dinsdag 27 februari 2024

Naar de Zeeuwse en Zuid Hollandse eilanden

Elk jaar organiseren we met vogelwacht Utrecht in februari de excursie naar de Zeeuwse en Zuid Hollandse eilanden. Veel kan er veranderen in het leven maar dat niet: februari = de Delta! Maar voor zondag 18 februari, de dag waarop de excursie dit jaar gepland stond, was zoveel regen voorspeld, de hele dag lang, dat we hem maar afbliezen. En regen kregen we, de hele dag lang, dus we waren achteraf blij dat we de excursie hadden afgeblazen. Alleen was dit wel mijn allerfavorietste excursie. Legendarische locaties als de buitenhaven van Stellendam, de polders rond Goedereede, de Brouwersdam en de Prunjepolder staan jaarlijks op het programma, aangevuld met de ene keer Strijen, een andere keer de Kwade Hoek, soms een stukje Oosterscheldekering met Neeltje Jans en als we heel stoer zijn, of als er iets bijzonders te halen valt, het Veerse meer en omgeving. Allemaal plekken die zonder auto niet aan elkaar te rijgen zijn. Met OV en fiets is dat eenvoudig niet te doen dus als ik dat nog eens wil af en toe, dan moet dat wel in het kader van een auto-excursie. En ik wil dat heel graag af en toe, toch minstens een keer per jaar. Want de Zeeuwse delta voelt voor mij een beetje als mijn tweede thuis. Ik ben gehecht geraakt aan die weidse wateren, aan die leegte tot aan het volgende dijkje, aan die uitgestrektheid, omkaderd door honderden kilometers populierenlaan, strak gespannen aan de hori­zon, die als een erewacht hun ragfijn silhouet van takkenbossen torsen. Aan het zonlicht dat blijft plakken aan de gouden rietvelden en de glinsterend watervlaktes. En aan de ganzen, die met tienduizenden die leegte, die uitgestrektheid innemen.
Dat zit diep. Dat voert terug tot aan mijn jonge jaren. Als tiener al werd ik door mijn oom en tante meegenomen naar de Zeeuwse en Zuid Hollandse eilanden en na al die jaren en al die vele tochtjes ken ik ze langzamerhand bijna als mijn broekzak. Ik zag er mijn eerste zaagbekken, mijn eerste kanoeten, bij Strijen mijn eerste dwergganzen, bij Stellendam mijn eerste parelduiker. Dus toen we vorige week de excursie moesten afgelasten, ijverde ik ervoor om hem in plaats daarvan met een week uit te stellen. Zo geschiedde. En dus stonden we vanmorgen om even na 8 uur in polder het Oude Land van Strijen de ochtendkou en de poolwind die ons in de nek blies, te trotseren en te turen naar een groepje dwergganzen, altijd weer de dwergganzen bij Strijen, die zich heel af en toe vertoonden als er een of twee even hun hals strekten en hun kopje boven de greppel uitstaken waarin ze de meeste tijd schuil gingen. Dan waren dat aparte kopprofiel met het kleine snaveltje en het steile voorhoofd, en de kenmerkende hoog oplopende witte kol zichtbaar. Vaak was er niet meer van ze te zien dan een paar ruggen waarvan we maar moesten aannemen dat ze aan de kopjes van zojuist toebehoorden, maar soms zat er ineens een rijtje gansjes frank en vrij op de rand van de greppel en kon je je zelfs verbeelden dat je het gelige oogringetje kon zien. Terwijl de veldleeuwerik zong en de lente aankondigde die op dat moment nog zo ver weg leek. Zoals alle jaren hier.

