zondag 24 oktober 2021

Nieuwvliet Bad

De eerste melding, woensdagmiddag terwijl ik in de Zodden aan het wandelen was (veel wind, weinig vogels), dat was ver weg, in meerdere opzichten. Zou vast niet meer teruggevonden worden, stelde ik mezelf gerust.
De tweede melding, donderdagochtend: shit, vogel was teruggevonden. Zat er dus nog. Nieuwvliet Bad: hoe moest ik daar in vredesnaam komen? Zou vandaag niet meer lukken in elk geval.
De melding van vrijdag was toch een geruststelling: vandaag kwam slecht uit, bovendien kutweer en een dure, verre reis, gewoon geen zin in maar misschien morgen?
De melding zaterdagochtend was de bekende, meer dan welkome piep-in-de-rug. Ik zat al in de trein, ergens bij Lage Zwaluwe inmiddels, en wist: zat er nog! Redelijkerwijs zou de reis niet vergeefs zijn.
Die reis viel trouwens best mee. Twee en een half uur met de trein naar Vlissingen, maar dat maakte me niet uit. Ik zat daar goed en deed niet veel anders dan ik gedaan had als ik thuis was gebleven. En het kostte me niks, dat hielp ook. Daarna met het pondje naar Breskens, nog een half uurtje fietsen en ik sta op het Roompot Beach Resort Nieuwvliet Bad. Wolkenvelden, een mager zonnetje, overvliegende groepen trekvogels, ik hoorde kepen, sijzen en veldleeuweriken, en vogelaars die me wijzen: daar dat boompje met die brede zwarte banden aan beide zijden, daar hangt-ie rond, daar laat-ie zich af en toe mooi zien. Kijken en afwachten dus.
Binnen een minuut is het raak. Een bleek, overwegend grijsbruin zangertje met naar verhouding zware snavel duikt op, laat zich even prachtig zien en vliegt weer uit beeld. Bingo! Oostelijke vale spotvogel, eerste voor Nederland, in de pocket. En meteen hè, niet na eindeloos wachten, niet nadat zich de frustraties hebben opgehoopt en je je tenslotte tevreden moet stellen met een met veel moeite verworven korte glimp, nee, meteen vol in beeld. En niet één keertje maar telkens opnieuw want steeds weer komt-ie tevoorschijn die eerste paar minuten dat ik op Roompot Beach Resort Nieuwvliet Bad ben. Soms diep en half verscholen in het struikgewas, maar een volgend moment open en bloot op een kaal takje. We zien hem volledig vrij op een van de banden, we zien hem ineens een felle jachtvlucht omhoog maken om weer omlaag de struik in te duiken, en we zien hem weer prachtig vrij op een ander kaal takje. Zo dicht bebladerd als het struikgewas en de heggetjes hier zijn weet-ie toch herhaaldelijk een kaal takje te vinden.
Ik blijf nog een uurtje op het park in de hoop op mooie vervolgwaarnemingen, zie hem in die tijd ook nog wel een paar keer aardig maar steeds kort en zo mooi als die eerste paar minuten wordt het niet meer. Groepen trekvogels trekken over, vinken, veldleeuweriken, kepen, boomleeuweriken, en ik ga iets anders doen.

Ik maakte er nog een leuk dagje Zeeuws Vlaanderen van. Ik wandelde door de Verdronken Zwarte Polder, vlak om de hoek, waar naast de vele leeuweriken en spreeuwen, vinken en graspiepers ook een late boerenzwaluw overvloog, waar een cetti’s zanger zong en waar een fraaie kleine zilverreiger de dag nog feestelijker maakte dan die toch al was. En ik fietste langs zee en langs de buitenste duinen terug naar Breskens. Dezelfde route had ik vanmorgen ook al gefietst, maar toen had ik er niet meer tijd voor over gehad dan minimaal noodzakelijk was om in Nieuwvliet te komen. Dat was nu anders. Ik keek eens hier en ik keek eens daar, bezocht de trektelpost Breskens waar weinig te beleven was, het was ook niet helemaal de goede tijd, en keerde terug waar ik vanmorgen begonnen was: de veerhaven van Breskens. Maar nu met oostelijke vale spotvogel op zak.

