dinsdag 2 oktober 2018

Verhildersum

Het is een strategische plek, Zoutkamp. Je kunt ’s morgens effe naar het Jaap Deensgat: je bent er zo, pikt effe wat casarca’s mee en een paar reuzensterns, geniet van de watersnippen en de kemphanen vlak voor de hut en bent ruim op tijd weer terug om met Harriët en Renske een tochtje de andere kant op te maken, de Groninger Ommelanden in. Langs schattige dorpjes als Vierhuizen, Ulrum en Leens. Elegant kerkje, fraaie molen, oude straatjes, statige herenhuizen half verscholen achter oud geboomte, ze hebben karakter, die dorpjes, hoe klein (Vierhuizen) ook. Hoofddoel vandaag was Borg Verhildersum, statig rechthoekig bastion omgeven door slotgracht en door tuinen en gazons met beelden van wulpse, meest blote dames in brons gegoten. En daaromheen oude bosschages, statige boomlanen en landerijen met boomgaard. Boomklever, grauwe vliegenvanger, ach, bijzaak. Mooie fietstocht terug via Zuurdijk en Houwerzijl. Langs de Hoornse vaart en ons eigen Hunsingokanaal. Als we dat hadden gevolgd, zouden we in een min of meer rechte lijn op onze camping uit hebben moeten komen. Maar zo gemakkelijk lieten we dat niet gebeuren. We hebben nog flink gezworven door veld en beemd, langs lanen en kades en langs de Theefabriek in Houwerzijl voordat we langs het Reitdiep weer Zoutkamp binnen reden.

19 augustus 2018



http://guuspeterse.blogspot.com/2018/10/ezumakeeg.html




Kabbelen

’s Morgens voor het ontbijt een uurtje aan het einde van de Stationsstraat gezeten (ik had een stoel meegenomen van de camping). ‘Stationsstraat’ is hier overigens een wat ambitieuze benaming: inmiddels is het niet meer dan een doodlopend karrespoor tussen bos en veld. Een heldere maar frisse ochtend. Poging gedaan tot trektellen maar er trok niets. Wel foeragerende zwaluwen en in de bosrand grauwe vliegenvanger.
Na het ontbijt met zijn allen Zoutkamp bekeken. Dat is best aardig. Bezienswaardig zijn het Reitdiep en de kade aan het Reitdiep, met wat bedrijvigheid, boten, het visserijmuseum, de ijssalon. Verderop kijk je op de dijk uit over het begin van het Lauwersmeer dat zich voor je uitstrekt, hier nog vooral in de vorm van rietvelden doorsneden door de Zoutkamperril, de glinsterende waterloop die zich kalmpjes tussen de rietvelden door naar het echte Lauwersmeer beweegt. Het sluizencomplexje, de brug, de bank op de kruin van de dijk, de oude kades: ook allemaal best bezienswaardig.

’s Middags was ‘birdingtime’. Op de fiets langs het Jaap Deensgat, waar ik 94 casarca’s telde en drie reuzensterns. Langs de Ballastplaat, waar ik even het bos in dook en een paar tellen lang een juveniele roodpootvalk in beeld had, in de kale top van een halfkaal boompje. En langs de kustweg waar het hoogwater was en dus op het wad niets te beleven maar waar binnendijks wel zwarte en groenpootruiters en kluten. Terug over Vierhuizen, dat zich onderscheidt met een oude molen en een lieftallig, wit bepleisterd kerkje.

Een paar jaar geleden zijn we in Kaapverdië geweest: spectaculaire kusten, bijna Caribische atmosfeer en dertien lifers. Dit voorjaar was ik een weekje in Extremadura: 148 soorten waaronder elf lifers, de een nog fraaier dan de ander en ook veel van de overige 137 een belevenis op zich. Dan is de tegenstelling met zo’n vakantie in eigen land natuurlijk groot, vakantie die voortkabbelt van kleinigheidje naar kleinigheidje. Heel veel meer dan dit zal het wel niet worden maar toch: om dat kabbelen over je heen te laten komen, zonder al te grote ambities (hoewel in het Lauwersmeer natuurlijk van alles mogelijk is), ik vind dat heerlijk.

