maandag 22 oktober 2018

Op zee

Soms moet je de zaak bij de naam noemen: de pelagische tocht met Birding Holland vandaag vanuit IJmuiden viel best wel een beetje tegen. Kun je wel zeggen dat het toch heerlijk was om uren lang op zee te zijn, ver weg van de dagelijkse sleur, maar na meeuwen, meeuwen en nog meer meeuwen ook al zaten daar de nodige ponten tussen en akkoord, ook altijd wel een paar jan van genten, maar op een gegeven moment wordt het dan toch wat saai. Zit je een beetje in te dutten op een bankje terwijl de jongens zo hun best doen met visresten overboord te gooien om zeevogels naar de boot te lokken, maar er viel blijkbaar in de wijde omgeving niets te lokken, nee, daar konden zij ook niks aan doen. Kijk je weer eens op het achterdek wat er nu weer achter de boot hangt: meeuwen, en ja, ook een paar genten. Sta je weer eens op het plateau op het voordek de zee af te speuren: meeuwen. Soms komt een juveniele jan van gent vlak langs ons heen gejakkerd en natuurlijk, dat is prachtig, zelfs de twintigste, maar bij de eenentwintigste ontstaat toch een klein beetje het gevoel dat je die genten nu wel gezien hebt. Een jager graag, of een stormvogel, iets dat de sleur van de dag een beetje doorbreekt. Maar nee: probeer je de ene sleur te doorbreken, krijg je er de andere voor in de plaats. En dat was enigszins teleurstellend. Ik las nog eens terug wat ik schreef over mijn beide vorige pelagics, met jagers en noordse stormvogels, veel meer jan van genten dan vandaag en zelfs een vale pijl. Telkens weinig tot geen wind, ook de voorgaande dagen, en zelfs oostenwind. Dus daar heeft het niet alleen aan gelegen. Het is en blijft gewoon een tamme herfst. Een oorzakelijk verband kan ik niet bedenken maar hij wil maar niet echt op gang komen. Meest is het stil en rustig, of je nou in de duinen bent of aan zee staat of midden op zee bent, zelden is het uitbundig, zelden overvloedig. En natuurlijk hebben we wel enkele fijne krenten gehad, enkele memorabele momenten maar de echte klappers, de historische mega's, die zijn er sinds de sporenkievit eigenlijk niet meer geweest en toen was het nog zomer. En als er eens iets van belang langskomt, van belang voor mij dan, dan zit het net op het verkeerde eiland of is het in een oogwenk alweer voorbij. En zo sukkelen we naar de winter toe. Hoewel het ook vandaag nog geenszins aan de winter deed denken

Oké, genoeg geklaagd. Want hoe fraai zijn niet die juveniele genten. Voor de meeste mensen spreken de adulten meer tot de verbeelding maar als je goed kijkt, raak je niet uitgekeken op dat subtiele verenkleed van een juveniele jan van gent, dat donkerbruin met daaroverheen dat ragfijne patroon van witte stipjes, in wisselende dichtheid over het lichaam verspreid waardoor sommige delen donkerder ogen en andere juist veel lichter. Kop of buik kunnen er zelfs bijna wit door uitzien maar altijd blijkt bij nader inzien dat patroon hetzelfde: bruin met witte stippen.
Prachtig, en vooral leerzaam, waren ook de pontische meeuwen die vrijwel steeds in wisselend aantal rond de boot hingen. Vooral juvenielen en die konden we op het eind wel dromen: lichte kop, fijne snavel, lichte binnenvlaggen op de binnenhand die het onder kenners welbekende lamellenpatroon voortbrengen (wie dat niet snapt, effe opgoogelen), en opvallend witte staarten met contrasterende donkere eindband. Iets daarvan zag je ook wel terug bij sommige zilvermeeuwen of mantelmeeuwen, maar nooit alles. Zelfs hebben we vandaag de roep van de pontische meeuw geleerd. Daar hadden we natuurlijk nooit tijd voor gehad als er jagers en pijlen in de buurt waren geweest. Zo zie je maar: elk nadeel …
Verder hadden we nog af en toe een (vermoedelijk dezelfde) bijna volwassen geelpootmeeuw bij de boot, een fraaie drieteenmeeuw vlak boven de boot, af en toe een paar zeekoeten, een paar alken, roodkeelduikers, een groepje zwarte zee-eenden en een slechtvalk jagend over zee. Soort van de dag? Dat was misschien wel dat goudhaantje dat over zee kwam aangevlogen en uitgeput op de boot neerstreek. Daar schoot-ie, wellicht enigszins in paniek door alle aandacht om hem heen, van de ene schuilplek naar de andere, telkens ontoereikend, en maakte daarbij geen onderscheid tussen mens en ding. Herhaaldelijk probeerde hij zich te verschuilen in een mauw of onder een capuchon, tot-ie na een tijdje toch ineens weer verdwenen was en wij ons weer konden wijden aan meeuw of gent.

