maandag 9 juli 2018

Arendbuizerd

Waarom wordt er toch zo weinig getwitcht in Nederland? Nederlanders besteden gemiddeld (veel) minder dan twee-en-een-half uur per week aan twitchen. Dat is een slechte zaak. Want twitchen kweekt doorzettingsvermogen en geduld, twitchen leert je om te gaan met tegenslag, het brengt je relativeringsvermogen bij en het stimuleert je fantasie tijdens de vele uren wachten. Allemaal zaken waar je een beter mens van wordt. Dus om het gemiddelde enigszins op te krikken, vandaag maar eens naar het oosten des lands om daar een arendbuizerd te gaan opzoeken.
En het was er weer allemaal. Doorzettingsvermogen, om die ‘ontzettende ploetertocht’ (aldus Bart van Hoogstraten) helemaal van Utrecht naar oost van Netterden te volbrengen. Geduld. Ik hoefde dit keer dan wel niet lang te wachten voor ik hem in beeld had want bij aankomst konden ze hem me meteen al aanwijzen, maar de hele middag zat-ie in Duitsland terwijl we hem natuurlijk in Nederland willen, voor de Nederlandse lijst (nou ja, daar staat-ie natuurlijk al lang op, Maasvlakte immers, paar jaar terug, het gaat slechts om de Nederlandse jaarlijst dus waar hebben we het over? Trouwens, waar hebben we het überhaupt over?). Relativeringsvermogen: zie hiervoor. Omgaan met tegenslag want nee, naar Nederland kwam-ie vanmiddag niet. En waarom zou-ie ook, met al die doodse, kaalgeschoren velden hier waar zich amper een torenvalk waagde terwijl daar, aan de andere kant van de grens, een weelde van kleinschalig, verwilderd grasland met wat bosjes en volop paaltjes om op te rusten, wat hij dan ook naar hartenlust deed. Het was dus weer eens wachten, zoals zo vaak, volop de tijd dus om de fantasie de vrije loop te laten. Waarover ik fantaseerde, daar zal ik u maar niet mee vermoeien.
Intussen, het speelde zich dan wel allemaal in Duitsland af (maar wat zou dat?) maar toch liet de vogel zich af en toe nog best aardig zien. Ondanks de afstand en de luchttrillingen goed herkenbaar aan de forse gestalte, de opvallend witachtige kop en borst en de rossig bruine buik. Paar keer stukje zien vliegen en daarbij vielen onder andere de lichte staart en de opvallende witte plekken op bovenvleugel op. Allemaal best aardige kenmerken voor arendbuizerd die gezamenlijk maken dat gewone buizerd best lastig te verdedigen is. Een arendbuizerd dus op mijn Duitse lijst, en op die lijst was-ie wel nieuw.

8 juli 2018

woensdag 4 juli 2018

Insecten

Een zonovergoten en bloedhete zomerzondag in de Groot Peel. Langs het pad hoog opgaand en bloemrijk groen en lage struikjes waarin het wemelt van de vlinders. Vlinders van allerlei soorten en maten, dikkopjes, zandoogjes, dagpauwogen, koolwitjes groot en klein, koevinkjes. Topstukken hier zijn de spiegeldikkopjes. Ze zijn klein en als je niet goed kijkt onooglijk. Maar als je wel goed kijkt zie je het fijne patroon van witte spiegels op een gele ondergrond op de ondervleugel, en zijn ze prachtig. En zeldzaam: behalve hier bijna nergens in Nederland te vinden.
Het duurde even voor ik de eerste vond maar daarna vond ik ze overal. Terug bij het bezoekerscentrum als toegift ook nog een fraaie koninginnenpage en die maakte dit tot een fijne vlinderdag. Ook zoemden er nog volop bijen tussen de bloemen en daarnaast was er nog van alles aanwezig wat vloog en wat vooral stak maar wat je bijna niet ziet, want ik ben ouderwets lek gestoken vandaag. Eén keer sloeg ik een soort steekvlieg dood op mijn hand. Er kwam een flinke druppel bloed uit tevoorschijn: zal mijn eigen bloed wel geweest zijn.


