maandag 16 september 2019

Maasvlakte

Ik hou wel van die opzichtige, licht absurdistische lelijkheid zoals op de Maasvlakte. Op zijn tijd. Maar dan moeten er wel vogels te zien zijn. Ik deel echter wat dat betreft geen gunstig verleden met de Maasvlakte. Het valt daar eigenlijk altijd tegen. Die topdagen, dat de draaihalzen als rijpe appeltjes uit de bosjes vallen, of dat er ortolaan of sperwergrasmus wordt gevonden, laat staan kleine spotvogel, ik heb ze nog nooit meegemaakt. Maar vooruit: we wagen het er weer eens op. Met vogelwacht Utrecht weer eens een dagje Maasvlakte gepland.
Ook dit keer waren de voortekenen niet geruststellend. De wind was niet goed voor zeetrek, en van de Maasvlakte zelf waren de afgelopen dagen geen opvallende meldingen gedaan. We zouden alles dus zelf moeten vinden. Maar zoals zo vaak eerder als de Maasvlakte op het programma stond, halverwege de dag een andere bestemming gezocht. En zoals zo vaak leverde die andere bestemming de leukste soorten op.
Want het was weer eens niks op de Maasvlakte. Rustig, doodstil bijna. Prachtig weer, dat wel: volop zon en in de middag 20+ graden Celsius. Uurtje aan zee gestaan, maar ja, matig windje uit zuidwest. Paar jan van genten, enkele groepjes zwarte zee-eenden en een gestage stroom grote sterns en visdiefjes over zee. Leuk natuurlijk, zeg je dan plichtmatig tegen elkaar, maar niet waar je voor komt. Ben ik dan een verwend nest of gewoon eerlijk? Van de tapuiten op de vlaktes bij de Maasmond kun je natuurlijk hetzelfde zeggen, of van de gele kwikstaarten daar. Oranje luzernevlinders, best wel veel oranje luzernevlinders, van die dingen waar je op gaat letten als de vogels het laten afweten. Bij het begin van het pad naar de Westplaat mooie vuurgoudhaantjes in het struikgewas: topper van de ochtend. Verder hier nog een paar zingende cetti’s zangers maar de dagen dat je daarvan onder de indruk was, liggen inmiddels ver achter ons. Geluidjes van onvindbare tjiftjaffen en zwartkoppen en we hielden het maar weer voor gezien op de Maasvlakte.

Nee, dan de afterparty. Die vond plaats in de Biesbosch en daar begonnen we al meteen met een mooie groep van acht koereigers langs de Deneplaatweg. Ook een stel gele kwikstaarten hier met daartussen iets waarvan ik nog steeds niet zeker weet (en dus nooit zal weten) of het niet een duinpieper was. Te snel uit beeld en daarna alleen maar gele kwikken, dus die moesten we maar vergeten. Verder diverse visarenden waaronder een fraai op een plaat in polder Hardenhoek die toen hij was opgevlogen met vis in de klauwen vlak langs ons heen vloog.
Nou wil het geval dat ik dit jaar nog altijd geen kleine en geen krombekstrandloper op mijn jaarlijst had en aangezien er verderop in / langs de Muggenwaard een kleine was gemeld, pleitte ik ervoor daar onze dag af te sluiten. Tussen de kemphanen, de kieviten, bontbekken en bontjes vonden we daar inderdaad een miniatuursteltje dat onmiskenbaar kleine strandloper bleek. We vonden zelfs een tweede. Dat ik vervolgens veel dichterbij een fraaie juveniele krombekstrandloper vond, was een hele fijne bonus: in één keer allebei binnen. Met ook nog onder andere twee kanoeten en een boomvalk was het een mooie afsluiting.

