dinsdag 27 augustus 2013

Neus in de boter

Drie dwergsterntjes vlak langs de kade boven het Marsdiep en een bruinvis voor de monding van de veerhaven. Ze vormden de opmaat van wat een geweldige zomerdag op Texel moest worden. Want er waren de afgelopen dagen nogal wat leuke soorten gevonden op het eiland, met name op de noordpunt, en ik hoopte daar een graantje van mee te pikken.
Bij aankomst in ’t Horntje warempel regen, en de eerste kilometers fietsen richting Oudeschild druppelde het nog een beetje na. Daarna werd het droog. Vervolgens brak de zon door en tenslotte werd het warm. En dat is het de verdere dag gebleven. Een plasje met een paar kluten en rosse grutto’s, mooie groepen goudplevieren bij de Ottersaat, een tapuit langs de dijk en onder meer fraaie zomerkleed rosse grutto’s, een paar zwarte ruiters en wat juveniele krombekstrandlopers in Utopia: dat verliep allemaal voorspoedig. Maar van de grauwe franjepoot daar helaas geen spoor.
Met Utopia had ik zo’n beetje het noorden bereikt en kon de jacht beginnen. Naast de franjepoot waren het grauwe fitis, draaihalzen en vooral sperwergrasmus die me naar Texel hadden gelokt. Maar de grauwe fitis was net als de franjepoot vandaag niet meer gemeld, speuren naar trekkertjes achter het reddingsboothuisje leverde slechts een gekraagde roodstaart op en speuren rond de veldjes naast camping de Robbenjager zelfs dat niet. Geen spoor van sperwergrasmus of draaihals, beide daar nog deze ochtend gemeld. Zo dreigde het vandaag toch nog op een sof uit te draaien en ik werd daar eerlijk gezegd wel een klein beetje chagrijnig van.
Ik belandde bij de tuintjes, maar ook daar bleef de grote vondst uit. Leuk waren de paar zeer actieve bonte vliegenvangers en prachtig het paapje hoog in een struikje, en ik nam me al voor vandaag genoegen te nemen met gewonere aangenaamheden toen het bericht langs kwam dat de roodpootvalk die hier vanmorgen aanwezig was geweest, nog ter plaatse was op het strand.
En inderdaad! Neus in de boter deel 1: geweldige juveniele roodpootvalk, allereerst bovenop een richtingbord van Staatsbosbeheer hoog op het strand. Daarna uitgebreid rondvliegend en jagend boven strand en zeereep en af en toe op hekje of paaltje. Schitterende vogel, schitterend gezien, zowel vliegend als zittend en soms heel dichtbij. Heel mooi, en ook heel leerzaam. Details zoals natuurlijk de blonde kruin maar ook de fijne roestkleurige bandering op de bovendelen en de opvallend gestreepte bovenstaart waren prachtig te zien, details die beslissend zijn voor het onderscheid met juveniele boomvalk.
Wat volgde was neus in de boter deel 2: toen ik nog een laatste poging wilde wagen om bij de Robbenjager een sperwergrasmus te vinden, zag ik op de naastliggende dijk een groepje vogelaars aandachtig bijeen, kijkers en telescopen gericht. Belangrijke les voor de vogelaar: wil je vogels vinden, let dan ook op de vogelaars. Dus ik de dijk op en naar ze toe. Ze gebaarden me echter driftig naar opzij. Ik niet begrijp maar toen zag ik ‘m: een jager, plat op zijn buik in het gras vlak voor de heren (en een enkele dame). Toen ik me (via een omweg) bij hen had gevoegd bleek het nog een kleinste ook: scherp begrensde donkere kopkap, roomwitte wangen, lange staartpennen, fijne snavel. Even hief hij zijn vleugels en zagen we de bandering op de ondervleugels. Verder was zo goed als alles adult aan de vogel: een derde kalenderjaar, werd besloten. Een schitterende vogel, en zo mak als een lammetje. Hij was zelfs tot enkele meters benaderbaar, al heb ik dat niet uitgeprobeerd. Maar wat een plaatje! Nooit eerder zoiets meegemaakt. Uiteindelijk vloog de vogel op, zodat we ook nog uitgebreid konden genieten van een kleinste jager in vlucht: klein, tenger, veerkrachtig, en met die eindeloos lange verlengde staartpennen. Een ervaring om een leven lang te koesteren.
Dat ik daarna opnieuw geen sperwergrasmus of draaihals kon vinden bij de robbenjager, kon de pret niet drukken. Ik was vertrokken met vier leuke soorten in gedachten die ik alle vier heb gemist. Maar kwam thuis met twee fantastische en volkomen onverwachte waarnemingen. Daar moet je wel een soort van les uit kunnen trekken, al weet ik nog niet precies welke.


