijft mooi. Het blijft een genot om er doorheen te fietsen.
Verderop werd het bossiger, kregen bosranden de overhand waartussen de hooilandjes verscholen lagen en waar geelgorzen zongen. Toen het landschap zich weer opende, zagen we voor ons Deventer liggen.

18 juni 2023





vrijdag 16 juni 2023

Egmond

Oude natuur. De duinen die, zandrug na zandrug, duinvallei na duinvallei al vele eeuwen ons land beschermen tegen de zee. Een deining, een woelen, turbulenties als een soort zee stilgezet in de tijd, tegenover die levende zee aan de andere kant van de zeereep. Bedekt met doornige struwelen en stugge grasmatten van helm en duinriet, versierd met velden vol orchideeën en ratelaars, duinviooltjes en rolklaver en meer, en toegezongen door nachtegalen en boomleeuweriken, grasmussen en fitissen, al eeuwen lang. Het is een oeroud gegeven, jaar in jaar uit liggen ze daar achter de zeereep te bakken onder de zon (of eventueel te druilen in de regen maar daarvan is al enkele weken geen sprake en zal voorlopig ook geen sprake zijn).
Iets heel anders was de struikrietzanger die aanwezig zou zijn in wat men het Vijgendal heeft genoemd. Struikrietzangers, en dan met name zingende mannetjes in het voorjaar, zijn een relatief nieuw verschijnsel in Nederland. Als zeer zeldzame herfstgast zijn ze er altijd wel geweest, tot maximaal een paar per jaar en de meeste gevangen in de netten van de vogelringers. Er moeten er dus veel meer geweest zijn maar zwijgzame skulkers als ze buiten de broedtijd zijn, zijn de meeste aan de aandacht van de vogelaars ontsnap. Maar sinds een paar jaar hebben we ze vooral in het voorjaar, wanneer ze luid zingen vanuit ondoorzichtige rietvelden of ondoordringbaar struikgewas, en die zang is behalve fraai ook luid en opvallend, zodat we er nu veel minder missen. Toch was het op deze bloedhete zomerdag nog hard zoeken om die ene terug te vinden die hier gisteren ontdekt is. Ik was er natuurlijk ook te laat in de ochtend. Meestal hoorde ik slechts grasmus en nachtegaal, zwartkop en kleine karekiet, en fitis natuurlijk. Maar af en toe was toch ook even de tamelijk onmiskenbare zang van struikrietzanger te horen. Missie volbracht dus, al bleef-ie hardnekkig onzichtbaar.
Wat je ook hebt op een zomerse dag in de duinen, zijn vlinders. Van de beruchte junidip was hier weinig te merken. Leuk waren bijvoorbeeld de diverse kleine parelmoervlinders die ik verschillende keren zag. Nog leuker waren de zeldzame duinparelmoervlinders die ik twee keer langs zag vliegen. Maar het allerleukst waren toch weer vogels: verderop in het open duinland hielden zich twee bijeneters op. Wat een heerlijke Soort van de Dag! Toen ik, gealarmeerd door de bekende rollende roepjes, de omringende duincontouren afspeurde, kon ik aanvankelijk niets vinden. Maar ineens had ik ze te pakken: twee van deze spectaculaire kleurenbommen vlogen rond boven het duinland. Geweldig natuurlijk, maar nog veel geweldiger werd het toen ik ze even later terugvond in een boompje aan de overkant van de duinpoel waar ik een soort van lunch zat te genieten. Twee bijeneters bijna op grijpafstand in een boompje: nou ja, ik overdrijf natuurlijk maar het was wel degelijk fantastisch. Misschien nog wel mooier werd het toen een van beide vlak om me heen rondjes ging vliegen. Toen even later ook de andere de vleugels nam, waren ze gauw verdwenen.

