zondag 16 augustus 2015

Tony

Zo hadden we Tony, halfbroer van Antonia, die dus de moeder was van de vrouw van de broer van Harriët. Tony is een gezellige Kaapverdiaan, hartelijk, joviaal, om maar een paar clichés te noemen die op hem van toepassing zijn. Zo iemand die altijd wat te zeggen weet en maar zelden een stilte laat vallen. Kreeg op zijn 15e of daaromtrent zijn eerste schoenen, een van de kleine details die hij ons toevertrouwde. Kind dus van de lagere regionen van de Kaapvediaanse welvaartsladder, ook in het huidige Mindelo volop aanwezig, getuige de vele kleine, nu al vervallen betonnen huisjes op gruizige hellingen in buurten waar geen straten zijn maar alleen kleine, vervallen betonnen huisjes op gruizige hellingen. Getuige ook de bedelaars die vooral ’s avonds in Mindelo tevoorschijn komen, en de smalle straatjes met piepkleine huisjes waar mensen op hun stoepjes zaten te niksen en me na staarden terwijl ik langs liep met 800 euro in mijn tasje en 5.000 euro aan apparatuur op mijn rug. Waarmee ik overigens niet wil zeggen dat niksen een minderwaardige bezigheid is. Zeker niet bij temperaturen van 30 graden of meer.
Tony vertrok op zijn 18e naar Nederland, had daar allerlei soorten baantjes, woonde eerst in Rotterdam en daarna in Lisse en keerde na zijn pensioen enkele jaren geleden als welgestelde Kaapverdiaan terug naar Kaapverdië. Tony spreekt dus Nederlands. Zoals trouwens zoveel Kaapverdianen, hoewel lang niet allemaal zo goed als Tony. Want heel veel Kaapverdianen zijn wegens gebrek aan perspectief op jonge leeftijd hun land ontvlucht. Veel van hen, zo hebben we gemerkt, zijn in de scheepvaart terecht gekomen en hebben jarenlang op Nederlandse schepen gevaren. Anderen hebben in Rotterdam gewoond, waar een grote Kaapverdische gemeenschap blijkt te zijn, en hebben daar in de haven gewerkt. En allemaal zijn ze later weer naar Kaapverdië teruggekeerd. Zo kon het gebeuren dat ik zomaar op de kade van Tarrafal werd aangesproken door een mij, voor zover ik op dat moment kon bedenken, onbekende man die me in het Nederlands vroeg hoe ik het vond in Kaapverdië. Of dat in een winkeltje annex kroegje hoog in de bergen van São Nicolau de oeroude uitbater ineens Nederlands tegen ons begon te praten. Zulke dingen.
Tony haalde ons op São Vicente van het vliegveld, waarvoor nog dank. Tony liet ons Mindelo by night zien, met zijn kroegen en restaurantjes en terrasjes aan de baai. En Tony liet ons met de auto en onder het gezang van Cesaria Evora, de heldin van heel het land, het São Vicente buiten Mindelo zien, wat er tot op dat moment nog nauwelijks van gekomen was, afgezien van mijn uitkijkpost aan zee maar dat was nauwelijks buiten Mindelo.
São Vicente is buiten Mindelo droog en kaal. Officieel is het nu de regentijd maar wij hebben hier nog vrijwel geen druppel gehad. Meestal schijnt de zon en die staat rond het middaguur vrijwel recht boven je te branden. Het schijnt al twee jaar niet geregend te hebben op São Vicente en dat is te zien aan de gortdroge velden waar nauwelijks een sprietje groeit. Er zijn hoge heuvels en steile wanden en grillige pieken, hoewel meest op afstand: er is hier ruimte tussen de bergen. Lome glooiingen leiden tot verre toppen. Boven gortdroge en kale woestijn, en beneden meest gortdroge en kale woestijn. Alles is kaal en doods. Behalve enkele zeldzame groene stukjes in het laagste deel van het eiland, waar wat palmen staan, waar wat struikjes net niet helemaal kaal zijn en waar we zelfs een paar goedgevulde waterputten zagen.
In de heuvels kun je lange tijd dwalen zonder één vogeltje te zien of te horen. Je kunt trouwens ook een uur aan zee staan zonder één vogel te zien. Dat is een belevenis op zich. Er vliegt hier soms vrijwel niets boven zee. Geen meeuwen en geen sterns, zoals bij ons. Maar als er dan eindelijk wel iets vliegt, dan is het meteen een keerkringvogel of een bruine gent of een paar kaapverdische pijlstormvogels. Nou, daar teken ik voor. Dan kunnen die meeuwen en die sterns me even gestolen worden.
Tony bracht ons onder andere naar Baia das Gatas, een mooie plek aan de oceaan met lage rotsen waarop een krachtige branding uiteensloeg. Hier vloog wel een visarend rond. Visarend is in Kaapverdië een beetje een zeevogel die veel boven de oceaan jaagt. Hoewel wel altijd vlak onder de kust. Maar verder dus niets, boven zee. Net als verderop op een tropisch strandje bij Calhau waar we heerlijk comfortabel het warmst van de dag doorbrachten in de schaduw van een ingenieus bouwsel van palen en tentdoek van Tony. Ook hier een lege oceaan, en daarnaast een strand vol met grappige zandkleurige krabbetjes en een ruig achterland met nauwelijks begroeiing en zonder één vogeltje. In onze rug de hoge hellingen van de Monte Verde, met ruim 700 meter de hoogste berg van het eiland en in tegenstelling tot wat de naam wellicht suggereert, momenteel allerminst groen. Daarvoor moet het eerst gaan regenen. Het eiland en zijn bewoners wachten er met smart op.

