Het was vandaag de tweede keer ooit dat ik in Hardenberg uit de trein ben gestapt, en tevens de tweede keer dat dat een stevige dip tot gevolg had. Jaren geleden alweer was ik er vergeefs op zoek naar mijn eerste ringsnaveleend, in de Overijsselse Vecht. Dat is later nog helemaal goed gekomen. Dit keer is dat nog maar de vraag. Want na 10 kilometer fietsen door grauwe velden onder grijze luchten, urenlang vergeefs op zoek geweest naar de hutchins canadese gans die de afgelopen dagen verblijf hield tussen de rietganzen in Het Bovenveld bij Kloosterhaar. Hutchins, ondersoort van kleine canadese gans, is de enige van het cohort canadese ganzen die verondersteld wordt Europa als wilde vogel te kunnen bereiken en daardoor telbaar is. Nou is telbaarheid natuurlijk maar een boekhoudkundig gegeven, maar het gevoel dat je bedwelmt als je kijkt naar een (mogelijk, moet je er altijd bij zeggen) wilde vogel, dat is toch heel anders dan als je kijkt naar een vogel kijkt die uit een kooi komt.
Hard gezocht, en ik was niet de enige. Honderden toendrarietganzen, prachtige toendrarietganzen want dat vind ik een fijn gansje, maar we konden er geen canadees tussen vinden. Dat wordt nog even wachten op mijn eerste hutchins, als-ie al ooit komt. Hardenberg intussen blijft zitten met een beroerde reputatie, al weet Hardenberg zelf daar niets van.
Nou stond hutchins canadese gans niet eens heel hoog in mijn ranglijst van gewenste soorten (toegegeven, dat stond brileider ook niet, maar dat was om een heel andere reden). Maar als er dan eentje gemeld wordt, enkele dagen stabiel op een voor mij goed bereikbare locatie (nadat ik hem vorig jaar had laten schieten omdat-ie juist nooit stabiel op een voor mij goed bereikbare locatie zat), ja, dan gaat er op een gegeven moment toch iets kriebelen. Wel een nieuwe soort immers, een echte lifer want ook nog nooit in het buitenland. Dus dan besluit je toch maar te gaan en is dat besluit eenmaal genomen, dan wil je hem natuurlijk hebben ook. Dan ontstaat er een bijna fysiek verlangen naar iets waar je eerder nooit naar verlangd hebt.
Het was me niet gegund maar ik kon daar dus wel mee leven. De troostprijzen waren bovendien meer dan acceptabel. Nog afgezien van de rietganzen. Op en rond de akkers overwinterden geelgorzen en onderweg had ik onder andere grote lijster, groene specht en twee kleine rietganzen tussen de riet- en kolganzen. En toen terug in Hardenberg een rode wouw overvloog, was alles vergeten en vergeven en was het met de reputatie van Hardenberg ook wel weer oké. Want met een rode wouw op zak is klagen natuurlijk verboden.
13 januari 2026
Meer dips: Noordbroek
Mijn weblogkasteel
Geen opmerkingen:
Een reactie posten