De duizenden en nog eens duizenden brandganzen en de honderden kolganzen, hier en evengoed in de polders bij Goedereede: ook alle jaren hetzelfde maar het verveelt nooit. Bij Goedereede gingen we op zoek naar roodhalsgans maar die konden we niet vinden. Vanaf de dijk keken we uit over het Grevelingenmeer en het eilandje Markenje, waar meer dan honderd zwartkopmeeuwen bivakkeerden, met hun sierlijke, lelieblanke vleugels en met hun koppen al zwart. We vonden er ook de eerste grutto’s van het jaar. Toch voorjaar dus.
Zo gingen we van traditie naar traditie. De buitenhaven van Stellendam, waar je uitkijkt over de randen van de Kwade Hoek en over de zandplaten voor de kust met een witte vlek van kluten en spectaculaire vluchten bonte strandlopers die om en om oogden als de dag en als de nacht. De Brouwersdam waar het dit keer betrekkelijk rustig was maar waar we op afstand toch nog wel de zwarte zee-eenden, de middelste zaagbekken en de eiders zagen en waar we met enige moeite ook kuifduiker, geoorde fuut en twee roodkeelduikers vonden. Zoals ieder jaar daar, zij het meestal gemakkelijker. We sloten af met de Prunje, waar goudplevieren, wulpen en een paar pijlstaarten, lepelaars en kleine zilverreigers een vertrouwde entourage vormden. Ook dat was niet anders dan andere jaren. En de zwarte ruiter in de Weversinlaag evenmin, of de zilverplevieren op het eilandje in de Flaauwersinlaag en de kluten in de plasjes van de oude Prunje. We zagen nog een groepje grutto's, vonden een zwarte rotgans tussen de rotganzen en keerden tevreden huiswaarts. We hadden vrijwel niets meegemaakt dat we niet in voorgaande jaren ook hadden meegemaakt, en het was geweldig geweest.

25 februari 2024





vrijdag 16 februari 2024

Hoge Veluwe

Het was weer eens tijd om ons voor even te onttrekken aan alle aardse beslommeringen en voor een paar dagen onder te dompelen in het aards paradijs. Op de Hoge Veluwe dit keer. Drie dagen zaten we in een hotelletje in Otterlo. Een best wel sjiek hotelletje, leuk gelegen, zicht op velden en bosranden en de ingang van park de Hoge Veluwe op vijf minuten lopen waarna een witte fiets het hele park aan onze voeten neerlegde. Tegen half 12 kwamen we aan bij ons hotel en rond twaalf uur betraden we voor het eerst het Nationaal Park. Het schemerde al toen we het weer verlieten. De poort was dicht toen we bij de uitgang aankwamen maar gelukkig was er een Sesam-open-u-achtige knop waarmee we de poort konden openen en het park konden verlaten. Zaterdag waren we er van half 10 tot iets over zessen en zondag van half 10 tot een uur of vier. Veel langer kon niet. En al die tijd waren we omringd door de woeste vlaktes, de heidevelden, de zandverstuivingen en de ruige grasprairies, en door de ongerepte bossen met bemost oud hout, bemoste omgevallen bomen, bemoste afgewaaide takken en bemoste stronken, het bos was af en toe groen alsof het al voorjaar was. En dat was het eigenlijk ook. Vinken zongen alweer volop, grote lijsters schalden uit de verte, veldleeuweriken jubelden boven de velden alsof de 21e eeuw nog slechts een ver toekomstvisioen uit een sciencefictionfilm van weleer was en in het oude bos maakten zwarte spechten af en toe een kabaal dat horen en zien je verging. Ook de temperatuur was soms al een beetje lenteachtig. De weersvoorspellingen waren wat wankelmoedig geweest maar zoals bijna altijd viel het erg mee. Heel af en toe viel er een klein beetje regen maar vaker scheen de zon. Meest was het wat grijs maar met weinig wind voelde het af en toe al bijna als lente.
Vaak was het rustig in het park. Soms was het natuurlijk druk maar vooral in de eerste uren na de opening kwamen we meestal geen mens tegen. Ook vogels hielden zich soms langdurig stil en op de diverse wildobservatieposten die we bezochten was dan meestal geen wild te bekennen. Maar aan het eind van de middag kwamen ze tevoorschijn. Vooral vanuit de fraaie hut met de naam Millelamel lieten zich leuke groepen edelherten zien. Een stuk of vijftien vrouwtjes en jonge beesten waren gezellig bezig op de grasweide voor de hut. Bij het bosje van Staf een paar kilometer verderop was op een avond ook een mooie groep herten zichtbaar. Die zaten weliswaar vrij ver in het veld maar daar zaten wel heel wat heren tussen, imposante beesten met imposante geweien en dat is toch hoe je edelherten het liefst ziet. Zwijnen en moeflons zagen we overigens niet, om het over wolven maar niet te hebben. Die waren er trouwens vermoedelijk mede de oorzaak van dat we geen zwijnen en moeflons zagen. De soort van het weekend was, ondanks al dat beschikbare wild, uiteindelijk toch een vogel: een fraaie velduil vloog op het Oud Reemsterveld van dichtbij op, vloog een stukje over de hei, verdween even verderop weer in de vegetatie en was daar vervolgens onvindbaar.
En intussen geen gedoe met zeldzame vogels waar ik heen wilde, al hield ik natuurlijk wel op mijn telefoon nauwlettend hoewel machteloos bepaalde websites in de gaten en zorgde een claim van een witkeelgors op vrijdagmiddag korte tijd voor de nodige onrust. Die bleek gelukkig al gauw foutief ingevoerd.