11 juni 2023









dinsdag 13 juni 2023

Marker Wadden

Nieuwe natuur, wat heet: nieuw land. Nieuw Nederland. Pioniers werden we na afloop genoemd. Nou lijkt me dat een beetje teveel eer. Gezien de velen die me al voor waren geweest, ben ik eerder het tegendeel van een pionier. Een slow adapter. Deelnemer aan de mongolenwaaier. Wat ook meer overeenkomt met het beeld dat ik van mezelf heb. (Waar komt dat woord, mongolenwaaier, trouwens ook alweer vandaan? En kan dat nog wel door de beugel tegenwoordig?)
Maar hoe dan ook was het voor mij wel een gebeurtenis: de eerste keer dat ik voet aan de grond zette op de Marker Wadden. Op het nieuwste stukje land van Nederland. Een jaar of vijf terug was hier alleen nog maar Markermeer, aldus dezelfde dame die ons zojuist pioniers had genoemd, en dit keer waag ik het niet haar tegen te spreken. En nu dus dit: zandduinen, kades, Landal-huisjes, steigers, zeilboten, WC-gebouwtjes en niet te vergeten hectare na hectare ongerept natuurterrein. Een ruwe schets, grotendeels nog in te vullen door moedertje natuur zelf. Op dit moment vooral zandduinen, open water, drassige oeverlanden en onafzienbare rietvelden die af en toe aan enkele gelukkigen een korte blik op een roerdomp gunden, in vlucht laag boven het riet. Je moest wel op het goede moment kijken, anders was je te laat.
Het was een mooie dag. Aan het weer had het niet gelegen, zei onze dame meermaals, wat natuurlijk voor tweeërlei uitleg vatbaar is. Je kunt daarmee ook zeggen dat het ondanks het weer, ondanks de felle zon en de 30+ graden Celsius een mooie dag was geweest. Zo zal ze het niet bedoeld hebben, maar ik vind die interpretatie ook wel verdedigbaar. De associatie van warmte met mooi weer wordt hoe langer hoe minder vanzelfsprekend. Maar een mooie dag was het. Met tientallen waren we uitgestort over de enkele kilometers wandelpad (hoeveel eigenlijk? Dat heeft onze dame ons dan weer niet verteld. Hadden we het maar moeten vragen) die het hoofdeiland doorkruisen en die buiten de werktijden van het bootpersoneel waarschijnlijk leeg en verlaten zijn. Zoals de Marker Wadden buiten deze paden ook op een zonovergoten zaterdag in juni leeg en verlaten zijn. Althans, wat mensen betreft. Vogels waren er natuurlijk wel volop, al waren die eerlijk gezegd wel een beetje voorspelbaar: visdieven en kokmeeuwen, kleine en bontbekplevieren, een paar kluten en volop eenden. Ook de casarca’s, tientallen casarca’s in de waterbakken, waren van te voren al aangekondigd, evenals die eenzame, verre flamingo die er al weken zit. Onverwachts was daarentegen de grote stern die ons luid roepend voorbij vloog. Bepaald niet alledaags in het IJsselmeergebied. Soort van de dag was ongetwijfeld het baardmannetje. Voorspelbaar, zeker, het gebied heeft wat die soort betreft een reputatie hoog te houden, maar mij boeide dat in dit geval niet. Ik ken niet veel plekken (dat wil zeggen: momenteel geen) waar baardmannen zo talrijk zijn, waar ze keer op keer met tientallen door de rietvelden trekken en waar ze zich geregeld zo prachtig laten zien. We houden er een warme herinnering aan over.

