dinsdag 2 oktober 2018

Borkum

Vandaag naar Borkum geweest. Vroege bus naar Winsum. Trein naar het gloednieuwe stationnetje van Eemshaven, waar drie maal daags een trein aankomt en vertrekt, aansluitend op de aankomst- en vertrektijden van de boot naar Borkum. En met die boot de Waddenzee over.
De Duitse Waddeneilanden zijn heel anders dan de onze, wordt weleens gezegd. En hoewel we natuurlijk maar een klein stukje van één van de Duitse eilanden gezien hebben, kunnen we dat na een dagje Borkum wel beamen. Maar wat is er dan zo anders aan?
Dat begint al met het smalspoortreintje dat je in tien minuten van de veerhaven midden in het hoofdstadje brengt. Het is net de Efteling of zo. Op onze Waddeneilanden kun je je zoiets niet voorstellen, maar eigenlijk is het best leuk.
Stap je uit op de eindhalte, dan zie je het meteen: je bent hier in een stad, terwijl je op de Nederlandse Waddeneilanden alleen dorpen hebt. Zelfs Den Burg en zelfs West Terschelling zijn, hoewel met enige allure, dorpen. Maar hier hebben we echt een stadje. Statige huizen met monumentale voorgevels, dure kuurorden, drukke winkelstraten en veel bijna bombastische dan wel feeëriek-romantische architectuur. Alleen al het eindstationnetje van het spoorlijntje: een paleisje, in suikerzoete kleuren en sierlijke gebaren. Aan zee een sjieke boulevard met zicht op een duur strand vol met kleurrijke ‘strandtenten’, niet strandtenten zoals wij die kennen maar comfortabele strandstoelen met kleurige doeken rondom. Kenmerkend voor de stranden van de Duitse Waddeneilanden, lezen we.
En zicht op een zandplaat met een dikke honderd zeehonden. Akkoord, die heb je rond onze Waddeneilanden ook wel. Het blijft dan ook, ondanks die wat mondaine atmosfeer, een Waddeneiland. Met zijn klassieke nieuwe vuurtoren, stijf rechtop op een weids dorpsplein, en verderop zijn robuuste oude vuurtoren, monumentaal als ‘onze’ Brandaris. Ook wandelend langs de fraaie duinstrook vlak naast het stadje, voel je je gewoon op een Waddeneiland. Er is een uitgestrekte duinvallei met volop bontbekplevieren en drieteenstrandlopers en ook twee mooie strandplevieren, en daarachter strekt zich met vallen en opstaan de zeereep. Verderop is er natuurlijk nog veel meer Borkum waar we niet zijn geweest maar waar je net als op onze eilanden eindeloos kunt dwalen door duinen en langs schrale graslanden, stukjes polder, kwelders, strand en wad en langs bosjes, in de herfst vol vogels wellicht.
Maar toch Duits. Ook de eet- en drinkgelegenheden verraden het Duitse karakter. Zowel interieur en sfeer als wat je er eten en drinken kunt. Konditorei in plaats van eethuisje, ‘melkkiosken’ in plaats van strandtenten. Het is allemaal deftiger, sjieker en traditioneler dan op Schier of op Terschelling, minder sjofel. Duitser. We hebben dat aan den lijve ondervonden. En voor een keertje is dat best leuk. Al was het fijn weer terug te keren in de ongecompliceerdheid van onze camping in Zoutkamp.

28 augustus 2018



http://guuspeterse.blogspot.com/2018/10/tot-besluit.html




Schier

Het beloofde een mooie, rustige en overwegend zonnige zomerdag te worden. Vandaag stond daarom Schiermonnikoog op het programma. We hadden het zeer ruim gepland: om 8 uur zaten we op de fiets, om half 10 ging de boot. En dat was maar goed ook want we waren nog maar net onderweg toen Renske klaagde dat haar wiel een beetje raar wiebelde. Lekke band. Ik dacht al: daar gaat ons dagje Schier. Morgen weer een dag. Maar dat was buiten de daadkracht van Harriët en Renske gerekend. Die gingen gewoon aan de slag. Minder dan een half uurtje later fietsten we verder, we haalden alsnog gemakkelijk de boot en om half 11 stonden we op de waddendijk van Schiermonnikoog bij de jachthaven te kijken naar de overtijende stelten op en langs het hoekje kwelder aldaar. Een handvol dwergsterns als ultieme beloning voor ons avontuur.