25 augustus 2013

Guimaraes

Plan je een dagje cultuur, een dagje stad, wordt je juist op die dag getrakteerd op zowat de leukste vogels van de vakantie tot nu toe. Want in Gandarela wachtend op de bus naar Guimaraes ineens een fraaie dwergarend boven ons. Eindelijk de dwergarend waar ik al anderhalve week vergeefs naar had uitgekeken. Eindelijk zo´n echte klasbak. En een schitterende vogel was het, een lichte fase met alles erop en eraan.
En op zomaar een toeristisch pleintje midden in het centrum van Guimaraes vlogen zomaar ineens een paar rotszwaluwen rond. Prachtig boven de toeristische drukte, boven de volle terrasjes. Stond ik daar, midden tussen de massa, door mijn verrekijker te turen.
Verder vlogen ook in Guimaraes de vale gierzwaluwen rond en cirkelde boven de stad een wespendief. Onder meer.

Maar een mens gaat natuurlijk niet naar de voormalige culturele hoofdstad van Europa om naar vogels te kijken. Zelfs een vogelaar niet, al kan die het natuurlijk niet laten. Wat Guimaraes zelf betreft: ook daaraan zou je gemakkelijk duizend woorden kunnen wijden, al zouden het andere woorden zijn dan die duizend woorden die voor Porto bestemd waren. Want Guimaraes is een heel andere stad, kleiner, bescheidener, landelijker bijna. Op veel plaatsen zie je de omringende heuvels en velden waar het arcadische Portugal stand houdt tegen de oprukkende stad. Maar ook Guimaraes heeft zijn glorieuze stadcentrum, zijn statige pleinen en brede boulevards, zijn monumentale kerken, zijn torens en zijn kastelen. Nou ja, één fraai oud kasteel, of wat daarvan over is: een robuuste vesting zonder franje, en één wat minder oud kasteelachtig geval met hoge schoorstenen als ornamenten. De straatjes achter de pleinen en de boulevards zijn smal en hoog, met smalle balkonnetjes met smeedijzeren hekwerk. Precies zoals we ze kennen van overal in Portugal, van kleine plattelandsdorpjes tot sommige buurten in wereldsteden als Porto en Lissabon. Een dag lang liepen we erin rond, genoten van de sfeer, van de drukte en van de overweldigende schoonheid die de menselijke beschaving heeft voortgebracht. Wat best wel een bemoedigend gegeven is: zo slecht kan de mens niet zijn als-ie zulke mooie dingen kan maken.
En we keerden weer terug naar ons eigen, tijdelijke Arcadië.