10 juni 2023




donderdag 1 juni 2023

Kampina

Toen ik in Smalbroeken, bos en hooilanden langs de woest kronkelende Beerze, eenmaal de eerste bosbeekjuffers had, na enig zoeken ook de eerste beekrombouts, de eerste fluiter hoorde zingen en wat eerste flarden van wielewaal opving, dacht ik voldaan: het kan alleen nog maar beter worden. Maar dat werd het niet. Ja, bosbeekjuffers werden naarmate ik dieper het gebied in drong steeds talrijker en dominanter ten opzichte van de aanvankelijk talrijker weidebeekjuffers. Ik zag nog diverse beekrombouten en een paar keer erg fraai. En fluiter begon aardig uitvoerig te zingen. Maar daar bleef het bij. Ik had nog wel een tweede fluiter maar gezien heb ik ze niet. Ik had nog een paar flarden van wielewaal maar meer dan flarden werd het niet. En ik had verderop langs de Beerze, bij de Bisschopsvelden, weliswaar opnieuw beekrombout maar bont dikkopje kon ik daar niet vinden en ook nergens anders. Van zwarte ooievaar, eerder vandaag gemeld in de Overstromingsvlakte van de Beerze, geen spoor. En wat me nog het meest verbaasde: geen enkele wespendief vandaag, terwijl die hier toch dagelijks door velen worden gemeld. Een hoop treurnis dus, na die veelbelovende start.
Maar gelukkig heeft de Kampina genoeg aan zichzelf. Die heeft helemaal geen zeldzame libellen en vlindertjes nodig om paradijselijk te zijn. Niet alleen de hei is prachtig, met zijn natte stukken, zijn vennetjes, zijn vermolmde boomkarkassen her en der en zijn kriebelige horizons, maar ook de beekloop van de Beerze is geweldig. De eindeloze kronkelingen, de steile oevers, het overhangende houtwerk, de omringende bossen en hooilandjes, de uitgestrekte overstromingsvlaktes, het voelt er alsof de tijd er al eeuwig stilstaat. Alsof er nog van geen wereldproblematiek sprake is, laat staan van stikstof en boze boeren. Het is natuurlijk het zuiverste escapisme, maar ook van dodaars, wulp en zingende boompiepers en veldleeuweriken word ik nou eenmaal erg blij.

28 mei 2023






woensdag 24 mei 2023

Limburg

Het is pas mei dus eigenlijk is het nog te vroeg om alleen voor vlinders en libellen op pad te gaan, vind ik. Dat hoort eigenlijk pas in juni en juli, als het aanbod aan zeldzame vogels vaak (hoewel niet altijd) wat afneemt. In mei zou je nog druk moeten zijn met het aflopen, en natuurlijk het zelf zoeken van de vele zeldzaamheden die deze maand in ons land verdwaald zijn geraakt. Maar het voorjaar is wat tam dit jaar, het aanbod aan zeldzaamheden is al weken tamelijk bescheiden (en wat er wel gevonden wordt is meestal niet of nauwelijks twitchbaar), we blijven maar wachten op die grote klapper en moeten langzamerhand vrezen dat die niet meer komt. Intussen had de Pietersberg bij Maastricht wel erg veel te bieden op het gebied van vlinders en libellen. Twee lifers liefst waren er onder andere te vinden in de vermaarde graslandjes op de flanken van de berg. Het was dus wel erg verleidelijk om voor één keer mijn principes te laten varen.
Maar gelukkig was er ook nog een orpheusspotvogel bij Oost Maarland: toch nog een mooie vogel. Het was alweer drie jaar geleden dat ik die nog heb horen zingen dus het was wel weer eens tijd. Dus eerst naar het grindgat gefietst, waar orpheusspotvogel zonder dralen uitvoerig begon te zingen in de bosjes op de oever. Samen met een gewone spotvogel. Een inkoppertje dus. En daarbij liet hij zich ook geregeld geweldig zien, zodat ik ook alle kleedkenmerken kon checken. Een wat valere tint geel dan de meest spotvogels. Een eerder bruinige dan grijze kleur groen op de bovendelen, egaal, zonder de lichte veerranden die bij spotvogel zo’n opvallend paneel op de vleugels teweegbrengen. En relatief korte handpennen. Allemaal in orde. Voor de determinatie was dat weliswaar niet nodig, gezien het uitbundig zingen (en zo nodig het nabije vergelijkingsmateriaal), maar het is wel bevredigend om te kunnen constateren dat het inderdaad allemaal klopte.
Nog even een stukje langs de oever gestruind, meerdere spotvogels, twee zwarte sterns boven de plas en alvast de eerste libel, een bruine korenbout, en naar de Pietersberg.

