woensdag 13 augustus 2025

Mission accomplished

Vandaag, een onberispelijke dag zonder regenkansen, eindelijk de wandeling gemaakt die ik al zowat twee weken in mijn hoofd heb zitten: zigzaggend door ons bos omhoog en daarna op het weggetje naar rechts tot je niet meer hoger kunt. En het was misschien niet helemaal wat ik in gedachten had, een mens verwacht nou eenmaal bijna altijd meer dan realistisch is, maar het was een prachtige wandeling, de uitzichten op de omringende, deels nog besneeuwde bergen waren fenomenaal en ik benaderde de 2000 meter, waar al paradijselijke bergweiden tussen de bosranden scholen, met gele gentianen en alpenmarmotten. Boven de nabije bosrand zag je al de stenige weiden op de rotsen doodlopen en hoorde je af en toe het gefluit van de marmotten. Waar het weggetje alweer was begonnen te dalen en een wilde bergbeek overstak, ben ik omgekeerd. Mission accomplished.
Wat niet onvermeld mag blijven: terwijl al jaren niemand hier kortsnavelboomkruiper meldt, heb ik die al een aantal keer toch echt gemeend te horen. Maar je twijfelt dan toch. Dus toen ik die in de afdaling opnieuw dacht te horen, even stil blijven staan en al gauw kwam er een boomkruipertje aanvliegen en kroop even vrij zichtbaar tegen de boom. Ik had het dus goed gehoord. Verder lieten de notenkrakers zich goed horen en één keer ook aardig zien, en had ik weer dichtbij mooie vlindertjes. Maar geen een 
die ik niet al kende, had er niet eens de identifier van Obsmapp voor nodig.

Donderdag 10 juli 2025

Meer Val Sinestra: Afscheid







's-Charl

Een schitterende dag! Als dat ooit van toepassing is, dan vandaag. Vandaag misschien wel de mooiste wandeling gemaakt van de hele vakantie. Die begon met een spectaculaire bustocht: van onze berg af, door Sent, dwars door het dal, over de Inn heen en langs steile bergwanden en peilloos diepe afgronden en langs een wilde bergbeek omhoog diep het bergland in aan de overkant van het Inn-dal, tot aan het nietige en onbeduidende 's-Charl, op 1800 meter hoogte inmiddels. Daar begon de wandeling.
Over een breed en tamelijk comfortabel grindweggetje klommen we heel geleidelijk omhoog, langs half open arven-bossen met hun ronde boomtoppen en langs een wilde bergbeek die zich slingerde door bloemrijke hellingweiden en meestal alle stilte van de hooglanden overstemde. Om ons heen zicht op hoge en ongenaakbare, deels besneeuwde toppen. Hier beneden blauwe monnikskap, moeraskartelblad en witte nieswortel, ik noem maar wat, en geleidelijk steeds meer brede orchissen. Dat was hier de standaard-orchidee, wat een opvallend verschil is met bij ons waar massaal de bosorchissen staan. Vlak langs het pad een paar mooie sijzen. Een mooie goudvink ook. Af en toe gekrijs van notenkraker. En toen hoog boven ons, boven de hoogste hellingen een grote roofvogel. Een imposante gestalte met brede, diep gevingerde vleugels. Af en toe zichtbaar tegen de achtergrond van de bergkam toonde hij een overwegend donkerbruine verenkleed. Steenarend. Was het wéér gebeurd! Maar dat was nog niet alles. Toen ik daar even later opnieuw een grote, breed gevleugelde rover zag, zag ik ook tweekleurige vleugels: lichtbruin met donkere pennen. Dit was geen steenarend, dit was vale gier! Ik zag er nog een en nog een derde en eentje ging er in de hoge bergweide zitten. Heel ver weg maar op de een of andere manier zag ik er toch een gier in. Steenarend en vale gieren dus: dit was wel even een memorabel momentje.
Verder omhoog. Naast en onder ons kronkelde de beek door bergweiden tussen roerloze bosranden. Daarna weer door fraai half open bos. Tenslotte opende het landschap zich en betraden we de hoogste alpenweiden die glooiend opklommen naar de voet van het hooggebergte. Met gulle overvloed stegen groene hellingen op uit diepe valleien en mondden uit in grijze hoogtes, grillige bergkammen en gekliefde kale rotsen. En ver, ver boven ons plooide zich het vorstelijk kleed van de besneeuwde toppen. Het was een uitbarsting van geologische daadkracht, van exorbitant natuurgeweld. Het was een stukje paradijs op aarde. Je zou daar nog iets over willen zeggen, iet over ongereptheid en oneindigheid, eenzaamheid en verlatenheid maar de woorden schieten me niet te binnen.
Wat vogels betreft: grote lijsters, overvliegende kruisbek en witte kwikstaart. Niet voor het eerst niet echt de soorten waar je op zo’n plek op hoopt. Naar beneden voelden we de kou, want er woei een koude wind en die stond nu tegen. Zomers is het sinds gisteren niet meer. Slechts af en toe scheen op ons de zon, die wel hier en daar prachtig de sneeuwbergen belichtte.
Beneden, na een smakelijk intermezzo in een restaurantje, bij de parkeerplaats waar we waren afgezet en weer zouden worden opgehaald, nog een mooie citroensijs als toetje. Mag niet onvermeld blijven.