We fietsten over fietspaden richting Schaarsbergen, langs het Pampelsche veld en De Pollen, langs zandduinen en glooiende heidevelden en langs graslanden in de verre diepte, we wandelden over het Oud Reemsterveld en we fietsten over de hoofdweg weer terug. We fietsten richting Hoenderloo, langs het Deelense veld en het Zwarte veld en om het jachtslot Sint Hubertus heen en keerden over de grote vlakte weer terug. En we deden tussendoor natuurlijk ook aan cultuur. We bezichtigden het jachtslot en bezochten Kröller-Müller waar we de beeldhouwwerken en sculpturen en de schilderijen bewonderden waar anderen veel zinniger dingen over kunnen zeggen dan ik. Wat ik ervan zeggen kan is dat ik van sommige erg onder de indruk was terwijl andere me veel minder deden. Maar waarom? Dat kan ik moeilijk uitleggen. Buiten genoten we nog van die prachtige combinatie van natuur en cultuur van de beeldentuin, waar je tegelijk kunt genieten van appelvink en zwarte specht en van indrukwekkende en soms waanzinnige kunstwerken. Zo zie ik stiekem toch cultuur het liefst: de uitingen van de menselijke geest in een context van bos en (een klein beetje) hei. Na afloop fietsten we nog één keertje rond Sint Hubertus en bij Otterlo verlieten we weer het park.

11 februari 2024












woensdag 7 februari 2024

Giervalk of geen giervalk, that’s the question

De giervalk op Texel diende een beetje als een wekker: het was tijd om weer eens in actie te komen. De afgelopen dagen geregeld en door velen gezien in of rond de Slufter. Gisteren zelfs de hele dag lang door meer dan honderd mensen ingevoerd, dus dat leek een inkoppertje.
Bij aankomst op het zuidelijke uitkijkplatform bij de Slufter nog niets. Wel veel vogelaars, maar van de giervalk nog geen spoor. Geen paniek: gisteren werd-ie ook pas na elf uur gevonden. Maar een kleine zilverreiger, een mooie havik op een van juist die paaltjes waarop we zo graag giervalk hadden gezien, en een langs jakkerend smelleken later is het al ruim over elven en ontbreekt van de giervalk nog altijd ieder spoor. Dan weet je: het gaat spannend worden. Spannender dan je lief is. We maken een uitstapje naar een akkertje tegen de stuifdijk aan een paar honderd meter verderop, waar veertien fraters zich voortreffelijk laten bekijken, maar terug op het uitkijkplatform nog altijd geen giervalk. Inmiddels is het al bijna twaalf uur dus het wordt wel zorgwekkend nu. We gaan de Slufter in en wandelen langs slenken en schorren richting monding, op zoek naar strandleeuweriken. Die zijn ook al niet te vinden. Wel tientallen drieteenstrandlopers, honderden bonte strandlopers, wat bontbekplevieren, pijlstaarten en meer. Leuk zat natuurlijk. We houden intussen de lucht in de gaten en checken in de verte alle paaltjes die we checken kunnen, maar van de giervalk nog altijd geen spoor en ook geen enkel bericht. Terug op het platform wijden we ons nog even aan het wachten op de giervalk maar dan gaan we iets anders doen.
Net voor ik het platform verlaat wordt nog een rode wouw gemeld. Ver weg boven het welvende duinland achter de Slufter pik ik hem op. Het is een aardige opsteker maar daarna gaat het van kwaad tot erger. Tussen duizenden rot- en brandganzen bij Oosterend zoeken we vergeefs naar roodhalsgans. Telkens worden groepen ganzen opgejaagd en spreiden ze zich weer over de velden. Dat maakt het er niet gemakkelijker op en uiteindelijk geven we het op en gaan naar het gemaal Dijkmanshuizen om daar een ijsduiker in te koppen. Maar vrijwel niets wil lukken vandaag: in plaats van ijsduiker wacht ons daar de volgende dip. Niets dan wat eiders, wat brilduikers en wat middelste zaagbekken op de rimpelende wateren. Daarmee lijkt de bodem wel bereikt. Ook van de giervalk nog altijd geen nieuws. Die hebben we langzamerhand uit ons hoofd gezet.
Collega-vogelaars, ook enigszins ontdaan over het missen van giervalk en ijsduiker (hoewel natuurlijk geheel ongelijke grootheden), bieden een lichtpuntje: die roodhalsgans zit er echt wel en laat zich fraai bekijken, verzekeren ze ons. Dus we rijden nog even terug, vinden de vogelaars, geparkeerd in de berm van het weggetje, en vinden prachtig vooraan in de nabije groep ganzen de roodhalsgans. Hoera, toch niet helemaal voor niks naar Texel afgereisd. Ook twee witbuikrotganzen en het bericht van een spannende valk op het strand bij de Slufter. Komt dan toch nog alles goed?
We laten er een boot voor schieten maar ter plaatse blijkt het helaas toch een slechtvalk te betreffen. Nee, deze dag verdient geen giervalk. We laten Toon nog even zien dat er echt wel wilde zwanen zitten tussen de kleine zwanen langs de Slufterweg en nemen de vijf-uurboot terug naar het vasteland.