5 augustus 2013


Vogels



maandag 26 augustus 2013

Valbom

Quinta Valbom. Omlaag raak je verzeild in een echt paradijselijke vallei. Door weelderig hellingbos, langs een vervallen schuurtje hier en een sjiek landhuis daar, langs een handvol kromme olijven, druivenranken die over de weg gespannen zijn, een vervallen muurtje, een blaffende hond boven je, een groentetuintje, weer een paar olijven, een karig akkertje, hooimijten als beeldhouwwerken: dichter bij het paradijs op aarde kun je niet komen.
En omhoog betreed je weer die rauwheid van de hoogte: starre eucalyptusbossen, ruig en scherp genaald struweel en schrale vegetatie tussen grillige rotsblokken. Steile half kale hellingen badend in de zuidelijke zomerzon en verre zichten diep in het Portugese binnenland.
Ik weet het: iets dergelijks had evengoed over onze vorige camping geschreven kunnen worden of over zoveel andere plekken in elk geval in noord Portugal, maar op een of andere manier lijkt het hier wel nog confronterender, nog intiemer en tegelijk nog spectaculairder.
Tussen omlaag en omhoog in ligt onze camping, een berglandschap in het klein want de meer-dan-dagelijkse klim van de ingang, of zelfs al vanaf het toiletgebouw halverwege naar het bovenste terras waar onze tenten staan, is telkens een beproeving. Zeker bij 30 graden en zeker na een lange wandeling slepen we ons traag naar boven. En ook telkens weer die afdaling naar het weggetje, met het vooruitzicht van de onvermijdelijke klim daarna maar je moet wel want beneden net om de bocht telkens weer dat uitzicht: op de vallei, op de bergwanden tegenover met windmolens in top, op de echte bergen in de verte en op de Monte Farinha, die meestal als een eenzame en welgevormde kegel uittorent boven zijn omgeving.

Bijna overal zien we hoog op de omringende bergen de windmolens. Vanaf een mooi ruige helling aan voet van de bergen nabij Gandarela (waar ik trouwens ook mijn mooiste hoppen van de vakantie zag: twee bijeen vlak voor me op het pad en daarna, toen ze eindelijk waren weggevlogen, een derde, vermoedelijk hun jong) ging ik ze op een ochtend eens zitten tellen: ik kwam tot liefst 41. Terug op de camping deed ik dat nog eens over: vanaf het terrasje telde ik er zelfs 76.
Windmolens zien we overal waar we komen hoog op de heuvels, zij aan zij in het gelid zwaaiend met hun wieken. Maakt dat de bergen nou minder ongerept? vraag ik me dan af. Stoort dat de illusie van pure, rauwe natuur? Of accentueren ze die juist, vormen ze de kroon op het bergland? Hoe dan ook, we zullen eraan moeten wennen. De moderne tijd, de energie- en milieucrisis, die vraagt om windmolens en Portugal heeft blijkbaar gekozen voor windenergie om zijn wankele economie nieuw leven in te blazen en dat kun je alleen maar in ze prijzen. En waar vang je meer wind dan boven op de bergen?
Het zegt nog iets anders over Portugal, in elk geval over dit stuk Portugal: echt onbewoond, echt ongerept en vrij van menselijke invloed is het vrijwel nergens. Bijna overal is wel iets door mensenhand neergezet, ook al is dat vaak onaf en alweer vervallen. Kijk je om de bocht van het weggetje overdag neer op een idylle, op landelijkheid en lieflijkheid, ’s nachts zie je in en om de vallei zo veel licht dat het wel een wereldstad lijkt waar je op neerkijkt. Lichtjes tot hoog op de hellingen, lichtjes tot ver in het dal, en bovenop de heuvels de lichtjes van de windmolens.

4 augustus 2012


Guimaraes



donderdag 22 augustus 2013

Tijd

Tijd, bedacht ik een week geleden in de trein van Porto naar Vila Nova de Cerveira, tijd is het voorbij glijden van de eucalyptusbossen, de wijngaarden, de maïsvelden, de akkers, dorpjes en heuvels vanuit de trein van Porto naar Vila Nova de Cerveira. Onomkeerbaar, dacht ik toen nog, maar de kwantummechanica heeft toch gelijk: tijd is omkeerbaar. Tijd kan twee kanten op bewegen. Je hoeft alleen maar de trein terug te nemen. Sta je zo weer op Porto São Bento, zie je weer, als je even het station uitstapt, de stad om je heen oplichten in de laaiende zonneschijn. Zie je weer machtig op een heuvel de Kathedraal liggen. Zie je weer de drukke straten en de volle pleinen en enkele van de vele torens die verspreid staan over de heuvels van Porto.
In de trein naar Guimaraes ging de tijd weer verder. De bedoeling was in Porto de snelbus naar Gandarela te nemen. We hadden al uitgezocht waar en hoe laat maar de trein leek ons leuker. Stappen we in Guimaraes over op de bus, dachten we. Die vertrok in Porto een uur later dan de trein dus dat moest geen probleem zijn.
Dat bleek een vergissing: de trein van Porto naar Guimaraes is een boemeltje dat stopt op elk station, negentien waren het er, als ik me goed herinner. Bij aankomst in Guimaraes restte van dat uur nog een minuut of vijf. Net genoeg, hoopten we, maar helaas: de bus van Porto naar Gandarela stopt in Guimaraes niet bij het treinstation, maar een kwartier lopen verderop op het centrale busstation.
Gelukkig ging er nog een bus.