Insecten zijn hot tegenwoordig. En niet om redenen waar je blij van wordt: er komen er steeds minder. Ik kreeg vandaag niet echt die indruk, ik had ook nog net buiten het natuurgebied een akker waarboven het wemelde van de honderden witjes, maar ik snap heus wel dat mijn bevindingen van één middagje Groote Peel van weinig betekenis zijn: allerlei onderzoeken wijzen op een achteruitgang van 50 tot 75% in afgelopen pakweg twintig jaar. Als dat zich voortzet de komende jaren, heeft dat catastrofale gevolgen, niet alleen voor de natuur, uiteindelijk ook voor de mens. Toch geven mijn bevindingen van één middagje Groote Peel me ook een klein beetje hoop: in geschikte, goed beheerde natuurgebieden zijn blijkbaar nog volop insecten aanwezig. Misschien hebben we het grootste deel van de achteruitgang achter de rug: die heeft natuurlijk plaatsgevonden in de intensieve landbouwgebieden en daar is niet veel achteruitgang meer mogelijk want er zitten nauwelijks nog insecten. Hopelijk weten ze zich in natuurgebieden en natuurvriendelijker landbouwgebieden wel te handhaven en zelfs, als de omstandigheden dat toelaten, weer uit te breiden. Waarmee ik bepaald niet wil suggereren dat het probleem dus wel meevalt. Het is te hopen dat er ook in de intensieve landbouwgebieden nog wat terug te winnen valt, nu zelfs de reguliere landbouworganisaties zich heel voorzichtig achter de oren beginnen te krabben en steeds meer verhalen naar buiten komen van boeren die het allemaal anders willen gaan doen.
Hoop doet leven.


1 juli 2018



woensdag 27 juni 2018

Dougalls stern

Staan en wachten, wachten en staan, zitten, staan, stukje lopen, staan, wachten, stukje lopen, wachten, staan, en dat uren achter elkaar, en langzaam daalt het besef in dat het ‘m niet meer gaat worden vanavond. Dat wij hier weer eens tot de losers gaan behoren want de vogel was gevlogen. We hebben het over dougalls stern, gisteren ontdekt in De Putten bij Camperduin en ook vanmorgen daar, zij het kortstondig, nog aanwezig. Zou mijn tweede ooit zijn en mijn eerste, alweer bijna tien jaar geleden en van modale kwaliteit, was wel aan verversing toe. Dus toen-ie om twee uur ’s-middags toch weer gemeld werd, meteen alles in de steek gelaten en de trein naar Alkmaar genomen. Het leven heeft zo de neiging zijn gangetje te gaan en als je de gelegenheid krijgt om die sleur een beetje te doorbreken, moet je die met beide handen aangrijpen.
Ik had hem me iets gemakkelijker voorgesteld toen ik, ongeveer op het moment dat ik in Camperduin de bus uit stapte, zag dat-ie weer gezien was. Was ik een kwartier eerder geweest, ik was er in minder dan een kwartier mee klaar geweest. En had iets leukers kunnen gaan doen dan staan en wachten en wachten en staan, stukje lopen enzovoorts. Maar zoals het ging was de vogel toen ik ter plaatse arriveerde ‘net even uit beeld’ en moest ik ruim vier uur wachten, van even voor half vijf tot over half negen. Onder het genot, dat wel, van honderden grote sterns, grote sterns met jongen. Van dwergsterntjes ver weg op een eilandje die af en toe laag over ons heen kwamen vliegen. Van talloze kokmeeuwen met jongen en van kluten met jongen, ja, de lente had zijn sporen weer nagelaten, jong leven alom en geen bespiegelingen nu over hoe het met het merendeel van dat jonge leven zou gaan aflopen. Allemaal leuk, allemaal plezierig maar het had best in één uur gepast. Maar hoe we ook zochten, dougalls stern vertoonde zich niet. Op mijn telefoon kon ik lezen dat Uruguay Rusland van de mat had geveegd (wedstrijd was net begonnen toen ik uit de bus stapte) en later dat Portugal kort voor rust een 1 - 0 voorsprong had genomen op Iran. Ach, je moet wat, onder het wachten. En elk uur weer stelde ik mijn thuisreis maar weer met nog een uur uit, één bus per uur immers, en schoof ook de beoogde thuiskomst een uur naar achteren. Twaalf uur vannacht kwam in zicht en dat was ongeveer de uiterste grens.
En toen zat-ie daar ineens! Het was als de Duitsers: scoren in de laatste minuut. Eerst was er nog lichte paniek want vele van de (tientallen) aanwezigen, waaronder ikzelf, hadden de vogel zo gauw niet kunnen oppikken en al gauw was hij achter een oeverrandje verdwenen. Maar uiteindelijk konden allen hem langdurig bekijken. En hij was, zo bleek, het lange wachten meer dan waard. Gelukkig maar (en anders moet je stoppen met twitchen). Er zat daar een mooi, elegant sterntje tussen de grote sterns, met een parmantig rossig tintje op de onderzijde maar verder juist opmerkelijk licht van kleur. Toen-ie even de vleugels spreidde, toonden die bijna sneeuwwit van onder. Vrijwel geheel zwarte snavel, ver uitstekende staartpennen: uit het boekje! Met een tevreden gevoel kon ik naar huis. De sleur was weer even doorbroken en twaalf uur thuis ging ik gemakkelijk halen.