4 februari 2024


Meer dips: Noordbroek




dinsdag 23 januari 2024

Homeyers

De dag begon eigenlijk wat ongelukkig. De trein naar Amsterdam had op station Utrecht een oplopende vertraging en er waren berichten over onregelmatigheden in de dienstverlening tussen Amsterdam en Haarlem vanwege een inmiddels verholpen seinstoring dus ik dacht, ik neem het zekere voor het onzekere en ga over Leiden naar Heemskerk. Duurt immers niet langer dan over Amsterdam en Haarlem. Maar ik zat in Leiden amper in de sprinter richting Haarlem, bleek die niet te gaan. Obstakel op het spoor. Heb ik weer! Even later bleek er een aanrijding geweest en zouden tot half één de treinen richting Haarlem niet verder gaan dan Voorhout. Ik had dus drie opties: wachten tot half een wat feitelijk geen optie was, terug naar Utrecht en alsnog reizen via Amsterdam wat bijna op hetzelfde neer zou komen, of de trein nemen naar Voorhout en van daar met de vouwfiets verder. Ik besloot dan maar het laatste en fietste vanaf Voorhout langs onder andere Lisse en Hillegom naar Vogelenzang. Er stond een weliswaar koud maar prettig meewindje, dat hielp. Tot zover mijn persoonlijke sores van vandaag.
Vanaf Vogelenzang naar Boshut ’t Panneland waar ik mijn duinwandeling begon. Het was zo’n drie-en-een-halve kilometer naar de plek van de homeyers klapekster, of taigaklapekster zoals die bij Dutchbirding heet: de soort (nou ja, ondersoort) waar het me vandaag om te doen was. Een zeer zeldzame ondersoort van de klapekster, indien aanvaard (en daar lijken goede redenen voor) het eerste geval voor Nederland, afkomstig uit diep in Rusland. Een mooie wandeling door ruig en glooiend, nog deels besneeuwd duinland en langs verschillende nog gedeeltelijk dichtgevroren infiltratiekanalen bracht me anderhalf, misschien twee uur later dan gepland op de plaats van bestemming. En daar bleek de vogel al anderhalf à twee uur niet meer gezien. Ja, de dag was wat ongelukkig begonnen.