15 september 2019

dinsdag 3 september 2019

Fomo

Fear of missing out: het is een zeer hedendaags begrip maar het is natuurlijk al zo oud als Rome. En ons vogelaars niet onbekend. Toen ik in Schotland vernam van de alaskastrandloper die in Friesland was opgedoken, had ik toch even moeite te genieten van de kliffen en de bergen en de ongerepte hooglanden om me heen. Ik ging daar een nieuwe soort voor Nederland mislopen terwijl bijna al mijn vogelvriendjes die nieuwe soort wel gingen opstrijken. Ik kon wel net doen alsof dat er helemaal niets toe deed want dat Schotland fantastisch was, maar dan hield ik mezelf voor de gek, hoewel dat laatste natuurlijk klopte. Maar dit voelde wel wat zuur dus toen ik terug was in Nederland, wilde ik dat zo snel mogelijk in elk geval een beetje goedmaken middels een fraaie duinpieper op de voormalige vliegbasis van Soesterberg. Maar helaas, vogel was gevlogen. Ik vierde mijn terugkeer in Nederland met een fijne dip.
Dus ik was wel toe aan een succesvol dagje vogelen waarbij de fijne soorten me als gewillige kalkoenen als het ware in de mond kwamen vliegen. (Ja ik weet wel, kalkoenen kunnen niet vliegen en dat beeld van die beesten die je mond in vliegen, daar wordt je misschien ook niet zo vrolijk van, maar laat me …) De excursie met vogelwacht Utrecht naar Noord Holland deze zondag had vooraf alle potentie precies dat succesvolle dagje vogelen te gaan worden. Maar ja, moest het nog wel even gebeuren.
Nou, ik zal de eventuele lezer niet langer in spanning laten: het gebeurde. Bij Breezand wilde blonde ruiter nog net even meewerken: liet zich prachtig zien voordat-ie, we waren er nog maar een paar minuten, met een groepje kieviten mee op de vleugels ging. Kieviten keerden al gauw terug naar het verder tamelijk verlaten ondergelopen bollenveldje, van blonde ruiter werd nooit meer iets vernomen. Op het nippertje dus.
Ook gestreepte strandloper werkte voorbeeldig mee. Op een ander, ook al verder grotendeels leeg ondergelopen bollenveldje, nabij Oudesluis, liep-ie prachtig te foerageren in een begroeide strook in het midden van het water. Af en toe was-ie half verscholen, af en toe prachtig vrij zichtbaar. Dat was twee uit twee.
Grauwe franjepoot maakte drie uit drie. Op een volgend ondergelopen bollenveldje, langs de Schelpenbolweg, zat-ie bij aankomst al meteen op luttele meters afstand in de hoek van het terrein. Na niet al te lange tijd vloog ook deze met een paar kemphanen weg, maar deze werd al gauw wat verder weg weer teruggevonden en liet zich later weer prachtig van vrij dichtbij zien. Juweeltjes hoor, franjepoten, rondtollende badeendjes die om zich heen de insectjes van het water plukken. Verder dit keer niet een grotendeels of zelfs helemaal leeg watertje zoals we tot nu toe gezien hadden, nee, hier ook tientallen kemphanen en mooie groep goudplevieren plus prachtige zwarte ruiter, groenpootruiter en bosruiter.
Bij Aartswoud was het nog even zoeken naar de plek, maar die eenmaal gevonden waren ook de beide lachsterns al gauw in beeld. Eerst rustend op de akker, daarna foeragerend verderop in het gebied. En drie reuzensterns in de Kinselbaai maakten vijf uit vijf. Met ook nog een uurtje vooraf aan zee, met onder andere jan van genten, vele grote sterns en de eerste jagers van het jaar, en een uitstapje naar Den Oever waar we in de bak onder andere tientallen kanoeten, een mooie groep regenwulpen, een paar lepelaars en allerhande overige steltjes troffen, kan ik er wel weer een weekje tegen.

1 september 2019


Foto’s, overigens, niet van mij maar van Erik, Toon, Hans, Janneke en Toon. Waarvoor nog dank.