Aan de eettafel deelden we ‘s avonds weer elkaars ervaringen. Het is daar elke dag een beetje baas boven baas. Vandaag bijvoorbeeld vertelde Pim van haar belevenissen. Ze had weer een hoge en verre tocht gemaakt. Zoals elke dag. Da’s een echte bikkel, daarbij vergeleken zijn wij doetjes. Ik heb daar vrede mee.

Woensdag 9 juli 2025

Meer Val Sinestra: Mission accomplished







Sneeuw in de bergen

Stortbui gisteravond + veel regen afgelopen nacht + sterk gedaalde temperaturen = sneeuw in de bergen. Het uitzicht op het omringende bergland boven ons was dan ook drastisch veranderd. Voor zover dat bergland zichtbaar was althans. Dat was het aanvankelijk meestal niet maar als de bergtoppen tussen de omvangrijke wolkenvelden heen glipten, glansden de witte koppen ons toe. Prachtig was het, en op een bepaalde manier indrukwekkend. Ze leken van karakter veranderd, grimmiger, maar ook majesteitelijker, als een wispelturige elfenkoning.
Vandaag was de gevreesde regendag die we al een paar dagen hadden zien aankomen en die ondanks de onbetrouwbaarheid van de weerapps toch gekomen was. Ze hadden warempel gelijk gekregen. Overigens viel die regendag overdag erg mee: soms regende het, maar zelden hard, en soms was het droog. Wel was het een heel stuk kouder dan de afgelopen weken en voor het eerst betaalde de tactiek van veel laagjes zich uit: met T-shirt, blouse, sweater, zomerjas en regenjas over elkaar voelde ik me behaaglijk. Maar we waren er dus niet voor thuisgebleven: om een uur of twaalf waren we op weg gegaan naar Sent. We hadden de hoge route genomen: eerst zigzaggend door ons bos omhoog en daarna over het weggetje boven linksaf, eerst nog verder omhoog en daarna omlaag. Het bleek een goede keus want het was een prachtige wandeling. In de meestal druilerige regen wandelden we door steile en weelderige hellingbossen vol orchideeën en parnassia onder meer, maar ook, waar de helling even pauze had genomen, langs onder andere omstandigheden vermoedelijk idyllische bergweiden met een paar paarden erin. Alles met toenemend zicht op de besneeuwde hoogtes om ons heen. We kwamen uit op het bekende weggetje van de bus maar namen daarna nog een alternatieve route naar Sent, boven de gewone weg over fraaie alpenweiden vermengd met een netwerk van bosjes. Verderop een open bosrand waarachter zich het duistere hellingbos schuil hield, hier een familie grauwe klauwieren en voor ons Sent tegen de achtergrond van de immer imposante bergketen langs het Inn-dal.
Op dat moment werd het idee geboren om de sneeuw van dichterbij te gaan bekijken. We namen de bus naar Scuol en de gondellift dwars door een wolkenveld dat ons tijdelijk elk zicht ontnam en stonden om kwart voor 4 op de hoogvlakte, waar we nog een klein stukje omhoog wandelden. Eerst was het er nog mistig maar geleidelijk verschenen er schimmige, rijkelijk besneeuwde hoogtes en uiteindelijk stonden de hoogste sneeuwbergen glashelder voor ons. Schitterend! Als dat woord ooit van toepassing is, dan wel nu.
Om kwart over 4 namen we de lift weer omlaag.