18 augustus 2018



http://guuspeterse.blogspot.com/2018/10/verhildersum.html




Zoutkamp

Vakantie in Nederland: soms wordt je wat meewarig aangekeken als je vertelt van je vakantiebestemming, maar ik vind het heerlijk. Natuurlijk, Extremadura, Kaapverdië, prachtig allemaal maar heel graag ook af en toe eens Harpel of Laaghalerveen, of zoals dit jaar: Zoutkamp. Aan de basis van het Lauwersmeer. Met Jaap Deensgat op loopafstand, waddendijk op een steenworp en de Keeg binnen fietsbereik, evenals Lauwersoog en de boot naar Schier. Genoeg te doen, teveel misschien wel, voor je het weet wordt het toch nog groots en meeslepend. We hebben de grootste droogte, de hardnekkigste warmteperiode sinds mensenheugenis weer achter de rug, twee maanden nauwelijks regen en geregeld ver over de 30 graden, Nederland kreunt nog altijd onder de gevolgen ervan maar inmiddels is het weer genormaliseerd en dat zullen we de komende weken ook wel merken.
Vandaag vooral onderweg geweest. Halverwege de middag in Zoutkamp gearriveerd, en op camping ’t Ol Gat even buiten Zoutkamp aan de stationsstraat, een doodlopend straatje dat eindigt als karrespoor bij een akker met wat bos in je rug en aan de overkant van de sloot. Op de camping ons vakantiehuisje in bezit genomen, met zicht op het Hunsingokanaal dat langs de camping loopt, en op het gloednieuwe gemaaltje aan de overkant. En de eerste verkenningen uitgevoerd, door het bosje en over de voetgangersbrug over het kanaal naar Zoutkamp. Daar de eerste boodschappen gedaan en ondertussen de eerste vakantievogeltjes genoteerd: boerenzwaluw, pimpelmees, ijsvogel.

Na het eten in mijn eentje naar Jaap Deen gelopen. Is in minder dan drie kwartier wel gepiept. Eerste kennismaking, nou ja, ik kende het natuurlijk al wel maar de komende twee weken is dit als het ware mijn achtertuin en dat is toch anders. Ik pik nog net een reuzenstern mee, en de laatste casarca: voorbodes voor de komende dagen, en pik op de terugweg Harriët nog even op bij de bushalte.

17 augustus 2018



http://guuspeterse.blogspot.com/2018/10/kabbelen.html




maandag 1 oktober 2018

Duracel

Vanmorgen stond ik een paar uurtjes gezellig op de trektelpost aan de Jacobssteeg, De Bilt. Het waren onderhoudende uurtjes. Want er trok wat. Eindelijk. Graspiepers, een paar groepen aalscholvers, sijzen, wat vinken, paar kepen, de eerste veldleeuweriken enzovoorts. Steeds wel iets en dat was de afgelopen weken wel anders geweest.
Onderhoudend ook vanwege smelleken die ik, helaas als enige van de aanwezigen, kort in vlucht zag, vrij ver maar toch onmiskenbaar: klein, fel valkje met relatief korte, puntige vleugels. Dook helaas te snel naar beneden. En vanwege die fraaie man beflijster, best vroeg eigenlijk, die korte tijd open en bloot in een meidoornbosje in het weiland zat en daarna alweer verdwenen was. En vanwege het fraaie groepje van drie grote zilverreigers dat vanuit oost strak naar west vloog. En ook vanwege die enige tijd aanwezige vrouw havik die kieviten en spreeuwen de stuipen op het lijf joeg. Ja, onderhoudende uurtjes.


Drie uur later stond ik in de duinen bij Egmond aan Zee aan een stille duinpoel met een paar paarden erin te kijken naar een rosse franjepoot, tollend als een dolle, alsof-ie defect was, op hol geslagen. Almaar rondjes draaiend, alsof er iets niet in orde was met zijn aandrijvingsmechanisme. Onvermoeibaar: dit komt toch wel het dichtst in de buurt van zo’n speelgoeddingetje waarmee ze altijd reclame maakten (maken?) voor een bepaald soort batterij (Duracel?). Rondom stilte. En boven me overtrekkende graspiepers, af en toe een keep, wat vinken, paar groepjes spreeuwen, terwijl een late vlinder passeerde en wat late duinroosjes bloeiden.
Een moment van perfectie. Het gaat nogal eens over de zin van ons bestaan de laatste tijd, nou ja, altijd al natuurlijk. Over de betekenis van het leven, over het goddelijke, ach, ik geloof niet zo in god maar zo’n moment als dit, dat komt er geloof ik dicht bij. Als je mij ooit nog eens vraagt, waartoe zijn wij op aarde, dan denk ik misschien wel aan enerzijds die verheven stilte hier beneden en anderzijds die dynamiek van de vogeltrek boven je hoofd, en dan die franjepoot daar voor me, als een dolle rondtollend in dat plasje.