We reizen van de ene Hollandse enclave naar de volgende. Op internet op zoek naar rustige campings in Portugal, was er geen keus: allemaal van Nederlandse makelij. Leuke Portugese campings: ze zullen vast wel bestaan maar op internet vonden we ze niet. En zo leven we midden in Portugal toch grotendeels tussen de landgenoten. Je ziet dan wel het Portugese stedenschoon, je ziet het soms paradijselijke Portugese binnenland, maar wat maak je eigenlijk mee van het echte Portugal, van de Portugezen? Op het terrasje op de camping niets, hoe gezellig het er ook was. Renske en Esther demonstreerden hun zelf verzonnen Harry Potterkaartspel louter aan kinderen uit oer-Hollandse doorzonwoningwijken.
Het dichtst bij de Portugezen waren we nog in dat restaurantje in Porto vorige week, dat nou eens niet speciaal voor toeristen bedoeld was en waar we al om 5 uur terecht konden voor soep, voor de strikte vegetariërs een soort loempia’s en voor Esther patat. Gerund door een gezellige Portugese mama die af en toe zorgzaam kwam informeren of alles naar de zin was. Terwijl aan de muur de televisie het echte Portugal naar binnen bracht, wat niet veel erger was dan bij ons RTL of SBS, veronderstel ik.
Echt Portugees was natuurlijk wel dat oude vrouwtje, zo’n echt verschrompeld mensje vlakbij de camping in Candemil. Op een warme namiddag slenterde ik wat langs de dagelijkse vergezichten en verstapte me. Toen ik leek te gaan struikelen keek ze me aan. ‘Be careful’, zei ze. In het Engels!

