maandag 5 oktober 2020

Gedipt

Toen we tegen negenen Goeree Overflakkee bereikten, het buiten inmiddels regende en er nog altijd geen enkele bericht was vanuit de duinen bij Ouddorp, voelden we al aankomen dat het een moeilijk verhaal ging worden vandaag. En we waren nog maar net de auto uit toen Wietze het onheilsbericht onze Telegram-community in slingerde: ‘Vanochtend is met 40+ man gezocht naar de goudlijster, tot dusver geen resultaat. …’ Enige zorgen waren nu wel gerechtvaardigd, mocht je zeggen. We lieten ons nog niet klein krijgen en liepen door de regen naar de plek waar deze zeldzaamheid gisteren voor het laatst gezien was. Onderweg kwamen we al wat vogelaars tegen die iets anders gingen doen en ter plaatse stond nog een klein aantal volhouders mistroostig te turen naar het tuintje voor hen, en allemaal vertelden ze hetzelfde: er werd al een paar uur gezocht maar geen spoor meer van de vogel. Dat werd een hele zure dip. We lieten ons nog niet uit het veld slaan en voegden ons bij deze laatste wachtenden, allemaal net als wij gisteren niet in staat geweest onmiddellijk op de melding te reageren. Daar dreigden we nu zwaar voor gestraft te worden. Want goudlijster: ook voor mij een lifer en of je ooit een herkansing krijgt, is nog maar de vraag.
Maar waar het bij vogelen natuurlijk om gaat, is dat je er lol in hebt. Een andere reden is er niet. En ook, zelfs vanmorgen had ik er lol in. We stonden dan wel in de regen te wachten op iets dat naar alle waarschijnlijkheid niet meer komen ging, maar we stonden op een mooie plek. Voor ons, half verscholen achter schuttingen en poorten, bosjes en tuintjes rond de vakantiehuisjes aan de Groenedijk onder de rook van Ouddorp. Achter ons open en bloot onder grijze regenwolken het woeste open duin. In de verte de vuurtoren en boven ons een gestage stroom van spreeuwen, duizenden spreeuwen moeten het geweest zijn, en vinken, graspiepers, zanglijsters en meer, allemaal op weg naar het zuiden waar het warm is en de zon schijnt. We zouden allemaal wel willen. Het was indrukwekkend, al die vogels onderweg, gedreven door hetzelfde verlangen, door hetzelfde instinct, ingesleten door duizenden jaren evolutie, en het was opmerkelijk dat ze zich zelfs door dit weer niet lieten weerhouden. Het was jammer dat het regende en het was jammer dat er gisteren hier een goudlijster had gezeten wiens afwezigheid vandaag zich in onze hoofden had genesteld (zonder dat hadden we hier natuurlijk nu helemaal niet gestaan), maar verder was het een heerlijke ochtend die ik me later nog wel eens zal herinneren en dat is ook wat waard. Diverse roodborstjes hielden ons gezelschap, een heggenmus dook op uit de schemer onder de heg en een fraaie vuurgoudhaan scharrelde door het glimmend natte kreupelhout. Tjiftjaf en roodborst zongen af en toe alsof het lente was. Tussen de stroom trekkers merkten we af en toe onder andere grote gele kwikstaart, sijs of boompieper op. En een paar honderd meter verderop zat een bladkoning die zich toen we even vrijaf namen van onze queeste, prachtig liet horen en zien. Hoe lang is het nou nog maar helemaal geleden, als je het afzet op de schaal van duizenden jaren evolutie, dat een bladkoning je hele dag goed maakte?
Maar goed, wel de zoveelste soort-van-het-jaar gedipt.

3 oktober 2020


Meer dips: https://guuspeterse.blogspot.com/2021/01/de-psyche-van-een-vogelaar.html