16 augustus 2015


Meer lezen over Kaapverdië? http://guuspeterse.blogspot.nl/2015/08/jose.html





zaterdag 15 augustus 2015

Mindelo

Onze vakantie was ook een bijna geheel verzorgde reis door Kaapverdië, verzorgd door een netwerk van familie, familie van familie en vrienden en kennissen van familie van familie, die zowat dag na dag voor ons regelden en waar we altijd welkom waren voor een lunch of een etentje of een tochtje over het eiland.
Op São Vicente verbleven we in het appartement van de moeder van de echtgenote van de broer van Harriët in het centrum van Mindelo. Mijn favoriete wandeling daar was naar een uitkijkpost aan zee op een kleine drie kwartier lopen. Ik ging dan graag vroeg de deur uit want later op de ochtend werd de hitte bijna ondraaglijk en tegen de tijd dat het weer een beetje uit te houden was, was het alweer bijna donker. In het dan nog stille straatje op weg naar de haven zwierf een keer een wat slonzige dame rond. Bart-Jan had ons gewaarschuwd: in Mindelo moet je tijdens de stille uurtjes wel een beetje oppassen. Maar ze vroeg me niets, ze bood me niets aan, misschien was ze wel gewoon een vroege schoonmaakster. Beneden kwam je langs de baai waar het ook om zes uur ’s ochtends al behoorlijk druk was, blijkbaar dachten veel Mindeloërs er net zo over als ik. Langs de jachthaven waar enkele luxe jachten verblijf hielden. Langs het haventerrein waar elke ochtend vele tientallen jonge mannen samenschoolden op zoek naar, dachten wij, het werk van de dag. Langs het strandje Laginha waar dagelijks half Mindelo zich aan het blauwe oceaanwater tegoed doet. En langs de fitness-apparaten waarop vele Mindeloërs zich dagelijks uitsloven. En intussen werd ik voorbijgesneld door vele hardlopers en snelwandelaars, ook om half 7 ’s morgens al, veelal met mobieltje in de hand. Verderop omhoog het eerste bergland in. Onderweg nog wat bouwsels van verscheidene aard, betonnen skeletten van huizen waar soms nog aan gebouwd werd, die soms voorlopig af leken al was het grootste deel nauwelijks nog bewoonbaar, en die soms nog voordat ze waren afgebouwd alweer in verval leken. Een paar honden die me nablaften. Om uiteindelijk een plateautje bijna recht boven zee te bereiken. Achter je een oud kanon. Rechts van je zicht op hoge, steile kliffen en een los kegeltje in zee aan de voet daarvan. Links achter je zicht op de baai en de haven en op Mindelo daarachter en de bergen rond Mindelo. Links voor je zicht op de eenzame rots als de vin van een reuzenhaai die de baai van Mindelo bewaakt. En recht voor je, schemerend aan de overkant, zicht op het hoge bergland van Santo Antão, waar de toppen af en toe boven de wolken uitsteken.
Dit was de plek waar ik al op mijn tweede ochtend in Kaapverdië een roodsnavelkeerkringvogel zag langs vliegen. Nog maar twee dagen onderweg en nu al de ‘Heilige Graal’ binnen. Want roodsnavelkeerkringvogel was natuurlijk mijn ultieme droomsoort deze vakantie, de vogel die ik in gedachten had gehad een paar dagen terug, toen ik me had afgevraagd of ik over een paar dagen werkelijk … Het was weliswaar een juveniele vogel, zonder de verlengde staartpennen die de adulten sieren, maar dat mocht de pret niet drukken.
Een dag later zag ik op diezelfde plek een school dolfijnen vlak onderlangs zwemmen. Ook al zo’n onvergetelijke belevenis. Waarna we, de volgende ochtend, naar São Nicolau vertrokken. En ons daarna, na een kleine tussenstop op São Vicente, een week lang op Santo Antão vestigden. Beide waren geweldig, maar een roodsnavelkeerkringvogel zag ik er niet.
De laatste paar dagen waren we terug in Mindelo en ging ik weer naar mijn favoriete uitkijkpost. Langs de jachthaven, langs het haventerrein, langs het strandje enzovoorts. En daar zag ik opnieuw de roodsnavelkeerkringvogel. De dagen erna zag ik er nog diverse, onder andere een fraaie adulte vogel met verlengde staartpunten ver achter zich aan wapperend die bovendien enkele spectaculaire duikvluchten ondernam. Blijkbaar is de zee-engte tussen São Vicente en Santo Antão een goede plek voor roodsnavelkeerkringvogel. Dat men dat maar weet.