Geteisterd door een bittere poolwind staan we te wachten en te turen over het omringende duinland. Overal waar we kijken zien we vogelaars door het terrein struinen, ongetwijfeld net als wij op zoek maar de kans om daar nu een klapekster van welke ondersoort dan ook aan te treffen, lijkt minimaal. Voorlopig moeten we genoegen nemen met een stuk of tien krooneenden in het infiltratiekanaal achter ons en onder andere pijlstaarten en brilduikers in het kanaal voor ons. En als het wachten me lang genoeg heeft geduurd, ga ik elders zoeken.
Gelukkig zijn er meer mensen die tot dat besluit zijn gekomen want als ik voor de zoveelste keer Waarneming.nl check zie ik ineens, eindelijk, een nieuwe en recente melding. Iemand heeft de vogel twintig minuten geleden anderhalve kilometer verderop teruggevonden! Kan het allemaal toch nog goed komen. Na een haastige wandeling die op zo’n moment altijd langer duurt dan je lief is vinden we, al die vogelaars die ik vanmorgen op zoek naar de klapekster al was tegengekomen, elkaar terug in een nat stukje duinland net buiten het kerngebied waar de vogel de afgelopen dagen meestal gezien werd. En daar vinden we eindelijk ook de klapekster. De vogel werkt voortreffelijk mee, laat zich prachtig zien, hoog in een kaal boompje of in de top van een struikje, en stelt ons in staat om alle benodigde kenmerken vast te stellen. Het vele wit op de vleugels natuurlijk, de witte vleugelvlek is veel uitgebreider dan bij onze klapekster. Goed zichtbaar in zit en als hij een stukje vliegt en onder andere fanatiek (maar vergeefs) achter een klein zangvogeltje aan jaagt, is duidelijk de over de volle lengte brede vleugelbaan zichtbaar. Ook de witte stuit is af en toe door de telescoop goed te zien. Het toefje wit boven het oogmasker en op het voorhoofd dat af en toe met veel moeite zichtbaar is, vind ik zelf minder overtuigend. Ik betwijfel of dat nou het verschil maakt. En of de wat lichtere kleur grijs die we menen te zien reëel is, is natuurlijk maar de vraag. Kan ook verbeelding zijn, geen vergelijkingsmateriaal bij de hand immers. Maar al met al een interessante vogel, en ook een mooie, want een klapekster. Als je een klapekster ziet, moet je tevreden zijn, homeyers of niet.

20 januari 2024






donderdag 11 januari 2024

Terschelling

‘De winters worden warmer en natter’, voorspellen de klimaatmodellen. Tsja, we krijgen wat ons toekomt. En dan hebben we nog niets te klagen, het kan allemaal veel erger. Vraag maar aan de bewoners van dat stadje in noord Canada die destijds huis en haard kwijtraakten door een alles verzwelgende bosbrand. Of aan de Australiërs die een gebied zowat zo groot als heel Nederland door bosbranden verloren zagen gaan. Of aan de Australiërs die nu vechten tegen overstromingen waarbij vergeleken de wateroverlast bij ons niet meer dan een overstroomde botervloot is. Of aan de mensen in Bangladesh die door overstromingen hun oogsten verloren zagen gaan. Enzovoort enzovoort enzovoort. Bij ons is de overlast meestal toch meer een bezienswaardigheid, een toeristische attractie. Al kun je natuurlijk wachten tot er ook bij ons iets rampzaligs gebeurt. Op Terschelling was het nog lang niet zover, maar bezienswaardig was het wel. Duinfietspaden stonden soms over tientallen meters onder water. Voorheen grazige duinvalleien of speelweiden waren duinmeertjes geworden en duinmeertjes binnenzeeën. Het prikkeldraad wandelde als het ware zo het water in, bankjes stonden met de poten in het water en eenzame prullenbakken staken er uit omhoog. Soms zag je het fietspad voor je als een smal lint tussen uitgestrekte waterpartijen door lopen. Soms liepen de bosweggetjes dood op een vloed die niet alleen het weggetje maar het halve omringende bos onder water had gezet. Het was werkelijk spectaculair. Maar de materiële schade was beperkt en slachtoffers zijn voor zover bekend nog niet gevallen.

Het had baggerweer moeten zijn afgelopen week. De weersvoorspellingen voorzagen in regen, elke dag regen en van zon zou geen enkele sprake zijn. Ik had me er al helemaal op voorbereid om iedere dag gewapend met regenpak en regenbroek elk moment dat het maar enigszins toeliet de regen in te gaan. Maar zoals zo vaak, ik heb het de afgelopen maanden zelden anders meegemaakt, zoals zo vaak viel het allemaal weer reuze mee. Oh, het regende wel hoor, soms hard, soms langdurig (maar nooit allebei tegelijk), maar even vaak was het droog, soms langdurig en af en toe betrapten we zelfs een zonnetje dat voorzichtig tussen de wolken door gluurde. Laverend tussen de buien door wisten we er al met al een prima weekje van te maken. Ik ben naar het oosten en naar het westen gefietst. Heb de ondergelopen duinvalleien gezien, de duinbossen badend in het water, de overal drassige weilanden en de Waddenzee, die van nature al nat is natuurlijk. In elk geval grotendeels, in elk geval een deel van de tijd. Ik heb de kwelders gezien zoals die in het hoekje bij Seerijp, en de fascinerende dynamiek van de jonge duinvorming die zich zoals op alle Waddeneilanden overal hoog op de brede stranden ontwikkelt. De machtige opeenvolging van wad, kwelders, slenken en duinrijen van de Noordsvaarder is al een stadium verder. En West toonde ons zijn schilderachtige, bijna stadse aard met zijn gezellige straatjes, met zijn kroegen, restaurants en hotelletjes en zijn trendy winkels waar je je bijna in het centrum van Amsterdam zou wanen en met zijn Brandaris, centraal op het dorpsplein hoog verheven boven het dorp.

