Je kunt mooi schrijven over de stoïcijnen, je kunt roepen dat als het niet gaat zoals het moet, het dan maar moet zoals het gaat, maar daar hoef je je niet altijd bij neer te leggen, vind ik. Want die bosgors, die moest nog een keertje over. Die moest als eersteling als het effe kon nog wat beter. Een lifer, die verdient meer dan alleen enkele kortstondige blikken op een overvliegende vogel. Dus vandaag tussen de buien door (die trouwens reuze meevielen) terug naar Noordwijkerhout, terug naar Sint Bavo. Als het moest had ik de hele middag de tijd en ik was dan ook bereid er zo nodig vele uren in te steken, maar een halfje bleek genoeg: ineens zat de vogel prachtig vrij op een dikke tak van een van de twee bomen die gebroederlijk naast elkaar als Don Quichot en Sancho Panza midden in het terrein staan. Het duurde en het duurde, misschien wel een minuut totdat de vogel weer uit beeld was. Beter had ik niet kunnen wensen. Daarna was het weer zoals afgelopen dinsdag: een soort kat en muis van vogel en vogelaars waarbij de vogelaars zich telkens verzamelden rond de plek waar de vogel werd vermoed, de vogel geen kik gaf tot-ie uiteindelijk roepend uit zijn burcht opvloog en verderop in een volgend bosje of boompje weer verdween. Waar zich het tafereel herhaalde. Slechts sporadisch werden enkele vogelaars beloond met een kortstondige vrije blik op BoGo, zoals de vogel door sommigen liefdevol wordt genoemd.
Van geheel andere aard was de dwerggors die zich (welk een toeval!) sinds enkele dagen ook in het terreintje bevindt. Deze was handtam en foerageerde onverstoorbaar en af en toe geheel vrij zichtbaar tot op amper een meter afstand tot de vogelaars die zich rondom hem hadden verzameld. Een heerlijk zoet toetje na de voor de meesten wat zware hoofdmaaltijd van vandaag. Waarbij ik een opvallend determinatiekenmerk voor beide soorten vaststelde. Zie je een compacte kring van vogelaars dicht bijeen rond een kleine open plek, allen met camera’s en verrekijkers diagonaal omlaag gericht, dan heb je met dwerggors te maken. Zie je groepjes vogelaars verspreid rond ondoordringbaar kreupelhout, ofwel keuvelend met elkaar zonder veel aandacht voor het kreupelhout, ofwel intens turend tot diep in het kreupelhout op zoek naar iets dat zich klaarblijkelijk niet wil prijsgeven, dan is bosgors aan de orde.
28 september 2019
Wat voorafging: Als het niet gaat zoals het moet.
zondag 29 september 2019
woensdag 25 september 2019
Als het niet gaat zoals het moet …
… dan moet het maar zoals het gaat. De uitspraak schijnt trouwens al door de oude Grieken te zijn gebezigd ('Wens niet dat alles gebeurt zoals jij het wilt, maar wil dat de dingen gebeuren zoals ze gebeuren, en het zal je goed gaan', Epictetus rond 100 na Chr. Hij was vertegenwoordiger van de Stoïcijnen voor wie dit ongeveer het basisprincipe was van hun levensleer. Aldus mijn broer Hans die meer thuis is dan ik in deze oude filosofieën), dus je voelt je wel een beetje onderdeel van duizenden jaren oude Europese culturele tradities als je die zelf in de mond neemt. Omdat de dingen weer eens net niet helemaal gaan zoals je gehoopt had. Wat nogal eens het geval is, dat zal ieder kunnen beamen. Ook de oude Grieken wisten dat dus al.