Dinsdag 8 juli 2025

Meer Val Sinestra: s-Charl







Guarda

Het was tijd voor een stukje cultuurhistorie: met de trein naar station Guarda, wat op zich al cultuur was en ook leuk want al was het maar een kwartiertje, toch een stukje dwars door het Zwitserse bergland, en daarna naar Guarda geklommen en door en rond Guarda gewandeld. Niet ver en niet extreem hoog, maar wel weer erg mooi. Het was een overwegend zonnige dag met pas aan het eind van de middag een felle onweersbui waarop een regenachtige avond volgde. Maar dat deerde ons niet want toen waren we allang weer terug in ons hotel.
We begonnen toch weer met Natuur: de klim naar het stadje voerde door steile, bloemrijke bergweiden. Het was weer bepaald een uitdaging: het ging over een steil klimpaadje en in een mum van tijd hadden we 200 meter overbrugd. Maar wel een uitdaging die loonde, en niet alleen omdat we Guarda bereikten want: apollovlinder! Twee keer zag ik deze mastodont onder de vlinders langs vliegen en daarmee had ik alweer een van mijn grote wenssoorten binnen. Opvallend waren daarnaast de diverse bergfluiters die al beneden aan de helling zongen. Op zeker moment hoorde ik vier verschillende. Tot nu toe was die best lastig geweest, maar hier dus niet. Verder was het een prachtige alpenweide vol met prachtige alpenbloemen en riep in de verte af en toe grijskopspecht.
Daarna was het tijd voor Guarda. Guarda is gewoon een mooi, idyllisch dorpje. Vol met schattige huisjes en een schattig kerkje, een schattig streekmuseumpje over lokale cultuur en lokale kinderverhaaltjes, steile straatjes omhoog en omlaag en aan de muren schilderingen en reliëfs (sgraffito). Sgraffito is een techniek waarbij bovenop de grondlaag een anders gekleurde laag wordt aangebracht, waarna die nieuwe laag gedeeltelijk wordt weggekrast en er zodoende een patroon ontstaat. Guarda staat erom bekend. Cultureel erfgoed dus.
Guarda is gelegen in een soort kom in het bergland en is omringd door glooiende en af en toe bloemrijke bergweiden, waarna aan alle kanten het hooggebergte haar rechten weer opeist. Er waren zingende europese kanaries en enkele overtuigende italiaanse mussen en in de alpenweiden buiten het dorp onder andere bossen gele monnikskap met enkele blauwe ertussen. Allebei erg giftig. Ook hier zong bergfluiter. En zo sloten we toch weer af met de natuur. Terug omlaag in de bergweide was het weer een feest van apollovlinders. Eentje zat er amper enkele meters voor ons op het paadje. Zo zie je zo’n iconische soort natuurlijk het liefst.

