zaterdag 27 juni 2015

Vreemde plekken

De menselijke natuur brengt af en toe vreemde plekken voort. Ingeklemd tussen de metro- en treinsporen van Amsterdam zuid ligt nabij station Duivendrecht een klein hoekje dat vergeten lijkt door de modernisering. In de schaduw van een hoog dubbel viaduct ligt een doolhof van brakke watertjes, verwilderde oevers, dood hout en weelderig struweel, waartussen naar verluidt de resten van voormalige volkstuintjes. Een scheef getrokken hekwerk, een vervallen schuurtje, houten beschoeiing, een stuk golfplaat, iets wat op een oude container lijkt en een houten vlonder van wat misschien wel een terrasje is geweest, allemaal tegen de achtergrond van rechtlijnig beton. Een geweldige plek, vind ik, ik hoef niet altijd maar schilderachtige natuur en ongerepte wildernis. Trouwens, het is behoorlijk ongerept hier, in de schaduw van de moderniteit die op gezette tijden boven ons langs snelt. Het zijn als het ware twee werelden: daar de bovenwereld, hier de onderwereld. Ik zal voor de verandering eens een fotootje plaatsen.

Het is zo’n plek waar je nooit zou komen, als er geen kwak had gezeten. Blij dus dat er een kwak zit. ‘Zo’n vogel is voor mij ook altijd een haakje om een leuke bestemming aan op te hangen. Ik bedoel, je komt nog eens ergens’, als ik even mezelf mag citeren. Zie hier. Je ziet jaren voor je van opbouw en verval, die als repeterende golven over de menselijke beschaving en haar nalatenschap heengaan. Prachtig is het. Die kwak trouwens ook.
















26 juni 2015


Meer urban birding: Urban birding


dinsdag 23 juni 2015

Zomer

Het is dan toch eindelijk zomer geworden. Nee inderdaad, dat zou je niet zeggen want nee, het weer is er nog niet helemaal naar, maar daar is al genoeg over gezegd en geschreven dus dat kan ik verder achterwege laten. Mij hoor je er ook niet over klagen. Zolang ik maar leuke vogels zie.
Je hoort wel eens : de zomer is een dode tijd, wat vogels betreft. Veel vogelaars stappen tijdelijk over op vlinders of libellen. Nou zijn vlinders en libellen ook leuk natuurlijk, maar deze zomer is daar minder reden voor dan ooit. Want we hebben het voor het kiezen. Woudaap, slangenarend, kleinst waterhoen, adult zomer rosse spreeuw, grauwe fitis: nog altijd verblijven de heerlijkste lekkernijen in ons land en dat betekent dat ik daadwerkelijk moet kiezen. Want ik kan dat toch echt allemaal niet bijbenen.
Gelukkig hoeft dat ook niet. Je kunt zelfs helemaal nergens voor kiezen natuurlijk. Maar zo’n vogel is voor mij ook altijd een haakje om een leuke bestemming aan op te hangen. Ik bedoel, je komt nog eens ergens.

Afgelopen dinsdagavond koos ik voor een noordse nachtegaal in de Kapittelduinen bij Hoek van Holland. Prachtige avond. Behoorlijk fris weliswaar, maar helder, en bijna windstil. We moesten een uurtje wachten, fitis, braamsluiper, grasmus, jagende torenvalk, een paar overtrekkende mantelmeeuwen, een paar vroege groepjes spreeuwen alweer, maar toen begon-ie toch te zingen, en daarna hield hij daar niet meer mee op. In elk geval niet voor we vertrokken waren. Uit volle borst, heet dat. Een ware happening in het verder steeds stillere duin. Ik heb iemand weleens horen zeggen dat-ie noordse nachtegaal nog mooier vond dan onze eigen nachtegaal, en na deze avond ga ik daarin mee. Het is heftiger, krachtiger, indringender. Trager ook, en een beetje lijsterachtig, met een zanglijster-achtige herhalingsstructuur en met tussendoor af en toe schorre ratels en scherp geknerp. Verderop hoorden we ook nog onze eigen nachtegaal zingen: vergeleken met noordse is dat toch een beetje nachtegaal light.
Niet alleen een mooie, maar ook een heel leerzame avond.