20 oktober 2018




maandag 15 oktober 2018

Stilte op de Waddeneilanden

‘Veel vogels dit Dutch Birding Vogelweekend’, schreef Marc Plomp op Facebook. Het leek me een nogal opmerkelijk vorm van Texel-promotie. Mij viel juist de relatieve rust op Texel op. Waar je in oktober op Texel gewend ben aan massale vogeltrek, aan hemel verduisterende zwermen koperwieken en een constante stroom graspiepers en vinken, en aan bosjes die uitpuilen van de lijsters en bosranden vol vinken en kepen, waren het nu alleen de goudhaantjes rond de boomsingel in de tuintjes die af en toe tot op amper een meter van ons vandaan alle blaadjes en twijgjes afzochten, die herinnerden aan eerdere Dutchbirding-weekends toen de goudhaantjes als een soort plaag overal door het gebladerte struinden en roodborstjes uitgeput tussen je benen door glipten. Vandaag was het vooral stil op Texel. ’s Ochtends nog wel aardig wat trek over de zeereep, groepen graspiepers, groepen vinken, het zag er veelbelovend uit maar al gauw doofde die trekgolf uit en werd het stil boven ons. Van die uitpuilende bosjes? Ik heb ze niet gezien. Groepen vinken die af en aan vliegen tussen akker en bosrand? Ik heb ze niet gezien. Hier eens een tapuit, daar eens een paapje, nee, het is een stille herfst dezer dagen. De meeste aandacht werd dit door Dutchbirding georganiseerde vogelweekend gegenereerd door een walvis en een libel, wat je best opmerkelijk kunt noemen.
En vorig weekend op Vlieland was het meestal net zo. Een andere overeenkomst tussen vorig weekend en vandaag: het prachtige, bijna zomerse nazomerweer. Het is zonnig en warm. In juli zouden we over dit weer niet klagen. Of het een met het ander te maken heeft? Ik heb de laatste tijd meerdere keren die suggestie gehoord en zelf vraag ik het me ook af. Maar bewezen? Nee. Verklaringen? Er zijn wel wat zaken denkbaar. Ik verzin maar wat: vanwege het warme weer hebben ze nog geen haast om deze kant op te komen, of vanwege de ideale omstandigheden vliegen ze hard en hoog door. Maar we weten het niet. Het was gewoon stil op Texel vandaag, veel stiller dan op de meeste vorige Dutchbirding-weekends. En zonnig en warm. Net als vorig jaar trouwens, toen ik me te pletter zweette in mijn winterjas en eindigde in T-shirt. Ik vind dat wel wat verontrustend eerlijk gezegd: hoe lang kunnen we nog blijven zeggen dat het weer op één bepaald moment een incident is en niets zegt over het klimaat?