15 augustus 2015


Meer lezen over Kaapverdië? http://guuspeterse.blogspot.nl/2015/08/tony.html







woensdag 12 augustus 2015

Zeldzaam?

Drie weken Kaapverdië heeft me een aantal ware droomsoorten opgeleverd. Roodsnavelkeerkringvogel, bruine gent: vogels waarvan je heerlijk kunt wegdromen, zowel in de maanden voorafgaand aan de vakantie als in de weken erna. Of rosse woestijnleeuwerik en renvogel: die waren het begrip droomsoort ver voorbij want daarvan had ik niet durven dromen. Rosse woestijnleeuwerik kwam op de eilanden die we zouden aandoen helemaal niet voor. Maar de paar uurtjes daglicht die we hadden op Sal, in afwachting van ons vliegtuig naar São Vicente, bleken voldoende. Ik zwierf wat door een stukje halfwoestijn naast het vliegveld, kaapverdische mus, kleine monarchvlinder en ineens waren ze daar, vlakbij: drie rosse woestijnleeuweriken. Voor gewone mensen misschien een saai beest maar voor mij een fantastische bonus.
Maar echt schokkende soorten waren het natuurlijk niet. Ze zijn daar niet zeldzaam dus dat je ze een keer ziet is niet heel verrassend. Dat was al anders bij die renvogels op São Nicolau. De Helm Field Guide Birds of the Atlantic Island, kortweg Helm, schrijft daarover: ‘Status on São Nicolau requires clarification’. Ik zou haast zeggen: bij deze. Er waren op Observado geen eerder meldingen van de soort op dit eiland.
Zo had ik nog een paar waarnemingen die, als je kijkt naar wat de Helm ervan zegt of wat er op Observado is ingevoerd, interessant leken. Neem de huiszwaluw. Helm: ‘Scarce and irregular passage migrant’. Niet meer dan zes eerdere meldingen op Observado. Voor wat het waard is, want wellicht zal niet iedere Europeaan die in Kaapverdië gaat vogelen met keerkringvogels en bruine genten in gedachten, de moeite nemen om een huiszwaluw in te voeren. Hoe dan ook, ik had er bij Tarrafal op São Nicolau en bij Ponta do Sol op Santo Antão. En zwarte wouw: 'Restricted to Santiago and Maio, and possibly still extant on Brava and São Vicente. Formerly more common but now rare or extinct on many islands. A recent survey in 1999 failed to locate it on any of the islands mentioned above, and located just one bird, on Boavista'. Aldus Helm. Toch diverse gezien bij Tarrafal op Sao Nicolau. Op Observado de eerste meldingen van de soort op het eiland.
Of turkse tortel: volgens Helm alleen op Madeira en de Canarische eilanden en dus niet in Kaapverdië. Op Observado overigens wel een aantal meldingen dus uniek was mijn vogel in de waterberging bij Mindelo, São Vicente, niet. Erop gelijkende 'African collared dove' lijkt overigens nog veel onwaarschijnlijker en wordt op Observado helemaal niet gemeld voor Kaapverdië. Sowieso zag ik niets aan de vogel dat niet klopte voor turkse.