Een snelle actie vanmiddag. Eerder was er al melding geweest van een overvliegend roepje in Noordwijkerhout. Vanmiddag was er ineens de melding dat de vogel die bij dat roepje hoorde ter plaatse was: werk aan de winkel. Want het was niet zomaar een lifer voor me, het was een lang verwachte wenssoort waarvan ik ieder jaar denk dat het dit jaar eindelijk eens tijd wordt. Er zijn veel zeldzamere soorten die ik al meerdere keren gezien heb. Drie bonte tapuiten, om maar wat te noemen, drie bairds strandlopers, drie blauwstaarten, twee brilzee-eenden, twee cirlgorzen, twee geelsnavelduikers en ga zo maar door, maar deze nog nooit, hoewel toch een jaarlijkse soort in Nederland. Maar al jarenlang niet fatsoenlijk twitchbaar. Dus toen deze wel twitchbaar leek, onmiddellijk met trein en bus naar Noordwijkerhout en zoeken maar.
Avontuur! Waarlijk avontuur is de hedendaagse westerse mens vreemd, in elk geval de meeste. Dit is voor sommige van ons wat daar misschien nog het dichtste bij komt: struinen door stedelijke wildernis, loeren in bosjes, peuren tussen kluwen van plantenresten en elke passerende vogel nastaren, steeds op zoek naar de heilige graal van de dag: de bosgors van Noordwijkerhout.
Zwartkopje, vinken, af en toe een vluchtende zanglijster wier getik zo verraderlijk lijkt op dat van bosgors maar die liet het vooralsnog afweten. Het gemoed zakte weer rap in, zoals zo vaak maar dit keer niet voor lang: al na pakweg een half uurtje ineens een gorsje luid tikkend opvliegend uit een struikje. Formaat rietgors, duidelijke witte staartzijden: dit was hem, geen twijfel. Dook verderop het struweel weer in dus daar stonden we, steeds dichter rond dit ene bosje, tot de vogel opnieuw luid tikkend opvloog en in een volgend bosje verdween.
Met inmiddels een man of dertig stonden we rond het bosje waarin de vogel het laatst verdwenen was en de vogel gaf geen kik. En we vroegen ons af of dat ook zo geweest zou zijn als we er niet zo met zijn allen omheen hadden gestaan. We zullen het nooit weten, want dan hadden we hier niet gestaan. Dit is natuurlijk een heel wezenlijke wetenschapsfilosofische kwestie, bijna kwantummechanisch van aard: de invloed van de waarnemer op het (beoogde) object van waarneming. Dat-ie geen kik geeft, omdat je daar met zijn allen staat; dat-ie zich niet roert, omdat je hier staat te turen. Als de weeping angels, die alleen bewegen als je niet naar ze kijkt. We turen diep het takkenbos in, lopen er om de beurt omheen en wachten af, de meesten rustig, sommigen, net gearriveerd, ongeduldig. Tot de vogel opnieuw roepend opvliegt en verderop in een bosje verdwijnt. Enzovoort.
Aldus de vogel een aantal keer luid en duidelijk over me heen zien vliegen, maar geen enkele keer ter plaatse gezien. Ach, als het niet gaat zoals het moet, dan moet het maar zoals het gaat. De regen die de hele middag al in de lucht hing, begon serieuze vormen aan te nemen. We schuilden onder een nogal dikke boom en toen het weer min of meer droog was, naar huis gegaan. Effe een lifertje gescoord: kun je alleen maar tevreden mee zijn.
24 september 2019
Het vervolg: Noordwijkerhout revisited
Een snelle actie vanmiddag. Eerder was er al melding geweest van een overvliegend roepje in Noordwijkerhout. Vanmiddag was er ineens de melding dat de vogel die bij dat roepje hoorde ter plaatse was: werk aan de winkel. Want het was niet zomaar een lifer voor me, het was een lang verwachte wenssoort waarvan ik ieder jaar denk dat het dit jaar eindelijk eens tijd wordt. Er zijn veel zeldzamere soorten die ik al meerdere keren gezien heb. Drie bonte tapuiten, om maar wat te noemen, drie bairds strandlopers, drie blauwstaarten, twee brilzee-eenden, twee cirlgorzen, twee geelsnavelduikers en ga zo maar door, maar deze nog nooit, hoewel toch een jaarlijkse soort in Nederland. Maar al jarenlang niet fatsoenlijk twitchbaar. Dus toen deze wel twitchbaar leek, onmiddellijk met trein en bus naar Noordwijkerhout en zoeken maar.