23 oktober 2021


Meer: Stukjes griel






dinsdag 19 oktober 2021

Naar Beverwijk

Vandaag naar Beverwijk en de duinen in ten noorden van het Noordzeekanaal. Ik was daar nog nooit eerder geweest dus dat was alvast één primeur. Het was natuurlijk niet daarom dat ik naar Beverwijk was vandaag. Het was om blauwstaart. Die niet gezien. Nou ja, die komt een andere keer dan wel weer. Intussen toch een interessant dagje want ook de Noordpier (van IJmuiden? Mag je dat zeggen? IJmuiden ligt daar immers helemaal niet, dat ligt aan de overkant van het kanaal) had ik nog niet eerder betreden. Het zicht vanaf de kop van de pier op de veel verder uitstekende Zuidpier aan de overkant: het omgekeerde van wat ik gewend ben.
Een paar uur heb ik besteed aan een open plek in een stukje duinbos bij Wijk aan Zee. Eerst voor en daarna na mijn bezoekje aan de pier. Voor ons een stukje open duinvegetatie, afdalend naar een poeltje beneden, en daarachter wat struikgewas en een paar boompjes. Het was rustig daar. Van blauwstaart geen spoor en ook verder alleen een vink. En een koolmees, dat was alles. Tot na een tijdje ineens een paar pimpelmezen verschenen. En nog een paar pimpelmezen, en een paar koolmezen. En een glanskop, een tjiftjaf, een stel goudhaantjes, zelfs een fitis, tamelijk laat in het jaar en bepaald niet alledaags in oktober. Een mooi geel beestje met zeer prominente oog- en wenkbrauwstreep en gelige pootjes. Ook de handpenprojectie leek wel oké, al was dat lastig met zekerheid vast te stellen. Hoe dan ook een fitis.
Ineens wemelde het daar van de vogeltjes. Ze scharrelden door het struikgewas, badderden in het poeltje en kropen door de halfopen vegetatie. Alleen blauwstaart ontbrak nog. Intussen vlogen koperwieken over, zat een grote bonte specht mooi hoog in het kale topje van een dennenboom en cirkelde er enige tijd een sperwer boven ons rond. En toen was het voor ons ineens weer stil. Eén vink zat er nog bij het watertje, en een koolmees.
Typisch iets dat je in de herfst kunt meemaken: die plotseling oplevende activiteit die daarna even plotseling weer stilvalt. Gewoon even stilstaan en afwachten, dat wil dan nog weleens helpen. Stilstaan en afwachten in plaats van overal achteraan gaan, en zien wat er gebeurt. Meestal gebeurt er dan wel iets, al zijn daar meestal geen blauwstaarten of goudlijsters bij betrokken.

Na mijn uitstapje naar de Noordpier, dat overigens niet al te veel opleverde, foute wind, hoewel de paar zeekoeten best vermeld mogen worden want die passen wel in de trend van de afgelopen weken, daarna terug op het plekje in de duinen: een herhaling van zetten. Eerst stilte, waarna een groepje sijzen opdook. En ineens een keep. En nog een keep. Diverse kepen lieten zich daarna prachtig zien, en prachtig zijn ze, die kepen. In de buurt riepen ook wat zwarte mezen en ook daarvan liet er eentje zich mooi vrij zien bij het poeltje. Toen de rust wederom weerkeerde, wederom zonder blauwstaart, toch niet ontevreden weer naar huis gegaan. Het was al met al toch een interessant dagje geweest.