Drie gevallen lijken me speciaal het vermelden waard. Boven Tarrafal op São Nicolau zag ik op 24 en op 28 juli twee alpengierzwaluwen. De Helm zegt daarover: ‘Six records of which five in 1997'. Maar ook: ‘Perhaps occurs more regularly than records suggest'. Hoe dan ook nog geen enkele eerdere melding voor Kaapverdië op Observado. Determinatie staat wat mij betreft niet ter discussie: grote gierzwaluwen met strak-witte onderzijde en donkere keelband. Klassieke vogels zoals ik ze ook ken uit de Alpen en hier en daar in Zuid-Europa.
Heb ik nu iets zeldzaams gezien? vroeg ik me af. Dat vroeg ik me nog veel harder af toen ik op 31 juli in de Ribeira Grande, bij Coculi op Santo Antão, die kleine zilverreiger met gele snavel zag. Die snavel leek me ook minder fijn, minder dun dan ik ze van kleine zilverreiger ken. De poten waren zwartgrijs, inclusief de tenen, en de vogel had ook geen afhangende kuifveren. Hij was veel te groot en had een veel te lange, dunne nek voor koereiger, wat natuurlijk mijn eerste gedachte was maar waar-ie sowieso eigenlijk helemaal niet op leek, maar kwam weer niet in de buurt van grote zilverreiger, overigens razend zeldzaam in Kaapverdië. Er bleef maar één optie over: middelste zilverreiger. De Helm zegt daarover: ‘Vagrant with eight records, all from Cape Verde’. In Observado drie eerdere gevallen, alle op Santiago.
En dan vond ik nog op 6 augustus in de waterberging bij Mindelo een kleine geelpootruiter. Die is wellicht in Kaapverdië minder zeldzaam dan bij ons maar moet ook daar een trans-Atlantische gast zijn. Volgens Helm 'seven recent records' en op Observado zes gevallen. Best zeldzaam dus. Maar ook deze wat mij betreft onmiskenbaar: een klein, rank ruitertje, maatje kleiner dan de groenpootruiters in zijn gezelschap, met knalgele poten, fijn, relatief kort snaveltje, nauwelijks zichtbare wenkbrauwstreep, donker grijsbruine bovendelen en recht afgesneden wit op stuit en staart.


Dat zijn dus drie voor Kaapverdië schijnbaar behoorlijk zeldzame soorten in drie weken. Zelf gevonden. Dat lijkt bijna teveel van het goede. In Nederland vind ik nooit iets. Aannemelijker lijkt me dan ook, dat ze minder zeldzaam zijn dan gedacht. Er valt, denk ik, nog heel wat te ontdekken in Kaapverdië. Erg leuke soorten blijven het overigens, hoeveel er ook de komende jaren nog ontdekt gaan worden.