Verder zal ik er niet over klagen hoor, het was een heerlijk dag op Texel en er was al met al nog van alles te beleven. Om te beginnen natuurlijk die bultrug die heen en weer zwom langs de Noordzeekust van het eiland. Met tientallen stonden we bij westerslag over zee te turen (nogal wiedes dat we geen zeldzame vogels vonden), in de hoop een glimp van dit mythische wezen op te vangen. Dat was niet eenvoudig want de meeste tijd verbleef die onder water. De tijd verstreek, roodkeelduikers en jan van genten passeerden, evenals één grauwe pijlstormvogel (best verrassend gezien het zwakke zuidenwindje), op zee diverse roodkeelduikers en een zeekoet en toen zag ik midden op zee een soort van branding, een kring van schuimende golven. Ik hield de plek met de telescoop in de gaten en ineens rees voor mijn ogen de bultrug torenhoog op uit zee. Kop, lijf, vinnen, staart, het hele beest, waarop-ie onder fonteinen van spatwater en ongetwijfeld donderend geraas wat wij niet horen konden, weer onder water verdween. Het was waanzinnig! Helaas was ik van ons de enige die het gezien had.
Tweede hoogtepunt was de blonde ruiter op een akker bij De Bol. Die was gauw gevonden, foeragerend tussen de goudplevieren, en liet zich hoewel op enige afstand fraai zien. Prachtige vogel, en pas mijn vierde.
Jagend smelleken bij Dorpzicht, en in de tuintjes naast de goudhaantjes ook een bladkoninkje dat eerst één keer riep en later, toen we al waren doorgelopen, zo fanatiek begon te roepen dat we dachten dat er getapet werd. Dat bleek niet het geval.
Het laatste hoogtepunt van vandaag was een libel. De afgelopen dagen waren op de noordpunt van Texel (en ook op andere plekken in Nederland) diverse zadellibellen gezien. De Veldgids Libellen schrijft daarover: ‘voortplantingsgebied in de subtropen, sporadisch ook in Europa. In Nederland en België zeer zeldzaam.’ Ze komen dus van ver en dat maakt ze natuurlijk begerenswaardig (hoewel er omstandigheden zijn waarin dat uitgangspunt vreemd genoeg helemaal niet schijnt op te gaan). Een eerste zoektocht rond de Robbenjager had niets opgeleverd maar toen we in de tuintjes waren, werd er toch weer een gemeld. Ter plaatse aangekomen troffen we het soort taferelen aan die we al zo goed kennen, zij het dat het meestal een vogel betreft. Maar bij een libel ziet het er precies hetzelfde uit. Het beestje was zoek dus er werd gezocht. Men schuifelde rond het duinpannetje waar-ie het laatst gezien was en ploegde door de duinvegetatie. Uiteindelijk vonden we er een, patrouillerend boven een sloot in het Renvogelveldje: een waardige opvolger van de illustere naamgever van deze plek? Door de telescoop was-ie af en toe net herkenbaar en ik was daar al best tevreden mee. Maat toen er even verderop in de zeereep nog een ontdekt werd, haasten we ons gezamenlijk naar de plek waar het beestje in de vegetatie verdwenen was. Het kostte weer enig wachten, ook dat niet anders dan bij zo vele vogeltwitches, maar uiteindelijk kregen we deze, een vrouwtje, allemaal prachtig te zien toen ze vlak voor ons heen en weer vloog boven het halfkale buitenduin. Het was voor velen de gedroomde afsluiting van de excursie.