Na wat inkopen in het dorp begonnen we aan onze ronde van Schiermonnikoog. Vanaf het uitzichtduin aan de westpunt keken we uit over een immens breed strand, over de Noord- en de Waddenzee en over Engelsmanplaat heen naar Ameland in de verte. Aan de Westerplas zagen we een mooie groep lepelaars en kleine zilverreigers en een paar fitissen in het struweel. Voorbij de jachthaven op de waddendijk een bonte kraai! Een bekende vogel natuurlijk, een mens ontdekt niet zelf een bonte kraai in augustus, zelfs in de winter heet die tegenwoordig zeldzaam. Op de waddendijk voorbij de Veerdam hielden we lunchpauze met zicht op het langzaam droogvallende wad en op de vogels die zich daar steeds massaler verzamelden. Prachtige rosse grutto’s onder meer, tientallen rosse grutto’s en uiteindelijk ook honderden goudplevieren. En bonte strandlopers, groenpootruiters, steenlopers, eiders, wulpen, het was een fijne dwarsdoorsnede van de vogelbevolking van wad en slik in augustus. Een half uurtje later (gerekend vanaf ons vertrek vanaf de lunchplaats) zaten we onder het baken van Kobbeduinen, die voorpost van eiland in een zee van kwelderdynamiek, en keken uit over de weidse vlaktes tot aan de horizon. Even een wandelingetje rond de laatste duinbulten, de laatste struwelen voordat voor vele kilometers die dynamiek van eb en vloed en weer en wind al het andere de pas afsnijdt, en weer verder. Bij de Marlijn pikten we een terrasje en wandelden we over het strand. Terug in het dorp stonden we onder de nieuwe vuurtoren en daarna onder de oude en de cirkel was, bijna letterlijk, rond. Ons dagje Schiermonnikoog was volbracht.