Vandaag (officieel begin van de zomer: wolkenvelden, buien, een frisse westenwind maar in de middag ook af en toe zon waartegen overigens de nog altijd overdrijvende buienluchten des te dreigender afstaken) koos ik voor roodpootvalk, een mooie tweede kalenderjaar man in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Ik ken het daar nog wel, na vorige week, dus de plek was gauw gevonden. De vogel was vanmorgen nog gezien dus dat moest wel goedkomen.
Beetje een herhalingsoefening: boomleeuwerik, boompieper, boomvalk. Diverse zoekende vogelaars maar nog niemand die de vogel had gezien. En geen waarnemingen meer sinds die van vanmorgen. Dan ga je toch twijfelen. Hij zou toch niet juist deze ochtend vertrokken zijn, met dat regenachtige weer? Of zou de waarnemer (tijdens zijn hardlooprondje dus geen verrekijker neem ik aan) een boomvalk voor een roodpootvalk hebben gehouden? Hij zou de eerste niet zijn. Maar toen, ik stond al een tijdje vanaf een duintopje het omringende duinland af te turen, toen zag ik ‘m. Eerst nog vrij ver weg maar allengs dichterbij: een rank valkje met smalle, spitse vleugels dat in snelle vlucht over de glooiingen joeg en tussendoor af en toe kort stond te bidden. Vrijwel geheel donker-leigrijs, zonder de voor boomvalk zo kenmerkende koptekening, zonder baardstreep en ook zonder streping op de onderzijde maar met de kenmerkende rode broek. Een prachtige man roodpootvalk. Het was aanleiding tot mijn allereerste zelf verstuurde alert, ook een memorabel moment, aangezien ik wist dat er meer mensen aan het zoeken waren en ik zelf ook wel blij geweest zou zijn met zo’n piepje in de rug. Even later zag ik verderop een groepje vogelaars intensief over het duinland staan turen. Ik weet niet of het een met het ander te maken had.
De verdere middag nog de nodige tijd besteed om te proberen de vogel nogmaals in beeld te krijgen, maar dat is niet meer gelukt. Heel erg gemakkelijk was-ie niet, vandaag. Mooie boomvalken en laag over het duin scherende gierzwaluwen waren voldoende compensatie voor alle inspanningen.

Volgende week maar eens de slangenarend doen? Of grauwe fitis, als-ie blijft zitten? Ja, zo komen we de zomer wel door. Voor je het weet is de najaarstrek alweer begonnen.