14 oktober 2018

woensdag 10 oktober 2018

Deception tours

Het was mijn allereerste DT-weekend. Deception Tours, in al zijn eenvoud: vogelaars spreken af een bepaald weekend met zijn allen op Vlieland te gaan vogelen, in de hoop dat af en toe iemand een mooie soort vindt. Een mijlpaal dus, wat mij betreft. Dan verwacht je hectische toestanden, rennen, haasten, jachten, achter telkens een volgende melding aan om maar niets van belang te hoeven missen. Dat haasten en dat jachten begon al in Harlingen, waar we pas een minuut voor vertrek aan boord gingen. Terwijl we onderweg toch steeds het idee hadden dat we ruim op tijd waren. Maar eenmaal op Vlieland keerde de rust weer. Het was heerlijk relaxt en ontspannen vrijdag. Keuvelend pedaleerden we over het eiland, namen dan eens hier een kijkje en dan eens daar en intussen spaarden we bladkoninkjes. Prima natuurlijk tegen de immer op de loer liggende burn-out, maar eigenlijk was dat dit weekend de bedoeling niet. Rennen, haasten en jachten moesten we, maar vooralsnog viel er weinig te rennen, te haasten en te jachten. Het was op het eiland drukker met vogelaars dan met vogels. Overal kwam je ze tegen, telescoop op de rug, camera aan de schouder en verrekijker om de nek, ploeterend, sjouwend, zoekend, speurend, loerend, maar online bleef het oorverdovend stil. Er leek vrijwel geen vogel te vinden op Vlieland vandaag. Behalve blako's natuurlijk, blako’s waren overal maar er was vermoedelijk een algemeen verbod op het melden van blako’s op de Appgroep ingesteld, op straffe van excommunicatie. Het sparen van blako’s ging ons tamelijk goed af: bladkoning was zowat de eerste soort die we tegenkwamen, en ook zowat de laatste. Te beginnen aan de oostkant, in de bosjes achter het Havenpaviljoen waar er zich minimaal twee ophielden die we allebei erg mooi te zien kregen. Van een mooi bladkoninkje wordt een mens altijd weer blij, en dit waren nog pas onze eerste.
Een wandeling door de duinen en over de zeereep van de noordoosthoek leverde vervolgens vooral rust en stilte op. Een tochtje verder over het eiland, tot aan de Kroons polders idem: alom rust en stilte. Wat graspiepers af en toe. Op het wad tureluurs en bergeenden, veel bergeenden en zo nog het een en ander. Een tapuit, een paar rosse grutto's, dat waren zo’n beetje de krenten tot nu toe. Kun je nagaan! Bij de kijkhut aan de zuidkant van Bomenland riep de volgende bladkoning. Mooie groepen bonte strandlopers onder andere op het Posthuiswad; een slechtvalk ook, en zilverplevieren onder meer. Jawel, ik zit hier misschien wat te klagen maar het was natuurlijk lekker vogelen op Vlieland. De soort van de dag hebben we vandaag echter gemist: orpheusspotvogel in Bomenland was maar voor weinig mensen weggelegd. Wat natuurlijk geen halszaak was, orpheusspotvogel kun je tegenwoordig als je wilt gemakkelijk elk jaar zien in Nederland. Waarna we de dag (wat vogels betreft) afsloten zoals we hem begonnen waren: met blako's. Op en rond Lange Paal hadden we er minimaal vijf, waarschijnlijk zaten er nog heel wat meer, en diverse daarvan lieten zich leuk zien. Waarmee ik vandaag op acht exemplaren kwam: een persoonlijk dagrecord. En zelfs dan is nog steeds elke volgende bladkoning een feestje.