Ook nog vogels? Ja zeker, dat viel nog helemaal niet tegen. Al tijdens onze eerste uurtjes op het eiland, tijdens een wandeling vanuit ons vakantieappartement in Baaiduinen, zag ik in diverse groepen rotganzen in het polderland achter de Waddendijk in totaal drie zwarte en twee witbuikrotganzen, en een oudejaarsavond en een nieuwjaarsnacht vol gezelligheid, drank, vuurwerk (niet van onszelf, laat dat duidelijk zijn) en wind en regen verder lukte het me om beide al op de eerste dag van het nieuwe jaar op de nieuwe jaarlijst te plaatsen. Zo vlot gaat dat lang niet altijd, ze zijn immers vrij zeldzaam. Daarmee was het project rotgans succesvol volbracht en kon ik me gaan wijden aan het project roodhalsgans. Daartoe naar het oosten gefietst, helemaal tot voorbij Oosterend, door velden vol ganzen, duizenden rot- en brandganzen maar roodhalsgans zat daar voor zover ik zien kon niet tussen. Het project roodhalsgans moet dan ook als mislukt worden beschouwd. Ook nog even bij Oosterend aan zee geweest, over een nogal lege zee getuurd en door de pioniersduintjes hoog op het strand gestruind. Ideaal voor strandleeuweriken, vond ik, maar ik kon ze niet vinden. Ik sloot nieuwjaarsdag af met een schamele 57 soorten. Dat haal ik meestal rond Utrecht ook wel op 1 januari, maar daar zit er nooit een zwarte of een witbuikrotgans tussen en trouwens ook maar zelden een gewone.
Een cadeautje was de parelduiker de volgende dag vlakbij op het duinmeertje van Hee. Hij dook veel, was daardoor aanvankelijk zelfs moeilijk te vinden maar als-ie boven was, dan was-ie fraai. Terwijl de eenzame boom van Hee uit de hoogte op ons neerkeek.
Bij West aan Zee was het boven zee aanzienlijk drukker dan de dag ervoor bij Oosterend, al zal dat wel niet aan de locatie gelegen hebben. Tientallen roodkeelduikers vlogen er, in amper een uur telde ik er zeker honderd, allemaal naar west (west met een kleine letter w, dit om verwarring te voorkomen). Daarnaast onder andere ook tientallen zwarte zee-eenden. Die vliegen alle kanten op. Eén keer vlogen er twee grote zee-eenden met ze mee, ook een klein cadeautje. Hier ook een stuk over het strand gewandeld, door en langs een mooi en waarlijk ongerept landschap van grillige en schaars begroeide zandduinen en waterplassen in een bed van pioniersvegetatie. Ideaal voor strandleeuweriken, vond ik, maar ik kon ze niet vinden. Ik sloot de dag af in de Noordsvaarder, wandelend langs het laatste duinland en langs de eerste slikken en kwelders. Ideaal voor strandleeuweriken, vond ik, maar ik kon ze niet vinden. Wel klassieke wadvogels als rosse grutto's (tientallen), zilverplevieren (diverse), bonte en drieteenstrandlopers (honderden), kanoeten (een enkele) en kluten (een groepje van een stuk of tien).
In West vond ik in de wateren naast de veerhaven nog een mooie man ijseend. In polder Seeryp een mooie slechtvalk op een paaltje. En de laatste uurtjes voor onze terugkeer naar het dagelijks leven vond ik nog even tijd voor een laatste bezoekje aan wad en slik van de Noordsvaarder. Ideaal voor strandleeuweriken, vond ik, en warempel, dit keer vond ik ze. Een mooie groep van misschien wel 40 stuks foerageerde af en toe vlakbij tussen de plantenresten en zelfs vond ik er nog minimaal twee fraters tussen. Een fijn besluit van ons weekje Terschelling, het moet genoeg zijn om er weer een tijdje tegenaan te kunnen in het nieuwe jaar.