12 augustus 2015


Ps. Inmiddels heb ik contact gehad met Cornelis Hazevoet, die het voorkomen van vogels in Kaapverdië monitort en regelmatig rapportages publiceert over de zeldzame vogels op de eilanden. In zijn eentje lijkt hij zo’n beetje de zeldzaamhedencommissie van Kaapverdië te vormen. Hij schreef me onder andere: ‘Middelste zilverreiger, lepelaar en kleine geelpootruiter zijn tegenwoordig regelmatige bezoekers van de eilanden en worden niet meer opgenomen in de rapportages. Zoals verwacht mocht worden zet de westelijke expansie van turkse tortel zich voort en de soort is inmiddels waargenomen op Sal, Boa Vista, Santiago, São Nicolau en São Vicente. Wouwen worden steeds zeldzamer in Kaapverdië en waarnemingen zijn dus altijd van belang. Wel is er de afgelopen jaren een geringe toename van waarnemingen van zwarte wouw, maar het is onduidelijk of dit lokale vogels betreft of trekvogels uit het noorden.
Als je het goed vindt zal ik wel de alpengierzwaluwen opnemen in het volgende rapport.’ Mijn waarneming was, aldus Cornelis, pas het eerste geval sinds 1997! Dat mag je zeldzaam noemen.


Meer lezen over Kaapverdië? http://guuspeterse.blogspot.nl/2015/08/uitkijkpost.html





dinsdag 11 augustus 2015

Mussen

Laat in de avond waren we gearriveerd op het vliegveld van Sal en de nacht hadden we doorgebracht in een soort overdekte winkelstraat met aan de ene kant een lege aankomsthal en aan de andere een lege vertrekhal en de hele nacht door een paar bewakers en schoonmakers. Bij het eerste ochtendlicht betrad ik voor het eerst Afrikaanse bodem en meteen hoorde ik van alle kanten een musachtig getsjilp. Ik had mijn eerste vogel van Afrika gevonden: kaapverdische mus.
Kaapverdische mus was mijn eerste vogel in Kaapverdië, en het moet er zowat ook wel mijn laatste zijn geweest. (Of waren dat toch de bruinnekraven uit de auto op weg naar het vliegveldje van São Vicente?) Verrassend was dat niet: kaapverdische mussen heb je in Kaapverdië overal. Echt overal. In de stad, hoog in de bergen, in de steenwoestijnen die glooien aan de voet van de bergen, aan zee en in de schaarse begroeide stukjes in het laagland, overal kaapverdische mussen. Verwacht je een klauwier, krijg je kaapverdische mus. Verwacht je een leeuwerik, krijg je kaapverdische mus. Waar je in een ander land een tapuit zou verwachten, of een roodstaartje: kaapverdische mus.

Jaren geleden leerde ik tijdens mijn studie over de eilandtheorie en Kaapverdië is voor die theorie een perfecte illustratie. De Kaapverdische eilanden zijn vulkanische eilanden. Ooit zijn ze als het ware uit zee verrezen en aanvankelijk leefde er dus helemaal niets. Al het leven is er van het vasteland komen aanwaaien, vliegen of zwemmen. En de eilandtheorie leerde destijds (en het is zo voor de hand liggend allemaal dat er intussen vast niet veel aan veranderd zal zijn) dat het aantal soorten dat op zo'n eiland leeft, afhankelijk is van de afstand tot het vasteland en van de grootte van het eiland. Hoe verder van het vasteland, hoe minder soorten er op het eiland terecht zijn gekomen en hoe kleiner het eiland, hoe minder er zich hebben kunnen handhaven. Ofwel: hoe verder van het vasteland en hoe kleiner het eiland, des te minder soorten kun je er verwachten.
De Kaapverdische eilanden zijn meest betrekkelijk klein, de grootste zijn amper twee keer Texel, en ze liggen tamelijk ver van het Afrikaanse vasteland af. Er zijn dus weinig soorten te verwachten, en dat klopte. In drie weken tijd kwam ik tot niet meer dan 35 soorten vogels. In Nederland spaar je die gemakkelijk in een middagje bij elkaar. Ik klaag daar overigens niet over want wat er wel zat was vanuit mijn West-Europees perspectief vrijwel altijd bijzonder. Maar het is natuurlijk bar weinig. En dat zijn dan nog vogels, die kunnen vliegen. Zoogdieren bijvoorbeeld kunnen niet vliegen en die zijn er dan ook nauwelijks, afgezien van de talloze geiten die overal het land kaalvreten, maar die zijn er door de mens gebracht. Slangen schijnen er helemaal niet voor te komen, hagedissen en dergelijke ook vrijwel niet. Het gevolg is dat lang niet alle ruimte, lang niet alle niches die het landschap biedt, door een aparte soort worden ingenomen. Er ontbreekt gewoon van alles, niet omdat er geen geschikt biotoop voor is, maar simpelweg omdat het nooit de eilanden heeft bereikt. En het lijkt erop dat de kaapverdische mus veel van die openstaande niches heeft ingenomen.
Grappig is dat zijn vocabulaire bijna net zo veelzijdig is als zijn biotoopkeuze. Meestal klinkt-ie als een wat afwijkende mus, maar soms dacht ik iets leeuwerikachtigs te horen en dat bleek dan toch een kaapverdische mus. Soms hoorde ik een snel gekwetter dat deed denken aan van die mediterrane grasmusjes: kaapverdische mus. En ook als je schelle fluittonen hoort of schor geratel, schrik niet, meestal is het alweer een kaapverdische mus.