21 juni 2015

dinsdag 16 juni 2015

Scharrelaar

Van hoofdzaak naar bijzaak, zo verging het vandaag een roodmus in Katwijk. Hij zal daar overigens vast niet lang van wakker liggen.
Nadat ik ruim een week lang zo’n beetje alle goede soorten die gevonden waren (en dat waren er nogal wat!), had moeten laten schieten (overigens zonder al te veel spijt want weekendje Winterswijk en heerlijk avondje kanoën op de Kromme Rijn), wilde ik vandaag eindelijk weer eens iets scoren en de roodmus van Katwijk leek daarvoor de uitgelezen kandidaat: al weken aanwezig en nog iedere dag gemeld. Hij maakte de verwachtingen volledig waar: nog nauwelijks ter plaatse en ik hoorde hem al zingen. Nee, het was niet mijn nieuwe mobieltje, sinds kort ook voorzien van de in DBA-kringen inmiddels traditionele wake up-call bij meldingen van zeldzame vogels, hij was het echt. En al gauw had ik ‘m in beeld, dichtbij in een struikje.
Maar toen was het wel mijn mobieltje dat het welbekende roodmussendeuntje voortbracht: een alert. Nou is dat niet altijd wereldschokkend nieuws, maar dit keer wel: scharrelaar in de Amsterdamse waterleidingduinen!
Scharrelaar, dat is andere koek. Een topstuk en veel meer dan roodmus, immers een jaarlijkse verschijning in Nederland, het soort vogel waar ik, na gemiste vale gieren, blonde tapuit en griel, op gehoopt had: niet alleen zeldzaam maar ook een mediterraan sprookje, een vogel die de vergelijking met vale gier, blonde tapuit en griel wel aankan. En de Amsterdamse waterleidingduinen: dat is hier om de hoek! Ik was al halverwege, dacht ik. Dus nog maar net in Katwijk meteen weer terug naar Leiden, daar de trein naar … Kink in de kabel: geen treinen tussen Leiden en Haarlem vandaag.
Hoe nu?
Na enig studeerwerk besloot ik dan maar de trein naar Woerden te nemen, van Woerden de trein naar Amsterdam en van daar die naar Zandvoort. Keulen en Aken natuurlijk, maar om 10 voor 4 stapte ik in Zandvoort op mijn fietsje. De vogel was intussen geruime tijd zoek geweest, teruggevonden en hoog naar zuidoost gevlogen. Misschien achter het bos weer geland, maar misschien ook niet. Een hachelijke onderneming dus, maar wat voor keus had ik? In de Amsterdamse waterleidingduinen ben je vanaf Zandvoort zo en dat is eigenlijk op zich al mooi zat: avondwandeling door de Amsterdamse waterleidingduinen. Door het buitenduin (zingende graspiepers) en door het middenduin (zingende boompiepers). Duinprairies, verspreide struwelen, dichte bossen, kanalen. En volop voor een scharrelaar bijzonder geschikte locaties. Speld in een hooiberg. Boomleeuwerik, blauwborst, kort wielewaal, nachtegaal en een mooie man grauwe klauwier. Maar geen scharrelaar. Zowat twee uur gestaan op de plek waar de vogel vanmorgen ontdekt en later weer teruggevonden is. Boomvalk, koekoek, boomleeuwerik (mooi in een nabij boompje), maar geen scharrelaar. Al zowat drie uur op zoek, nul resultaat. Verder een leuke middag natuurlijk, maar het geloof raakte op.

Met de telescoop weer ingepakt op weg naar de uitgang gebeuren er bijna gelijktijdig twee dingen: verderop op een duintje zie ik Pieter van Veelen door een telescoop staan turen, en uit mijn mobieltje klinkt weer de roodmus. Pieter van Veelen: ‘Ik zie hem nu zitten!’ Right time, right place; neus in de boter: soms zit het mee. Even later sta ik naast Pieter en zie heel ver weg net onder de top van een markant, gekuifd bosje een blauw propje: scharrelaar! We wachten nog even tot wat meer mensen zich hier verzameld hebben en gaan dan wat dichterbij. Dat kan voorlopig nog veilig. Na enkele goede waarnemingen onderweg waarbij we de vogel onder andere prachtig zien vliegen, staan we uiteindelijk op een hoog duin op een wederzijds acceptabele afstand te kijken naar een schitterende scharrelaar die rustig en open en bloot in de bosrand tegenover zit. Een prachtig besluit van deze enerverende dag. De wandeling terug naar de fiets door het avondstille duin waarin steeds meer damherten zich bloot geven, is daarna een feestelijke gebeurtenis.