Avontuur! Waarlijk avontuur is de hedendaagse westerse mens vreemd, in elk geval de meeste. Dit is voor sommige van ons wat daar misschien nog het dichtste bij komt: struinen door stedelijke wildernis, loeren in bosjes, peuren tussen kluwen van plantenresten en elke passerende vogel nastaren, steeds op zoek naar de heilige graal van de dag: de bosgors van Noordwijkerhout.
Zwartkopje, vinken, af en toe een vluchtende zanglijster wier getik zo verraderlijk lijkt op dat van bosgors maar die liet het vooralsnog afweten. Het gemoed zakte weer rap in, zoals zo vaak maar dit keer niet voor lang: al na pakweg een half uurtje ineens een gorsje luid tikkend opvliegend uit een struikje. Formaat rietgors, duidelijke witte staartzijden: dit was hem, geen twijfel. Dook verderop het struweel weer in dus daar stonden we, steeds dichter rond dit ene bosje, tot de vogel opnieuw luid tikkend opvloog en in een volgend bosje verdween.
Met inmiddels een man of dertig stonden we rond het bosje waarin de vogel het laatst verdwenen was en de vogel gaf geen kik. En we vroegen ons af of dat ook zo geweest zou zijn als we er niet zo met zijn allen omheen hadden gestaan. We zullen het nooit weten, want dan hadden we hier niet gestaan. Dit is natuurlijk een heel wezenlijke wetenschapsfilosofische kwestie, bijna kwantummechanisch van aard: de invloed van de waarnemer op het (beoogde) object van waarneming. Dat-ie geen kik geeft, omdat je daar met zijn allen staat; dat-ie zich niet roert, omdat je hier staat te turen. Als de weeping angels, die alleen bewegen als je niet naar ze kijkt. We turen diep het takkenbos in, lopen er om de beurt omheen en wachten af, de meesten rustig, sommigen, net gearriveerd, ongeduldig. Tot de vogel opnieuw roepend opvliegt en verderop in een bosje verdwijnt. Enzovoort.
Aldus de vogel een aantal keer luid en duidelijk over me heen zien vliegen, maar geen enkele keer ter plaatse gezien. Ach, als het niet gaat zoals het moet, dan moet het maar zoals het gaat. De regen die de hele middag al in de lucht hing, begon serieuze vormen aan te nemen. We schuilden onder een nogal dikke boom en toen het weer min of meer droog was, naar huis gegaan. Effe een lifertje gescoord: kun je alleen maar tevreden mee zijn.
24 september 2019
Het vervolg: Noordwijkerhout revisited
maandag 16 september 2019
Maasvlakte
Ik hou wel van die opzichtige, licht absurdistische lelijkheid zoals op de Maasvlakte. Op zijn tijd. Maar dan moeten er wel vogels te zien zijn. Ik deel echter wat dat betreft geen gunstig verleden met de Maasvlakte. Het valt daar eigenlijk altijd tegen. Die topdagen, dat de draaihalzen als rijpe appeltjes uit de bosjes vallen, of dat er ortolaan of sperwergrasmus wordt gevonden, laat staan kleine spotvogel, ik heb ze nog nooit meegemaakt. Maar vooruit: we wagen het er weer eens op. Met vogelwacht Utrecht weer eens een dagje Maasvlakte gepland.
Ook dit keer waren de voortekenen niet geruststellend. De wind was niet goed voor zeetrek, en van de Maasvlakte zelf waren de afgelopen dagen geen opvallende meldingen gedaan. We zouden alles dus zelf moeten vinden. Maar zoals zo vaak eerder als de Maasvlakte op het programma stond, halverwege de dag een andere bestemming gezocht. En zoals zo vaak leverde die andere bestemming de leukste soorten op.