11 augustus 2015


Meer lezen over Kaapverdië: zeldzaam?
Meer buitenlandse zaken: Wandelen en fietsen in Zuidwest Wales


zaterdag 27 juni 2015

Vreemde plekken

De menselijke natuur brengt af en toe vreemde plekken voort. Ingeklemd tussen de metro- en treinsporen van Amsterdam zuid ligt nabij station Duivendrecht een klein hoekje dat vergeten lijkt door de modernisering. In de schaduw van een hoog dubbel viaduct ligt een doolhof van brakke watertjes, verwilderde oevers, dood hout en weelderig struweel, waartussen naar verluidt de resten van voormalige volkstuintjes. Een scheef getrokken hekwerk, een vervallen schuurtje, houten beschoeiing, een stuk golfplaat, iets wat op een oude container lijkt en een houten vlonder van wat misschien wel een terrasje is geweest, allemaal tegen de achtergrond van rechtlijnig beton. Een geweldige plek, vind ik, ik hoef niet altijd maar schilderachtige natuur en ongerepte wildernis. Trouwens, het is behoorlijk ongerept hier, in de schaduw van de moderniteit die op gezette tijden boven ons langs snelt. Het zijn als het ware twee werelden: daar de bovenwereld, hier de onderwereld. Ik zal voor de verandering eens een fotootje plaatsen.

Het is zo’n plek waar je nooit zou komen, als er geen kwak had gezeten. Blij dus dat er een kwak zit. ‘Zo’n vogel is voor mij ook altijd een haakje om een leuke bestemming aan op te hangen. Ik bedoel, je komt nog eens ergens’, als ik even mezelf mag citeren. Zie hier. Je ziet jaren voor je van opbouw en verval, die als repeterende golven over de menselijke beschaving en haar nalatenschap heengaan. Prachtig is het. Die kwak trouwens ook.
















26 juni 2015


Meer urban birding: Urban birding


dinsdag 23 juni 2015

Zomer

Het is dan toch eindelijk zomer geworden. Nee inderdaad, dat zou je niet zeggen want nee, het weer is er nog niet helemaal naar, maar daar is al genoeg over gezegd en geschreven dus dat kan ik verder achterwege laten. Mij hoor je er ook niet over klagen. Zolang ik maar leuke vogels zie.
Je hoort wel eens : de zomer is een dode tijd, wat vogels betreft. Veel vogelaars stappen tijdelijk over op vlinders of libellen. Nou zijn vlinders en libellen ook leuk natuurlijk, maar deze zomer is daar minder reden voor dan ooit. Want we hebben het voor het kiezen. Woudaap, slangenarend, kleinst waterhoen, adult zomer rosse spreeuw, grauwe fitis: nog altijd verblijven de heerlijkste lekkernijen in ons land en dat betekent dat ik daadwerkelijk moet kiezen. Want ik kan dat toch echt allemaal niet bijbenen.
Gelukkig hoeft dat ook niet. Je kunt zelfs helemaal nergens voor kiezen natuurlijk. Maar zo’n vogel is voor mij ook altijd een haakje om een leuke bestemming aan op te hangen. Ik bedoel, je komt nog eens ergens.