29 september 2018




zondag 23 september 2018

Aan zee

Het blijft trekken: zee, herfst en westenwind. Zware buienluchten die over zee komen aanrollen en zeevogels die zich half verscholen door de golfdalen spoeden: heerlijk! Goede wind en goede zeetrek gisteren hadden ons ertoe verleid vanochtend weer eens ons geluk te beproeven. Toen we ons echter in Kijkduin bij de plaatselijke tellers voegden, bleek de wind behoorlijk getemperd. Het woei, maar niet zo hard als we gehoopt hadden. Er vlogen vogels, maar niet zoveel als we gehoopt hadden. De eerste blikken over zee leverden niet veel spannends op. Meeuwen vlogen er, en sterns, maar alles van het gangbare soort. En aalscholvers, af en toe een clubje zwarte zee-eenden en de nodige jan van genten, meest juvenielen en meest naar zuid. En hoewel die laatste natuurlijk altijd prachtig zijn, aan hun machtige vleugels glijdend boven de golven, waren de aantallen bepaald niet spectaculair. Wel sprokkelden we de nodige jagers bij elkaar, alle laag over zee naar zuid in die typische gejaagde vlucht, af en toe onderbroken door een jachtpoging richting een meeuw of stern die toevallig zijn pad kruiste. En wat voor jan van genten geldt, geldt minstens zo voor jagers: altijd prachtig, ook vogels die onlosmakelijk verbonden zijn aan de ongereptheid der wereldzeeën. Maar alweer geen spectaculaire aantallen en bovendien allemaal vrij ver of nog verder weg. We telden, naast wat in elk geval voor ons ondetermineerbaar spul, twee middelste en vier kleine jagers. Voor ons landrotten is dat natuurlijk best nog een aardige opbrengst, en we hebben er ongetwijfeld een aantal gemist.
Toen bereikte de tellers hier bericht van het zuiderhavenhoofd verderop: er was een noordse pijlstormvogel naar ons onderweg! Noordse pijlstormvogel: dat was voor ons de soort die de dag kon maken of breken. En dat betekende verhoogde concentratie, scherper blik. Keer op keer speurden we de golven af en al deden we dat natuurlijk al die tijd al, nu deden we het nog intensiever. Het was Martijn die hem uiteindelijk oppikte: een nietig, langvleugelig zwart met wit beestje dat zich half verscholen door de golfdalen spoedde. Had je ‘m eenmaal goed in de scoop, dan was-ie mooi, en heel herkenbaar. Afwisselend actief vliegend en keilend ging-ie strak naar zuid. Er werd ook nog een tweede ontdekt, wat verder weg maar toch … Twee noordse pijlstormvogels: voor ons was daarmee de ochtend welbesteed. Wat we allemaal gemist hebben, daar spreken we niet over.

Toch bleken er vandaag nog alom flinke aantallen pijlen, vaaltjes en jagers gezien te zijn. De meeste daarvan hebben wij gemist. Maar dit is dus hoe zo’n topdag aan zee er voor een onervaren landrot vaak uitziet. Een paar jagers, een paar genten, twee noordse pijlen: we konden er vrede mee hebben.

22 september 2018


Meer aan zee: Op zee

maandag 3 september 2018

IJmuiden

De voertaal op de Zuidpier van IJmuiden, tien jaar geleden nog plat Amsterdams, lijkt tegenwoordig eerder Arabisch. Ik zeg dat zonder enig oordeel, constateer slechts een feit. Nou ja, een veronderstelling.
En in de ingang van een van de bunkers in de duinen bij IJmuiden poseerde een schaars geklede jongedame met ontbloot bovenlijf, onder vuur genomen door een aantal heren met ratelende camera's. Ook dit zonder enig oordeel mijnerzijds.
Dat waren denk ik wel de belangrijkste wetenswaardigheden van mijn tochtje naar IJmuiden vandaag. Een prachtige nazomerdag met volop zon en betrekkelijk warm, en geen al te verplichtende twitch-doelen voor handen: echt zo’n dag om zelf weer eens op zoek te gaan naar een leuke verrassing. Om op het eind te moeten vaststellen dat het weer niet gelukt is. Stille duinen, een stille zee en ook meest stille lucht boven je hoofd. Nee, voor de echt fijne soorten moet er volgende keer toch maar weer getwitcht worden. Intussen was het natuurlijk toch wel erg lekker zo, en ach: een man zwarte zee-eend dichtbij over zee, een juveniele zwarte stern over zee en op het strand bontbekplevieren, een paar juveniele bonte strandlopers en van die fijne drieteenstrandlopers die er zo kort na de zomer behoorlijk verrassend uit kunnen zien. Grote sterns natuurlijk wel over zee, en in de buitenste, nieuwe duintjes twee paapjes.
Het was vandaag vooral botanisch interessant, in die paradijselijke bloemenweiden rond het Kennemermeer. Met zeeën van parnassia, met nog bloeiende moeraswespenorchissen en ook nog een paar bitterlingen, met geelhartje, stijve en rode ogentroost, watermunt, vleugeltjesbloem, noem maar op. De meeste behoorlijk zeldzaam, die vind je niet zomaar in het park. Een stukje hemel op aarde.