5 januari 2024


Meer Wadden? Jaarwisseling














dinsdag 9 januari 2024

Jaaroverzicht

Iedereen een jaaroverzicht, welja, ik ook een jaaroverzicht. Maar waaraan te denken als ik terugkijk op afgelopen jaar (en dan liever niet aan Oekraïne, Hamas, Gaza of Geert Wilders, want daar wordt niemand vrolijk van)? Aan de zielloze stilte op een buiig Vlieland in oktober of aan de zonovergoten Marokkaanse woestijnen met renvogels, groene bijeneters, witbandleeuweriken, egyptische nachtzwaluwen, zandhoenders en nog veel meer? Aan uren wachten op een kille winterochtend op een wolf die niet kwam of aan het uitzicht op tientallen, nee, honderden kuhls pijlstormvogels vanaf het klif bij Sagres, terwijl de zon opkwam boven de Atlantische oceaan?

2023 was een jaar met twee gezichten. Binnenlands was het gewoon een karig jaar. Natuurlijk was er ook van alles te beleven. Naast die zielloze stilte op Vlieland in oktober was er ook het gekkenhuis boven zee, met pijlstormvogels, een geweldige kleinste jager over de branding, noordse stormvogel, vorkstaartmeeuw en meer. En het gekkenhuis op het eiland enkele weken later, een eiland vol vogels met tussen de buien door enkele fijne krenten. En die prachtige grijze strandloper bij Zijpe, de kuhls pijlstormvogel boven zee bij Vlieland, de sensationele noordse pijlstormvogel in het haventje van Yerseke en geelbrauwgors en vale gierzwaluw op Vlieland maakten in de herfst veel goed. Maar na de sensationele siberische waterpieper van februari moest ik vele maanden wachten tot er weer wat echte topsoorten voor me waren weggelegd. Intussen moest ik genoegen nemen met zaken als grijze wouw op Schouwen-Duiveland, ringsnaveleend bij Boxtel, mooie zingende orpheusspotvogel bij Oost Maarland, bijeneters in duinen bij Egmond aan zee, zingende kleine vliegenvanger bij Ede, ruiende kleine topper in de Kennemerduinen, geweldige getijdentrek te Westhoek en meer van dergelijk ‘klein grut’. Ach ja ... Nee, zo'n drama was het natuurlijk ook weer niet maar het ging allemaal zo moeizaam, het was zo zwoegen om toch nog iets van dit jaar te maken. In de winter volgden nog onder andere fraaie meenatortel en humes bladkoning in het hoge noorden dus nee, het was al met al nog helemaal zo slecht niet geweest maar desondanks was het contrast met mijn buitenlandse belevenissen groot. Want 2023 staat voor mij vooral in het teken van mijn droomreis naar Marokko. (https://guuspeterse.blogspot.com/.../maandag-130323...) In de grote stad geweest (Marrakech, Agadir) met alle chaos die daarbij hoort, aan de voet van de besneeuwde toppen van de Atlas gestaan, de steenwoestijnen betreden, de gouden zandduinen van de Sahara gezien die met enige fantasie zulke prikkelende associaties kunnen oproepen, en aan de oceaan gestaan. En onderweg alles voorbij zien komen: lieftallige valleien, grootse rotskloven, verlande rivierbeddingen, lieflijke riviertjes en brede riviermondingen. En overal vogels, prachtige vogels, nieuwe vogels, legendes uit de vogelgids tot werkelijkheid gematerialiseerd. 37 echte lifers + 4 nieuwe ondersoorten! Ik ga ze niet allemaal noemen maar: overal de grauwe buulbuuls en de huisgorzen. Onderweg groene bijeneters. In de bergen van de atlas atlasbergvink en diadeemroodstaart. In de steenwoestijn bij Boumalne temmincks strandleeuwerik, diksnavelleeuwerik, witbandleeuwerik, roodstuittapuit, woestijnoehoe en renvogels. In de echte woestijn bij Merzouga woestijnvink, woestijnmus en woestijngrasmus, kroon- en sahelzandhoen, lannervalk, en egyptische nachtzwaluw. En aan zee bij Agadir heremietibis, audouinsmeeuw, dunbekmeeuw en zwartkruintsjagra. Onder meer, onder veel en veel meer.
En de reis naar Portugal in de zomer was dan wel gewoon maar vakantie maar Lissabon was fijn als altijd, Sintra een attractie met rotszwaluwen als attractie, de kliffen en de binnenlanden van Sagres waren onvergetelijk en met honderden kuhls pijlstormvogels + onder meer vale pijlstormvogels en audouinsmeeuw, vale gierzwaluwen, blauwe eksters, alpenkraaien, bergfluiter en een fijn tochtje over zee met dolfijnen en kuhls pijlstormvogels vlak langs de boot en met ook nog eens stormvogeltjes, was ook Portugal geweldig.

