Want het was weer eens niks op de Maasvlakte. Rustig, doodstil bijna. Prachtig weer, dat wel: volop zon en in de middag 20+ graden Celsius. Uurtje aan zee gestaan, maar ja, matig windje uit zuidwest. Paar jan van genten, enkele groepjes zwarte zee-eenden en een gestage stroom grote sterns en visdiefjes over zee. Leuk natuurlijk, zeg je dan plichtmatig tegen elkaar, maar niet waar je voor komt. Ben ik dan een verwend nest of gewoon eerlijk? Van de tapuiten op de vlaktes bij de Maasmond kun je natuurlijk hetzelfde zeggen, of van de gele kwikstaarten daar. Oranje luzernevlinders, best wel veel oranje luzernevlinders, van die dingen waar je op gaat letten als de vogels het laten afweten. Bij het begin van het pad naar de Westplaat mooie vuurgoudhaantjes in het struikgewas: topper van de ochtend. Verder hier nog een paar zingende cetti’s zangers maar de dagen dat je daarvan onder de indruk was, liggen inmiddels ver achter ons. Geluidjes van onvindbare tjiftjaffen en zwartkoppen en we hielden het maar weer voor gezien op de Maasvlakte.
Nee, dan de afterparty. Die vond plaats in de Biesbosch en daar begonnen we al meteen met een mooie groep van acht koereigers langs de Deneplaatweg. Ook een stel gele kwikstaarten hier met daartussen iets waarvan ik nog steeds niet zeker weet (en dus nooit zal weten) of het niet een duinpieper was. Te snel uit beeld en daarna alleen maar gele kwikken, dus die moesten we maar vergeten. Verder diverse visarenden waaronder een fraai op een plaat in polder Hardenhoek die toen hij was opgevlogen met vis in de klauwen vlak langs ons heen vloog.
Nou wil het geval dat ik dit jaar nog altijd geen kleine en geen krombekstrandloper op mijn jaarlijst had en aangezien er verderop in / langs de Muggenwaard een kleine was gemeld, pleitte ik ervoor daar onze dag af te sluiten. Tussen de kemphanen, de kieviten, bontbekken en bontjes vonden we daar inderdaad een miniatuursteltje dat onmiskenbaar kleine strandloper bleek. We vonden zelfs een tweede. Dat ik vervolgens veel dichterbij een fraaie juveniele krombekstrandloper vond, was een hele fijne bonus: in één keer allebei binnen. Met ook nog onder andere twee kanoeten en een boomvalk was het een mooie afsluiting.
15 september 2019
Ook dit keer waren de voortekenen niet geruststellend. De wind was niet goed voor zeetrek, en van de Maasvlakte zelf waren de afgelopen dagen geen opvallende meldingen gedaan. We zouden alles dus zelf moeten vinden. Maar zoals zo vaak eerder als de Maasvlakte op het programma stond, halverwege de dag een andere bestemming gezocht. En zoals zo vaak leverde die andere bestemming de leukste soorten op.
Want het was weer eens niks op de Maasvlakte. Rustig, doodstil bijna. Prachtig weer, dat wel: volop zon en in de middag 20+ graden Celsius. Uurtje aan zee gestaan, maar ja, matig windje uit zuidwest. Paar jan van genten, enkele groepjes zwarte zee-eenden en een gestage stroom grote sterns en visdiefjes over zee. Leuk natuurlijk, zeg je dan plichtmatig tegen elkaar, maar niet waar je voor komt. Ben ik dan een verwend nest of gewoon eerlijk? Van de tapuiten op de vlaktes bij de Maasmond kun je natuurlijk hetzelfde zeggen, of van de gele kwikstaarten daar. Oranje luzernevlinders, best wel veel oranje luzernevlinders, van die dingen waar je op gaat letten als de vogels het laten afweten. Bij het begin van het pad naar de Westplaat mooie vuurgoudhaantjes in het struikgewas: topper van de ochtend. Verder hier nog een paar zingende cetti’s zangers maar de dagen dat je daarvan onder de indruk was, liggen inmiddels ver achter ons. Geluidjes van onvindbare tjiftjaffen en zwartkoppen en we hielden het maar weer voor gezien op de Maasvlakte.