26 augustus 2018



http://guuspeterse.blogspot.com/2018/10/borkum.html




Dilemma

Een dilemma vandaag: gisteren werd eindelijk grauwe franjepoot gemeld in de Ezumakeeg, misschien wel mijn grootste wenssoort deze vakantie want nog een nieuwe jaarsoort en altijd wel te verwachten daar, deze tijd van het jaar. Maar voor vandaag werden hevige buien voorspeld, met hagel en onweer, vooral later op de dag. Dus maar een beetje vroeg vertrokken, in de hoop dat ik de zwaarste buien voor zou blijven. En zwaar bepakt: in regenbroek en regenjas, zodat het klamme zweet me uitbrak toen ik in het milde ochtendzonnetje door de Kollumerwaard fietste. Op een mooie plek even halt gehouden voor onder andere grasmus, zwartkop en matkop.
Op de uitzichtbult van de Keeg noord, de ‘place to be’, indrukwekkende buienluchten die van alle kanten op ons af leken te schuiven maar bij nader inzien vooralsnog aan ons voorbij gingen. Hier scheen nog altijd de zon. Dat viel mee. Wat tegenviel: franjepoot vooralsnog onvindbaar. Wel reuzensterns: ik telde er elf achterin en een moment later waren er dichterbij drie actief aan het foerageren. Een passerende slechtvalk joeg alle stelten en eenden op de vleugels maar toen de rust was teruggekeerd nog altijd geen grauwe franjepoot. Wel een temmincks strandloper, en een paar goudplevieren, een casarca, bontbekplevieren, groenpootruiters en meer maar geen … Afijn, toen ook de Keeg noord niet meer bui-vrij bleef, naar de hut in Zuid gevlucht, in de hoop dat daar … Daar de regen uitgezeten en bij teruggekeerde zonneschijn het gebied afgespeurd. Eén kleine strandloper, twee temmincks, twee reuzensterns, een tapuit, twee kemphaantjes, bonte strandlopers, bontbekplevieren maar geen franjepoot.
Zo stralend was het inmiddels geworden dat ik nog één keer mijn geluk wilde beproeven in Noord. Ik telde daar nu vier temmincks strandlopers en liefst zestien reuzensterns. Paar kemphanen, paar groenpootruiters, roepende waterral maar geen franjepoot. En ineens had ik hem: grauwe franjepoot, helemaal achterin naar het zuiden toe, in cirkeltjes foeragerend. Hij zat vrij ver maar was in de telescoop leuk zichtbaar.
Een tijdje later, ik had frapo weer even frapo gelaten: ineens een franjepoot helemaal aan de andere kant, tussen de kieviten. Een tweede? Ik zocht nog even op de oude plek maar kon hem daar niet meer vinden. En vervolgens kon ik hem ook op zijn nieuwe plek niet meer vinden. We zullen het nooit weten.
Terug door de Kollumerwaard. Zonnetje, windje achter, paapje, ja, het leven is goed. Vliegt er ineens iets van naast het fietspad de bosrand in. Ik krijg het nog net in de kijker: draaihals! En hij is alweer in het bos verdwenen. Maar wat een heerlijke, en toch altijd weer onverwachte ontmoeting! Nog vrolijker fiets ik terug naar Zoutkamp.

25 augustus 2018



http://guuspeterse.blogspot.com/2018/10/schier.html




Groningen

Halverwege alweer. ‘Wat gaat de tijd toch snel’, hoor je dan te zeggen, en dat is ook zo. Of moet je juist niet zeggen, maar toch is het zo. Vandaag dagje Groningen gedaan. Maar eerst nog even mijn dagelijkse ochtendommetje: de stationsstraat af langs onder andere een verwilderd veldje vol hoge, uitgebloeide ruigtekruiden en wat stekelige bosjes, een rommelhoekje en een wilde tuin; de dijk over, langs het dijktalud met wat betonnen randjes en een rommelige oude kruidentuin, een schraal veldje en een speelweide aan de jachthaven. Elke dag hoop ik op een keertje een draaihals in een hoekje of een duinpieper op het dijktalud of een ortolaan in een struikje. Zo ook vanochtend, en ook vanochtend vergeefs. Wel een heggenmus in het tuintje, leverde me nog een nieuwe vakantiesoort op. Zal er verder vandaag wel niet van komen.
In Groningen allereerst enige uren doorgebracht in het Groninger museum. Hoofdattractie daar: de tentoonstelling over De Ploeg, met schilderijen over …? van …? Ja, wat was nou eigenlijk de gemene deler? Groningers uit het begin van de vorige eeuw die op eigen wijze invulling gaven aan de moderniteiten van die dagen. Landschapjes, mensen, meest uit Groningen, beetje realistisch, beetje abstract, mag ik dat zeggen? Waarschijnlijk niet. Maar in elk geval dat het allemaal niet helemaal natuurgetrouw leek. Best mooi, meestal. En een tentoonstelling van La Chapelle, met fotocollages en schilderingen (?) waarin de huidige moderniteit op licht absurdistische wijze werd weergegeven. Oude thema’s in hedendaags jasje, hedendaagse thema’s in ouderwets jasje. Veel bloot, mag ik dat zeggen?
Na het museum was het tijd voor de tweede topattractie van vandaag: de Hema. Waar we lunchten en waar Esther haar nieuwe oortjes kocht en haar voorraad alcoholische handgel aanvulde.

