vrijdag 6 juli 2012

Treintwitch


Ik had een supersonische treintwitch in gedachten. Hoefde er niet eens het station voor uit, zo zag ik het voor me. (En achteraf was dat ook zo: het had niet gehoeven. Kom daar als autovogelaar maar eens om.)
Maar het werd kantje boord. Op het nippertje. De laatste trein die ik vond dat ik nog mocht nemen, kwam er al aan. Ik had al vergeefs zo’n beetje het hele stationsgebied afgezocht, alle daken en dakranden en bouwterreintjes afgespeurd en had me al neergelegd bij de mislukking. En toen ontdekte ik hem toch nog, op een grinddak tegenover perron 5/6 aan de westkant van het station. Ik had nog net een paar minuten om ‘m te bekijken.
Kuifleeuwerik.
Dat ik die ooit nog eens zou gaan twitchen, dat had ik pakweg twintig jaar geleden niet kunnen denken. Maar toen twitchte ik natuurlijk nog helemaal niet. Toen bestond het woord nog niet eens, denk ik. Met de toename van het aantal twitchers is in de jaren daarna het aantal kuifleeuweriken in Nederland omgekeerd evenredig afgenomen. Of daar een oorzakelijk verband tussen bestaat, is niet bekend. Inmiddels is de kuifleeuwerik in Nederland vrijwel uitgestorven en dient hij getwitcht te worden. Als je tenminste nog eens een kuifleeuwerik wilt zien in Nederland.

31 januari 2009


Meer Urban Birding: Oudorp

Geen opmerkingen:

Een reactie posten