Excursie met vogelwacht Utrecht. Het was een stralende hoewel ook erg koude lentedag dus dat was alvast meegenomen. Winterswijk is inmiddels een bekende bestemming voor Nederlandse vogelaars en daarvoor geldt een zo niet verplicht dan toch in elk geval gebruikelijk programma. We waagden ons vandaag aan twee alternatieve bestemmingen maar die leverden geen van beide iets op. De traditionele bestemmingen deden het zoals verwacht mocht worden een stuk beter. Dat is nou eenmaal waardoor ze het tot traditionele bestemming hebben gebracht.
We begonnen, zoals altijd, te Bekendelle, vermaard stukje beekbegeleidend bos met poelen en vochtige bosgrond waaruit een enigszins vervallen bos oprijst met talloze kunstige stellages van halfdood hout. Veel dood hout is goed voor spechten en dat is dan ook de belangrijkste specialiteit van Bekendelle. En ook al hoeven wij Utrechters voor spechten tegenwoordig niet meer ver te reizen, een bezoek aan Bekendelle blijft immer een genot. We hoorden kleine bonte, zowel roffelend als roepend. We hoorden middelste bonte, zowel zijn gewone roep als zijn baltsroep, en zagen er ook diverse. En we zagen een paar keer zwarte en hoorden drie verschillende roeptypes. Met ook nog grote bonte spechten en herhaaldelijk verre roep van groene hadden we de spechten compleet. Tijd voor onze volgende bestemming.
Dat was, zoals altijd, de oude steengroeve. Voor de oehoe uiteraard, en die zat er, wat geen verrassing was. Mevrouw lag lui uitgespreid over haar richel en liet zich met enige moeite (moeite onzerzijds, haar kostte het zo te zien geen enkele moeite maar wij moesten ons in allerlei bochten wringen om een beetje fatsoenlijk door de paar geschikte kijkgaten in de kijkwand te kunnen kijken maar dan liet ze zich ook) mooi door de telescoop bekijken.
Een uitstapje naar de Valkeniersbult leverde niet op wat we gehoopt hadden. We speurden zorgvuldig de braamstruwelen langs de grazige grasveldjes af maar voor grote vos, een zeldzame vlinder, zal het nog wel te koud geweest zijn.
Waarop we naar het Korenburger- (of Meddosche) veen gingen, hopend op kraanvogels. Die zijn me daar de afgelopen jaren diverse keren gelukt maar dat biedt uiteraard geen enkele garantie en we moesten maar afwachten of we ook dit jaar zo gelukkig zouden zijn. We hadden echter nog amper de auto’s geparkeerd langs de Korenburgerveenweg toen we al hun prachtige getrompetter hoorden. De bijbehorende kraanvogels waren gauw gevonden: eerst twee en daarna nog eens drie vlogen geruime tijd prachtig laag rond boven de velden van de bufferzone rond het veen.
Met een fraaie oehoe en prachtige kraanvogels hadden we weer eens niets te klagen. Restte nog de traditionele wandeling door en langs het Korenburger- dan wel het Meddosche veen. Verderop heb je ook nog het Vragenderveen en die naamgeving heeft bij mij altijd tot verwarring geleid: geen idee waar nou precies het ene ophield en het andere begon. Dus het maar eens opgezocht. Afgaande op Waarneming.nl heet het gehele veengebied hier, ten westen van Winterswijk, Korenburgerveen. Het deel daarvan waar onze wandelroute liep, ten noorden van de spoorlijn, is het Meddosche veen, dat dus deel uitmaakt van het Korenburgerveen. Het westelijke deel ten zuiden van de spoorlijn is het Vragenderveen. Daarvoor geldt hetzelfde. En de zuidoostelijke helft van het gebied heeft de naam Korenburger- en Corlesche veen gekregen. Weten we dat ook weer.