24 augustus 2018



http://guuspeterse.blogspot.com/2018/10/dilemma.html




Het hoogwater afwachten

Na een rustige ochtend, wat hebben we eigenlijk gedaan die ochtend? Geen idee meer, maken we een prijsvraag van maar na die ochtend dus ’s middags in mijn eentje naar het wad. Naar het meest nabije wad, bij de kwelder met de naam Lutjewad. Wie heeft die naam verzonnen? Later in de middag dreigde regen en die hoopte ik voor te blijven. Door het nietige Vierhuizen (hoewel wel meer dan vier huizen groot), langs enkele fraaie oude hoeves als landhuizen in het verder lege land, en langs de Marnerwaard. Marnehuizen, laatst nog zo idyllisch, lag vandaag hevig onder vuur. Mitrailleursalvo’s klonken en zware rookwolken stegen op uit de paar huizen die zichtbaar waren vanaf de openbare weg. Ik fietste gauw verder, bereikte de kustweg en nestelde me op de waddendijk. En wachtte daar het hoogwater af.
Heerlijke bezigheid is dat, het hoogwater afwachten. Een vorm van meditatie bijna, zo ontzettend Zen! Dat uitgestrekte wad aan je voeten, leeg en onafzienbaar en pas heel ver weg zee en daar ook vogels. Al gebied de eerlijkheid te zeggen dat er ook dichterbij al wat te zien was, op en rond een plek met wat basaltgesteente in het slik dat over een uurtje of zo waarschijnlijk een laatste eilandje zou zijn temidden van het oprukkende water. Hier een paar groenpootruiters, wat tureluurs, veel bontbekplevieren en een paar bontjes. Maar verder pas ver weg de drukte waartussen als enige een slechtvalk herkenbaar was. Geleidelijk deed de vloed zijn ding. Smalle reepjes water werden brede waterlopen, onooglijke poeltjes heuse binnenzeeën en ineens stond het water tegen de dijk aan. En was die bult van basalt inderdaad een eilandje geworden. En steeds meer vogels doken in de buurt op. Bonte en drieteenstrandlopers, almaar meer bontbekplevieren, een twintigtal rosse grutto's, zilverplevier, regenwulpen, en almaar meer tureluurs. Nee, het is niet alleen het water dat bij vloed naar de kust wordt gestuwd. Ook de vogels laten zich dicteren door het ritme van de getijden. Acht zwarte sterns passeren. Op een zandbank verderop, die een half uurtje geleden nog helemaal geen zandbank was, ineens tientallen zeehonden.
Als de Waddenzee bijna geheel tot de waddendijk reikt, ben ik er wel klaar mee, met dat afwachten van het hoogwater. Veel beweegt er niet meer en ik ga verder. Of eigenlijk: terug, maar wel langs het Lauwersmeer. In het Balastplaatbos op zoek naar Achter de Zwarten, dat ik al zo vaak niet vinden kon. Maar moderne tijden, Google Maps: dit keer geen probleem en in de toekomst zal het dat ook niet meer zijn. Ik hoef slechts te navigeren op de braamsluiper die ik er zag, of op de 25+ lepelaars. Het is een mooie plek maar het is zoals ik me herinner van de enkele keren dat we hem wel gevonden hebben: alles zit er ver, de zon staat schuin tegen, je kunt er eigenlijk niet zoveel.
Terug langs het Jaap Deensgat waar ik nog even in de hut plaatsneem, zonder noemenswaardig resultaat, en voor de regen thuis.

23 augustus 2018



http://guuspeterse.blogspot.com/2018/10/groningen.html




Theefabriek

’s Morgens vogelen met Esther! Zij heeft af en toe (gemiddeld een per vakantie) van die dagen en daar moet je als vader natuurlijk van profiteren. Dus naar Jaap Deen gefietst, altijd makkelijk en succes verzekerd. Heb haar kemphaan uitgelegd en watersnip gewezen. De casarca’s zaten er ook weer, en een paar reuzensterns. Als bonus ook nog eens een zeearend hoog in de bosrand tegenover: een vruchtbaar ochtendje. Ik zag ook nog drie zwarte ruiters tussen de wintertalingen maar die aanwijzen was onbegonnen werk dus dat heb ik maar laten zitten.