14 juni 2015

maandag 1 juni 2015

Stormvogeltjes

Moet je je voorstellen: niet meer dan vijf exem­plaren in de periode ’73 - ‘78, had de CvZ geteld, en zeven in de periode ’79 - ‘83. En zij kun­nen het we­ten, de Club van Zeetrekwaarnemers: een clubje van specialisten die elke herfst bij storm, regen en zonneschijn vanaf pieren, duintopjes en zeeweringen over zee turen en zee­trekkers tellen. Duizenden tel-uren, en twaalf luttele exemplaren in tien jaar. En drie waarne­mingen in de periode ’78 - ‘86, ver­meldt de inventarisatie vogels van de strandvlakte en de Zuid­pier van IJmuiden, van telkens één arm­zalig langs waaiend vogeltje op wat toch een van de beste plekken aan land is voor waarnemingen van zeevogels.
Dan vanmiddag: het kunnen er in totaal wel tien geweest zijn die op soms niet meer dan twin­tig me­ter afstand fladderden boven de golven. Meer dan in de voorafgaande tien jaar bij elkaar: ik was ge­tuige van een monumentale gebeurtenis op ornithologisch gebied!
En dat terwijl ik eigenlijk had willen thuisblijven. Een beetje gammel de avond tevoren en een weer­bericht dat weinig goeds voorspelde: geknipt voor bij de verwarming met de zaterdagkrant, leek me. Pas op het allerlaatste moment van gedachten veranderd. Want noordwest 6, en dat na de voorbije herfst­storm: het was te mooi om waar te zijn.
Even, toen op de pier de regenvlagen tegen me aan woeien, had ik nog spijt. Maar toen ik even later een rosse franjepoot zag, kon mijn dag al niet meer stuk.

Toen kwam een man met telescoop me achterop: een echte kenner, begreep ik wel, met zijn telefoon­nummer op de alarmlijst en het nummer van de vogellijn paraat. De franjepoot had-ie niet ge­zien. Daar had-ie geen tijd voor, hij moest naar de punt van de pier. Want daar, vertelde hij, ... Ongelovig hoor ik hem aan: dat bestaat toch niet! Legendes zijn het, die in jongensboeken de stormen bevechten. Die zie je toch nooit in het echt!
Uiteindelijk stond een allengs aangroeiend groepje vogelaars de stormvogeltjes te bewonderen. Die gaven daartoe alle gelegenheid: ze scharrelden boven de golven, tastten tussen het zee­schuim en af en toe liet er een zich zelfs betrappen bij het watertrappelen, zoals we dat allemaal kennen van de vogel­gidsen en uit natuurfilms. Het was adembenemend! Zelfs doorgewinterde rot­ten vierden een nieuwe soort.
Intussen passeerde ook nog eens een middelste jager, toe maar. Hij merkte de stormvogeltjes op en viel plotseling fel uit naar een van hen. Een middelste jager stootduikend op een stormvogel­tje: we konden het nauwelijks geloven. Hij miste.

Bijna net zo bijzonder als de vogels waren overigens de vogelaars. Aangetrokken door het zich blijk­baar snel verspreidende gerucht kwamen ze massaal de pier op gerend, telescopen over de schouders. Afkomstig uit alle hoeken van het land, het leek wel een reünie van oudgedienden. Bekenden be­groetten elkaar enthousiast en merkten terloops nog een vaal stormvogeltje op: minder zeldzaam dan het 'gewone', maar voor mij in zijn eentje al voldoende voor een onver­getelijke dag.

22 september 1990


Meer aan zee: Pelagisch

dinsdag 26 mei 2015

Texel

Men kan niet vaak genoeg op Texel zijn, vind ik, dus met vogelwacht Utrecht maar weer eens op excursie naar ons grootste Waddeneiland, twee weken nadat ik er nog in m’n eentje heen geweest was. Het weer was prima: matig windje en veel zon. En al heeft Texel aan zichzelf genoeg, een prettige bijkomstigheid was dat wel. Al was het wel nog altijd tamelijk fris, maar we kennen niet anders, de laatste tijd.
Vroeg op pad en de eerste boot genomen, zodat we om 8 uur op het eiland stonden en om half 9 bij de Petten. We begonnen in de zuidwesthoek. In de Petten vooral kokmeeuwen, in de Geul vooral grauwe ganzen en in de Mokbaai laag water met mooie groep rosse grutto’s in zomerkleed en tientallen bontbekplevieren en bonte strandlopers. Achter ons zong af en toe de zomertortel. Die hoorden we ook toen we vanaf het uitzichtpunt uitkeken over het westelijke Horsmeertje. En daar al gauw twee geoorde futen vonden. Na enig speurwerk vonden we ook de zomerkleed roodhalsfuut die nog net zichtbaar achter de rietrand langs zwom. Een mooie oogst om mee te beginnen.