Zaterdag was een stuk spannender. Al was het maar omdat we dit keer wel de soort van de dag konden meepikken. Dat had wel nog heel wat voeten in de aarde. Toen de melding van een aziatische roodborsttapuit binnenkwam, in de oostelijke duinen, waren we denk ik in nauwelijks meer dan een kwartier ter plaatse. Het was te laat: vogel was zoek. Er werd gezocht. En dat zoeken duurde en duurde. We dachten eigenlijk niet dat het nog goed ging komen, we waren inmiddels twee roepende bladkoninkjes verder en achter in Stortemelk aangeland maar toen werd de vogel terug gemeld. Een haastige fietstocht, fiets in de berm neergesmeten, het duin in gerend en daar zag ik de meute staan, en daar zag ik de vogel. Ik richtte de verrekijker, herkende ternauwernood een aziatische roodborsttapuit, ongeveer zoals ik die op de nog spaarzame eerste foto’s had gezien, en de vogel vloog op en verdween uit beeld. Zo werd dit een klassiek gevalletje van ups en downs, van hoop en vrees, van geduld uitoefenen, en van rennen, haasten en jachten, toen de vogel voor de derde keer was teruggevonden. Dit keer werkte hij wel mee: toen ik, en later ook mijn reisgenoten (eigenlijk zijn we natuurlijk allemaal reisgenoten) ter plaatse gearriveerd waren, konden we uitvoerig genieten van een prachtige eerste winter man aziatische roodborsttapuit. Veruit mijn mooiste ooit. En dan kun je af en toe een lichte ontgoocheling voelen bij de naar verhouding wellicht wat karige opbrengst van dit eerste DT-weekend (ik had natuurlijk gehoopt op een raddes of zo, en geregeld gingen mijn gedachten uit naar de kleine spotvogel die ze hier het vorige DT-weekend hadden, of de vale lijster van vorig jaar, soorten die ik allebei nog ‘moet’), maar ik heb nu in Nederland zo’n 430 soorten gezien, dus er zijn 430 dagen waarop ik een soort het allermooist zag. Op bijna 58 jaar is dat niet zo heel veel. Zo’n dag is dus een topdag.
Ook een tapuit zonder staart die vooral bij ons tot enige verwarring leidde (we droomden al een klein beetje van een zelf ontdekte woestijntapuit), droeg vandaag bij aan de spanning, evenals een ijseend over zee bij Dam 6. Een ijseend als zeetrekker, die had ik nog niet eerder.

Fascinerend was dit weekend de vogeltrek. Wanneer trouwens niet? Vrijdag was het uitermate rustig. Zaterdagochtend was er dan weliswaar die aziaat, maar daarnaast was het ook toen nog tamelijk kalm. Maar zaterdagmiddag ging het ineens helemaal los. We waren in het westen, ter hoogte van de Kroons polders, toen de ene zwerm na de andere over ons hoofd naar west trok. Vinken, graspiepers, koperwieken, kramsvogels, kepen, dat ging maar door. Daar kwam geen einde aan. Waar kwamen die ineens allemaal vandaan? En waarom nu wel? Op de terugweg door de duinen: overal graspiepers. Het leek een plaag.
Zaterdagnacht regen en een stormachtige wind, dus we rekenden ons al rijk: met dat weer zou alles omlaag komen en morgenochtend zou het duin vol zitten met trekkertjes. Maar niets daarvan: rust en stilte slechts. Aan zee viel het ook al niet mee: de wind was alweer gaan liggen en van pijlen en vaaltjes geen spoor. Wel jagers. Diverse jagers waaronder een fraaie kleine die vrij dichtbij uitvoerig achter de meeuwen aan zat, en ook een mooie vrij dichtbij langs vliegende grote jager. Volop jan van genten ook, en langs trekkende rotganzen, zwarte zee-eenden, roodkeelduikers, een zeekoet op zee: van alles te beleven natuurlijk. Maar in de duinen stilte. Al zat er nog wel op het eind van de middag een prachtige want bijna handtamme strandleeuwerik op het veldje langs de Waddenzee ten oosten van het dorp.

En toen was het maandagochtend en hadden we nog een paar uurtjes over voor we de boot op moesten. En toen was er ineens massale trek. Geweldige zwermen kramsvogels trokken over het duinland, groepen koperwieken, vinken, graspiepers, noem maar op. Aan een stuk door. En de neerslag daarvan zagen we aan de grond: bosjes barstten als vanouds uit elkaar van de lijsters, graspiepers scharrelden overal door de vegetatie, overal vinken en kepen en in de struikrand langs de Oostervallei een spannend grasmusje spec. dat we uiteindelijk tot tuinfluiter moesten benoemen. Ik had stiekem op meer gehoopt. We hadden op het allerlaatst trouwens ook nog een roepende bladkoning dus inderdaad: we begonnen met bladkoning en we eindigden met bladkoning. Het was, laat ik met een fijn cliché afsluiten, een mooi besluit van een fijn weekendje vogelen op Vlieland.