’s Middags met zijn vieren naar Houwerzijl gefietst, mooi langs het Reitdiep, om in Houwerzijl een afternoon-tea te nuttigen in de Theefabriek. Het was Renskes liefste wens! en dat gun je haar dan toch? Het was feestelijk. Twee gangen: thee met hartige taartjes en broodjes in de eerste gang en thee met cake en scones met jam en dergelijke in de tweede. Alles in een context van theemuseum, theeschenkerij en theewinkeltje in een kleurig opgetut voormalig neoklassiek kerkje wat wel een bijzondere aanblik opleverde. Terwijl de anderen na afloop nog uitgebreid in het winkeltje rondsnuffelde, snuffelde ik nog even rond in de nabije omgeving. Parkje, kinderspeelbosje, uitzicht over de akkers tot aan Zoutkamp, langs de straat een struikje met wel tien kleine vossen. Leverde verder niets op, maar leuk was het wel.

21 augustus 2018



http://guuspeterse.blogspot.com/2018/10/het-hoogwater-afwachten.html




Ezumakeeg

Het was hoog tijd voor de Keeg. De Keeg, dat betekent dezer dagen om te beginnen de prachtige fietsroute naar Dokkumer Nieuwe Zijlen, over een smal fietspad dat zigzagt dwars door de Kollumerwaard. Langs schrale graslanden, rietlanden, struwelen, bosranden, ruigtelanden. Prachtig stukje nieuwbouwnatuur. Veldleeuweriken hier, roodborsttapuiten, graspiepers, kneuen, boomvalk, torenvalk. Niks zeldzaams natuurlijk, maar het was leuk.
We zouden het niet droog houden vanmorgen, was voorspeld. En dat bleek. Net op het moment dat het stevig begon te regenen kon ik de kijkhut in de Ezumakeeg zuid induiken. Dat was prettig schuilen maar momenteel niet de juiste plek: zuid stond grotendeels droog. Alleen achterin was een natte strook maar het zicht daarop was door het grauwe en regenachtige weer tamelijk belabberd. Ik wachtte het einde van de regen af en fietste door naar noord. Daar was het veel beter. Ja, het water stond er laag, maar: het stond er. Veel slikjes, strandjes en vochtige ruigtes, en bijbehorende vogels. Al meteen vrijwel naast elkaar een kleine en een temmincks strandloper die zich mooi lieten zien. Verder bontbekplevieren, een paar kluten, wat kemphanen, een groep goudplevieren en twee steenlopers. Een akelig gekrijs kondigde het langs vliegen van een reuzenstern aan. Dat was extra leuk omdat ik me niet herinner dat geluid ooit eerder gehoord te hebben.
Op de terugweg mooi droog en zonnig dus ook nog even in zuid gekeken. Dat betaalde zich aardig uit: ik telde wel tien reuzensterns en er zat een flinke groep kemphanen.

’s Middags met zijn allen ‘boodschappen doen in Lauwersoog’. Dat is natuurlijk nogal omslachtig als je in Zoutkamp zit, maar wel leuk. Bij Jaap Deen massale paniek onder de ganzen en jawel: drie zeearenden in de lucht! Had ik al een paar dagen naar uitgekeken. Op de terugweg dwars door de Marnerwaard: een boeiende tocht langs waterpartijen, langs duinstruwelen en door halfkale vlaktes. Prachtig, en vrijwel verlaten. We passeerden ook Marnehuizen, oefendorp voor militairen midden in de waard. Prefab-huizen, onttakelde auto's, verkeersborden, alles steriel, stil, verlaten. De rust volkomen, vanmiddag.

20 augustus 2018



http://guuspeterse.blogspot.com/2018/10/theefabriek.html