25 juni 2018





dinsdag 26 juni 2018

Zomeravond

Een mooie zomeravond. Aan de koele kant maar met meer zon dan we hadden gedacht. Avondexcursie met vogelwacht Utrecht. Bestemming vanavond: nachtzwaluwen, waar dan ook. Plus iets vooraf. Daarbij waren de gedachten al uitgegaan naar de Hoge Veluwe, vanwege kleine vliegenvanger die nog altijd niet alle deelnemers gezien hadden. Hoewel men daarvoor inmiddels ruim de tijd heeft gehad. En toen de melding kwam van een zingende bergfluiter op de Hoge Veluwe, waren we er wel uit. Dit was voor een aantal van ons zelfs nog een lifer: nog nooit eerder gezien. Dus in de vroege avond wandelen we op de Hoge Veluwe over een zandpad het veld in naar een dennenbosje waar al een paar vogelaars staan die ons weten te vertellen dat de vogel tien minuten geleden nog gezongen heeft. Dat klinkt veelbelovend. Het wachten kan beginnen.
Zingende boomleeuwerik, zingende veldleeuwerik, boompiepers. Het eerste verdachte geluidje dat we horen, van vrij ver in het bos, wordt afgedaan als een gemankeerd zingende fluiter die ook in de buurt zit. Die doen dat weleens: laten niet alleen de begeleidende fluittonen maar ook het tragere begin en de kenmerkende versnelling weg. Je hoort dan alleen de snelle triller aan het eind van zijn zang en dat kan erg verwarrend zijn. Later horen we een stuk dichterbij regelmatig een rateltje dat ons helemaal goed lijkt voor bergfluiter. Als er hier een bewezen bergfluiter zit (hij is ook roepend gehoord en dat is nauwelijks te verwarren met fluiter), kan ik niet bedenken waarom dit hem niet zou zijn. En als we hem later vergelijken met zingende fluiters elders, menen we allemaal in ons oordeel bevestigd te zijn: bergfluiter is binnen!
De volgende dag volgt toch de koude douche: opnames die Martijn en Toon hebben gemaakt, blijken toch allebei fluiter te bevatten, en of we tussendoor ook de echte bergfluiter hebben gehoord, als die er al gezeten heeft, durf ik nu niet meer te zeggen. ‘Zijn we er toch weer ingetuind’, zou een zekere oud voetbalverslaggever uitroepen.
Maar goed, dat wisten we op het moment zelf niet. Op het moment zelf waren we gelukkig en blij en bovendien hadden we als bijvangst een eikenpage, een vlindertje dat al geruime tijd hoog op mijn verlanglijstje stond. En ook, terug bij de auto's, in het veld een mooi groepje wilde zwijnen en een grote groep edelherten.
Daarna was het de hoogste tijd voor de kleine vlieg die al meer dan een maand elders in het park verblijf houdt. Aanvankelijk was die stil en onvindbaar maar ineens zat-ie boven ons. We hoorden ook zijn kenmerkende ratelroepje, wat leuk was want zo vaak hoor ik dat niet. Een geslaagde ouverture dus.