2 augustus 2013


Valbom



dinsdag 20 augustus 2013

Zwembad

Je hebt altijd tussendoor zo’n luie zomermiddag dat de wereld ongemerkt door draait en ongemerkt het ons onbekende wereldnieuws uitbraakt en als oud nieuws achterlaat. Oud nieuws dat pas tot ons komt als we over zowat twee weken terug zijn in Nederland en al het nieuws dat ons bij vertrek nog bezighield, Chris Froome en Bouke Mollema, treinramp in Spanje en sluiting van hoerenboten in Utrecht, tot prehistorie is vermalen. Zo’n middag met als enige hoogtepunten een hoge wespendief en een koningspage, allebei vanuit het zwembad. Ruimschoots voldoende. Een heerlijke, echt originele luie middag dus. Ultieme vakantie, ook voor mij. Ook al moet dat wat mij betreft nooit langer duren dan die ene middag.
Maar dat zit wel goed. Want de afgelopen twee dagen flink geklommen. Sowieso kun je hier geen stap zetten zonder te klimmen of te dalen want geen meter is hier vlak, zelfs in de WC heb ik het gevoel dat de vloer een beetje afloopt. Al te hoog wordt het nooit, met een paar honderd meter maximaal heb je het wel gehad, maar dat is toch al genoeg om een zekere onherbergzaamheid te bewerkstelligen van rots en ruimte, half kale hellingen en eenzame, grillig gevormde boomlijken. Genoeg om ons een paar fraaie vergezichten voor te schotelen, diep het omringende bergland in en over het dal van de Minho heen tot aan de oceaan. Genoeg ook om verschil op te merken in aanwezige vogels. Zijn bijvoorbeeld rond dorp en camping hier en daar kleine zwartkoppen te vinden, boven doen provençaalse grasmussen hun intrede. Vliegensvlug zijn die en meestal alweer verdwenen voor je je kijker richten kunt, maar een enkele keer is er een vriendelijke provençaalse grasmus bereid even voor je te poseren en als je dan opschiet kun je even van ‘m genieten. Ook vlogen er op enige hoogte ineens een paar roodstuitzwaluwen tussen de zwaluwen rond. Erg ver boven dorp en camping waren we nog niet eens maar daar heb ik die nooit gezien. En grijze gors, ook zo’n soort waarvoor je een paar honderd meter moet zweten.
De gierzwaluwen die ik ineens hoog boven de bergen zag cirkelen, leken me gewone, al blijft dat lastig op die hoogte. Later beneden, in Vila Nova de Cerveira, zag ik ook vale. Het was bij het burchtje, vlak langs het spoor. De gierzwaluwen vlogen daar soms laag over of zelfs vlak langs je heen en geregeld zag ik er die alle kenmerken vertoonden die in Nederland vereist zijn om vale gierzwaluw te mogen noteren. In Portugal zal men zo streng wel niet zijn maar toch maakte ik er een sport van om de lichte kop te onderscheiden en het oogmaskertje, het donkere zadel en de donkere buitenste handpennen en zelfs iets van de geschubde onderzijde. Wat enkele keren prima lukte: zo mooi zag ik ze nooit eerder, al zal dat mede zijn geweest omdat ik eerder nooit zo goed als nu wist wat ik zien moest. Hoe meer men weet, hoe meer men ziet.
Zo waren we dus na een mooie klim, en vooral afdaling, aangeland in Vila Nova de Cerveira. Het stadje dat zich afficheert als kunstenaarsstadje en dat inderdaad in de burcht een originele verzameling moderne kunst herbergt. Een leuk stadje, met naast de oude burcht ook aan het hoofdplein het kerkje met de wulpse vormen die zo typisch zijn voor Portugese kerkjes maar tegelijkertijd zo in tegenspraak lijken met de vroomheid van het land. De smalle straatjes met steile gevels en smalle balkonnetjes met smeedijzeren hekwerk kennen we inmiddels: zo vind je ze in elke Portugese stad en in elk dorp.
Op de oever van de Minho hielden we ons onder meer bezig met het opbouwen van een Spanje-lijstje zonder een voet in Spanje te zetten. Blauwe reiger, aalscholver, boerenzwaluw. Wat ik ook zag waren zwarte wouwen. Onderweg waren er al vier fraai laag over ons heen gevlogen. Nu zag ik er diverse zowel boven Spanje als, aan de westkant van het stadje, boven de Portugese heuvels. Ze leken af en toe de rivier over te steken en in zuidelijke richting te bewegen. Alsof ze alweer op trek waren.