Op de Pietersberg was het bijna Zuid Europees. De zon scheen, het was warm, grazige en bloemrijke graslanden glooiden omlaag, of omhoog, afhankelijk van waar je stond, insecten zoemden en vlinders dwarrelden vrolijk van bloem naar bloem. Had men hier wel ooit van stikstof gehoord? En met soorten als klaverblauwtje, boswitje en zuidelijke oeverlibel kon je je gemakkelijk in Zuid Europa wanen. Zuidelijke soorten worden talrijker, het is een van de prettige bijkomstigheden van een tendens die uiteindelijk helemaal niet zo prettig zal zijn. En daarbij: noordelijke soorten zullen dan wel schaarser worden, dus tel uit je winst.
Maar goed, zeldzame vlinders dus. Veldparelmoervlinders vlogen af en aan: prachtig en nog niet zo lang geleden in Nederland zo goed als uitgestorven. Bruin dikkopje in een greppel aan de voet van de berg: veel minder opvallend dan die parelmoeren maar ook erg zeldzaam. Ook mijn beide beoogde lifers gaven acte de présence. Boswitje, een mooi, teer en engelachtig vlindertje uit de categorie koolwitjes, en klaverblauwtje, tot voor kort uitgestorven in Nederland maar vanuit het zuiden stiekem het land weer binnengekropen. Ik zag een mooi exemplaar met kenmerkende donkerblauwe vleugels met zelfs een roestbruine glans erop. Met ook nog onder andere veldsalie en knolsteenbreek, zeldzame plantjes allebei, zat het hier met de biodiversiteit nog wel goed.

21 mei 2023


Meer Zuid Limburg: Vaeshartelt



donderdag 18 mei 2023

Excursie vogelwacht Utrecht in drie bedrijven

1: Nieuwe Driemanspolder, Zoetermeer
De Nieuwe Driemanspolder had de voorbije weken zijn kakelverse reputatie ruimschoots waargemaakt: bronskopeend, gestreepte strandloper en witwangstern waren er onder andere gezien. Een goede keus dus om daar met vogelwacht Utrecht naar op excursie te gaan. Jammer was alleen dat alle drie juist de afgelopen week weer vertrokken waren. Wat overbleef: een grote karekiet. En dat is ook niet mis: allang niet meer de vrij algemene vogel waar-ie bijvoorbeeld op Waarneming.nl nog steeds voor doorgaat. En die werkte wel voorbeeldig mee. Zat uitvoerig en luidruchtig te zingen vanuit een nabij wilgje midden in het onooglijk bosje riet dat-ie voor zijn verblijf had uitgekozen, het soort postzegel waar grote karren om een of andere duistere reden wel vaker verzeild raken. En was in dat wilgje van ‘m ook geruime tijd prachtig zichtbaar. Grote karekiet vrijwel beeldvullend in de telescoop: dat had ik nog niet eerder meegemaakt.
Verder was het eerlijk gezegd wat tam in de N3M-polder zoals die door insiders wordt genoemd. Hoog water dus weinig steltjes. Wel tussen de vele gele kwikstaarten de raadselkwikstaart die al enkele weken de plaatselijke gemoederen bezighoudt. Engelse kwikstaart, gezien de gele wenkbrauwstreep? Of toch iets met gewone gele erin, hybride dus? Vanwege de relatief grijze bovendelen wordt door sommigen zelfs richting citroenkwikstaart gedacht, al is het zeker geen zuivere. Zingende veldleeuweriken, volop broedende kluten en twee patrijzen op een veldje: ook zonder al te grote zeldzaamheden was de Nieuwe Driemanspolder zeker een bezoekje waard.