17 oktober 2021

woensdag 13 oktober 2021

Dutchbirding op Texel

Prachtige momenten meegemaakt. Zo hadden we op vrijdag bijvoorbeeld een geweldige namiddag op de Hors. In het lage zonnetje met zijn lange schaduwen in de zandwoestijn die zo aan de Sahara zou doen denken als je ooit in de Sahara was geweest. Een eindeloze zandvlakte met pas aan de horizon een streepje zee, hier wat jonge zandduintjes karig getooid met wat helmgras en in dat decor, door die lage zon beschenen, drie strandleeuweriken. Onvergetelijk.
Eerder hadden we al die kerkuil in de Tuintjes. Die zat diep verscholen in een bosje, een wonder dat iemand die gevonden heeft, maar na enig manoeuvreren was-ie toch mooi zichtbaar in de scoop. Een Texelse vogel of toch een die, zoals de meeste zeldzaamheden die hier worden aangetroffen, na een lange reis over zee is neergeploft in de eerste bosjes die hij vinden kon? Nou zijn onze kerkuilen natuurlijk standvogels maar geldt dat ook voor noordelijke en oostelijke populaties?
Prachtig was de zwarte ibis in de Petten, die we pas in tweede instantie op zaterdagochtend konden vinden, nadat we vrijdag aan het eind van de middag vergeefs op zoek waren geweest. Leuk waren ook de grauwe franjepoten in het westelijke Horsmeertje. De bokjes die voor ons opvlogen uit de Kreeftepolder toen enkele lokale vogelaars er door de nattigheid struinden. De aan één poot manke strandplevier op het strand bij paal 26. De roodhalsgans in de Bol. Zo hopten we een beetje van doelsoort naar doelsoort.
Op zondagochtend stonden we vanaf kort na zonsopgang twee uurtjes aan zee. Het was er een komen en gaan. Tientallen, nee honderden zwarte zee-eenden en zeekoeten, tientallen roodkeelduikers. Een paar mooie jagers ook, waaronder een middelste die fanatiek achter een meeuwtje aan joeg. En op zee her en der tientallen zeekoeten en ook enkele alken. Alken hadden we al eerder gezien, onder andere mooi vlak achter de branding, en waren opmerkelijk gemakkelijk dit weekend.
Het was dus spitsuur boven zee. Het contrast met de wandeling die we daarna maakten door de zonovergoten duinen ten zuiden van het Hoornderslag, was groot. Het was een prachtige wandeling. Eindeloos dwaalden we door het woeste en ongerepte buitenduin, een glooiende steppe van duinriet en zandverstuivingen en verspreidde bosjes die over het landschap leken uitgestrooid, over paden die steeds minder pad waren, om uiteindelijk te belanden in een laagte met dicht struweel en grazige, naar munt geurende veldjes. Maar het was ook een stille wandeling. Geen vogels om ons heen, geen vogels over ons heen, louter stilte, op wat graspiepers af en toe en wat roepjes van tjiftjaf of zwartkop na. Het was kenmerkend voor deze drie dagen Texel: smakelijke krentjes waren er genoeg, we tellen onze zegeningen, maar telkens die rust om ons heen, die stilte, die roerloosheid: er leek nauwelijks een vogel te bewegen. En dat in oktober! Het was net alsof de vogeltrek nog altijd niet echt begonnen was. Ik heb het idee dat dat de afgelopen jaren vaker zo was tijdens het Dutchbirdingweekend, terwijl ik me van langer geleden toch vooral weekenden herinner dat de roodborstjes af en toe over je voeten struikelden, in letterlijk ieder bosje de goudhaantjes scharrelden, struikgewas af en toe explodeerde van de lijsters en boven je hoofd zich een constante stroom van nog meer lijsters, van vinken en piepers en wat al niet bewoog. Dat komt allemaal vast nog wel. Maar zou het kunnen zijn dat de herfsttrek de laatste jaren structureel later op gang komt? Dat door klimaatverandering de vogels langer in het noorden blijven hangen? En dat Dutchbirding en ook Deception tours zouden moeten overwegen hun weekenden enkele weken naar achteren te verschuiven?
Of is het toch alleen maar toeval?
Hoe dan ook, aan het eind van de wandeling, al bijna op weg naar de beoogde boot van 4 uur, kwam er een einde aan deze mijmeringen: melding van een daurische klauwier in de Tuintjes! Op de valreep toch nog de soort waar we het hele weekend op hadden gewacht en die we natuurlijk al die tijd zelf hadden geprobeerd te vinden. Eén chauffeur en drie van de overige nog resterende aanwezigen bleken er wel voor te voelen één, of desnoods twee bootjes later te nemen al verschilden over dat laatste de meningen. Dus stonden we drie kwartier later in de bij zulke soorten gebruikelijke menigte te wachten op de ontwikkelingen die vooralsnog uitbleven. Vogel was zoek en daarmee kwam ineens de 5-uurboot weer in zicht. We zaten al in de auto toen de klauwier toch weer werd terug gemeld. Het was een dubbeltje op zijn kant, letterlijk, maar even later stonden we dan toch te kijken naar een daurische klauwier in een ver bosje aan de overkant van het veld. Een bleke klauwier met iets van een maskertje en roodachtige staart: net voldoende om er een izabelklauwier spec. in te herkennen. Daurische of turkestaanse dus, allebei heel erg zeldzaam. Het was de afsluiting die dit weekend verdiende. Samen met alle altijd weer leuke doorsnee-Texelsoorten als rosse grutto's, kanoeten, zilverplevieren en dichte drommen goudplevieren als goudkleurige plakkaten op het wad enzovoort, maakte deze het weekend helemaal af.