2 september 2018








woensdag 8 augustus 2018

Groene glazenmaker

Zoals zoveel vogelaars wil ik in de zomer nog weleens libellen kijken. Ik beschouw mezelf daarin overigens nog als een volstrekte beginneling en moet vaak genoeg passen als zich weer eens een mij onbekend type aan me voordoet. Maar de meeste soorten uit mijn eigen regio ken ik inmiddels wel. Enkele groepen zoals de juffers en de heidelibellen uitgezonderd, oeps, dan heb je eigenlijk al zoveel uitgezonderd dat je de bewering dat je de meeste soorten uit je eigen regio inmiddels wel kent, nauwelijks nog staande kan houden. Nou ja. Het aardige is nu, dat we vlak bij mij inde buurt een goed libellenplekje hebben waar onder andere de groene glazenmaker voorkomt. Althans, in de juiste tijd van het jaar, en dat is nu. En groene glazenmaker is in principe zeldzaam in Nederland, dus dat is een leuke om naar op zoek te gaan. Vandaag was ik weer op het bewuste plekje, een mooi stukje krabbenscheer in een sloot tussen wat flarden rietland en elzenbroekbosjes in. Prachtig plekje, de zon kan er zinderen tussen de bosranden zoals-ie dat intussen al wekenlang doet, en zeer geschikt voor libellen in het algemeen en voor groene glazenmaker in het bijzonder. Ik heb daar overigens vaker gestaan zonder groene glazenmaker dan met, ook in de goede tijd van het jaar, maar vandaag was het met. Een fraaie groene libel verbleef diep in de krabbenscheer en kwam af en toe uit de krabbenscheer omhoog en liet zich dan enige tijd prachtig vrij zien. Kat in het bakkie, zou je zeggen maar nee, zo eenvoudig heeft de schepper het ons niet gemaakt. Je hebt bijvoorbeeld ook nog de blauwe glazenmaker en nou kun je natuurlijk denken: simpel, de blauwe glazenmaker is blauw en de groene groen, je geeft ze toch niet zonder reden die naam? Maar nee, opnieuw: zo eenvoudig heeft de schepper het ons niet gemaakt. Sommige blauwe glazenmakers zijn groener dan de meeste groene, en sommige groene glazenmakers zijn blauwer dan de meeste blauwe. Kwestie van man of vrouw en jong of oud. Deze was dus knalgroen, afgezien van een rijk patroon van bruine markeringen, met name op het achterlijf. Je kon hem dus evengoed bruine glazenmaker noemen maar dat is weer een andere. Die is overigens echt wel bruin, altijd. Dat deze de meeste tijd diep in de krabbenscheer zat, hielp wel: dat is typisch het biotoop van de groene glazenmaker. Vrouwtje legt daarin haar eitjes, waarbij je het beestje vaak niet eens kunt zien maar wel met haar vleugels hoort schuren tegen de stugge, scherpe bladeren. Die vrouwtjes kunnen er daardoor op een gegeven moment enorm afgeragd uitzien maar goed, dan heeft ze haar werk al gedaan. De vraag is of het feit dat ze zich in de krabbenscheer ophield, afdoende bewijs is voor een waterdichte determinatie. Bij vogels vind ik dat altijd een wat wankele basis maar ze was daar duidelijk op de bekende wijze bezig met eitjes leggen en dat doet een blauwe natuurlijk niet in de krabbenscheer. We kunnen er dus wel veilig vanuit gaan dat het inderdaad de groene was en ik vond haar er ook daarnaast helemaal als een groene glazenmaker uitzien. Maar waarom dan precies, de soms knalgroene vrouwtjes blauwe glazenmaker indachtig? Ik vind dat lastig uit teleggen en daarmee is dat toch weer een wat wankele basis voor een zekere determinatie. Ja, ik beschouw mezelf hierin nog als een volstrekte beginneling. Gelukkig was er iemand bij die geen beginneling was, dat scheelt.

6 augustus 2018