woensdag 30 september 2020

Van Duiven naar Elst

Een mens moest eigenlijk wat vaker naar buiten gaan als het miezert. Als het grijs is en druilerig en als je bijna ongemerkt zeiknat wordt omdat je steeds als je stilstaat denkt dat het een soort van droog is maar als je verder fietst weet: het miezert nog steeds. Het is dan wel niet erg comfortabel, maar het is (ook) dan buiten zo mooi. Zo betoverend mooi als de wereld buiten kan zijn als de meeste mensen warmpjes en droog binnen zitten, dat zie je niet als je dan niet naar buiten gaat. Ik blijf ook graag binnen hoor, met dat miezerige zeikweer, maar soms zijn er vogels. Zoals zo vaak zijn het de vogels die je naar buiten lokken, ik denk weleens dat vogels daar voor gemaakt zijn. Ook dit keer waren het weer vogels die me ertoe verleidden om ondanks het weer naar buiten te gaan, op de fiets, regenpak aan, de motregen in.
Ik had een mooie dubbeltwitch in gedachten. Om te beginnen vanuit Duiven richting de Rijnstrangen gefietst, prachtige afwisseling van nattigheid, ruigte en plassen langs de Rijn in Gelderland. Want daar zat kleine klapekster. Zeldzaam natuurlijk, pas mijn derde ooit in Nederland, en een prachtige vogel bovendien, maar het was vooral de ambiance die het moment onvergetelijk maakte. Dat vale licht, grauw en grijs, die miezer die overal op neer zabbert, die druilerige wereld aan de voet van de dijk met die wirwar van struikgewas en bosjes en glimmende natte koeienruggen die door het hoge gras bewegen en daar in het ene na het andere boomtopje die kleine klapekster. Ja, grotendeels ook grijs, maar toch zo anders, die knalde er telkens weer uit.

Over dijkjes en langs uiterwaarden naar Loo en daar met de veerpont waarop ik de enige opvarende was, de veerman niet meegerekend, overgestoken naar Huissen voor deel twee van deze dubbeltwitch. In park Lingezegen / Waterrijk Oost en in de omringende akkers was een steppekievit gesignaleerd. Ook al zeldzaam. Ook al zo’n vogel die ergens onderweg verdwaald is geraakt en ergens in een onbekende wereld terecht is gekomen waar-ie een bepaald soort vogelaars de deur uit en de miezerregen in weet te lokken.
Plassen met rietkragen, eilandjes en slikjes, nieuwe natuur zoals tegenwoordig overal wordt aangelegd om aan de europese natuurnormen te voldoen. Grote zilverreigers, een paar casarca's, een stel bonte strandlopers met één juveniele krombekstrandloper ertussen en zo nog het een en ander. En veel kieviten. Tussen die kieviten moesten we zoeken. En tussen die kieviten zochten we, eindeloos speurden we de kieviten af. Op de plassen was dat nog relatief eenvoudig maar op de akker, vol met klonten klei waar een steppekievit zich gemakkelijk achter kon verschuilen, daar was dat nog een hele klus. Maar als je na ruim een uur zoeken nog steeds die steppekievit niet gevonden hebt, terwijl af en toe kieviten opvlogen en op een ander, veel overzichtelijker akkertje gingen zitten en af en toe ook weer terugvlogen naar de kleiakker en telkens steppe er niet tussen zat, dan moet je voorzichtig gaan aannemen dat steppe er niet meer tussen zit. Geen dubbeltwitch dus vandaag, maar desondanks een heerlijke dag.