Nee, dan de afterparty. Die vond plaats in de Biesbosch en daar begonnen we al meteen met een mooie groep van acht koereigers langs de Deneplaatweg. Ook een stel gele kwikstaarten hier met daartussen iets waarvan ik nog steeds niet zeker weet (en dus nooit zal weten) of het niet een duinpieper was. Te snel uit beeld en daarna alleen maar gele kwikken, dus die moesten we maar vergeten. Verder diverse visarenden waaronder een fraai op een plaat in polder Hardenhoek die toen hij was opgevlogen met vis in de klauwen vlak langs ons heen vloog.
Nou wil het geval dat ik dit jaar nog altijd geen kleine en geen krombekstrandloper op mijn jaarlijst had en aangezien er verderop in / langs de Muggenwaard een kleine was gemeld, pleitte ik ervoor daar onze dag af te sluiten. Tussen de kemphanen, de kieviten, bontbekken en bontjes vonden we daar inderdaad een miniatuursteltje dat onmiskenbaar kleine strandloper bleek. We vonden zelfs een tweede. Dat ik vervolgens veel dichterbij een fraaie juveniele krombekstrandloper vond, was een hele fijne bonus: in één keer allebei binnen. Met ook nog onder andere twee kanoeten en een boomvalk was het een mooie afsluiting.
15 september 2019
dinsdag 3 september 2019
Fomo
Fear of missing out: het is een zeer hedendaags begrip maar het is natuurlijk al zo oud als Rome. En ons vogelaars niet onbekend. Toen ik in Schotland vernam van de alaskastrandloper die in Friesland was opgedoken, had ik toch even moeite te genieten van de kliffen en de bergen en de ongerepte hooglanden om me heen. Ik ging daar een nieuwe soort voor Nederland mislopen terwijl bijna al mijn vogelvriendjes die nieuwe soort wel gingen opstrijken. Ik kon wel net doen alsof dat er helemaal niets toe deed want dat Schotland fantastisch was, maar dan hield ik mezelf voor de gek, hoewel dat laatste natuurlijk klopte. Maar dit voelde wel wat zuur dus toen ik terug was in Nederland, wilde ik dat zo snel mogelijk in elk geval een beetje goedmaken middels een fraaie duinpieper op de voormalige vliegbasis van Soesterberg. Maar helaas, vogel was gevlogen. Ik vierde mijn terugkeer in Nederland met een fijne dip.
Dus ik was wel toe aan een succesvol dagje vogelen waarbij de fijne soorten me als gewillige kalkoenen als het ware in de mond kwamen vliegen. (Ja ik weet wel, kalkoenen kunnen niet vliegen en dat beeld van die beesten die je mond in vliegen, daar wordt je misschien ook niet zo vrolijk van, maar laat me …) De excursie met vogelwacht Utrecht naar Noord Holland deze zondag had vooraf alle potentie precies dat succesvolle dagje vogelen te gaan worden. Maar ja, moest het nog wel even gebeuren.
Nou, ik zal de eventuele lezer niet langer in spanning laten: het gebeurde. Bij Breezand wilde blonde ruiter nog net even meewerken: liet zich prachtig zien voordat-ie, we waren er nog maar een paar minuten, met een groepje kieviten mee op de vleugels ging. Kieviten keerden al gauw terug naar het verder tamelijk verlaten ondergelopen bollenveldje, van blonde ruiter werd nooit meer iets vernomen. Op het nippertje dus.