De wandeling leidt door het Meddosche veen (maar dus evengoed door het Korenburgerveen), langs een weelde van natte poelen met onder andere heikikkers, langs geel wuivende veenlanden en langs kronkelende bosranden. Geregeld hoorden we in de verte een luid trommelende zwarte specht, die klinkt echt als een machinegeweer. Een jagende torenvalk stootte, heel atypisch, een bokje op. En ineens hoorden we dicht bij elkaar minimaal drie zingende matkoppen, tegenwoordig het vermelden meer dan waard, waarvan bovendien eentje zich mooi liet zien.
We sloten af met een vergeefse zoektocht naar geelgors op een sober ingericht en afgelegen kampeerterreintje tussen wat restjes bos. Ook zonder geelgors was het een heerlijke plek, ideaal om ooit weer eens te gaan kamperen, mocht het daar ooit weer eens van komen. Weinig kans, die tijd is vermoedelijk voorbij.
16 maart 2025
Mijn weblogkasteel
Guus’ weblog: Over vogels en wat dies meer zij
woensdag 19 maart 2025
dinsdag 4 maart 2025
Zeearenden
Ik had al maanden geen zeearend gezien. Terwijl er toch regelmatig een of zelfs meerdere gemeld worden in de omgeving van Utrecht. In de Zodden, in polder Maarsseveen, boven de Hoogekampse plas, maar nooit waar ik bij was. Dan komt er een dag dat je tegen jezelf zegt: en nu is het genoeg geweest, nu wil ik een zeearend. Al was het maar om iets meer ontspannen de volgende melding van een zeearend bij Tienhoven of achter Maarssen te kunnen doorstaan. En wat doe je dan? Dan ga je naar de Oostvaardersplassen.
De eerste zeearend zag ik vanaf de Knardijk vrij ver maar door de telescoop toch fraai hoog in een boom zitten. Een nog jonge vogel, vermoedelijk vorig voorjaar uit het ei gekropen. De tweede zag ik vanaf het pad dat vanaf het bezoekerscentrum het gebied in gaat. Bijna een kopie van de vorige: een jonge vogel mooi hoog in een verre boomtop. Daarna zag ik vanaf hetzelfde pad nog enkele keren een jonge zeearend vliegen, waarbij altijd de vraag is hoeveel verschillende vogels dat nou eigenlijk betrof.
Vanuit kijkhut De Schollevaar zagen we onder andere een fraaie adulte vogel met lichte kop en gele snavel midden in de plas hoog in een kale boomstam zitten. En toen ik vanaf de veel te drukke hut alweer terugliep, verschenen er eerst één, daarna twee en toen zelfs drie zeearenden tegelijk zowat recht boven ons in de helder blauwe hemel. Een ervan was een fraaie adult, met smetteloos witte staart. Misschien dezelfde als ik zojuist vanuit de hut gezien had.
Ik zag nog een zeearend rondvliegen vanaf de Praamweg bij het wildrooster, opnieuw een volwassen vogel. En na een succesvol bezoekje aan een bokje op amper tien meter afstand vanuit kijkhut de Oeverloper, zag ik nog minstens drie zeearenden vanaf de Kleine Praambult en minstens één vanaf de Grote.
Elke zeearend is een indrukwekkende verschijning, elke keer weer wordt je als het ware overvallen door dat imposante voorkomen. Die fiere kop, die zware snavel, die eindeloos lange en brede vleugels. Maar er komt een moment dat je ze niet meer invoert, dat je er niet eens de telescoop meer voor pakt.
1 maart 2025
Mijn weblogkasteel
De eerste zeearend zag ik vanaf de Knardijk vrij ver maar door de telescoop toch fraai hoog in een boom zitten. Een nog jonge vogel, vermoedelijk vorig voorjaar uit het ei gekropen. De tweede zag ik vanaf het pad dat vanaf het bezoekerscentrum het gebied in gaat. Bijna een kopie van de vorige: een jonge vogel mooi hoog in een verre boomtop. Daarna zag ik vanaf hetzelfde pad nog enkele keren een jonge zeearend vliegen, waarbij altijd de vraag is hoeveel verschillende vogels dat nou eigenlijk betrof.
