maandag 11 februari 2013

Delta

Bittere kou, een ijzige oostenwind, stevige sneeuwval de afgelopen nacht, dreigende sneeuwval vanuit het zuidwesten de komende middag of (cruciaal natuurlijk) avond en hoe dan ook waarschuwingen voor gladheid tot in de middag. Het was me het dagje wel dat we hadden uitgekozen voor de jaarlijkse excursie met vogelwacht Utrecht naar de Zeeuwse Delta. Angstvallig keken we onderweg naar het cijfertje op het dashboard dat de buitentemperatuur aangaf: - 2 graden Celsius. En dat straks op de dijk bij Battenoord, vol in de oostenwind …

Dus daar stonden we, een besneeuwd eiland achter ons en het uitgestrekte Grevelingenmeer voor ons. En inderdaad, zoals we al gevreesd hadden, vol in de vrieswind. Maar met een hartverwarmend uitzicht: een stuk of 25 flamingo’s, tropische verschijningen in winters Nederland, stond met de poten in het koude Grevelingenwater. Of ze het koud hadden konden we ze niet vragen, maar in hun herkomstgebieden zouden ze het nooit zo koud gehad hebben. Waren ze maar nooit hierheen gekomen.
Nou hebben in elk geval de meesten van het stel dat ongetwijfeld ook niet zelf en uit vrije wil gedaan. Van die ene zuurstokroze caribische flamingo en de stuk of vijftien chileense flamingo’s bestaat over de herkomst geen twijfel: die zijn echt niet zelfstandig van het Zuid-Amerikaanse continent hierheen komen vliegen maar afkomstig van achter slot en grendel of anders wel geboren en getogen in de West-Europese klei, voortgekomen uit (voor)ouders afkomstig van achter slot en grendel. Van de tien of elf europese flamingo’s is dat in mijn ogen minder zeker: best mogelijk dat een deel, of een deel van hun (voor)ouders, daadwerkelijk vanuit Zuid-Europa hierheen is afgedwaald. Er komen immers wel meer mediterrane soorten af en toe deze kant op dus waarom niet een flamingo.
Hoe dan ook: de aanblik leed niet onder dit soort bedenkingen. Hun roze misstond niet in dit ijzige decor. Of juist wel maar dan des te beter.

Na een bezoekje aan Stellendam (mooie groep kluten onder meer, en op het Zuiderdiep tussen de vele honderden kuif- en tafeleenden enkele toppers) werd gekozen voor een wandeling door de Kwade Hoek. Een prachtige wandeling, door besneeuwde duinen en door een woest en onherbergzaam besneeuwd kwelderlandschap. Jagende blauwe kiekendief, prachtige ijsgorzen die meest verscholen zaten maar af en toe tevoorschijn kwamen en even vrij zichtbaar waren in de sneeuwduintjes, en ineens een groepje pimpelmezen verdwaald geraakt in dit barre landschap. Maar al met al wel een behoorlijk tijdrovende onderneming. De dag was alweer een heel eind op streek toen we terug waren bij de auto’s en aangezien de brilzee-eend voor de kop van Goeree, vooraf een van de doelsoorten van de dag, nog niet gemeld was en dus, veronderstelden we, vandaag onvindbaar, die maar overgeslagen en meteen de Brouwersdam opgereden.
Op de dam was het koud, zoals altijd, hoewel de wind uit het oosten woei en enigszins getemperd werd door het dijklichaam achter ons. Op zee mooie ijseendjes, drie man en twee vrouw, en mooie kuifduikers. Brilduikers en middelste zaagbekken en honderden zwarte zee-eenden. Het gebruikelijke volk dus. Hard zoeken tussen de zee-eenden leverde helaas geen afwijkende typjes op. Een mooie rosse grutto dichtbij aan de voet van de dam en een stuk of zestig roodkeelduikers op zee vanaf de spuisluizen, en door naar de binnenkant van de dam. Daar was het nog veel kouder want woei de wind met volle kracht over de uitgestrekte wateren van het Grevelingenmeer, en was van het spektakel dat hier gisteren nog aanwezig was, niets meer terug te vinden. Even een dipje, maar toen de melding: brilzee-eend was teruggevonden.
Korte tijd later stonden we vanaf een plateautje boven het strand te turen naar een mooie groep zee-eenden op zee. Grote zee-eenden vooral, en vrijwel uitsluitend vrouwtjes en jonge vogels. Even had ik er een hard hoofd in maar toen vonden we haar toch: vrouwtje brilzee-eend. Niet zo spectaculair als die clownskop van Texel, maar determinatietechnisch natuurlijk veel interessanter. Diverse keren had ik haar in beeld en al dook ze meestal snel weer onder en moest je dan telkens opnieuw beginnen zoeken, enkele keren zag ik haar goed genoeg voor alle details: een wat klein ogend eendje met duidelijke witte vlek aan de snavelbasis, zichtbaar wat lichtere wang en achterhals, relatief zware snavel en recht, driehoekig kopprofiel, en zonder witte streep op het lichaam. Een keer zag ik haar vliegen: geen wit op de vleugels.
Een waardig hoogtepunt van de dag, maar de tijd begon wel te dringen inmiddels. Meer dan één bestemming op Schouwen zat er niet meer in. We moesten kiezen, en kozen fout. Terwijl, zo bleek achteraf, langs de Delingsdijk vanmiddag weer witbuikrot- en roodhalsgans waren gezien, gingen wij richting Stompetoren en Burghsluis. En troffen daar slechts enkele schamele groepjes rot- en brandganzen. Wel op een akker ten westen van Burghsluis een mooie slechtvalk die nog veel mooier was toen hij fanatiek ging rondvliegen en onder andere een buizerd, veel forser dan hij zelf, achternazat. Het was, zoals men dan zegt, een waardig besluit.

10 februari 2013

Geen opmerkingen:

Een reactie posten