Vliegen

Vliegen is wachten. Op Inverness zo'n anderhalf uur, vanwege vlotte voortgang langs incheckbalies en douane en half uurtje vertraging. Op Birmingham hadden we uren: sowieso een lange overstap en daar bovenop een paar uur vertraging. Het wordt laat vanavond. Uren in niemandsland, uren in niemandstijd, alle tijd om terug te denken aan ons ochtendommetje vanmorgen voor vertrek, in onze wijk, langs het kanaal en langs eindeloze begraafplaatsen aan de voet van een onbereikbare heuvel. En om terug te denken aan onze twee weken Schotland, die zich vanuit het benauwende perspectief van vliegvelden wel in een andere dimensie lijken te hebben afgespeeld. Nog effe en ze zijn herinneringen, geschiedenis, al bijna vergeten.

25 augustus 2019


10 augustus

Meer Inverness

Dagje Inverness. Niet zo stralend als ze beloofd hadden (maar ach, het weer was ook vrijwel nooit zo treurig als ze beloofd hadden), zelfs een beetje regen maar het was wel oké. 's Morgens in mijn eentje naar de oever van de Moray Firth, wat een handvol nieuwe vakantiesoorten opleverde maar niets bijzonders. Daarna met zijn allen naar ontbijtrestaurantje, rondgekeken in de stad en geshopt, langs de Ness gewandeld naar enkele mooie eilandjes in de rivier en weer terug, (zonder Esther) naar het museum en (weer met Esther) rondvaart gemaakt over de Moray Firth. Dat laatste was leuk en leverde me op het allerlaatst nog een van de mooiste soorten van de vakantie op: een fraaie juveniele kleinste jager, zo’n heel licht beest met bijna witte kop en lichte onderzijde en verder heel koud gekleurd. Mooi, sierlijk vogeltje. Soort van de dag uiteraard.

24 augustus 2019


25 augustus





Naar Inverness

Weer een nieuwe, en tevens alweer onze laatste verblijfplaats hier in Schotland: Inverness. Mooie bustocht weer, onder andere langs het vermaarde Loch Ness. Hard gezocht naar het monster maar niet gevonden. Aankomst met de bus in Inverness vanmiddag was nogal imponerend: ineens stonden we op de centrale brug over de Ness, met zicht op de rivier, de kades met onder andere twee spitse kerktorens en op het kasteel. Later tijdens eerste verkenningen daar opnieuw gestaan, plus de kathedraal gezien en door de vroege en daarna latere avondschemer langs houthavens naar het begin van de Moray Firth gelopen, groot soort baai met toegang tot de oceaan daarachter. Mooie zonsondergang, voor de verandering, waarna we terugkeerden naar ons ‘guesthouse’, onze vijfde verblijfplaats inmiddels, deze gelegen in een rustig burgermansstraatje net buiten het centrum. Wel effe wat anders dan onze cottages op Mull en in Glenn Nevis.
Waarin Inverness ook nog uitblinkt, zijn de kleine huisjes. Er zijn prachtige straatjes met charmante kleine huisjes, echt monumentale kleine huisjes met torentjes en uitbouwsels en tierelantijntjes, toch niet helemaal het soort arbeiderswoningen die je in oude Britse steden verwacht. Al weet je natuurlijk niet hoe het er van binnen is. Verder zijn ook in Inverness de voetgangersstoplichten buitengewoon voetgangersonvriendelijk en moet je ook in Inverness soms eindeloos lang wachten voor je mag oversteken. En met dat onhandige links rijdende verkeer is door rood oversteken meestal ook niet aan te bevelen.
's Avonds Madness! Bleek er net vandaag een openluchtoptreden te zijn van de oude heren. Stukje van meebeleefd, loerend tussen de kieren door van het plastic dat over de soms half open hekken gespannen was.