28 september 2020


En dan nog deze: Half scheepsrecht







zondag 27 september 2020

Maasvlakte

We hadden precies de natste uithoek van het land uitgekozen, precies de regio waar volop regen dreigde. In de rest van het land zou het vrijwel droog zijn en zou mogelijk zelfs geregeld de zon gaan schijnen en ook onderweg zag het er buiten prima uit, maar het zuidwesten zou onder invloed van een kleine maar venijnige depressie boven het kanaal, gebogen gaan onder een gestage toestroom van buien. Zo luidde de voorspelling. Het zou er ook hard waaien, en uit de goede hoek: noordwest 5, en daar was het ons natuurlijk om te doen. Zeetrek. Noordwestenwind brengt vaak vogels dicht aan de kust die anders meestal ver op zee vertoeven. Dus stonden we vanaf pakweg half 8 op de zeetrektelpost op de Maasvlakte, ondergingen enkele fikse buien en tuurden tussendoor over zee. Genoeg gelegenheid daartoe, want met het weer viel het nog best mee, maar de zeetrek viel nogal tegen. Al had ik met jan van gent, drieteenmeeuw en alk wel drie nieuwe jaarsoorten: waren er mede door corona dit jaar nog niet van gekomen.
Tijdens de zoveelste bui stonden we al te overwegen of we niet ergens heen konden waar de zon scheen, opties genoeg immers, toen de melding doorkwam van een kleine vliegenvanger een paar kilometer verderop. En zo kon weer eens een oude wijsheid van stal worden gehaald: ben je op zoek naar het ene, dan vind je vaak onverwachts iets heel anders. Vogelen, het is net het leven. De vogel bevond zich in het bosjescomplex op de (voormalige, wordt daar steevast aan toegevoegd) vuurtorenvlakte, al goed voor zoveel goede soorten in het verleden, en was, een beetje tot onze verbazing, gauw gevonden. Nou eens niet eindeloos zoeken, mistroostig wachten tot de vogel in kwestie eindelijk wilde meewerken, nee, bij aankomst vrijwel meteen in beeld. Hij liet zich geregeld prachtig zien en riep ook veelvuldig. Telkens weer kondigde dat aparte, droge rateltje zijn komst aan. Erg leuk want dat geluidje had ik nog maar zelden eerder live gehoord en kennis van vogelgeluiden is van eminent belang voor een vogelaar. Het was sowieso fijn om weer eens zo’n bleek gekleurd, herfstig trekkertje te zien, na diverse prachtige, luid zingende en rood gekeelde territoriale mannetjes de afgelopen jaren. Dat ik toch nog één momentje in de verte een flard zang hoorde, deed daar niets aan af.
Toen de melding kwam van een bladkoning ter plaatse een paar honderd meter verderop, ook die nog even meegepikt. Liet zich na enig zoeken enkele keren aardig zien. Lang niet meer de zeldzaamheid die hij vroeger was (ik moet als ik een blako zie weleens terugdenken aan vroeger toen ik verlekkerd naar plaatjes in de Wat Vliegt Daar keek en me afvroeg hoe ik die ooit te zien moest krijgen; niet alles was vroeger beter), maar de eerste blako weer van het seizoen: altijd een memorabele gebeurtenis.
Daarna nog effe met zijn drieën rondgestruind op zoek naar een eigen leuke soort. Dat leidde onder andere tot een fraaie langs jagende smelleken.
We sloten af met de dwergganzen van Strijen. Het kostte enige moeite, ze zaten ver maar uiteindelijk kregen we er enkele herkenbaar in beeld. Daarmee was de mislukte zeetrekochtend definitief geheel en al uitgewist.

26 september 2020

woensdag 23 september 2020

Vrijdag 28 augustus 2020

Hoewel in de duinen al twee weken lang overal de zwartkoppen roepen, was het me tot nu toe nog alsmaar niet gelukt er eentje fatsoenlijk in beeld te krijgen. Geen halszaak hoor maar vanmorgen had ik er zomaar een mooi vol in de kijker. En nog een. En nog een. En nog een. En er zaten er nog veel meer, maar dat was geen nieuws want al twee weken lang roepen in de duinen overal de zwartkoppen. Vanmorgen ook een tuinfluiter. En kool- en pimpelmezen, tjiftjaffen, een groep staartmezen, kort zingende cetti's zanger, dit was geen vlaag, dit was een storm van vogeltrek.
Het is alweer onze laatste dag hier. Nog één keer door de duintjes gewandeld, nog één keer op het piertje aan zee gestaan en vanmiddag nog één keer min of meer met zijn allen naar de Ondergelopen Zwarte Polder. Prachtige luchten en prachtig licht, zodat we eindigen zoals we begonnen zijn. Buien en zon, mooie kleine zilverreigers, bontbekplevieren, twee rosse grutto's, drieteenstrandloper, langs vliegende zomertortel. Niet dat ik de meeste daarvan niet al vaker (maar meest onvermeld) gezien heb, maar ik wilde ze nog één keer genoemd hebben.
Tenslotte afscheid genomen van de Zeemeeuw, met appelgebak en nachos, en van het Zwin, met laagwater en een fantastische buienlucht boven België van een bui die later ook boven Nederland losbarstte. Maar toen zaten we al veilig in het huisje dat we nog ruim een halve dag ons huisje mogen noemen.