Vanuit kijkhut De Schollevaar zagen we onder andere een fraaie adulte vogel met lichte kop en gele snavel midden in de plas hoog in een kale boomstam zitten. En toen ik vanaf de veel te drukke hut alweer terugliep, verschenen er eerst één, daarna twee en toen zelfs drie zeearenden tegelijk zowat recht boven ons in de helder blauwe hemel. Een ervan was een fraaie adult, met smetteloos witte staart. Misschien dezelfde als ik zojuist vanuit de hut gezien had.
Ik zag nog een zeearend rondvliegen vanaf de Praamweg bij het wildrooster, opnieuw een volwassen vogel. En na een succesvol bezoekje aan een bokje op amper tien meter afstand vanuit kijkhut de Oeverloper, zag ik nog minstens drie zeearenden vanaf de Kleine Praambult en minstens één vanaf de Grote.
Elke zeearend is een indrukwekkende verschijning, elke keer weer wordt je als het ware overvallen door dat imposante voorkomen. Die fiere kop, die zware snavel, die eindeloos lange en brede vleugels. Maar er komt een moment dat je ze niet meer invoert, dat je er niet eens de telescoop meer voor pakt.
1 maart 2025
Mijn weblogkasteel
zaterdag 1 maart 2025
Ruigenhoek
Ik had alweer vele weken, misschien wel maanden geen ijsvogel meer gezien. In elk geval dit jaar nog niet. Wel gehoord, maar niet gezien. Maar vanmorgen, in de Ruigenhoekse polder, zag ik er eindelijk weer eens een, en meteen heel dichtbij. En een ijsvogel is zoals bekend zeer het aanzien waard. Zeker zo dichtbij.
Intussen zijn de grote zilverreigers alweer uit de onmiddellijke nabijheid aan het verdwijnen, zoals ieder jaar als het voorjaar eraan komt. Maar vanmorgen in de Ruigenhoekse polder had ik er ineens weer drie.
En in de Gagelpolder had ik mijn eerste zingende tjiftjaf van het jaar. Niks te laat en een heerlijk startschot voor de komende lente.
En zo had ik weer eens een hele fijne ochtend, gewoon op mijn dagelijkse ommetje effe voor het werk en zonder dat daar topsoorten aan te pas hoefden te komen. Dat kunnen we in deze wat duistere tijden wel gebruiken.
27 februari 2025
Mijn weblogkasteel
Intussen zijn de grote zilverreigers alweer uit de onmiddellijke nabijheid aan het verdwijnen, zoals ieder jaar als het voorjaar eraan komt. Maar vanmorgen in de Ruigenhoekse polder had ik er ineens weer drie.
En in de Gagelpolder had ik mijn eerste zingende tjiftjaf van het jaar. Niks te laat en een heerlijk startschot voor de komende lente.
En zo had ik weer eens een hele fijne ochtend, gewoon op mijn dagelijkse ommetje effe voor het werk en zonder dat daar topsoorten aan te pas hoefden te komen. Dat kunnen we in deze wat duistere tijden wel gebruiken.
27 februari 2025
Mijn weblogkasteel
woensdag 29 januari 2025
Van Beverwijk naar Krommenie-Assendelft
Na alle grote verhalen de afgelopen tijd hier een klein en onbeduidend verhaaltje. Effe naar Beverwijk voor grote burgemeester. In geen enkel opzicht vergelijkbaar met brileider of pacifische parelduiker, maar toch alweer drie jaar geleden dat ik er nog een zag. Dus het was weer eens tijd.
Hij was gauw gevonden, was een makkie. Hij zat het grootste deel van de tijd op een van de lantaarnpalen langs de Noorderkade, ging af en toe een stukje vliegen en zat ook enige tijd op het water van de naastgelegen haven. Een mooie, stoere vogel.
