Verder naar het noordwesten de IJssel volgend kwam ik in de Vreugdenrijkerwaard terecht. Ik ken de Vreugdenrijkerwaard nog van een taigastrandloper alweer vele jaren geleden, de eerste en nog altijd enige voor Nederland. Nederland is inmiddels bezaaid met van die plekken die je kent van een of andere zeldzaamheid ooit. Met herinneringen aan schemerochtenden dat je in grote haast de dijk beklimt, aan rijen van honderden vogelaars die zij aan zij over hun telescoop gebogen staan, en aan de euforie toen je de vogel in beeld had en de hele dijk feest vierde. Herinneringen die met kleine variaties van toepassing zijn op tientallen plekken in Nederland. En het worden er nog altijd elk jaar meer, getuigen van een leven lang vogelen.
Vandaag was er minder te beleven in de Vreugdenrijkerwaard en waren er ook heel wat minder vogelaars. De meeste vogels zaten ver weg maar mijn tweede doelsoort zat dichtbij langs de dijk: een kleine zwaan die meest met zijn kop in de veren zat maar als-ie hem eruit haalde mooi en in vol ornaat zichtbaar was. Waarmee deze bescheiden vogeldag succesvol kon worden afgesloten.
De dag had overigens nog een mooie bonus in de aanbieding: ergens tussen hier en de dijk aan de overkant, een kilometer of zo verderop, moest zich een steltkluut bevinden. Steltkluut is altijd een leuke soort maar begin maart bepaald een opzienbarende. Eerst geprobeerd hem van deze kant af terug te vinden maar de afstand was te groot, het licht teveel tegen en er waren teveel obstakels die een deel van de vogels daar in de verte aan het oog onttrokken. Een omweg via Zwolle bracht me op de zuidelijke IJsseldijk. De vogels zaten er dichterbij en de zon stond achter je en na enig zoeken vond ik de steltkluut terug. En zo stond ik al op 1 maart te kijken naar een prachtige steltkluut, iets waarop ik andere jaren tot minstens half april moet wachten. En was het me toch weer gelukt een leuke en vogelrijke bestemming te vinden.
1 maart 2026
Taigastrandloper
Geen opmerkingen:
Een reactie posten