10 oktober 2021


Meer lezen? Dutchbirdingweekend op Texel







donderdag 7 oktober 2021

Raddes

Hier valt zoveel over te zeggen. Dat ik al jaren op zoek ben naar mijn eerste raddes boszanger en dat-ie me telkens weer door de vingers glipt. Verkeerde eiland, net te laat, vorig jaar stond zelfs een quarantaine tussen mij en mijn eerste raddes boszanger. Terwijl er vrijwel ieder jaar wel minstens een of twee gevonden worden.
En dat ik afgelopen twee weken vier keer een potentiële lifer moest laten lopen. Allemaal vielen ze net verkeerd. Tijdens een crematie (oké, dan is het missen van een goudlijster natuurlijk het laatste waar je over moet klagen), tijdens DT 2 op Vlieland. Er moest er toch ook weer eens eentje goed vallen, vond ik. Nou, bij deze dus. Goede plek, tien minuten lopen vanaf station Amersfoort Schothorst (minder dan een half uur met de trein); het juiste moment, bijtijds in de ochtend en geen gelegenheden op de agenda waarbij ik niet gemist kon worden (voor zover ooit, natuurlijk), een vergadering uitgesteld, dat hielp ook, en toen was daar ineens die melding: raddes boszanger in Amersfoort. Toen de soort definitief bevestigd was, maar heel kort geaarzeld en daarna de trein genomen naar Amersfoort Schothorst.
Wat een cadeautje zou dat zijn: de moeder aller goedmakers! Onderweg natuurlijk de vrees dat de vogel nooit meer zou worden teruggevonden (in tegenstelling tot de alpengierzwaluw die ze net vandaag in de Biesbosch hadden), maar ter plaatse bleek al gauw dat ze ‘m weer hadden en konden alle belangstellenden zo aanschuiven (in tegenstelling tot bij de alpengierzwaluw die ze net vandaag in de Biesbosch hadden). Hij foerageerde in meest laag struikgewas langs het pad. Riep bijna voortdurend, wat op zich al de moeite waard was want dat roepje is zeer kenmerkend en een hard onderscheid met erop gelijkende bruine boszanger. En was geregeld schitterend vrij zichtbaar, zoals raddes toch maar zelden wordt aangetroffen begrijp ik altijd. Uit eigen ervaring kan ik niet spreken. Uitvoerig de subtiele kenmerken kunnen vaststellen die hem van brubo onderscheiden: zeer markante wenkbrauwstreep, ook achter het oog helder wit; relatief kort en ‘stompachtig’ snaveltje, en gelige tinten met name op de onderstaart. Alles in orde: zo wil je je eerste raddes boszanger hebben.
En naar Vlieland hoef ik daarvoor in elk geval niet meer te gaan.