23 augustus 2019


24 augustus






Cows Hill

Weer een mooie wandeling: enorm steile zigzag klim en boven prachtige rondwandeling over Cows Hill. Fraaie golvende veen- en heidevelden, spectaculaire zichten in de verte, op Fort William, op het Loch en op verre bergen. In het begin wat zon, later steeds meer regen, geen vogels van betekenis. Het is inmiddels het patroon hier in de Glenn Nevis e.o.: prachtige, spectaculaire wandelingen, 's morgens vooral zon, 's middags vooral regen en geen vogels van betekenis. Ik kan er voorlopig nog niet ongelukkig mee zijn, al zou een vogel van betekenis wel fijn zijn, gezien wat ik allemaal ben misgelopen in Nederland de afgelopen dagen.
Vanavond nog even afscheid genomen: naar het riviertje, van daar stukje de onderste helling op geklommen en stukje langs het riviertje gelopen. Het was fijn.

22 augustus 2019



23 augustus





Steal Waterfall

Bus naar het eindpunt: de Lower Falls. Mooie, woeste waterval van misschien wel tien meter. Het water kolkte onder de brug door. Van daar dieper de eindeloze Glenn in. Grijs maar droog, vooralsnog. De bergen nog nabijer, nog imposanter dan bij ons, machtige gestalten doorsneden door diepe kloven. Dit waren de ware Highlands, meende ik, de Highlands die we al doorkruisten met bus en met trein en die we nu eindelijk binnentraden: ongerept, ongenaakbaar. Beneden kolkte het riviertje over de rotsen.
We zijn op weg naar de Steal Waterfall, verderop diep in de Glenn. Een half begaanbaar pad aan de andere kant van het riviertje, over beekloopjes, van steen naar steen en door de modder, leidt tot niets. Het wordt toch de asfaltweg, inmiddels verworden tot een enkelspoors landweggetje. Het regent inmiddels als we de parkeerplaats bereiken. Een waarschuwing aan het begin van het pad: 'Danger of Death. Fatal accidents do occur by falling of this path'. Het is niet erg geruststellend. Het hele pad lang, veelal van steen naar steen klauterend langs het steeds dieper onder ons stromende riviertje, vrees ik wat er komen gaat. Uiteindelijk maakt het pad de waarschuwing waar en lopen we langs tientallen meters loodrechte diepte. Het is spectaculair, het is fenomenaal, die rotsige kloof met daar beneden die woeste stroom, maar ik voel me er niet erg lekker bij. Ik heradem als ineens alle diepte naast ons wegvalt en het pad een grazige hoogvlakte tussen de bergen bereikt: ruimte om ons heen, platheid, en ik voel me weer volkomen ontspannen. Ik blijf een kind van de polder, van de platheid van Nederland.
Wat we voor ons zien bij het betreden van deze hoogvlakte, overtreft nog onze verwachtingen. Dit is bijna mythisch, dít zijn de ware Highlands die we al doorkruisten met bus en trein. Om ons heen stenige, schrale gronden die omhoog klimmen naar steile bergwanden; door de vlakte stroomt het riviertje ons tegemoet en voor ons dendert van misschien wel honderd meter hoogte datzelfde riviertje van de rotswand. En daar nog voorbij een bergmeertje waardoor een ander stroompje zich bij het riviertje voegt. Of andersom natuurlijk. Waarna bergtop na bergtop op dit alles neerziet. Ach, deze woorden zijn zo ontoereikend. Laat ik er dit van zeggen: de regen deerde ons totaal niet.
De terugweg was niet half zo griezelig als het omhoog was. Dat kwam natuurlijk doordat ik inmiddels precies wist wat me te wachten stond.
Soort van de dag: dat was de Britse taigaboomkruiper die ik eindelijk leuk in beeld kreeg tijdens mijn vroege ochtendwandelingetje langs het(zelfde) riviertje bij ons vakantiepark. Tijdens onze fantastische middagwandeling geen vogels van betekenis.

21 augustus 2019


22 augustus