Dat is inmiddels drastisch veranderd. Inmiddels is grijze wouw een soort waarvan er jaarlijks ruimschoots meer dan tien gezien worden en hoef je nooit lang te wachten op een herkansing. Desondanks ging ik vanavond na de melding van een geval bij mij om de hoek, gauw nog even op pad om dit buitenkansje op te strijken. Wat prima lukte: hij zat rustig om zich heen te kijken hoog in een boom in de Veenderij, rietland in de Bethunepolder nabij Maarssen. Mijn achtste in Nederland alweer.
Het was een aangenaam toetje na een lange dag. We hadden vandaag een excursie met Vogelwacht Utrecht naar Zeeland. In mei een hele dag in Zeeland, dat moest een 100-plusser kunnen worden, vond ik. Dus ik nam me voor om van deze dag een complete vogellijst te maken en begon onderweg naar de vertrekplaats al te tellen. Bij vertrek daar stond de teller al op 25.
Er werd ons deze dag een uitzonderlijk goede timing in de schoot geworpen. Vooraf was voor vandaag veel regen voorspeld en inderdaad regende het gestaag onderweg naar Zeeland. Maar toen we een tussenstop maakten aan het Krammer was het al bijna droog en die laatste druppels deerden ons niet want we hadden vanuit de auto mooi zicht op de Plaat van Oude Tonge en op de bonte strandlopers, de bontbekplevieren en de schitterende zilverplevieren in zomerkleed aldaar op het slik. Met ook nog een dwergsterntje foeragerend boven een natte kreek stond de teller nog voor we de beoogde startlocatie bereikt hadden, al op 39. En toen we in het desbetreffende duinland op Walcheren gearriveerd waren, scheen de zon. Het was ons hier om bijeneters te doen, en bijeneters kregen we. Volop zelfs. Hier twee liefkozend in een struikje, daar een paar zonnend in een boomtopje en ineens een heel stel tegelijk in de lucht. Tellen was lastig maar een stuk of vijftien waren het er zeker. En allemaal prachtig van kleur, als vliegende regenboogjes. De bonus mocht er ook wezen: een fraaie wespendief cirkelde boven ons rondjes toen we weer op weg waren naar de uitgang. En de teller stond op 64.
Zo voortvarend als deze start ging het daarna niet meer. Ons bezoek aan Neeltje Jans was eigenlijk zo goed als vergeefs, al is een kleine zilverreiger, op een strekdam in wat de Betonhaven schijnt te heten, natuurlijk altijd leuk. Ook de noordelijke Prunjepolder leverde behalve een paar handen vol kluten weinig op. Een gebiedje met de raadselachtige naam Gasthuis Bevang bij Zierikzee moest de kar weer lostrekken. En dat lukte aardig: nog meer kluten, zingende veldleeuwerik, dwergstern, twee zwartkopmeeuwen en vooral: strandplevier, ook een van de doelsoorten vandaag. Eerst zagen we ze ver weg trillend in het felle zonlicht. Later zagen we er drie ietsje dichterbij maar vooral toen een opkomend regenfront ons de zon benam, waren ze ineens glashelder zichtbaar, compleet met onderbroken borstbandje en zandkleurige bovendelen. Met 85 op de teller leek de honderd binnen bereik, hoewel dat opkomende regenfront ons wel de auto’s in dwong. Maar toen we bij de Heerenkeet uitstapten, was het alweer droog.
De zuidelijke Prunje leverde na onze pauze niet zo veel opzienbarends op maar de Flauwers- en de Weversinlaag aan de andere kant van de dijk wel, wat mij betreft: prachtige groepen van honderden overtijende zilverplevieren en rosse grutto's, allemaal pronkend met hun zomeroutfit, een noordse stern en een dwergstern, een paar zwartkopmeeuwen en een kleine strandloper, onder meer. De teller reikte echter niet verder dan 89 soorten en met alleen de Brouwersdam nog te gaan leek de honderd nu wel buiten bereik.
De Brouwersdam leverde geen nieuwe dagsoorten meer op. Niet de gehoopte zwarte zeekoet en ook verder niets dan een lege zee. Het was er februari niet, dat was wel duidelijk. En op de terugweg regende het weer. Met nog knobbelzwaan en purperreiger vanuit de auto leek de dag te eindigen met 91 soorten.
Vanavond bij de grijze wouw scheen de zon weer dunnetjes door het wolkendek. Ik ging nog maar even door met tellen en inde naast grijze wouw nog soorten als bosrietzanger, snor en sprinkhaanzanger, maar de honderd haalde ik net niet. De teller bleef steken op 98, wat eigenlijk best mager is voor zo’n lange en vogelrijke dag. Maar daarover klagen is natuurlijk niet aan de orde.
17 mei 2026
Mijn weblogkasteel



Geen opmerkingen:
Een reactie posten