Afgelopen dinsdagavond koos ik voor een noordse nachtegaal in de Kapittelduinen bij Hoek van Holland. Prachtige avond. Behoorlijk fris weliswaar, maar helder, en bijna windstil. We moesten een uurtje wachten, fitis, braamsluiper, grasmus, jagende torenvalk, een paar overtrekkende mantelmeeuwen, een paar vroege groepjes spreeuwen alweer, maar toen begon-ie toch te zingen, en daarna hield hij daar niet meer mee op. In elk geval niet voor we vertrokken waren. Uit volle borst, heet dat. Een ware happening in het verder steeds stillere duin. Ik heb iemand weleens horen zeggen dat-ie noordse nachtegaal nog mooier vond dan onze eigen nachtegaal, en na deze avond ga ik daarin mee. Het is heftiger, krachtiger, indringender. Trager ook, en een beetje lijsterachtig, met een zanglijster-achtige herhalingsstructuur en met tussendoor af en toe schorre ratels en scherp geknerp. Verderop hoorden we ook nog onze eigen nachtegaal zingen: vergeleken met noordse is dat toch een beetje nachtegaal light.
Niet alleen een mooie, maar ook een heel leerzame avond.

Vandaag (officieel begin van de zomer: wolkenvelden, buien, een frisse westenwind maar in de middag ook af en toe zon waartegen overigens de nog altijd overdrijvende buienluchten des te dreigender afstaken) koos ik voor roodpootvalk, een mooie tweede kalenderjaar man in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Ik ken het daar nog wel, na vorige week, dus de plek was gauw gevonden. De vogel was vanmorgen nog gezien dus dat moest wel goedkomen.
Beetje een herhalingsoefening: boomleeuwerik, boompieper, boomvalk. Diverse zoekende vogelaars maar nog niemand die de vogel had gezien. En geen waarnemingen meer sinds die van vanmorgen. Dan ga je toch twijfelen. Hij zou toch niet juist deze ochtend vertrokken zijn, met dat regenachtige weer? Of zou de waarnemer (tijdens zijn hardlooprondje dus geen verrekijker neem ik aan) een boomvalk voor een roodpootvalk hebben gehouden? Hij zou de eerste niet zijn. Maar toen, ik stond al een tijdje vanaf een duintopje het omringende duinland af te turen, toen zag ik ‘m. Eerst nog vrij ver weg maar allengs dichterbij: een rank valkje met smalle, spitse vleugels dat in snelle vlucht over de glooiingen joeg en tussendoor af en toe kort stond te bidden. Vrijwel geheel donker-leigrijs, zonder de voor boomvalk zo kenmerkende koptekening, zonder baardstreep en ook zonder streping op de onderzijde maar met de kenmerkende rode broek. Een prachtige man roodpootvalk. Het was aanleiding tot mijn allereerste zelf verstuurde alert, ook een memorabel moment, aangezien ik wist dat er meer mensen aan het zoeken waren en ik zelf ook wel blij geweest zou zijn met zo’n piepje in de rug. Even later zag ik verderop een groepje vogelaars intensief over het duinland staan turen. Ik weet niet of het een met het ander te maken had.
De verdere middag nog de nodige tijd besteed om te proberen de vogel nogmaals in beeld te krijgen, maar dat is niet meer gelukt. Heel erg gemakkelijk was-ie niet, vandaag. Mooie boomvalken en laag over het duin scherende gierzwaluwen waren voldoende compensatie voor alle inspanningen.

Volgende week maar eens de slangenarend doen? Of grauwe fitis, als-ie blijft zitten? Ja, zo komen we de zomer wel door. Voor je het weet is de najaarstrek alweer begonnen.