Ook gestreepte strandloper werkte voorbeeldig mee. Op een ander, ook al verder grotendeels leeg ondergelopen bollenveldje, nabij Oudesluis, liep-ie prachtig te foerageren in een begroeide strook in het midden van het water. Af en toe was-ie half verscholen, af en toe prachtig vrij zichtbaar. Dat was twee uit twee.
Grauwe franjepoot maakte drie uit drie. Op een volgend ondergelopen bollenveldje, langs de Schelpenbolweg, zat-ie bij aankomst al meteen op luttele meters afstand in de hoek van het terrein. Na niet al te lange tijd vloog ook deze met een paar kemphanen weg, maar deze werd al gauw wat verder weg weer teruggevonden en liet zich later weer prachtig van vrij dichtbij zien. Juweeltjes hoor, franjepoten, rondtollende badeendjes die om zich heen de insectjes van het water plukken. Verder dit keer niet een grotendeels of zelfs helemaal leeg watertje zoals we tot nu toe gezien hadden, nee, hier ook tientallen kemphanen en mooie groep goudplevieren plus prachtige zwarte ruiter, groenpootruiter en bosruiter.
Bij Aartswoud was het nog even zoeken naar de plek, maar die eenmaal gevonden waren ook de beide lachsterns al gauw in beeld. Eerst rustend op de akker, daarna foeragerend verderop in het gebied. En drie reuzensterns in de Kinselbaai maakten vijf uit vijf. Met ook nog een uurtje vooraf aan zee, met onder andere jan van genten, vele grote sterns en de eerste jagers van het jaar, en een uitstapje naar Den Oever waar we in de bak onder andere tientallen kanoeten, een mooie groep regenwulpen, een paar lepelaars en allerhande overige steltjes troffen, kan ik er wel weer een weekje tegen.
1 september 2019
Foto’s, overigens, niet van mij maar van Erik, Toon, Hans, Janneke en Toon. Waarvoor nog dank.
Dus ik was wel toe aan een succesvol dagje vogelen waarbij de fijne soorten me als gewillige kalkoenen als het ware in de mond kwamen vliegen. (Ja ik weet wel, kalkoenen kunnen niet vliegen en dat beeld van die beesten die je mond in vliegen, daar wordt je misschien ook niet zo vrolijk van, maar laat me …) De excursie met vogelwacht Utrecht naar Noord Holland deze zondag had vooraf alle potentie precies dat succesvolle dagje vogelen te gaan worden. Maar ja, moest het nog wel even gebeuren.
Nou, ik zal de eventuele lezer niet langer in spanning laten: het gebeurde. Bij Breezand wilde blonde ruiter nog net even meewerken: liet zich prachtig zien voordat-ie, we waren er nog maar een paar minuten, met een groepje kieviten mee op de vleugels ging. Kieviten keerden al gauw terug naar het verder tamelijk verlaten ondergelopen bollenveldje, van blonde ruiter werd nooit meer iets vernomen. Op het nippertje dus.
Ook gestreepte strandloper werkte voorbeeldig mee. Op een ander, ook al verder grotendeels leeg ondergelopen bollenveldje, nabij Oudesluis, liep-ie prachtig te foerageren in een begroeide strook in het midden van het water. Af en toe was-ie half verscholen, af en toe prachtig vrij zichtbaar. Dat was twee uit twee.
Grauwe franjepoot maakte drie uit drie. Op een volgend ondergelopen bollenveldje, langs de Schelpenbolweg, zat-ie bij aankomst al meteen op luttele meters afstand in de hoek van het terrein. Na niet al te lange tijd vloog ook deze met een paar kemphanen weg, maar deze werd al gauw wat verder weg weer teruggevonden en liet zich later weer prachtig van vrij dichtbij zien. Juweeltjes hoor, franjepoten, rondtollende badeendjes die om zich heen de insectjes van het water plukken. Verder dit keer niet een grotendeels of zelfs helemaal leeg watertje zoals we tot nu toe gezien hadden, nee, hier ook tientallen kemphanen en mooie groep goudplevieren plus prachtige zwarte ruiter, groenpootruiter en bosruiter.
