donderdag 5 februari 2026

Velduilen

Zeventien velduilen liefst waren er gemeld. Zeventien! Ik zie graag velduilen, wie niet? maar ik zie ze eigenlijk veel te weinig. Zeventien had ik er nog nooit bij elkaar gezien. Nou zaten daar misschien wat dubbeltellingen bij, dacht ik, zeventien was wellicht wat overdreven, anderen hadden er maximaal een stuk of tien geteld maar dat vind ik ook al een geweldig aantal dus vandaag maar eens die kant uit.
Het was meest bewolkt. Af en toe wat zon, af en toe een spatje regen, weinig wind en niet al te koud. Niet onaangenaam al met al, maar weinig om het lijf. Maar daar ging het ook niet om natuurlijk. Eenmaal ter plaatse echter geen uil te bekennen. Mooi is dat, heb ik weer. Totdat iemand mij er toch eentje wees, een fraai exemplaar dat verderop op een hekje om zich heen zat te kijken. De verdere ochtend had een redelijk klassiek verloop. We vonden nog een paar uilen, onder andere eentje een stuk dichterbij, als een standbeeld bovenin een slootkant. En af en toe vlogen er een of twee een stukje. Ik telde er zes. Het was niet helemaal zo overweldigend als ik gehoopt had maar dat is het meestal niet. Ik had een paar hele mooie velduilen gezien en was bereid er genoegen mee te nemen. Ik stond me al gereed te maken voor vertrek toen een man over het dijkje voor de huizen langs liep. Geen vogelaar, geen fotograaf, gewoon een bewoner die nietsvermoedend op weg was naar zijn kippenhok toen de boel daar ineens leek te exploderen. Een meute velduilen vloog plotseling alle kanten op en wirwarde enige tijd door elkaar heen boven het veld. Tellen was onmogelijk maar het leken ons er zeker twintig. Die zeventien van gisteren was helemaal niet overdreven geweest.
Na enige tijd keerde de rust terug, waren nog slechts enkele uilen zichtbaar en vertrok ik voor een rondje Eemmeer, Westdijk en plasjes. Blauwe kiekendief, smienten, een paar brilduikers, wulpen, ijsvogel. Een uur of twee later was ik terug bij de velduilen. Diverse zaten er nu vrij zichtbaar in het land. Bij oppervlakkige beschouwing onderscheidden ze zich maar weinig van een molshoop. Af en toe vlogen er een of twee een rondje en soms kwam er eentje daarbij aardig dichtbij. Ik telde er nu vijftien en dat waren ze vast niet allemaal, dus die schatting van twintig zojuist zal er niet ver naast hebben gezeten.
Tot slot een uitzichtpunt tussen wat bebouwing aan de rand van het dorp. Enkele uilen zaten daar zo dichtbij dat zelfs ik er aardige foto’s van wist te maken.

1 februari 2026


Mijn weblogkasteel