Tijd voor nachtzwaluwen. Daartoe gaan we naar de Edese hei. Daar aangekomen zien we geleidelijk de schemer binnenvallen. We zien de zon ondergaan en aan de horizon zich een fraaie avondlucht ontvouwen, met vegen van rood tegen een donkergrijze lucht. Geelgors zingt. We worden omgeven door junikevers, een vrij saai beest eigenlijk vergeleken met meikever. Dan, het is al behoorlijk schemerig: kwartel. Zijn overbekende roepjes klinken uit de hei verderop. Later zijn we dichterbij, horen we ze luid en duidelijk en zien we zelfs iets dat een kwartel zou kunnen zijn laag over de hei vliegen. En intussen ook: nachtzwaluw. Vrij ver, ze blijven onzichtbaar maar horen is scoren, zeggen we dan. Volgend jaar maar weer eens een mooie zichtwaarneming. Voor nu zijn we tevreden en gaan huiswaarts.

23 juni 2018





vrijdag 1 juni 2018

Lammergier

Er zijn van die soorten die je jarenlang achtervolgen. In overdrachtelijke zin dan, in letterlijke zin blonken ze in al die jaren juist uit in afwezigheid. De eerste keer dat ik lammergieren misliep, was alweer bijna dertig jaar geleden op Kreta. Het boekwerkje ‘Vogelgebieden in Europa’ dat ik destijds geraadpleegd had, sprak van een terrasje in de bergen waar je maar hoefde te gaan zitten wachten en dan kwamen ze wel. Nou, we hebben er gezeten, in mijn herinnering wel twee uur. Ook hebben we er een flink stuk door de bergen gewandeld, wat erg mooi was maar niet één lammergier liet zich zien. Heel veel jaren later waren we in de italiaanse Alpen en ook daar zou sprake zijn van lammergieren in de buurt. Met een beetje geluk zou er wel een keertje een langs komen. We waren er twee weken, maar opnieuw niet één. Tussendoor was ik nog in de Pyreneeën, maar blijkbaar op de verkeerde plek. Ik heb een keer in de trein gezeten naar Den Bosch maar ben, toen het bericht kwam dat de vogel op dat moment over station Den Bosch vloog terwijl ik nog pas in Houten was, maar weer omgekeerd. En ik ben een keer een uur te laat richting Den Haag gereisd en heb toen maar met mijn hoofd in mijn nek dwars door de stad gelopen in de hoop dat-ie over Den Haag zou vliegen. Dat deed-ie ook wel, maar niet waar ik was. In elk geval niet toen ik daar was.
En dan mag de CDNA in al haar wijsheid besloten hebben dat lammergier in Nederland niet als wild moet worden beschouwd want afkomstig van een herintroductieprogramma in de Alpen, maar van een melding van een lammergier wordt ik toch een beetje nerveus. Toen er afgelopen weekend eentje gevonden werd op Walcheren, was dat voor mij een no-go. Kansloos. Maar toen naar we aannemen diezelfde lammergier gisteren ineens opdook in de duinen van Schoorl en daar in elk geval tot het einde van de middag bleef hangen, ja, toen moest ik wel. Dus vanmorgen om half 7 de eerste trein naar Alkmaar genomen en van daar met de vouwfiets naar Schoorl. Mistig onderweg. Het leek wat op te klaren maar in de duinen zat het weer behoorlijk dicht. Hardnekkige zeemist die flard na flard kwam langsdrijven en het duinland vulde met ondoorzichtigheid. Weinig kans op lammergier zo. Niet alleen dat je hem nauwelijks zou kunnen zien, maar zo’n beest gaat natuurlijk niet vliegen met die mist. Die blijft zitten waar-ie zit en niemand wist waar. Dus vermaakten we ons op ons zogenaamde uitzichtduin met zingende boomleeuwerik, met kuifmees en met een paar appelvinken. Een zo te horen niet al te ver overvliegende grote stern bleef volkomen onzichtbaar.
Maar heel langzaam, met vallen en opstaan, begon de zon terrein te winnen. Als een lichte vlek schemerde hij eerst nog door het wolkendek maar even later kon je er al niet meer in kijken. Het werd wat helderder, steeds meer van het duinland gaf zich bloot. Het werd wat warmer en toen waren daar ineens onze schaduwen. Even later was dat allemaal weer weg en was het weer grauw en kil, maar dat was slechts een dipje. Uiteindelijk won de zon, was het prachtig blauw en: kwam de eerste melding van lammergier, twee kilometer verderop. Ha, hij was er nog. Daarmee was ook de tweede van onze twee zorgen van vanochtend weggenomen. Nu moest het goed komen.