2: Zevenhuizerplas en omstreken
Een gouwe ouwe. We hoopten natuurlijk op een teruggekeerd woudaapje maar een plaatselijke vogelaar hielp ons uit die droom: die waren nog niet gesignaleerd. Ook verder viel er niet zo heel veel te halen. Volop oeverzwaluwen in de buurt van de oeverzwaluwenwand, een eenmalige hoemp van een roerdomp en geluiden van baardman, snor en cetti’s zanger die zich allemaal niet lieten zien. Maar een koekoek liet zich wel fraai bekijken.

3: Zouweboezem
Omdat Zuid Holland, ons officiële excursiedoel, het enigszins liet afweten, sloten we af in de eigen provincie. De grote attractie van een plaatselijke rietmoerasje was witvleugelstern, een erg fraai en tamelijk zeldzaam sterntje dat meest in Oost Europa verblijf houdt maar af en toe, en de laatste jaren in toenemende mate, ook in Nederland tot broeden komt. En na de karekiet werkte ook deze voorbeeldig mee. Eerst zagen we hem op enige afstand foerageren tussen de koeien, en daarna zagen we er één en soms twee rond de broedplaats. Soms zagen we er een en af en toe zelfs twee op het nest en geregeld zagen we een van beide prachtig dichtbij langs vliegen. Zodat we uiteindelijk toch erg tevreden naar huis mochten.

14 mei 2023

donderdag 11 mei 2023

Hoevelaken

Het was een briljant concept. Omdat ze van maandag tot donderdag een cursus had in Hoevelaken, had Harriët daar voor de hele week een Bed & Breakfast gereserveerd. Ik zou daar overnachten en overdag in Utrecht werken. Want een week vakantie kon ik me na Marokko even niet veroorloven. Dus elke middag vertrok ik uit de wat saaie zakelijkheid van werk in Utrecht, nam de trein naar Amersfoort Vathorst en belandde in die compleet andere wereld van Hoevelaken en omstreken, dat op mij na die saaie zakelijkheid overkwam als een stukje paradijs op aarde. De meeste mensen kennen Hoevelaken wellicht alleen van het knooppunt (ik niet eens), maar daarachter schuilen een wereld van velden en akkers, omringd door bosranden en doorstoken door boomlanen en houtkades, en het prachtige, bijna sprookjesachtige Hoevelakerbos, ook wel landgoed Hoevelaken, met zijn weelderige bosschages in lentetooi, zijn elegante waterpartijen, zijn statige landhuis, zijn duistere wateren die schuilen in de schaduw van het bos en zijn fraaie open velden met monumentale boompartijen. Heerlijk was het om daar elke middag naar terug te keren, daar enkele uren te mogen verdwalen, al na één dag voelde het als thuiskomen, en om het ook de volgende ochtend nog even te mogen aanraken voor ik weer terugkeerde naar de alledaagse werkelijkheid van het werk in Utrecht. Het Hoevelakerbos was begin- en eindpunt van vrijwel elk van mijn verblijven in het Hoevelakense.
Voorjaar en zonneschijn, het is natuurlijk altijd een gelukkige combinatie maar zeker op een plek als landgoed Hoevelaken. Een luid lenteconcert van merel en zanglijster, roodborst en vink, zwartkop en tuinfluiter en noem maar op, daalt er op je neer uit het mild groene lenteloof en af en toe raken daartussen de klanken van een verre groene specht verdwaald. Eén keer zag ik die, prachtig klauterend langs een dikke boomstam, en het was alweer aardig lang geleden dat ik die nog zo mooi zag dus ik was er blij mee. In een slootje een paartje carolinaeend, een exoot natuurlijk, zeker hier op het landgoed maar toch een mooi stel. Een mooi stel goudvinken, een raaf, ja op het landgoed was altijd wel wat te beleven.
En tussendoor verbleven we in Hoevelaken zelf. Dat is op zich geen hoogvlieger maar het was prettig om er te zijn, om er door de hoofdstraat en over het hoofdplein te wandelen, om er elke avond een ander restaurantje te bezoeken waar we, hoewel eerlijk gezegd alleen op de eerste dag, zeearend zagen overvliegen vanachter onze dinertafel, en om er uiteindelijk te eindigen op onze B&B op een boerderij midden in de Hoevelakense ommelanden waar we wandelden over een onverharde kade tussen akkers door waar holenduiven, een paar kieviten en een enkele ree huisden.