Dat was vlot gegaan dus ik had nog veel tijd over om iets mee aan te vangen. Voor de trein terug vond ik het nog te vroeg dus maar wat in de buurt rond gelummeld. Zo raakte ik verzeild in het Aagtenpark, een mooi geaccidenteerd terrein (een oude vuilnisbelt? Veel van die geaccidenteerde parken zijn oude vuilnisbelten) met uitgestrekte grasvelden. Niet van die nette, kortgeschoren en altijd groene gazons, maar mooi ruig en bultig grasland. Met erdoorheen stroken van karig kreupelhout en hier en daar wat spichtige boompjes leek het me wel het soort terrein waar je je, zeker zo dicht bij zee, iets geks kunt voorstellen. Ik kon het niet vinden, maar ik heb mijn best gedaan.
Tenslotte belandde ik aan de andere kant van de naastgelegen snelweg in de polder. Door die polder naar Krommenie-Assendelft gefietst. Nou was die polder niet erg bijzonder, ook geen vogels van betekenis kunnen vinden, alleen in de verte die schorsteen met die gekleurde hoepels eromheen die je altijd vanuit de trein ziet, maar het is leuk om van Beverwijk naar Krommenie-Assendelft te hebben gefietst.
26 januari 2025
Mijn weblogkasteel
Hij was gauw gevonden, was een makkie. Hij zat het grootste deel van de tijd op een van de lantaarnpalen langs de Noorderkade, ging af en toe een stukje vliegen en zat ook enige tijd op het water van de naastgelegen haven. Een mooie, stoere vogel.
Dat was vlot gegaan dus ik had nog veel tijd over om iets mee aan te vangen. Voor de trein terug vond ik het nog te vroeg dus maar wat in de buurt rond gelummeld. Zo raakte ik verzeild in het Aagtenpark, een mooi geaccidenteerd terrein (een oude vuilnisbelt? Veel van die geaccidenteerde parken zijn oude vuilnisbelten) met uitgestrekte grasvelden. Niet van die nette, kortgeschoren en altijd groene gazons, maar mooi ruig en bultig grasland. Met erdoorheen stroken van karig kreupelhout en hier en daar wat spichtige boompjes leek het me wel het soort terrein waar je je, zeker zo dicht bij zee, iets geks kunt voorstellen. Ik kon het niet vinden, maar ik heb mijn best gedaan.
Tenslotte belandde ik aan de andere kant van de naastgelegen snelweg in de polder. Door die polder naar Krommenie-Assendelft gefietst. Nou was die polder niet erg bijzonder, ook geen vogels van betekenis kunnen vinden, alleen in de verte die schorsteen met die gekleurde hoepels eromheen die je altijd vanuit de trein ziet, maar het is leuk om van Beverwijk naar Krommenie-Assendelft te hebben gefietst.
26 januari 2025
Mijn weblogkasteel
zaterdag 18 januari 2025
Elk weer is mooi weer
Elk weer is mooi weer, ik schreef het laatst nog en ik blijf daarbij. Maar als je van plan bent om brileider nog een keer te gaan zien en hopelijk nog beter dan een paar dagen terug, dan helpt dichte mist daarbij niet. En als vele honderden vogelaars waaronder een aantal uit verre landen speciaal voor de vogel naar Texel komen, is dichte mist ronduit problematisch. Toen we uit Utrecht waren weggereden en zagen dat het buiten de stad toch wel behoorlijk mistig was, dachten we nog: op Texel zal het wel meevallen. Dat viel het niet. Toen we zagen dat het op Texel niet meeviel, dachten we nog: het zal later vandaag wel beter worden. Dat werd het niet. En toen we om pakweg half 11 bij de dijk ten oosten van Oosterend aankwamen en er nog steeds geen enkel bericht was over brillie, verbaasde dat ons weliswaar niet maar begonnen we ons wel zorgen te maken. Een onafzienbare rij auto’s stond langs de weg geparkeerd, honderden auto's, ook uit verre landen als Groot Brittannië en Denemarken, en toen we de dijk waren overgeklommen zagen we een onafzienbare massa vogelaars die meest wat mistroostig in de mist stonden te staren. Ik kon alleen maar in gedachten mijn mantra herhalen: ik heb ‘m al, ik heb ‘m al, maar dat gold niet voor Hanneke en Janneke en ook niet voor die man die vannacht helemaal uit Barcelona was komen rijden en vermoedelijk ook niet voor vele anderen hier op de dijk, en ik had eerlijk gezegd wel met ze te doen. Ik had het gevoel dat we als land ernstig tekort schoten, maar ja, mist, wie kon er wat aan doen?