8 oktober 2018








dinsdag 2 oktober 2018

Tot besluit

Er restten ons nog een paar dagen. We hebben daarin onder andere een tijdje in het Ballastplaatbos rondgehangen. Nieuwbouwbos, zoals ik dat graag noem, maar hier en daar al aardig verouderd. Met stukken hoog opgaand populierenwoud en stukken met jong en krioelend struweel, met vochtige graslandjes met parnassia, duizendguldenkruid en ogentroost. Buizerden op trek, boompieper over, slechtvalk idem.
En ik ben nog één keer, met Renske, naar de waddendijk geweest. Opkomend tij, rijen palen op het wad die langzaam onder water verdwenen, slikvelden die allengs krapper werden. Eerst nog wat bontbekplevieren, bonte strandlopers, een paar lepelaars en een zwarte ruiter, later alleen nog wat regenwulpen en zilverreigers op de kwelder. Ik telde dertien grote zilverreigers en vlakbij zaten twee kleine. Flinke hoogwatertrek af en toe over ons heen en op de dijk de schapen. Altijd de schapen op de dijk, ik had dat geloof ik nog niet vermeld maar altijd de schapen op de dijk.
Vanmorgen alle tijd genomen. We hoefden pas om 11 uur uit onze hut te zijn en daarna alleen nog maar terug naar Utrecht, dus waarom zouden we haasten? Geruime tijd nog verpoosd aan het Reitdiep in Zoutkamp. Daarbij uitvoerig vermaakt door een prachtige adulte zeearend die daar een tijdje rondvloog. Waarop we de bus namen naar Winsum, de trein naar Groningen (stad) en daarna Groningen (de provincie) weer verlieten. Waarmee weer een vakantie was volbracht. En ik weet heus wel dat dit naar de hedendaagse maatstaven geen modelvakantie was. Niet iets waarmee je de blits maakt als je onder vrienden en bekenden vakantie-ervaringen uitwisselt. Niet het soort waaraan in het Volkskrant magazine aandacht wordt besteed. Maar hé, moet het dan altijd groots en meeslepend zijn? Het hoeft toch niet altijd exotisch en avontuurlijk van de eerste tot de laatste snik? Gewoontjes, af en toe saai voor wie geen oog heeft voor het alledaagse, maar dat is ook fijn af en toe. Tenminste, dat vind ik.