Maandag 7 juli 2025

Meer Val Sinestra: Sneeuw in de bergen







Zuort revisited

's Morgens eerst een tijdje doorgebracht bij de sneeuw langs het weggetje boven het hotel. Weer vergeefs op grote ijsvogelvlinder gewacht. Wel onder andere bleek blauwtje, matkop, twee raven en twee rotszwaluwen die achter twee raven aanjoegen. Er was overigens veel minder sneeuw dan een week geleden, maar dat sneeuw in de zomer smelt, mag natuurlijk geen verbazing wekken.
Daarna een herhaling, want zonder bustochtje zijn de mogelijkheden hier beperkt en vandaag geen bustochtje dus met onder andere een paar nieuwe (Pim en Helene, allebei vrouw moet ik daarbij zeggen; de eerste contacten zijn dus alweer gelegd) en oude (Ingrid) hotelgasten de wandeling naar Zuort gemaakt. Over de klimpaadjes door het hellingbos, over de twee hangbruggen en over de alpenweide naar dat bijna onwerkelijke paradijsje uit een reclamefolder van het Zwitserse toeristenbureau. Overwegend als een paar dagen terug, met volop zon maar met net wat meer dreigende wolkenvelden boven de bergen en zelfs een buitje tijdens het terrasje met apfelstrudel. Wat nieuw was: mountainbikers die ons passeerden, ook over de klimpaadjes in het steile hellingbos. Die moesten dus ook op de fiets langs die smalle richeltjes waar wij voetje voor voetje langs de kale rots schuifelden. We konden het nauwelijks geloven. Nou ja, zelf weten.
Ook de terugweg hetzelfde, over de fraaie venige helling, over hetzelfde weggetje dat verderop weer langs de sneeuw voert, en over dezelfde zigzagafdaling door het steile bos afgedaald naar ons hotel. Onderweg onder andere rotsvlinder. En gepauzeerd op een bankje waar Obsmapp een grote parelmoervlinder vaststelde en een spannende, harige drol lag waarop de vlinders wel leken vastgeplakt. Ze lieten zich tot op een decimeter benaderen dus dat was makkelijk scoren met Obsmapp. Die wist vijf soorten te onderscheiden: bos- en woudparelmoervlinder, klaver- en vals bruin blauwtje en grote erebia. Verderop bij de sneeuw nog een massa blauwtjes plus een paar spikkeldikkopjes die Obsmapp wist te determineren als groot spikkeldikkopje. Het was met twee lifers dus niet alleen maar een herhaling geweest.

Zondag 6 juli 2025

Meer Val Sinestra: Guarda




Rustdag

We hielden een soort rustdag vandaag. 's Morgens een dik uur met telescoop bij het keerpunt van de bus gestaan. De lucht begon al gauw wat te betrekken en al waren de voorspellingen van buienradar (urenlang regen) aantoonbaar overdreven, de kansen leken dus niet al te gunstig. Of het daaraan lag weet ik natuurlijk niet maar ik kwam dit keer niet verder dan een buizerd. Met Harriët op het terrasje aan de andere kant naast het hotel wel een notenkraker die over het dal vloog en zo vaak zie ik die hier niet, al hoor ik ze iedere dag.
Daarna geruime tijd op mijn kamer verbleven. 's Middags weer even naar het riviertje. Was weer genieten (groot geaderd witje, bruin dikkopje, boswitje, klaverblauwtje) maar iets nieuws leverde het niet op. Ook nog effe met de bus heen en weer naar Sent geweest, voor een paar kleine boodschapjes en een korte rondwandeling. Onder andere een grote tuin/stuk privébos op steile helling, met kunstobjecten bij rijkeluishuis waar onder andere bergfluiter zong en riep. In de eetzaal nog steeds rust en stilte. En tenslotte 's avonds in schemer nog even hoog boven het riviertje gestaan, wat gewoon mooi was, met dat late avondlicht.