woensdag 13 december 2023

Met vogelwacht Utrecht naar Friesland

Er is binnen de vogelwacht Utrecht momenteel een discussie gaande over vogelen en klimaat. Een terechte discussie, wat mij betreft, ik sta helemaal achter het idee om als vogelaar te proberen je klimaatafdruk tot een minimum te beperken, maar met vogelwacht Utrecht gingen we vandaag helemaal naar Friesland. Met de auto. Want het zou best een echte topdag kunnen worden daar, was de gedachte, met soorten die we in eigen omgeving vergeefs zullen zoeken. Wolf op een geheime plek bij Appelscha, de kwelder bij Peazens met alles erop en eraan en als er tijd over was misschien nog een afsluiting in de Onlanden, met kans op zwarte ibis en ruigpootbuizerd.
Het is hem niet helemaal geworden, die echte topdag, maar al met al kon ík er in ieder geval wel vrede mee hebben. Het weer was acceptabel, veel wind maar meest droog en in elk geval veel beter dan we hadden gevreesd, en de soort die ik mezelf vooraf als doel had gesteld voor deze excursie, kon worden binnengetikt. De wolf liet het afweten maar dat was niet helemaal onverwachts: wordt ook daar vaker niet dan wel gezien. Twee uur vergeefs staan wachten in een kille wind en af en toe nog wat miezervlagen. Maar het was een mooie plek, met verwilderde graslanden, wat flarden riet en een bosrand aan de overkant. Groep toendrarietganzen over, geluidjes van geelgors, kepen, grote lijster maar geen wolf. Na een uur of twee maar weer vertrokken.

Bij Peazens de kwelder op. Harde wind maar ook af en toe het vermoeden van zon. In het kleine Nederland wordt weleens gesproken van de ‘little five’ (of dat iets zegt over onze volksaard of over de wilde fauna in Nederland laat ik even in het midden): vijf karakteristieke soorten die ’s winters onze kwelders bevolken. Van drie daarvan, sneeuwgors, ijsgors en strandleeuwerik, geen spoor vandaag op de kwelder. Oeverpiepers waren er natuurlijk wel maar ja, die zijn er altijd. Maar juist de soort die ik dit jaar nog moest, voor zover je van moeten kunt spreken natuurlijk, juist de frater was wel van de partij. Al gauw zagen we een groepje putters rondhangen en toen die op een modderig stukje aan de grond kwamen, bleken er enkele fraaie fraters tussen te zitten. Enige tijd lieten die zich mooi zien. Daarna hebben we ze helaas alleen nog af en toe langs vliegend gehad.
Verder was het wel een beetje sprokkelen op de kwelder. We misten veel maar we hadden wel minimaal vijf blauwe kiekendieven, waaronder drie prachtige mannetjes, en in de ruigte hield zich een velduil schuil. Het was hard zoeken maar toen we hem eenmaal gevonden hadden en vijftig keer vergroot door de telescoop zagen, een plaatje. Die gele ogen, het was soms net of ze je aanstaarden. Een plaatje was ook die rosse grutto die prachtig vlak onder de dijk liep te foerageren. Voor de Onlanden was het inmiddels te laat. We sloten af met wat ganzen in de buurt wat, na een fraaie roodhalsgans eerder vanmiddag, nog twee zeldzame witbuikrotganzen opleverde.
Het was niet helemaal klimaatneutraal geweest wat we vandaag gedaan hebben, niet low carbon, maar voor een keertje mag dat wel vind ik. Volgende week ga ik weer netjes met trein en fiets.

10 december 2023