Nijkerkerveen was saai. Misschien heb ik er niet goed genoeg rondgekeken maar het kwam op ons over als zo’n klein, saai, christelijk boerengat. 4125 inwoners en een begraafplaatsje dat uitstekend onze indruk van Nijkerkerveen weerspiegelde. Maar vanuit Nijkerkerveen fietsten we naar Driedorp en op een of andere manier oogde de omgeving daar nog intenser, nog uitbundiger dan we tot dan toe gezien hadden. Bossen, bosranden, boomlanen: in woorden uitgedrukt lijkt het niet veel anders dan wat we eerder gezien hadden van de omgeving maar het was er monumentaler en tegelijk intiemer. Een gaaf, goed geconserveerd coulisselandschap: daarvoor hoef je dus niet naar de Achterhoek. Een weitje met schapen die bij nader inzien varkens bleken, verdient nog een korte vermelding: wolvarkens. Het zijn natuurlijk slechts huisdieren, vee, en meestal vind ik dat niet het vermelden waard maar dit waren interessante wezens.
Vanuit het nabije Zwartebroek maakten we op een andere avond een klompenpadwandeling die na een minder interessant eerste stuk, langs onverwachts drukke wegen naar Terschuur, over onverharde paden dwars de velden in leidde naar ongeveer diezelfde bossen, bosranden en boomlanen. Doordat je er hier over die onverharde paden zo diep in verzeild raakte, beleefde je het toch weer anders, intenser, overweldigender.

Ten zuiden van Hoevelaken, aan de andere kant van het spoorlijntje van Amersfoort naar Ede, bevindt zich de ‘Heerlijkheid Stoutenburg’. Toch een beetje een andere wereld, hoewel bekend van het graslandje met bandheidelibellen langs de Barneveldsche beek. Een afwisseling van oud bos rond verborgen wateren, met monumentale oude en vervallen bomen, en schrale en bloemrijke graslanden met verspreidde bosjes en zingende boompiepers, alles in het bekende maar hier weer erg fraaie decor van velden, bosranden en boomlanen. Vrijdag waren we allebei vrij en hebben we de tijd genomen voor een mooie wandeling op en rond de Heerlijkheid. Onder andere op het bandheidelibellenveldje geweest. De bandheidelibellen vlogen uiteraard nog niet, die zijn er pas op zijn vroegst eind juli, maar wel landkaartje, een leuk en kenmerkend voorjaarsvlindertje. En dan mag men elders in Nederland rode rotslijsters zien en bruinkeelortolanen, met mijn landkaartje was ik ook best gelukkig want het was alweer een paar jaar geleden dat ik daarvan de voorjaarsgeneratie zag en die ziet er heel anders uit dan de veel algemenere zomergeneratie die vanaf juli overal rondvliegt. En dat op zich maakt landkaartje bijzonder want bij mijn weten is dat van geen enkele andere vlinder in Nederland bekend. Verder roffelende kleine bonte specht, oranjetipje, een poel met groene kikkers, sprinkhaanzanger en spotvogel.
Tot nu toe was de week wat het weer betreft vlekkeloos verlopen: in het begin weliswaar nog fris maar wel alle dagen zon en de laatste ook lekker warm. Maar nu drongen steeds driegender buienluchten op. We redden het nog net droog naar onze B&B maar op weg naar station Hoevelaken (aan de langere fietstocht naar Vathorst waagden we ons onder deze omstandigheden niet en dat bleek een verstandige keus) werden we overvallen door een bui zoals je ze zelden meemaakt en waarbij je als je binnen bent altijd met medelijden denkt aan de arme sloebers die nu buiten zijn. Zeiknat naar huis, waar gelukkig droge kleren wachtten.

5 mei 2023