Bij Aartswoud was het nog even zoeken naar de plek, maar die eenmaal gevonden waren ook de beide lachsterns al gauw in beeld. Eerst rustend op de akker, daarna foeragerend verderop in het gebied. En drie reuzensterns in de Kinselbaai maakten vijf uit vijf. Met ook nog een uurtje vooraf aan zee, met onder andere jan van genten, vele grote sterns en de eerste jagers van het jaar, en een uitstapje naar Den Oever waar we in de bak onder andere tientallen kanoeten, een mooie groep regenwulpen, een paar lepelaars en allerhande overige steltjes troffen, kan ik er wel weer een weekje tegen.
1 september 2019
Foto’s, overigens, niet van mij maar van Erik, Toon, Hans, Janneke en Toon. Waarvoor nog dank.
Vliegen
25 augustus 2019
Terug: 10 augustus
Meer Inverness
Dagje Inverness. Niet zo stralend als ze beloofd hadden (maar ach, het weer was ook maar zelden zo dramatisch als ze beloofd hadden), zelfs een beetje regen maar het was wel oké. 's Morgens in mijn eentje naar de oever van de Moray Firth, wat een handvol nieuwe vakantiesoorten opleverde maar niets bijzonders. Hier ook het Caledonian Stadium, ‘een voetbalstadion met plaats voor 7.819 toeschouwers. Het is de thuisbasis van de voetbalclub Inverness Caledonian Thistle FC’, aldus, nou ja, je raadt het al.
Daarna met zijn allen naar ontbijtrestaurantje, met zijn allen rondgekeken in de stad en geshopt, met zijn allen langs de Ness gewandeld naar enkele mooie eilandjes in de rivier en weer terug, met zijn drieën naar het museum en weer met zijn allen een rondvaart gemaakt over de Moray Firth. Dat laatste was leuk en leverde me op het allerlaatst nog een van de mooiste soorten van de vakantie op: een fraaie juveniele kleinste jager, zo’n heel licht beest met bijna witte kop en lichte onderzijde en verder heel koud gekleurd. Mooi, sierlijk vogeltje. Soort van de dag uiteraard.
Daarna met zijn allen naar ontbijtrestaurantje, met zijn allen rondgekeken in de stad en geshopt, met zijn allen langs de Ness gewandeld naar enkele mooie eilandjes in de rivier en weer terug, met zijn drieën naar het museum en weer met zijn allen een rondvaart gemaakt over de Moray Firth. Dat laatste was leuk en leverde me op het allerlaatst nog een van de mooiste soorten van de vakantie op: een fraaie juveniele kleinste jager, zo’n heel licht beest met bijna witte kop en lichte onderzijde en verder heel koud gekleurd. Mooi, sierlijk vogeltje. Soort van de dag uiteraard.
24 augustus 2019
Naar Inverness
Weer een nieuwe, en tevens alweer onze laatste verblijfplaats hier in Schotland: Inverness. Mooie bustocht weer, onder andere langs het vermaarde Loch Ness. Hard gezocht naar het monster maar niet gevonden, althans, niet met zekerheid. Aankomst met de bus in Inverness vanmiddag was nogal imponerend: ineens stonden we op de centrale brug over de Ness, met zicht op de rivier, op de kades met onder andere twee spitse kerktorens en op het kasteel. Later tijdens eerste verkenningen stonden we daar opnieuw. Daarna de kathedraal gezien, de Sint-Andreaskathedraal, die bijna net zo imposant is als die in Glasgow. Het is de meest noordelijk gelegen kathedraal van Groot-Brittannië; de eerste steen werd gelegd in 1866. Niet zo heel oud dus, en dat is kenmerkend voor Inverness en voor haar geschiedenis. Inverness (Inbhir Nis in het Schots-Gaelisch) wordt beschouwd als de hoofdstad van de Schotse Hooglanden. Vanwege haar strategische ligging aan de noordzijde van de Great Glen en bij de monding van de rivier de Ness, is de stad meerdere malen in andere handen overgaan. De scepter werd er achtereenvolgens gezwaaid door de Engelsen, Robert Bruce, diverse Highland-Clans, de Lord of the Isles, aanhangers van de Jakobieten en Maria Stuart. Na de slag bij Culloden die in 1746 de opstand van de Jakobieten beëindigde, beval generaal Wade hier een van zijn citadelsteden op te richten om de orde onder de Highlanders te herstellen. Vanwege de voortdurende plunderingen door de Highland-clans staan weinig historische gebouwen nog overeind. De huidige stad dateert grotendeels uit 19de eeuw toen de streek een grote bloei kende door de aanleg van het Caledonisch Kanaal en de komst van de spoorweg.