Met de auto op Texel, ik ben dat bijna niet gewend. Het heeft zo zijn voordelen, dat zullen al diegenen die het bijna niet gewend zijn Texel met de fiets te doen, wel kunnen beamen. Vanaf de Mokbaai waren we zo in Oudeschild, diametraal aan de andere kant van het eiland, van waar we vervolgens langs de waddendijk naar het noorden koersten. Langs de Ottersaat, waar we tussen de tientallen visdieven ook enkele kristalheldere noordse sterns vonden (snavel wat hoger en wat korter, wat dieper rood en zonder zwarte punt, staart voorbij de vleugelpunten stekend en in vlucht bijna doorschijnend witte ondervleugels met fijn zwart randje). Langs de Minkewaai, met een wandje oeverzwaluwen. Langs het Wagejot, met onder andere mooie kluten (maar die zitten bijna overal) en enkele mooie zomerkleed steenlopers (idem). En langs Utopia, met vooral duizenden grote sterns en daarnaast onder andere een leuk groepje drieteenstrandlopers.
Daarna gingen we in Eierland op zoek naar de onverwachts (wat mij betreft in elk geval) toch weer gemelde morinellen. Dat werd wel het verhaal van de dag, want aanvankelijk waren die onvindbaar. Tenslotte vonden we toch nog een onooglijk propje diep weggedrukt in de akker, dat zich af en toe verraadde als het zijn kop draaide en daarmee bewees dat het geen kluit aarde was. Maar toen ging er ineens een staan en zagen we ze alle vijf. Vooral die ene was erg mooi.
Een wandeling langs het Renvogelveldje bij de Robbenjager (dat helaas al vele jaren zijn naam niet waarmaakt, ook vandaag weer niet) leverde geen Grote Soorten op, maar wel tapuit, dwergsterntjes boven de branding en leuke zichtwaarnemingen van koekoek en braamsluiper. Tenslotte nog even naar het slag van Paal 28, waar in de natte duinvlakte alweer enkele dagen twee steltkluten bivakkeren. We kregen ze aardig in beeld, samen met een kleine zilverreiger en een wilde eend. Een mooi stel.
We sloten Texel af met de juveniele kuifaalscholver die bij afvaart ineens toch weer op een van de masten buiten de veerhaven zat.

Aan de overkant vogelden we gewoon nog even door. In de Donkere Duinen, weelderig duinbos aan de rand van Den Helder, gingen we op zoek naar de zeldzame iberische tjiftjaf die daar sinds enkele dagen verblijf houdt. Na even luisteren op de juiste plek was het raak en daarna liet de vogel herhaaldelijk zijn (voor een tjiftjaf) atypische riedeltje horen. Sommigen van ons kregen de vogel ook nog kort maar aardig te zien.
En omdat Ludger er al die tijd nog steeds niet heen was geweest, gingen we met één auto ook nog even langs bij de pelikaan in Callantsoog. Hij zat er nog, achter het hekje, wat voor niemand een verrassing kon zijn. En hij was best levendig vandaag,  ging zomaar aan de wandel langs de waterkant, boos nageblazen door een paar soepeenden die blijkbaar nog steeds niet aan ‘m gewend waren. Het blijft een iconisch beest, wat mij betreft. En laten we niet vergeten: wat je er ook van denkt, hij komt hier niet vandaan. Hij is niet de plaatselijke reuzensoepkip die al sinds mensenheugenis deze spartelvijver opleukt.


