Het was weer eens tijd voor een weekje Wadden. Want het is altijd tijd voor een weekje Wadden. Even weg uit de dagelijkse sleur en al het andere waar een mens tegenwoordig dagelijks mee geconfronteerd wordt, even jezelf onderdompelen in iets dat verdacht veel lijkt op ongerepte natuur en dat je al het andere doet vergeten. Dit keer was Ameland aan de beurt. Met van tijd tot tijd ijzige kou en van tijd tot tijd (heel!) veel wind om die ijzige kou nog kouder te maken dan-ie al was. Temperaturen rond het vriespunt en dat bij windkracht 6, dan weet je wat een gevoelstemperatuur van -10 betekent. Maar ook geregeld veel zon. Standplaats was dit keer Hollum, een leuk huisje midden in het dorp. Dus dit keer de westkant van het eiland verkend: de Westermieden, het Hollumerbos, de Lange Duinen met hun duinmeren, het Groene strand a.k.a. Ballumer beleefstrand en de waddenkust met de kwelders van Vogelpôlle.
Het zijn kleine variaties op een vaststaand thema. (‘Het léven is kleine variaties op een vaststaand thema’, zou mijn dochter zeggen.) De ene keer waait er een bittere vrieskou, de andere keer staat er een lenteachtig zonnetje. De ene keer ben je omringd door ongerept duinland, de andere keer door de Plus en de D.A. en de afbraak van het verzorgingstehuis. Maar altijd glooit het duinland, altijd schrijdt de kiekendief, altijd glinsteren de plassen in de duinlaagtes en deinen de ganzenruggen in het veld.
De kleine variaties deze week: amper een uur op het eiland en op nauwelijks twee kilometer van ons huisje had ik al een roodhalsgans en een zwarte rotgans en anderhalf uur later een witbuikrotgans met smetteloos witte buik, allemaal prachtig dichtbij tussen de talloze rot- en brandganzen in de Westermieden. De verdere week verdeelden we onze tijd tussen het Olympisch schaatsen binnen en duin, polder en kwelder buiten, met hun rotganzen, goudplevieren en kramsvogels. Op het duinmeer in de Lange Duinen vond ik onder andere fraaie brilduikers en nonnetjes, eendjes van het type dat je bijna weer in god doet geloven. Miniatuurtjes. Abstracte schilderijtjes. Op het strand een groepje sneeuwgorzen, waarvan eigenlijk hetzelfde kan worden gezegd. Op het groene strand, een vaalkleurige landschapsschildering van strandvlaktes, glinsterende slenken, fijne kweldervegetatie en gele rietwaaiers, vonden we een fraaie groep strandleeuweriken en fraters, die ik allebei anderhalve maand terug op Schier zo node gemist had. En in de duinen bij Ballum vonden we een mooie klapekster. Maar de grootste kleine variatie deze week was wel de afbraak van het oude verzorgingstehuis, ietsje verderop in ons straatje. Steen voor steen, muur voor muur werd dat met de grond gelijk gemaakt. Soms trilde ons huisje er zo van dat we ons afvroegen: ze zullen toch niet ook ons huisje met de grond gelijk maken?
Esther liet ons ook nog haar Ronde van Hollum zien, die ze altijd en vaak meermaals maakt als ze weer eens in Hollum vakantie viert. Langs de Westermieden, om de vuurtoren heen, door de buitenste duinen en het Hollumerbos in, waarbij zorgvuldig de eendenvijver wordt vermeden. Stukje wad en weer terug door de Westermieden. Ameland in een notendop. Eigenlijk hoef je dan verder nergens meer heen.
20 februari 2026
Meer Wadden? Jaarwisseling
Mijn weblogkasteel




Zeventien velduilen liefst waren er gemeld. Zeventien! Ik zie graag velduilen, wie niet? maar ik zie ze eigenlijk veel te weinig. Zeventien had ik er nog nooit bij elkaar gezien. Nou zaten daar misschien wat dubbeltellingen bij, dacht ik, zeventien was wellicht wat overdreven, anderen hadden er maximaal een stuk of tien geteld maar dat vind ik ook al een geweldig aantal dus vandaag maar eens die kant uit.
Het was meest bewolkt. Af en toe wat zon, af en toe een spatje regen, weinig wind en niet al te koud. Niet onaangenaam al met al, maar weinig om het lijf. Maar daar ging het ook niet om natuurlijk. Eenmaal ter plaatse echter geen uil te bekennen. Mooi is dat, heb ik weer. Totdat iemand mij er toch eentje wees, een fraai exemplaar dat verderop op een hekje om zich heen zat te kijken. De verdere ochtend had een redelijk klassiek verloop. We vonden nog een paar uilen, onder andere eentje een stuk dichterbij, als een standbeeld bovenin een slootkant. En af en toe vlogen er een of twee een stukje. Ik telde er zes. Het was niet helemaal zo overweldigend als ik gehoopt had maar dat is het meestal niet. Ik had een paar hele mooie velduilen gezien en was bereid er genoegen mee te nemen. Ik stond me al gereed te maken voor vertrek toen een man over het dijkje voor de huizen langs liep. Geen vogelaar, geen fotograaf, gewoon een bewoner die nietsvermoedend op weg was naar zijn kippenhok toen de boel daar ineens leek te exploderen. Een meute velduilen vloog plotseling alle kanten op en wirwarde enige tijd door elkaar heen boven het veld. Tellen was onmogelijk maar het leken ons er zeker twintig. Die zeventien van gisteren was helemaal niet overdreven geweest.
Na enige tijd keerde de rust terug, waren nog slechts enkele uilen zichtbaar en vertrok ik voor een rondje Eemmeer, Westdijk en plasjes. Blauwe kiekendief, smienten, een paar brilduikers, wulpen, ijsvogel. Een uur of twee later was ik terug bij de velduilen. Diverse zaten er nu vrij zichtbaar in het land. Bij oppervlakkige beschouwing onderscheidden ze zich maar weinig van een molshoop. Af en toe vlogen er een of twee een rondje en soms kwam er eentje daarbij aardig dichtbij. Ik telde er nu vijftien en dat waren ze vast niet allemaal, dus die schatting van twintig zojuist zal er niet ver naast hebben gezeten.
Tot slot een uitzichtpunt tussen wat bebouwing aan de rand van het dorp. Enkele uilen zaten daar zo dichtbij dat zelfs ik er aardige foto’s van wist te maken.
1 februari 2026
Mijn weblogkasteel