21 juni 2015

dinsdag 16 juni 2015

Scharrelaar

Van hoofdzaak naar bijzaak, zo verging het vandaag een roodmus in Katwijk. Hij zal daar overigens vast niet lang van wakker liggen.
Nadat ik ruim een week lang zo’n beetje alle goede soorten die gevonden waren (en dat waren er nogal wat!), had moeten laten schieten (overigens zonder al te veel spijt want weekendje Winterswijk en heerlijk avondje kanoën op de Kromme Rijn), wilde ik vandaag eindelijk weer eens iets scoren en de roodmus van Katwijk leek daarvoor de uitgelezen kandidaat: al weken aanwezig en nog iedere dag gemeld. Hij maakte de verwachtingen volledig waar: nog nauwelijks ter plaatse en ik hoorde hem al zingen. Nee, het was niet mijn nieuwe mobieltje, sinds kort ook voorzien van de in DBA-kringen inmiddels traditionele wake up-call bij meldingen van zeldzame vogels, hij was het echt. En al gauw had ik ‘m in beeld, dichtbij in een struikje.
Maar toen was het wel mijn mobieltje dat het welbekende roodmussendeuntje voortbracht: een alert. Nou is dat niet altijd wereldschokkend nieuws, maar dit keer wel: scharrelaar in de Amsterdamse waterleidingduinen!
Scharrelaar, dat is andere koek. Een topstuk en veel meer dan roodmus, immers een jaarlijkse verschijning in Nederland, het soort vogel waar ik, na gemiste vale gieren, blonde tapuit en griel, op gehoopt had: niet alleen zeldzaam maar ook een mediterraan sprookje, een vogel die de vergelijking met vale gier, blonde tapuit en griel wel aankan. En de Amsterdamse waterleidingduinen: dat is hier om de hoek! Ik was al halverwege, dacht ik. Dus nog maar net in Katwijk meteen weer terug naar Leiden, daar de trein naar … Kink in de kabel: geen treinen tussen Leiden en Haarlem vandaag.
Hoe nu?
Na enig studeerwerk besloot ik dan maar de trein naar Woerden te nemen, van Woerden de trein naar Amsterdam en van daar die naar Zandvoort. Keulen en Aken natuurlijk, maar om 10 voor 4 stapte ik in Zandvoort op mijn fietsje. De vogel was intussen geruime tijd zoek geweest, teruggevonden en hoog naar zuidoost gevlogen. Misschien achter het bos weer geland, maar misschien ook niet. Een hachelijke onderneming dus, maar wat voor keus had ik? In de Amsterdamse waterleidingduinen ben je vanaf Zandvoort zo en dat is eigenlijk op zich al mooi zat: avondwandeling door de Amsterdamse waterleidingduinen. Door het buitenduin (zingende graspiepers) en door het middenduin (zingende boompiepers). Duinprairies, verspreide struwelen, dichte bossen, kanalen. En volop voor een scharrelaar bijzonder geschikte locaties. Speld in een hooiberg. Boomleeuwerik, blauwborst, kort wielewaal, nachtegaal en een mooie man grauwe klauwier. Maar geen scharrelaar. Zowat twee uur gestaan op de plek waar de vogel vanmorgen ontdekt en later weer teruggevonden is. Boomvalk, koekoek, boomleeuwerik (mooi in een nabij boompje), maar geen scharrelaar. Al zowat drie uur op zoek, nul resultaat. Verder een leuke middag natuurlijk, maar het geloof raakte op.

Met de telescoop weer ingepakt op weg naar de uitgang gebeuren er bijna gelijktijdig twee dingen: verderop op een duintje zie ik Pieter van Veelen door een telescoop staan turen, en uit mijn mobieltje klinkt weer de roodmus. Pieter van Veelen: ‘Ik zie hem nu zitten!’ Right time, right place; neus in de boter: soms zit het mee. Even later sta ik naast Pieter en zie heel ver weg net onder de top van een markant, gekuifd bosje een blauw propje: scharrelaar! We wachten nog even tot wat meer mensen zich hier verzameld hebben en gaan dan wat dichterbij. Dat kan voorlopig nog veilig. Na enkele goede waarnemingen onderweg waarbij we de vogel onder andere prachtig zien vliegen, staan we uiteindelijk op een hoog duin op een wederzijds acceptabele afstand te kijken naar een schitterende scharrelaar die rustig en open en bloot in de bosrand tegenover zit. Een prachtig besluit van deze enerverende dag. De wandeling terug naar de fiets door het avondstille duin waarin steeds meer damherten zich bloot geven, is daarna een feestelijke gebeurtenis.


14 juni 2015