7 oktober 2021


Meer: Nieuwvliet Bad

DT 2

Eigenlijk wil ik het er helemaal niet meer over hebben. Ik ben er klaar mee. Klaar met dat hele Vlieland. Had ik gedacht, laat ik dit jaar ook eens een beetje meedoen met dat Deception tours, en dus maar liefst twee weekenden Vlieland geboekt, krijg je dit! Het moet wel het saaiste jaar in de geschiedenis van Deception tours zijn, neem ik aan, al moet DT 3 natuurlijk nog komen. Het evenement maakte zijn naam tot nu toe helemaal waar.
DT 1 was niet veel geweest, dus op DT 2 moest het gebeuren. Helaas. Dat het zulk matig weer was, zoveel regende, ach, dat kon ik wel aan. Ik had een gloednieuwe regenjas en regenbroek en gloednieuwe nog waterdichte wandelschoenen en die konden de regen wel aan. Heerlijk door de regen over de noordoosthoek gedwaald, geen centje pijn. Dat er juist dit weekend elders zulke geweldige soorten werden gezien, onbereikbaar op het vaste land (ik moest twee potentiële lifers laten lopen!), dat had ik ook nog wel kunnen hebben, als we tenminste maar op Vlie ons aandeel aan leuke soorten konden opstrijken. Maar dat het ook dit weekend weer zo stil was op het eiland, dat er alweer nauwelijks echt aansprekende soorten te vinden waren en dat de paar die gevonden werden nauwelijks en voor de meeste aanwezigen niet twitchbaar waren, dat maakte me wel een beetje verdrietig. Voor bosgors was ik, zoals de meesten, te laat. Kleine vliegenvanger liet zich aan de meesten hooguit af en toe horen. Ik moest het doen met bladkoning die af en toe riep vanuit het bos toen ik stond te wachten op bosgors. En met één sessie alarmroepjes tijdens in totaal misschien wel twee uur wachten op kleine vlieg.
Gelukkig waren er de jagers, want die maakten veel goed. Nooit eerder zag ik er aan zee zo veel, nooit eerder zag ik ze zo gemakkelijk. Op zondagochtend stond ik nog maar amper een paar minuten bij het badhotel over zee te turen toen er al een kwam aangevlogen die vlak achter de branding fel achter een visdiefje aanging. Het spektakel eindigde pas toen de jager, een kleine zoals verreweg de meeste dit weekend, ineens rustig op zee ging zitten. Met buit, neem ik aan. Even later herhaalde dit gebeuren zich. En intussen was verder weg een tweede kleine jager langs gevlogen naar zuid. Dat alles binnen een kwartier.
Op zaterdagochtend vlogen ze af en aan. Een aantal leek ter plaatse boven zee te foerageren. Op zeker moment telden we er vijf tegelijk. Maar intussen kwamen er ook geregeld langs die strak naar zuid vlogen. Dat zijn er gedurende de ongeveer twee uur dat ik daar stond misschien wel twintig geweest. En pleisterend of doortrekkend, allemaal namen ze af en toe de tijd om fanatiek achter een stern of een meeuwtje aan te jagen, wat telkens weer een fantastisch schouwspel is. Al vraag je je wel af of dit nou werkelijk de gemakkelijkste manier voor ze is om een maaltje bij elkaar te scharrelen en of gewoon een beetje de branding afstruinen niet veel eenvoudiger is. Een interessante evolutionaire kwestie.
Met ook nog onder andere jan van genten, af en toe een roodkeelduiker, zwarte zee-eenden en veel zeekoeten, zowel langs vliegend als op zee, was het aan zee goed toeven. Op het eiland echter was het werken en zwoegen, dag in dag uit, in regen en wind, helaas zonder de zo verdiende beloning. Een mooie slechtvalk, een late tuinfluiter, trekkende boomleeuweriken en kruisbekken, niet onplezierig natuurlijk maar al met al heeft Deception tours me meer gekost dan het me heeft opgeleverd. Niet bepaald een aanmoediging om dit volgend jaar weer te doen. Al kan het dan nauwelijks zo matig zijn als het dit jaar was.