Door de vroege en daarna latere avondschemer langs houthavens en verlaten emplacementen en onder het viaduct van de A9 door naar het begin van de Moray Firth gelopen, groot soort baai met toegang tot de oceaan daarachter. Mooie zonsondergang, voor de verandering, waarna we terugkeerden naar ons ‘guesthouse’, ons vijfde onderkomen inmiddels, deze gelegen in een rustig burgermansstraatje net buiten het centrum. Ruime kamers met zicht op blinde muren, wel effe wat anders dan onze cottages op Mull en in Glenn Nevis.
Waarin Inverness vooral uitblinkt, zijn de kleine huisjes. Er zijn prachtige straatjes met charmante kleine huisjes, echt monumentale kleine huisjes met torentjes en uitbouwsels en tierelantijntjes, niet helemaal het soort arbeiderswoningen die je in oude Britse steden verwacht. Al weet je natuurlijk niet hoe het er van binnen is. Verder zijn ook in Inverness de voetgangersstoplichten buitengewoon voetgangersonvriendelijk en moet je ook in Inverness soms eindeloos lang wachten voor je mag oversteken. En met dat onhandige links rijdende verkeer is door rood oversteken lang niet altijd aan te bevelen.
's Avonds Madness! Bleek er net vandaag een openluchtoptreden te zijn van de oude heren. Stukje van meebeleefd, loerend tussen de kieren door van het plastic dat over het hekwerk gespannen was.
Door de vroege en daarna latere avondschemer langs houthavens en verlaten emplacementen en onder het viaduct van de A9 door naar het begin van de Moray Firth gelopen, groot soort baai met toegang tot de oceaan daarachter. Mooie zonsondergang, voor de verandering, waarna we terugkeerden naar ons ‘guesthouse’, ons vijfde onderkomen inmiddels, deze gelegen in een rustig burgermansstraatje net buiten het centrum. Ruime kamers met zicht op blinde muren, wel effe wat anders dan onze cottages op Mull en in Glenn Nevis.
Waarin Inverness vooral uitblinkt, zijn de kleine huisjes. Er zijn prachtige straatjes met charmante kleine huisjes, echt monumentale kleine huisjes met torentjes en uitbouwsels en tierelantijntjes, niet helemaal het soort arbeiderswoningen die je in oude Britse steden verwacht. Al weet je natuurlijk niet hoe het er van binnen is. Verder zijn ook in Inverness de voetgangersstoplichten buitengewoon voetgangersonvriendelijk en moet je ook in Inverness soms eindeloos lang wachten voor je mag oversteken. En met dat onhandige links rijdende verkeer is door rood oversteken lang niet altijd aan te bevelen.
's Avonds Madness! Bleek er net vandaag een openluchtoptreden te zijn van de oude heren. Stukje van meebeleefd, loerend tussen de kieren door van het plastic dat over het hekwerk gespannen was.
23 augustus 2019
Abonneren op:
Posts (Atom)