24 mei 2015

zaterdag 23 mei 2015

Gewoon

Wie het gewone niet eert, is de zeldzaamheid niet weerd. Welke filosoof was het ook alweer, die deze wijze woorden sprak?
In een week dat elders onder andere diverse breedbekstrandlopers, een terekruiter, een griel en maar liefst een franklins meeuw werden ontdekt, genoot ik met volle teugen van een koekoek in de Gagelpolder, die op amper tien meter afstand min of meer boven in een bosrand zat te roepen. Zo vaak zie ik ze zo niet dus een prima manier om de dag mee te beginnen. En intussen zijn de beide bonte vliegenvangers op Blauwkapel nog altijd aanwezig, dat duurt nu al weken.
Langs de Gageldijk nabij het tuincentrum zingt alweer enkele dagen een nachtegaal. Ook niet alledaags in het Utrechtse. Al moet je wel ‘door een dikke laag verkeersruis heen luisteren’, zoals Hans het uitdrukte. Treffender kun je het niet onder woorden brengen. Al droegen spotvogel, zwartkop en groenling flink bij aan die ruis.
In de Bethunepolder trof ik een wel heel late wilde zwaan. Al is dat wel een beetje verdacht in de regio, sinds afgelopen winter maandenlang op een weilandje ingeklemd tussen de Vecht en de Maarsseveense plassen drie vogels bivakkeerden waarover de nodige vragen zijn gerezen. Een ervan zit er nog steeds en die lijkt in elk geval definitief door de mand gevallen. Escape dus. Maar een relatie tussen deze vogels en een eenling kortstondig in de Bethunepolder (de vogel ging er alweer vandoor toen ik nog bezig was een berichtje op mijn telefoon in te typen. Al gaat dat op zo’n telefoon natuurlijk niet zo heel vlot bij een oudere jongere als ik), valt nog niet zo gemakkelijk aan te tonen.
Prachtig was de fluiter die dichtbij zat te zingen in Beukenburg en zich van tijd tot tijd volledig vrij liet bewonderen. Ook een nabije grauwe vliegenvanger liet zich aardig zien. Dat blijft natuurlijk een saai beest maar af en toe moet je ook aan deze wat aandacht besteden. Anders voelt-ie zich nog tekort gedaan en je weet niet wat voor ellende daar allemaal uit kan voortkomen.
Vandaag tenslotte een paar uur gefietst om ook dit jaar weer grote karekiet aan de jaarlijst te kunnen toevoegen. Je leest het al aan die paar uur fietsen die daar tegenwoordig voor nodig zijn: deze is helemaal zo gewoon niet meer, en wordt elk jaar nog minder gewoon. Nog niet zo lang geleden had je wel vijf zingende mannen rond Tienhoven maar tegenwoordig moet je daarvoor tot voorbij Oud Loosdrecht, langs de oever van de Loenderveense plas, waar zich misschien wel een van de laatste grote karren ophoudt van de omgeving van Loosdrecht, tot voor kort toch een van de kerngebieden van grote karekiet in Nederland. Onderweg fietste ik van de ene plek naar de andere waar ik me de grote karekiet herinner die er inmiddels niet meer zit. Hoeveel meer er nog zitten in de regio, dan die ene die door iedereen bezocht wordt? Het is onbekend. Maar het zal wel niet lang meer duren voor het over en uit is met de grote karekiet in onze omgeving. En op termijn wellicht ook in de rest van Nederland. Dan is-ie definitief niet gewoon meer.

