woensdag 15 augustus 2012

381: Hoe het snelst een blauwstaartdip te vergeten

Toen vandaag tussen de middag dat bericht uit Den Helder doorsijpelde: mogelijke, nee, vrijwel zekere langstaartklauwier op de Oude Vuilnisbelt, foto’s lieten eigenlijk geen ruimte voor twijfel, was het tweede dat ik dacht (het eerste laat zich raden): dat is snel! Want gisteren was ik nog in de duinen bij Castricum op zoek geweest naar de blauwstaart die zich daar al enige tijd ophield. Geen spoor, en ook de pallas boszanger die een dag eerder was gevonden, was alweer verdwenen. In plaats van de mooie dubbel die ik mezelf al had toegekend, een dubbele dip en dat vroeg om een genoegdoening. En hopla: daar was die genoegdoening al!
Een langstaartklauwier maar liefst: de halve Nederlandse vogelaarswereld was in rep en roer en ook mijn dag kreeg een geheel nieuwe, onverwachte invulling. Want nieuwe soort voor Nederland, de vierde pas in Europa en de achtste in de Western Palearctic, zeg maar Groot Europa met stukje Azië en Noord-Afrika erbij. Afkomstig helemaal uit zuidoost Azië, heel ver weg dus, en normaal naar het zuidoosten wegtrekkend, nog verder weg. Geen enkele reden om zo’n beest hier te verwachten, maar hij zat er toch maar.
En bovenal een prachtige vogel.
Dus als een speer naar huis gefietst, telescoop en een paar boterhammen gepakt want het zou wel laat worden, als een speer naar het station gefietst en met de trein naar Den Helder. Anderhalf uur gedwongen rust, de hartslag weer wat op orde brengen, gewoon een boekje lezen dat ik in de gauwigheid had mee gegrist, en in Den Helder zuid, nog anderhalf, misschien twee uur tot donker, naarstig op zoek naar een doorgang naar de andere kant van het spoor en daarna verstrikt geraakt in een netwerk van meest doodlopende wegen in ongerepte nieuwbouwwijken maar tenslotte ontsnapt en als een speer naar de duinen gefietst waar ik al gauw de dichte drommen vogelaars zie staan.

Afijn, om een lang verhaal kort te maken: om pakweg kwart voor 4 sta ik naar een langstaartklauwier te kijken, eerste voor Nederland, vierde in Europa, achtste in de Western Palearctic. En bovenal een schitterende vogel. Daar valt verder eigenlijk niet zo veel aan toe te voegen. Zo’n heerlijk moment dat je wilt rekken tot de zon bijna ondergaat. Vanaf een hoog duin kon je, als je even je oog van de klauwier af liet, de zee zien glanzen onder een rood kleurende hemel. Terwijl de laatste vogelaars, helemaal uit Limburg wellicht, of uit Zeeland, kwamen aangehold om nog net voor donker een blik op de vogel te kunnen werpen. Telescoop op de schouder, sommige nog in kantoortenue met colbertje en stropdas.
En toen ik door schemerig polderland terugfietste naar station Den Helder zuid, schoot me ineens de blauwstaartdip van gisteren weer te binnen. Helemaal vergeten. In de verte de duinrand, grillige contouren onder een nu snel donkerder wordende avondlucht, en daarop, alsof het er de natuurlijke vegetatie van was, een bosje mensen bijeen, afstekend tegen het laatste avondlicht. Had ik een fototoestel gehad, ik had er een foto van gemaakt die de omslag van elk vogeltijdschrift had kunnen sieren, want het was een mooi beeld, het beeld van de dag misschien. Al was de klauwier vandaag natuurlijk het mooist.

31 oktober 2011

Geen opmerkingen:

Een reactie posten