Een kwartietje later, een paar honderd meter verder langs het fietspad. We speuren over de bosrand heen. Hij moet daar ergens uithangen. Zowel meldingen op de appgroep als van vogelaars die inmiddels het geluk hebben ontmoet, wijzen dat onomstotelijk uit. Maar we zien niets, vooralsnog. Een buizerd.
Dan, ineens, een enorm bakbeest, eindeloos lange vleugels, laag en traag komt het over het duinland aanvliegen. Eén blik is voldoende: lammergier! Hebbes. Het gevoel van triomf giert door de aderen. Mijn eerste lammergier ooit! Enige tijd vliegt-ie laag om ons heen, af en toe op amper tien meter afstand. Dan maakt-ie geleidelijk hoogte, cirkelt langzaam naar zuid en verdwijnt, minuten later alweer, hoog achter een bosrand uit beeld.
En dan kan de CDNA zeggen wat ze zeggen wil maar: wow! Wat een waanzinnig mooie waarneming! Niet telbaar, zeggen ze dan, maar voor mij telt-ie dubbel.

1 juni 2018

woensdag 30 mei 2018

Saskia

‘Van mij mag iedereen rennen en twitchen wat ie wil, maar vogels kijken is voor mij toch ook vooral: kijken; echt kijken. In alle rust genieten van wat je ziet. … Voor de een is het afvinken van de soort en een blik van een halve seconde voldoende en scheurt hij in legeroutfit weer door naar de volgende zeldzaamheid op waarneming.nl: Pokémon Go voor gevorderden; voor de ander zit het genot juist in het langdurig observeren van één vogeltje - gewoon, omdat ie zo mooi is.’ (Spotvogels, door Jean-Pierre Geelen en Saskia van Loenen.)

Nee, Saskia, nee! Het afvinken van de soort en een blik van een halve seconde is voor niemand voldoende. Ook voor geen enkele twitcher. Ik herinner me mijn eerste woestijntapuit, alweer jaren geleden: daar heb ik toen langer naar staan kijken dan ik ooit naar een gewone tapuit heb gekeken. En zo herinner ik me nog zoveel zeldzaamheden waar ik uren aan besteed heb. Akkoord, vaak ook uren zoeken en uren wachten, maar zeker ook uren kijken. Dit is dan ook misschien wel het hardnekkigste, altijd weer terugkerende misverstand over twitchers. Dat het louter om afvinken gaat, dat het er alleen maar om gaat om de vogel te mogen tellen, en dat een halve seconde daartoe meer dan voldoende is. Nooit bij een twitch geweest, neem ik aan? Nooit gezien hoe die die hards eindeloos over hun telescopen gebogen staan om de betreffende zeldzaamheid uit ten treure te bestuderen, alle details in zich op te nemen en zodoende hun kennis van deze vogel in het bijzonder en van vogels in het algemeen nog verder te vermeerderen? Waar dacht je dat die die hards hun jaloersmakende kennis vandaan hebben? Niet alleen uit de boeken. Alle kennis begint en eindigt in het veld. Te beginnen met de gewone soorten, de roodborstjes en de putters, inderdaad, prachtige vogels, ook de die hards weten dat nog te waarderen. Het enige verschil met jou is misschien, dat die die hards niet alleen roodborstjes en putters langdurig observeren, maar als de gelegenheid zich voordoet ook roodkeelnachtegaal en steltstrandloper. Het gaat ons niet om dat streepje op de geweerkolf. Het gaat ons net als jou om de schoonheid, om het opdoen van kennis en ervaring, om de beleving, en simpelweg om iets moois mee te maken. Wat betreft dat Pokémon Go: wij waren blijkbaar onze tijd al ver vooruit. En ehh, ik heb ook een leesbril hoor.
Maar Saskia, ik ben toch niet te fel hè? Vogels kijken is veel te leuk om er elkaar voor in de haren te vliegen.