31 juli 2013


Tijd




zaterdag 17 augustus 2013

Tijd

Het eindeloos voorbij glijden van de eucalyptusbossen, de wijngaarden, de maïsvelden, de akkers, dorpjes en heuvels vanuit de trein van Porto naar Vila Nova de Cerveira: onomkeerbaar duikelen ze de vergetelheid in. Het is de tijd zelf die voorbij gaat. En dan denken wetenschappers dat tijd omkeerbaar is, twee kanten op kan bewegen? Ze zijn gek!
Inmiddels zitten we op de camping nabij Candemil in het uiterste noorden van Portugal. Met een beetje uitzicht zien we Spanje. De camping bestaat uit enkele etages boven zo’n typisch Portugees dal met opeenvolging van akkertjes, veldjes, druivenranken, olijfboomgaarden, groentetuintjes, huisjes, alles klein, alles kort na elkaar, als het ware opeengestapeld, terrasgewijs gerangschikt tegen de hellingen. En onder van die typisch Portugese hoogtes waar de rauwe natuur haar rechten herneemt: altijd gematigd, altijd kalm maar toch venijnig. Traag richten ze zich naar de hemel, kaal en uitzichtloos onder meedogenloze zonneschijn. In de verte zien we de ‘Mills on the Hills’: boven op de hoogste heuveltoppen staan ze in het gelid, een woud van reusachtige windmolens.
Boven dus een verlaten oord, maar hier een mooie, idyllische plek, een toonbeeld van Portugal. Met eucalyptussen, met kurkeiken, hier en daar een paar olijfbomen, af en toe een palmboom, vervallen schuurtjes, half afgebouwde huisjes, verwilderde tuintjes, noem maar op.
Met europese kanaries. Met graszangers: vond ik de eerste keer best verrassend, zo in de bergen, maar er zitten er veel. En met zwarte spreeuwen. Die waren leuk: zelden eerder zag ik ze zo veel en zelden eerder zag ik ze zo dat ik ook echt kon zien dat het zwarte spreeuwen waren en geen gewone: onberispelijk glanzend zwart met gele snavel en de jongen asgrauw en veel donkerder dan bij ons. Op een ochtend zag ik er drie mooi in het ochtendzonnetje samen met twee zomertortels. Dat zijn van die momenten die je bijblijven.
Ook kleine zwartkop hier, zo’n type waarbij je denkt: nu ben ik echt in Zuid-Europa! En ’s nachts de bosuilen die op heldere avonden volop roepen, en de nachtzwaluwen die hier blijkbaar geen vogels zijn van ongerepte heidevelden met struwelen en bosranden zoals bij ons, maar van cultuurland, hoewel dan weer wel een afwisselend cultuurland vol struwelen en bosranden.
Aldus de gewone, min of meer dagelijkse zaken hier in noord Portugal.

29 juli 2013


Zwembad



vrijdag 16 augustus 2013

Porto

Inmiddels twee dagen later weet ik dat het allemaal zo gewoon niet was in Porto. Niet alle gierzwaluwen bijvoorbeeld waren gewone gierzwaluwen. Toen ik gisterochtend voor ons vertrek naar het noorden vanaf de kade van de Douro nog eens goed keek naar de vogels die geregeld boven me vlogen en de rivier leken over te steken op weg naar het zuiden (waren ze al op trek? vroeg ik me nog af), zaten er toch wel erg bruine exemplaren tussen. Ook zag ik geregeld een nogal uitgebreide lichte keelvlek. Af en toe leek wel de hele kop licht, waarbij soms nog net iets van een donker oogmasker zichtbaar was. En waren misschien toch de vleugelpunten niet wat breed? Toen we even later op de bus stonden te wachten, zag ik er ook enkele laag overvliegen: onmiskenbaar vale gierzwaluwen.
Verre van gewoon, althans vanuit ons Noordwest-Europese perspectief, waren ook de spreeuwen die scholen in de dennenbomen verderop langs de kade. Dat waren zeker geen gewone spreeuwen, want die komen hier helemaal niet voor. Ik hoorde meer dan ik er zag maar de scherpe, bijna neurotische kreten die af en toe klonken, hoor je bij onze spreeuwen niet. Althans niet in die mate. Zwarte spreeuwen dus.
En de vale pijlstormvogels die ik vrijdagavond vanaf de punt van het piertje aan de monding van de Douro over zee had zien vliegen, waren al helemaal niet gewoon, wat mij betreft. Wat een fantastisch moment toen ik die eerste vogel in snelle vlucht laag over zee zag vliegen en me begon te realiseren dat ik misschien wel naar een vale pijl stond te kijken. Daarna volgden nog enkele groepjes, sommige wat dichterbij en mooi karakteristiek met tussen de snelle vleugelslagen door korte glijfases. En intussen toonde zich de power van de oceaan: er stond weinig wind maar toch zag je soms de zee tegen de pier opkruipen en over het beton spoelen en de golven meters hoog opspatten, alsof er windkracht 6 stond.

Wat die duizend woorden betreft: ik denk niet dat ik die ga halen maar Porto is ze alle duizend waard!

28 juli 2013


Tijd