4 oktober 2021


Meer Deception tours: Deception tours

dinsdag 28 september 2021

Traumatische dip

Ik was zaterdagmiddag net in het al herfstige Asserbos op weg naar het crematorium aan de Boskamp, toen de melding kwam: goudlijster op Texel. Au! Traumatische dip in de maak, maar dat was nu bijzaak. Hoewel ik moet toegeven dat ik er aanvankelijk wel enige moeite mee had, begreep ik natuurlijk ook wel dat ik mijn kleine ongemak niet mocht vergelijken met het leed dat Ronald had achtergelaten. Men zou het misschien niet denken maar er zijn soms dingen belangrijker dan vogels. Geen Texel dus voor mij vandaag.
Die traumatische dip, die kwam er, want de volgende ochtend was er van goudlijster geen spoor meer. Tijdens de hele autorit naar Den Helder, tijdens de overtocht, in de auto op het eiland, geen enkele melding. We zijn niet eens meer wezen kijken. Eigenlijk hadden we dat ook wel een beetje zien aankomen: als-ie niet was vertrokken, zou-ie wel ergens dood onder een struikje liggen want gistermiddag was de vogel ook al niet erg levendig meer geweest. Hoewel altijd nog levendiger dan de meeste van de ruim twintig eerdere gevallen in Nederland, want die waren dood gevonden.
Waar onderweg wel meldingen van binnenkwamen, was van amerikaanse goudplevier. Eerst ter plaatse, daarna opgevlogen en vervolgens ietsje verderop weer ter plaatse. Toen we ter plaatse aankwamen, liep-ie samen met een goudplevier rustig op een kale akker achter Sluftervallei, het vakantiepark van Landal. Prachtig te zien, prachtig te vergelijken ook: de tinten grijzer, het koppatroon krachtiger, met duidelijke wenkbrauwstreep en donker petje, en de bouw wat slanker, wat hoger op de poten. Het is weliswaar lang geen goudlijster maar wel een fijne goedmaker want mijn vorige was alweer aardig wat jaartjes geleden.
Daarna op zoek naar bonapartes strandloper. Hij was nog niet gemeld maar zou er vast nog wel zitten want hij zit er al weken. Gisteren was-ie gezien langs de Waddendijk ter hoogte van Het Noorden. Daar konden we hem niet vinden. Hoog water dus weinig plek. Misschien overtijend in Utopia? Inderdaad vonden we hem daar terug. Een klein, grijs strandlopertje dat meest zat te slapen met de kop in de veren, maar om de zoveel tijd kort de kop omhoog stak en heel af en toe zelfs even aan de wandel ging. De kunst was om op die momenten te kijken. Dan zag je die kenmerkende, enigszins strenge koptekening, soms de ver uitstekende vleugelpunten en uiteindelijk ook de streepjes langs de flank. Alweer een fijne goedmaker dus. Compensatie voor gedipte goudlijster was optimaal.
Waarna we in de Prins Hendrikpolder de kleine rietganzen niet konden vinden, op het Grote Vlak de zwarte ibis niet en op het westelijke Horsmeertje de grauwe franjepoten niet. En we dus met drie dips op rij het eiland verlieten. Ik wist zo gauw even niet wat ik daarvan moest vinden. Maar amerikaanse goudplevier en bonapartes strandloper: ik ken mensen voor wie ze allebei nieuw zouden zijn geweest en iedere andere dag zou je er meer dan tevreden mee naar huis gaan. Dus waarom vandaag niet?