30 mei 2018

Jean-Pierre

‘Wie zijn geluk laat sturen door Waarneming.nl, ontgaat de essentie van vogels kijken. De natuurwetten dicteren: het accepteren van het onverwachte’, schrijft Jean-Pierre. Onder meer. (Spotvogels, door Jean-Pierre Geelen en Saskia van Loenen.) Nou is het zo dat als er iets is wat de natuurwetten niet dicteren, dat wel het onverwachte is. Die dicteren juist de absolute voorspelbaarheid. Het onverwachte treedt slechts op voor zover wij de natuurwetten niet begrijpen. Maar dit is haarkloverij. Het is niet de essentie van wat Jean-Pierre wil zeggen, denk ik. Wat de essentie is van vogels kijken, is natuurlijk niet aan Jean-Pierre. Ook niet aan mij, uiteraard. Iedereen moet wat mij betreft vooral zelf bepalen wat voor hem of haar de essentie is van vogels kijken. In zoverre is het dan weer wel aan Jean-Pierre, en aan mij.
Jean-Pierre houdt niet van twitchen, zoveel is wel duidelijk. Dat is helemaal niet erg hoor. Ik hou wel van twitchen. Op zijn tijd. Jawel, ik ben er zo eentje die zijn geluk laat sturen door Waarneming.nl, zoals Jean-Pierre dat uitdrukt. Soms. Die weleens kijkt waar een leuke soort te halen valt en daar dan op af gaat. Nou ja, oké, best vaak eerlijk gezegd. Dus ja, ik ben een twitcher. Maar niet alleen, niet altijd. En dat is nu even mijn punt. Dat twitchen ontzettend leuk kan zijn, gezellig, spannend en ook uitermate onvoorspelbaar soms, daar gaat het me niet om. Kwestie van smaak. Mijn punt is: niemand is alleen, niemand is altijd twitcher. Niemand laat zijn geluk uitsluitend sturen door Waarneming.nl. Het aardige van al die vogelaars is: ze vormen geen vaste, vast omlijnde groepen. Dat geldt trouwens vast ook voor muziekliefhebbers die het ene moment van free jazz kunnen houden en het andere van een strak georkestreerde symfonie van Beethoven, of voor journalisten die het ene moment doorwrochte analyses schrijven in een landelijke krant en het volgende vogelstukjes in een vogelblaadje. En dat geldt dus ook voor vogelaars. Het ene moment kun je tot de ene ondersoort behoren, het andere moment tot een andere. Meestal zelfs op hetzelfde moment, ja, wij eten van twee walletjes. Of meer. Als ik sta te wachten op het verwachte, ben ik voortdurend gespitst op het onverwachte dat intussen ook langs kan glippen. Nergens worden zoveel zeldzame soorten ontdekt als waar al een zeldzame soort ontdekt was. En als ik hem eenmaal heb, ga ik in de buurt op zoek naar het onverwachte. Zo’n twitch kan ook een aanleiding zijn om naar een bepaalde plek toe te gaan en dat kan tot onverwachte resultaten leiden. En eenmaal weer thuis ga ik de volgende dag lekker weer fietsen in mijn eigen omgeving, zien hoe de zaken er daar voorstaan. En als het moment daar is ga ik op een trektelpost staan, gewoon afwachten wat er voorbij komt. En als er dan een melding komt van een extreem zeldzame dwaalgast, ben ik als het effe kan daar zo weer weg want dan moet ik naar die zeldzame dwaalgast toe. Zo zit ik in elkaar. Gebeurt trouwens niet vaak, zeldzame dwaalgasten zijn zeldzaam.
Overigens wil ik hiermee helemaal niemand ompraten hoor, ik hoef niemand te overtuigen en ik hoef al helemaal niet mezelf te verantwoorden. Je kunt je afvragen waarom ik dit dan schrijf. Er zijn zoveel belangrijker zaken om over te schrijven. Ik zou het ook niet weten, maar goed, het is geschreven.

30 mei 2018