31 augustus 2018



http://guuspeterse.blogspot.com/2018/10/zoutkamp.html




Borkum

Vandaag naar Borkum geweest. Vroege bus naar Winsum. Trein naar het gloednieuwe stationnetje van Eemshaven, waar drie maal daags een trein aankomt en vertrekt, aansluitend op de aankomst- en vertrektijden van de boot naar Borkum. En met die boot de Waddenzee over.
De Duitse Waddeneilanden zijn heel anders dan de onze, wordt weleens gezegd. En hoewel we natuurlijk maar een klein stukje van één van de Duitse eilanden gezien hebben, kunnen we dat na een dagje Borkum wel beamen. Maar wat is er dan zo anders aan?
Dat begint al met het smalspoortreintje dat je in tien minuten van de veerhaven midden in het hoofdstadje brengt. Het is net de Efteling of zo. Op onze Waddeneilanden kun je je zoiets niet voorstellen, maar eigenlijk is het best leuk.
Stap je uit op de eindhalte, dan zie je het meteen: je bent hier in een stad, terwijl je op de Nederlandse Waddeneilanden alleen dorpen hebt. Zelfs Den Burg en zelfs West Terschelling zijn, hoewel met enige allure, dorpen. Maar hier hebben we echt een stadje. Statige huizen met monumentale voorgevels, dure kuurorden, drukke winkelstraten en veel bijna bombastische dan wel feeëriek-romantische architectuur. Alleen al het eindstationnetje van het spoorlijntje: een paleisje, in suikerzoete kleuren en sierlijke gebaren. Aan zee een sjieke boulevard met zicht op een duur strand vol met kleurrijke ‘strandtenten’, niet strandtenten zoals wij die kennen maar comfortabele strandstoelen met kleurige doeken rondom. Kenmerkend voor de stranden van de Duitse Waddeneilanden, lezen we.
En zicht op een zandplaat met een dikke honderd zeehonden. Akkoord, die heb je rond onze Waddeneilanden ook wel. Het blijft dan ook, ondanks die wat mondaine atmosfeer, een Waddeneiland. Met zijn klassieke nieuwe vuurtoren, stijf rechtop op een weids dorpsplein, en verderop zijn robuuste oude vuurtoren, monumentaal als ‘onze’ Brandaris. Ook wandelend langs de fraaie duinstrook vlak naast het stadje, voel je je gewoon op een Waddeneiland. Er is een uitgestrekte duinvallei met volop bontbekplevieren en drieteenstrandlopers en ook twee mooie strandplevieren, en daarachter strekt zich met vallen en opstaan de zeereep. Verderop is er natuurlijk nog veel meer Borkum waar we niet zijn geweest maar waar je net als op onze eilanden eindeloos kunt dwalen door duinen en langs schrale graslanden, stukjes polder, kwelders, strand en wad en langs bosjes, in de herfst vol vogels wellicht.
Maar toch Duits. Ook de eet- en drinkgelegenheden verraden het Duitse karakter. Zowel interieur en sfeer als wat je er eten en drinken kunt. Konditorei in plaats van eethuisje, ‘melkkiosken’ in plaats van strandtenten. Het is allemaal deftiger, sjieker en traditioneler dan op Schier of op Terschelling, minder sjofel. Duitser. We hebben dat aan den lijve ondervonden. En voor een keertje is dat best leuk. Al was het fijn weer terug te keren in de ongecompliceerdheid van onze camping in Zoutkamp.

28 augustus 2018



http://guuspeterse.blogspot.com/2018/10/tot-besluit.html




Schier

Het beloofde een mooie, rustige en overwegend zonnige zomerdag te worden. Vandaag stond daarom Schiermonnikoog op het programma. We hadden het zeer ruim gepland: om 8 uur zaten we op de fiets, om half 10 ging de boot. En dat was maar goed ook want we waren nog maar net onderweg toen Renske klaagde dat haar wiel een beetje raar wiebelde. Lekke band. Ik dacht al: daar gaat ons dagje Schier. Morgen weer een dag. Maar dat was buiten de daadkracht van Harriët en Renske gerekend. Die gingen gewoon aan de slag. Minder dan een half uurtje later fietsten we verder, we haalden alsnog gemakkelijk de boot en om half 11 stonden we op de waddendijk van Schiermonnikoog bij de jachthaven te kijken naar de overtijende stelten op en langs het hoekje kwelder aldaar. Een handvol dwergsterns als ultieme beloning voor ons avontuur.

Na wat inkopen in het dorp begonnen we aan onze ronde van Schiermonnikoog. Vanaf het uitzichtduin aan de westpunt keken we uit over een immens breed strand, over de Noord- en de Waddenzee en over Engelsmanplaat heen naar Ameland in de verte. Aan de Westerplas zagen we een mooie groep lepelaars en kleine zilverreigers en een paar fitissen in het struweel. Voorbij de jachthaven op de waddendijk een bonte kraai! Een bekende vogel natuurlijk, een mens ontdekt niet zelf een bonte kraai in augustus, zelfs in de winter heet die tegenwoordig zeldzaam. Op de waddendijk voorbij de Veerdam hielden we lunchpauze met zicht op het langzaam droogvallende wad en op de vogels die zich daar steeds massale verzamelden. Prachtige rosse grutto’s onder meer, tientallen rosse grutto’s en uiteindelijk ook honderden goudplevieren. En bonte strandlopers, groenpootruiters, steenlopers, eiders, wulpen, het was een fijne dwarsdoorsnede van de vogelbevolking van wad en slik in augustus. Een half uurtje later (gerekend vanaf ons vertrek vanaf de lunchplaats) zaten we onder het baken van Kobbeduinen, die voorpost van eiland in een zee van kwelderdynamiek, en keken uit over de weidse vlaktes tot aan de horizon. Even een wandelingetje rond de laatste duinbulten, de laatste struwelen voordat voor vele kilometers die dynamiek van eb en vloed en weer en wind al het andere de pas afsnijdt, en weer verder. Bij de Marlijn pikten we een terrasje en wandelden we over het strand. Terug in het dorp stonden we onder de nieuwe vuurtoren en daarna onder de oude en de cirkel was, bijna letterlijk, rond. Ons dagje Schiermonnikoog was volbracht.