23 mei 2015

zondag 17 mei 2015

Top of Holland-vogeldag 2015

Acht uur. Ontbijt in het Veenloopcentrum te Weiteveen, aan de rand van het Bargerveen. Buiten regen. Het dreigt weer zo’n echte Top of Holland-dag te worden, met regen en wind en temperaturen waarvoor je je in januari niet zou hoeven te schamen.
Na twee jaar afwezigheid stort het team van Ben, Vincent, Jarinka en ik zich weer onverschrokken in de strijd. We zijn wel een beetje laat, eerlijk gezegd. Ontbijt om acht uur, was ons gezegd, en niemand voelde na onze late avond van gisteren blijkbaar de behoefte om voor te stellen om voor het ontbijt alvast het veen in te gaan. Gezien het weer buiten is het ook niet heel erg om nog binnen te zijn.
De gedachten gaan nog even naar gisteren, toen de zon scheen en voor korte tijd de winterjas kon worden ontmanteld. En natuurlijk naar de mogelijke kleine torenvalk die ‘we’ toen vonden bij Almen in Gelderland. Deze mededeling vergt vele voorbehouden. Om te beginnen waren ‘we’ het eigenlijk niet, die de vogel vonden, en ik al helemaal niet. Een foto van de vogel verscheen enkele dagen geleden op Waarneming.nl en het was Ben bij wie toen de alarmbellen waren gaan rinkelen: diep roodbruine rug met ogenschijnlijk vrijwel geen vlekjes, en veel grijs op de kop. Maar ook een ontzettend onduidelijke foto die heel veel te raden overliet. Gisteren vonden we de vogel terug: inderdaad diep roodbruin op de rug, inderdaad weinig tekening in dat roodbruin en inderdaad veel grijs op de kop. Ook de betrekkelijk zwak getekende ondervleugels zagen er aardig uit. Een weliswaar niet al te prominente maar toch duidelijk zichtbare baardstreep lijkt determinatie als kleine torenvalk echter nogal dwars te zitten. Verder hebben we eenvoudigweg te weinig gezien en ook mensen na ons hebben onvoldoende (zeg maar geen) doorslaggevende kenmerken kunnen vaststellen. Dus of het er ook een wordt, is op zijn zachtst gezegd nogal onzeker. Een prachtige laag over vlinderende wespendief en twee overactieve boomvalken maakten de paar uur in het Gelderse niemandsland overigens toch wel besteed.
Dat was gisteren, en bovendien niet in de Top of Holland. Wel in de Top of Holland maar op de verkeerde dag was onze wandeling gisteravond langs het Bargerveen. Zodat onze kleine strandlopers daar niet kunnen meedingen naar de hoofdprijs, waar ze natuurlijk sowieso niet voor in aanmerking kwamen. Veel te gewoontjes. De avond was hoe dan ook mooi, met een heldere lucht, een mooie avondhemel en baltsende nachtzwaluwen en houtsnippen.

Half tien, oostkant van het Bargerveen. Lichte regen, miezer, motregen, af en toe droog, stevige koude wind. Echt ToH-weer dus, vooralsnog: voedingsbodem voor ware heldendom.
Massa’s zwaluwen boven het veen. Vooral boeren- en gierzwaluwen; ook een paar huiszwaluwen. Niets afwijkends ertussen kunnen vinden. Ons plan om in het veen adders en aardbeivlinders te gaan zoeken kan in de prullenbak. Die zullen zich bij deze temperatuur niet vertonen. We moeten genoegen nemen met een kleine strandloper, een paar bonte strandlopers, een stel bontbekplevieren, vier oeverlopers en aardig wat groenpootruiters. Heel wat meer dan gisteravond al met al. Er is dus nieuwe aanvoer, omlaag gelokt door de regen wellicht, en dat biedt enig perspectief. Maar levert verder geen opzienbarende zaken op. Nou ja, geoorde futen, net als gisteren, da’s ook leuk. Zang van geelgors, blauwborst, boompieper, rietgors, jodelende wulpen: voorjaar is het toch wel, hoe koud en hoe nat ook.

Half een, de Onlanden. Je zit veel in de auto op zo’n ToH-dag, zeker wanneer je in het Bargerveen begint. Op een dag als vandaag is dat overigens niet helemaal een straf: kun je even opwarmen. Nu staan we weer in de miezervlagen, grijsheid om ons heen. Het is mijn eerste bezoek aan de Onlanden dus dat is hoe dan ook een primeur, wat mij betreft. Uitgestrekte laagte van biezen en riet, modderveldjes en plasjes, nat gezabberd en vaag afstekend tegen een grauwe lucht. Het oogt allemaal tamelijk troosteloos maar dat kun je het gebied niet aanrekenen. Dat produceert in elk geval wel vier prachtige temmincks strandlopers, zo dichtbij dat het weer er geen kwaad aan kan doen. Mooie beestjes en toch een aangenaam hoogtepuntje op deze tot nu toe nog wat neerslachtige dag. Bosruiters, een paar kemphanen, zomertaling, zingende snor: we sprokkelen hoe dan onze soortjes wel bij elkaar. Maar een prijswinnaar zit er nog niet tussen.