Donderdag 27 augustus 2020

Dagtochtje met zijn vieren. Fietsen naar Sluis, van Sluis naar Aardenburg, terug naar Sluis en terug naar ons huisje. Op een prettige, milde manier herfstachtig, hoewel op het eind wat regen. Twee fraaie Zeeuws Vlaamse plaatsjes. Sluis, een oude vestingstad, is de naamgever van de gemeente waar bijna heel westelijk Zeeuws Vlaanderen toe behoort. Een echt stadje, druk en toeristisch, met volle winkelstraten alsof er van corona geen sprake meer is, terrasjes, een formidabel belfort, diverse historische gebouwen en een fraaie wallengordel met overblijfselen van oeroude stadspoorten. Aardenburg was kleiner en veel stiller, nog niet ontdekt door het massatoerisme, maar deed verder nauwelijks voor Sluis onder. Een prachtige stadspoort, twee fraaie oude kerken, een slingerende hoofdstraat en vele fijne geveltjes. En niet te vergeten een raadselachtig soort spookhuis, bijna compleet overwoekerd door de omringende tuin en half verscholen in een verder heel ordentelijk straatje.
Lunchen in Aardenburg, uit eten in Sluis, ja we laten het breed hangen, en door de regen teruggefietst. Door het Zeeuws Vlaamse achterland dat we inmiddels kennen en dat ook in de regen het aanzien waard is. Slingerende dijkjes, boerderijtjes aan de voet omzoomd door oeroude bosschages, schrale velden, oude slenken en stille watertjes en alweer terug op ons park.

Woensdag 26 augustus 2020

Vanmorgen aan het eind van de storm aan zee geweest. Snoeiharde westenwind en woeste zee. Gezocht naar een geschikt plekje om zeetrek te kijken. Eerst in de luwte achter een soort container gestaan. Was te doen maar wel met een hinderlijke vlagerige wind en zand dat je af en toe om (en in!) de oren stoof. Na een uurtje op zoek gegaan naar een comfortabelere plek. Uiteindelijk gevonden verderop langs het fietspad over de zeereep. Het zicht was er iets minder maar het was er verassend luw en zandvrij. Probleem was op beide plekken echter hetzelfde: er vloog niks. Eén zwarte zee-eend naar west.
Daarna pas halverwege vanmiddag weer op pad. Inmiddels was het rustiger en af en toe scheen bijna een beetje zon. Naar de Willem Leopoldpolder bij Retranchement geweest, natuurgebiedje dat is aangelegd, u raadt het al, ter compensatie van de verdieping van de Westerschelde. Een heerlijk struingebiedje waar je mag gaan en staan waar je wilt en vrij kan ronddwalen. Wel oppassen voor de hooglanders. Schrale en bloemrijke graslanden, af en toe wat lager en natter hoewel de grote droogte zo te zien ook hier hard heeft toegeslagen gezien de resten van waterplanten die er op het droge liggen, en een doolhof van bosjes en kreupelhout. Vooral botanisch was het er interessant, met naast veel watermunt, kattendoorn en kruisdistel onder andere rode ogentroost en bitterling. Sloot aan op de wallen aan deze kant van Retranchement, maar nergens een doorgang.








Dinsdag 25 augustus 2020

Een regenachtige ochtend maar vanmorgen wel ineens die goeie vondst, die verrassing die een dag meteen al geslaagd maakt, voor een vogelaar. Op zoek naar de graszanger van gisteren in de duintjes ineens luid roepend vier morinelplevieren over! Tamelijk zeldzame doortrekker. Geluid matchte één op één met diverse opnames die ik ter plaatse beluisterde. Erg leuke waarneming vind ik want ik had ze nog nooit eerder zo op trek roepend over me heen.

Het Zwin bij hoogwater en bij laagwater en alles daar tussenin, bij stralende zonneschijn en bij grijze regenvlagen en alles daar tussenin, het levert telkens weer andere, telkens weer nieuwe indrukken, nieuwe beelden, nieuwe landschappen op. De variatie is eindeloos. Vanmiddag laagwater en regenvlagen, hoewel soms ook wat zon. Ik was met Esther, tijdens ons traditionele gezamenlijke vogeltochtje. Dat doen we elke vakantie één keer. Ik liet haar wat kleine zilverreigers en lepelaars, kluten, wulpen en meer zien, en die zijn op zo’n moment ineens weer extra leuk.
Vanavond aan zee nog even het begin van de storm meebeleeft. Met zijn allen op het strand. Snoeiharde westenwind, woeste zee, prachtige avondlucht met ondergaande zon piepend door wolkenvelden aan de horizon en een regenwulp over de branding.