26 augustus 2018



http://guuspeterse.blogspot.com/2018/10/borkum.html




Dilemma

Een dilemma vandaag: gisteren werd eindelijk grauwe franjepoot gemeld in de Ezumakeeg, misschien wel mijn grootste wenssoort deze vakantie want nog een nieuwe jaarsoort en altijd wel te verwachten daar, deze tijd van het jaar. Maar voor vandaag werden hevige buien voorspeld, met hagel en onweer, vooral later op de dag. Dus maar een beetje vroeg vertrokken, in de hoop dat ik de zwaarste buien voor zou blijven. En zwaar bepakt: in regenbroek en regenjas, zodat het klamme zweet me uitbrak toen ik in het milde ochtendzonnetje door de Kollumerwaard fietste. Op een mooie plek even halt gehouden voor onder andere grasmus, zwartkop en matkop.
Op de uitzichtbult van de Keeg noord, de ‘place to be’, indrukwekkende buienluchten die van alle kanten op ons af leken te schuiven maar bij nader inzien vooralsnog aan ons voorbij gingen. Hier scheen nog altijd de zon. Dat viel mee. Wat tegenviel: franjepoot vooralsnog onvindbaar. Wel reuzensterns: ik telde er elf achterin en een moment later waren er dichterbij drie actief aan het foerageren. Een passerende slechtvalk joeg alle stelten en eenden op de vleugels maar toen de rust was teruggekeerd nog altijd geen grauwe franjepoot. Wel een temmincks strandloper, en een paar goudplevieren, een casarca, bontbekplevieren, groenpootruiters en meer maar geen … Afijn, toen ook de Keeg noord niet meer bui-vrij bleef, naar de hut in Zuid gevlucht, in de hoop dat daar … Daar de regen uitgezeten en bij teruggekeerde zonneschijn het gebied afgespeurd. Eén kleine strandloper, twee temmincks, twee reuzensterns, een tapuit, twee kemphaantjes, bonte strandlopers, bontbekplevieren maar geen franjepoot.
Zo stralend was het inmiddels geworden dat ik nog één keer mijn geluk wilde beproeven in Noord. Ik telde daar nu vier temmincks strandlopers en liefst zestien reuzensterns. Paar kemphanen, paar groenpootruiters, roepende waterral maar geen franjepoot. En ineens had ik hem: grauwe franjepoot, helemaal achterin naar het zuiden toe, in cirkeltjes foeragerend. Hij zat vrij ver maar was in de telescoop leuk zichtbaar.
Een tijdje later, ik had frapo weer even frapo gelaten: ineens een franjepoot helemaal aan de andere kant, tussen de kieviten. Een tweede? Ik zocht nog even op de oude plek maar kon hem daar niet meer vinden. En vervolgens kon ik hem ook op zijn nieuwe plek niet meer vinden. We zullen het nooit weten.
Terug door de Kollumerwaard. Zonnetje, windje achter, paapje, ja, het leven is goed. Vliegt er ineens iets van naast het fietspad de bosrand in. Ik krijg het nog net in de kijker: draaihals! En hij is alweer in het bos verdwenen. Maar wat een heerlijke, en toch altijd weer onverwachte ontmoeting! Nog vrolijker fiets ik terug naar Zoutkamp.

25 augustus 2018



http://guuspeterse.blogspot.com/2018/10/schier.html