maandag 15 juni 2020

L'amour

Al wekenlang zit er een vogeltje in de Strypsche Wetering bij Rockanje met de prachtige naam amoerkwikstaart. Maar zo romantisch als de naam is, zo onbeduidend is de vogel, vond ik. Want je kunt hem wel zo’n naam geven, daarmee is nog niet gezegd dat-ie werkelijk van zo ver komt als men dacht dat-ie kwam. Voor mij was het vooralsnog niet meer dan een wat afwijkende witte (of meer in het bijzonder rouw-)kwikstaart. Ik had me er dus nog niet toe kunnen zetten die voor mij nogal omslachtige reis te gaan ondernemen: trein naar Rotterdam, metro naar Spijkenisse en bus naar Rockanje en dat in tijden van corona. Langzamerhand lijkt de discussie echter te worden beslecht in het voordeel van de gelovigen. Dat garandeert uiteraard nog helemaal niets maar er lijkt toch wel veel te kloppen voor amoer en ook steeds meer coryfeeën, steeds meer echte kenners geloven inmiddels op grond van zorgvuldige analyse van kenmerken in een Chinese herkomst. Wie ben ik dan om ze tegen te spreken? Met het verschijnen van foto's uit China van vrouwtjes en jonge vogels met grijze flanken, tot nu toe een van mijn belangrijkste bezwaren omdat amoer immers, zo had ik begrepen (zelf uiteraard geen ervaring met de soort) spierwitte flanken moest hebben, werd ook mijn laatste argument om thuis te blijven me uit handen genomen. Ik moest op pad.

Lege trein, lege metro en lege bus, allemaal volledig coronaproof: dat verliep op rolletjes. Niemand die me vroeg of mijn reis wel echt noodzakelijk was en daar stond ik dan, midden in het Voornse laagland. Het was nog even wachten en zoeken in de Strypsche Wetering. Kluten, een lepelaar, nog een lepelaar, groenpootruiter, bruine kiekendief, gele kwikstaart, een paar juveniele witte maar toen, na pakweg een uur, toen zat-ie daar ineens. Uitgebreid witte kop zonder zwarte keel, zwartachtige rug, witte plek op de dekveren: een bijzondere ‘witte kwikstaart’ was het in elk geval. Een afwijkende Hollandse vogel of eentje uit China of daaromtrent? Het zou niet eens de eerste in Europa zijn dus het kan wel en je kunt niet anders dan de vogel serieus nemen. We zullen zien wat de bevoegde instanties ervan maken.

Voorne dus, en nog bijna een hele dag te gaan. Een mooie aanleiding om weer eens een duik in het verleden te nemen. In mijn hele jonge jaren ging ik met mijn oom en tante vaak naar de duinen van Voorne. Ik vond het er geweldig, een paradijs, dus toen ik de jaren van zelfstandigheid had bereikt, voldoende toegerust om op eigen benen die reis te ondernemen, ging ik jaren lang meerdere keren per jaar die kant op. Dat was mijn manier van avontuur beleven, van me voor even onttrekken aan de samenleving met al haar verplichtingen. Heerlijk vond ik het toen om één dag lang daarvan verlost te zijn en me voor iedereen ongezien, ongeweten en onbereikbaar in dat paradijs te begeven. Ja, de tijden zijn nogal veranderd sinds die dagen, in vele opzichten. De moderne technologie, het voortdurend in contact zijn met de wereld, het heeft zijn voordelen en ik zou niet meer zonder willen, maar je raakt ook iets kwijt.
Later leerde ik Texel kennen en hoe gemakkelijk het was om daar te komen. En IJmuiden en Camperduin. Ook liet ik mijn bestemming steeds vaker 
bepalen door waar een leuke, liefst zeldzame soort te vinden was. Dat bracht me in al die jaren op de mooiste en soms ook de gekste plekjes in het land. Maar de reis naar Voorne was me in toenemende mate te omslachtig en zonder aanleiding kon ik me er niet meer toe zetten die te ondernemen. En aanleiding was er eigenlijk nooit. Kortom, ik was er al jaren niet meer geweest. De laatste keer dat ik er was, waren cetti’s zanger en grote zilverreiger hier nog grote zeldzaamheden. En nu? Een grote zilverreiger zat op de oever van een eilandje in het Breede water en cetti’s zanger? Ach, cetti's zanger, daar kijken we allang niet meer van op, ook in de duinen van Voorne niet.
Het voelde een beetje onwennig toen ik door het klaphekje het gebied betrad. Ik had even niet meer zo’n duidelijk idee waar ik was en waar ik heen moest. Maar toen ik eenmaal binnen was, herkende ik het meteen. De Tenellaplas met zijn rietranden en waterlelievelden en omringende vegetatie met orchideeën, ogentroost en ratelaars. De mêlee van duinstruwelen en bosranden die zich aan je opdringen en de grazige duinweiden die ze tussen zich in dulden. En het pad dat ineens het duistere en vochtige bos induikt, zo kenmerkend voor de kalkrijke duinen in dit deel van het land, en je uiteindelijk brengt aan de oever van het Breede water, het duinmeer dat er na al die jaren nog altijd ligt, verscholen achter de duinhellinkjes. Schrale, zilte bloemenweiden met orchideeën en met bijvoorbeeld teer guichelheil. Zeldzaam. Zeewolfsmelk in de zeereep. En de zilte weelde van het groene strand, met zilt torkruid, zeeraket en bossen heen. Een uitstapje naar een vermeende zwartkopgors was vergeefs maar het was een feest om er weer eens te zijn en op de terugweg was het alleen in de metro ietsje te druk en af en toe lastig om de anderhalve meter in stand te houden. Maar toen was ik op weg naar huis en was mijn reis dus echt wel echt noodzakelijk.

13 juni 2020


Meer lezen? Texel reviseted








Geen opmerkingen:

Een reactie posten