Kwart voor twee, uitzichtbunker Onnerpolder. Ik ben in het verleden al een paar keer eerder rond het Zuidlaardermeer geweest, heb de Oostpolder gezien, stukjes Onnerpolder en de Kropswolder Buitenpolder, maar op deze plek was ik nog niet geweest. Het geeft goed zicht op wat hier allemaal overhoop is gehaald de afgelopen jaren. Wij zijn trots op ‘onze’ Groene Jonker, maar dit hier zijn wel tien Groene Jonkers aan elkaar. Een onafzienbare opeenvolging van plasjes en meren, slikjes, modderplaten en drassige oevers, natte oeverlanden, ruige graslanden, noem maar op. Alles nog altijd onder die troosteloze laaghangende wolkenhemel. Maar afgezien van het weer is het hier verre van troosteloos. Het is koud en nat, nog steeds, maar verder is het hier het paradijs op aarde. Zingende veldleeuweriken, druk doende gele kwikstaarten, en in de nattigheid beneden kemphaan, bosruiter, lepelaar en meer. We ontdekken een hele verre steltkluut. We ontdekken twee passerende witwangsterns. En we ontdekken twee iets minder verre steltkluten. Dan komt een bericht binnen: amerikaanse goudplevier in de Breebaartpolder. Dat is een prijswinnaar, al zal die prijs niet voor ons zijn. Dat betekent einde Zuidlaardermeer voor ons, want dit is de kans om onze ToH-dag toch nog van een gouden randje te voorzien.

Kwart voor vier, polder Breebaard. De amerikaanse goudplevier is meteen binnen. Hij zit op korte afstand pal voor de hut: een adulte vogel ruiend naar zomerkleed denk ik, met witte rand tussen zwarte buik en mantel die abrupt eindigt op de zijborst. Daarachter nog enkele geïsoleerde winterveren. Veel zwart in de bovenzijde. Onmiskenbaar dus, zal voor de CDNA ongetwijfeld een hamerstuk zijn.
Met verder nog tientallen kluten, tientallen groenpootruiters, twee bonte strandlopers recht voor de hut, twee krombekstrandlopers verder weg, een zilverplevier en een noordse stern maakt de plek zijn faam helemaal waar. Bovendien is het nu al een hele tijd droog en dreigt af en toe zelfs de zon door te breken. Zo lijkt deze dag toch weer op een doorslaand succes uit te draaien.

Zes uur, Ezumakeeg. Zon! Een bijna geheel blauwe lucht en tientallen steltjes die dichtbij in stralend zonlicht lopen te pronken in hun kersverse zomeroutfit. Wat een besluit van deze dag! In zuid zien we onder andere een mooie krombekstrandloper, wat bontbekplevieren, een paar fel gekleurde rosse grutto’s, een nog niet helemaal uitgeruide zwarte ruiter, een bosruiter, een drieteenstrandloper en tientallen kluten. Ver weg boven de bosrand cirkelen twee adulte zeearenden om elkaar heen en hoe ver ook, indrukwekkend zijn die altijd. Momentje top-natuurbeleving in Nederland hier.
In de Ezumakeeg noord komt een van de twee adulte zeearend zelfs heel wat dichterbij langs zeilen. Hij laat daarbij een spoor van paniek achter onder de vele steltlopers, die pas tot rust komen als de vogel weer bijna uit zicht is. De steltkluut hier zit vele malen dichterbij dan de vogels in de Onnerpolder en laat zich prachtig zien. En verder is het genieten van een paar woest aantrekkelijke kemphanen-mannen, diverse kleine en krombekstrandlopers in prachtig zomerkleed, een zwarte ruiter die wel volledig op kleur is (nou ja, kleur: zwart), bonte strandlopers, bontbekplevieren, twee geoorde futen en nog veel meer. Prijzen gaan we er niet mee winnen, maar we zijn er gelukkig mee.

Zeven uur, Lauwersoog. Opnieuw was voor ons niet meer dan de poedelprijs weggelegd. Of eigenlijk zelfs die niet: ook bij de loterij ging de prijs aan onze neus voorbij. Maar het was desondanks gezellig in Schierzicht.

16 mei 2015



Top of Holland 2017