Zaterdag 5 juli 2025

Tekening van Harriët

Meer Val Sinestra: Zuort revisited







Gondellift 2

Vandaag weer omhoog, was het plan: weer naar Scuol en daar met de gondellift naar boven. Want gisteren beloofde vandaag een mooie, droge en overwegend zonnige dag te worden zonder onweersdreiging. Zorgeloos wandelen dus. Maar vanmorgen was het grijs en regende het en stond er toch weer een enkel bliksempje ingetekend in de weersvoorspelling van buienradar. Twijfels dus. Maar naar boven gaan kostte niets (en dat bedoel ik niet alleen financieel) (tenzij de bus in het ravijn stortte natuurlijk) dus we gingen. Boven zouden we wel verder zien.
We waren met Ingrid die we tot nu toe nog niet echt hadden leren kennen maar die net als wij nog een weekje blijft. Dat schept een band. Boven was het zo goed als droog. De wereld zag er daar nu wel heel anders uit dan een paar dagen terug. Wolkenflarden hingen onder ons en de toen zo robuuste bergketen aan de overkant ging voor een deel schuil en leek soms wel te zweven. Ineens oogde het in plaats van massief en ontzagwekkend eerder licht en luchtig. Ook aan onze kant ging het landschap soms schuil achter wolkenflarden maar het was er niet minder fraai om. Fraaier misschien wel, het werd er bijna sprookjesachtig van. Twee heerlijke notenkrakers lieten zich prachtig zien en onderstreepten op een of andere manier nog die sfeer. Daarmee ging ons dagje in de wolken geweldig van start.
Bij restaurant Prui brak voor het eerst de zon door en dat was de opmaat voor een fantastische wandeling omhoog waarop ik zowat alles zou zien wat mijn hartje begeerde. Al meteen hoorde ik een spannend roepje en zag een groene vinkachtige vogel waarin ik grijstinten meende te zien aan de kop: leek me citroensijs. Heerlijke soort. Al gauw volgden paapjes, veldleeuwerik en alpenkauwen; die laatsten buitelden boven de hogere hellingen, lieten geregeld hun zwepende roep horen en bevestigden aldus mijn vermoeden van een paar dagen geleden. Hogerop veranderde de soortensamenstelling: paapjes werden tapuiten en waterpiepers en grote lijsters werden steeds talrijker. (Grote lijster als kenmerkende soort van het hooggebergte, dat had ik niet zien aankomen.) Er waren zwarte roodstaarten en er waren alpenmarmotten. Geregeld hoorde ik hun gefluit en af en toe lieten ze zich fraai zien. Het hoogtepunt volgde toen ik op de bedrading van de stoeltjeslift verderop een grijsbruine vink zag zitten met wat wit in zijn kleed, even moest ik aan klapekster denken maar toen-ie wegvloog bleek-ie ineens enorme bijna vleugelvullende witte velden in de vleugels te hebben. In de Marokkaanse woestijn denk je dan witbandleeuwerik, in de winter op het strand van Schiermonnikoog sneeuwgors maar ik was hoog in de bergen van Zwitserland en daar kan zoiets alleen maar sneeuwvink zijn. Hoe lang was dat al niet geleden? Verder naar boven geklommen en daar nog een tijdje gewacht en gespeurd maar niets dan kneuen, tapuiten en waterpiepers. In de afdaling nog onder andere fraai roestbladig alpenroosje en volop vanilleorchissen die ik tot nu toe nog over het hoofd had gezien.
Intussen scheen meestal de zon maar nog steeds dreven er steeds weer wolkenvelden laag over en hingen die ook voor de bergen aan de overkant, zodat je geregeld zonbeschenen stukken berg als luchtkastelen zag zweven tussen de witte wolkenwaas. Op het terras genoten van het uitzicht plus een welverdiende cola met apfelstrudel. Waarbij ik ook nog twee fraaie citroensijzen zag: welkome bevestiging van de vogel van vanochtend. Waarna we de lift omlaag namen en terugkeerden op aarde.

Gegeten in een zowat lege eetzaal, op andere dagen zo levendig. De eetzaal waar ’s avonds altijd de ervaringen van de voorbije dag worden uitgewisseld. Nu met Ingrid, met wie we geen ervaringen hoefden uit te wisselen, en met Catharina, die ook nog een weekje bleef maar die de meeste dagen het hotel niet uitkomt. De tweede eetzaal was helemaal leeg en waarschijnlijk afgesloten. Het was bijzonder en het was wennen, maar het is maar voor even. 's Avonds nog een tijdje op het bankje bij en op het bruggetje over de beek gezeten. Gewoon gekeken naar het omlaag denderende water, naar het hotel boven ons, naar de bergen daar nog boven en naar de rotszwaluwen die daartussen rond vlogen.

Vrijdag 4 juli 2025

Meer Val Sinestra: Rustdag