26 september 2021


Meer dips: Noordbroek

donderdag 23 september 2021

DT 1

In de bosjes van de Ruige Plak, even ten oosten van Oost-Vlieland, wemelde het van de meesjes. Koolmezen, pimpelmezen, paar tjiffen erbij. Een paar keer vlakbij een prachtige fluiter. Man gekraagde roodstaart. Ik keek mijn ogen uit. En toen, na een kwartiertje of zo, was het stil. Weg waren ze, opgelost, doorgetrokken. Dit was nou een echte flock geweest, een plotseling door de bosjes passerende zwerm van trekvogels. Het was vrijdagmiddag, ik was net op het eiland aangekomen en het was misschien wel mijn hoogtepunt van DT 1, het eerste Deception Tours-weekend van 2021. En hoewel het een mooi moment was, zegt dat ook wel iets over dat DT-weekend. Het was een tam weekend, zonder echte uitschieters, zonder grote hoogtepunten, in elk geval voor zover twitchbaar. Soort van het weekend was misschien wel het blauw weeskind, zeer zeldzaam, op een WC-deur op Lange Paal. Die heb ik aan me voorbij laten gaan, een nachtvlinder twitchen, dat gaat me nog net te ver. Wel heb ik twee keer een uur of zo staan zoeken naar en wachten op een sperwergrasmus. Op vrijdagmiddag in de noordoosthoek en op zaterdagmiddag in het zonnetje in de duinen bij de Oude Eendenkooi. Beide keren vergeefs, al zag ik de tweede keer wel heel kort een spannend dingetje in een struikje verdwijnen dat we nooit meer terugzagen. Op zich een aardig soortkenmerk maar je hebt er niks aan. Voor overvliegende ortolaan stond ik elke keer op de verkeerde plek, wat niet zo gek is want dan is het kleine Vlieland nog best groot. Poelsnip was sowieso een kansloos verhaal, rosse franjepoot in de Kroon’s polders was alweer vertrokken toen ik arriveerde en morinel was me te ver, gezien ook de vogel van Soesterberg onlangs. De meesten moesten het doen met de ijseend langs de waddenzeedijk aan het eind van het Westerse veld, hoewel die ook niet altijd zo gemakkelijk was. Een leuke soort maar niet een waar je van droomt als je naar DT 1 op Vlieland gaat.
Was er na die fluiter dan helemaal niets om met plezier aan terug te denken? Natuurlijk wel. Dat ik alle keren dat ik een tijdje aan zee stond wel een of twee jagers zag vond ik, gezien de overwegend zuidoostelijke en dus aflandige wind, best bijzonder. Dat begon al op vrijdagmiddag met die grote jager over de veerboot, maar die was eigenlijk al gepasseerd toen ik hem ontdekte. Mooier was de grote jager die op zaterdagochtend op korte afstand langs vloog vanaf het strand aan de oostpunt van het eiland. Maar mijn mooiste grote jager zag ik zaterdagmiddag vanaf de zeereep bij paal 20. Deze vloog rustig beneden me vlak achter de branding, liet zich perfect bekijken en joeg ook nog even fel achter een meeuw aan. De jager van het weekend was voor mij waarschijnlijk de vogel die op zondagochtend langs vloog bij het strandhotel. Een slank ding met smalle vleugels; een donkere vogel zonder een spoor van de witte flashes op de vleugels die de meeste jagers kenmerken. Ik kon hem prachtig volgen en ik keek goed, maar ik zag echt niet meer dan hooguit een smal en nauwelijks zichtbaar wit streepje langs de vleugelboeg. Totdat iemand mij overtuigend kan aantonen dat dat ook bij kleine kan, houd ik het op een kleinste jager. Ter illustratie zag ik die middag ook nog een kleine jager boven zee aan het begin van de Vliehors. Deze zag ik veel minder goed dan de vogel van die ochtend, slechts af en toe had ik goed zicht op de bovenvleugels maar telkens knalden de witte flashes eruit.

En verder? Verder was het gewoon genieten, waarbij ik de oude oosterse wijsheid in gedachten hield: de weg naar je doel is belangrijker dan het doel zelf. Het hele weekend op zoek zijn naar een zeldzame vogel op Vlieland. Struinen door de Noordoosthoek, stilstaand bij elk bosje. Speuren over het Posthuiswad en over de Kroon’s polders. Wandelen dwars door de cranberryvlakte naar het hoge duin aan de horizon, waar het is alsof je in de bergen bent. De bergen van Vlieland. Fietsen langs het wad naar het verre westen, en langs de zeereep terug, het hele eiland doorsteken, telkens opnieuw. En daarbij de ontmoetingen. Met een groepje van zeven rosse grutto’s en een kanoet bijvoorbeeld, op het wad bij Dodemansbol. Ik zag wel meer rosse grutto’s en kanoeten, maar deze zaten wel erg mooi dichtbij. Of met de drieteenstrandlopers langs de branding, in dat prachtige juveniele kleed dat velen daarvan momenteel dragen. Of met de tapuiten: die kon je overal wel tegenkomen maar in de Oostervallei in het noordoosten zag ik er elke avond minstens 15. Heerlijk was het. Dat het allemaal niet die gewenste zeldzame soort opleverde, ach, daar valt mee te leven. Volgende keer beter. Over twee weken al.

20 september 2021


Meer Deception tours: DT 2