Toen we enige tijd vruchteloos in de mist hadden staan staren en de kou langzamerhand tot onze botten begon door te dringen, bedachten we dat we beter konden wachten op betere tijden. Vanmiddag zou het vast beter zijn en als de piep kwam konden we zo omkeren. Nou, de piep kwam al toen we nog langs de dijk naar het noorden reden, op weg naar de Slufter was toen nog het plan maar dat plan moest nog even in de welbekende ijskast. We keerden om, klommen de dijk over en zagen mensen ons tegemoet komen: brileider was net weer op- en een stuk naar zuid gevlogen. Dus restte ons niets dan om ook maar naar het zuiden te lopen, langs diverse groepjes vogelaars die allemaal intensief in de mist stonden te turen. En in gedachten herhaalde ik mijn mantra: ik heb ‘m al, ik heb ‘m al.
Een van de basislessen bij vogelen is: let op je medevogelaars. Toen we verderop mensen in grote haast richting de IJzeren Kaap zagen lopen, wisten we dat ook wij ons moesten haasten. Eenmaal daar was het nog even zoeken, gissen waar ik zoeken moest en proberen chocola te maken van de aanwijzingen die om me heen omgeroepen werden, maar toen zag ik op een meter of honderd de schim van een eend op zee en ja, dat was hem dus. Later, weer een stukje terug naar het noorden, zag ik hem nog een paar keer. Op het eind zelfs vrij dicht onder de dijk, dichterbij dan ik hem afgelopen dinsdag gezien heb en hoewel met veel slechter zicht heb ik hem toch, ondanks de mist, mooi kunnen zien. Dat gold ook voor mijn reisgenoten, vermoedelijk voor de meeste aanwezigen en hopelijk ook voor de man die vannacht uit Barcelona was komen rijden, zodat misschien wel duizend vogelaars op de Waddendijk van Texel hun geluk niet op konden. Dat maakt een mens toch altijd weer blij en we kunnen momenteel wel een beetje blijheid gebruiken in de wereld.
18 januari 2025
Toen we enige tijd vruchteloos in de mist hadden staan staren en de kou langzamerhand tot onze botten begon door te dringen, bedachten we dat we beter konden wachten op betere tijden. Vanmiddag zou het vast beter zijn en als de piep kwam konden we zo omkeren. Nou, de piep kwam al toen we nog langs de dijk naar het noorden reden, op weg naar de Slufter was toen nog het plan maar dat plan moest nog even in de welbekende ijskast. We keerden om, klommen de dijk over en zagen mensen ons tegemoet komen: brileider was net weer op- en een stuk naar zuid gevlogen. Dus restte ons niets dan om ook maar naar het zuiden te lopen, langs diverse groepjes vogelaars die allemaal intensief in de mist stonden te turen. En in gedachten herhaalde ik mijn mantra: ik heb ‘m al, ik heb ‘m al.
Een van de basislessen bij vogelen is: let op je medevogelaars. Toen we verderop mensen in grote haast richting de IJzeren Kaap zagen lopen, wisten we dat ook wij ons moesten haasten. Eenmaal daar was het nog even zoeken, gissen waar ik zoeken moest en proberen chocola te maken van de aanwijzingen die om me heen omgeroepen werden, maar toen zag ik op een meter of honderd de schim van een eend op zee en ja, dat was hem dus. Later, weer een stukje terug naar het noorden, zag ik hem nog een paar keer. Op het eind zelfs vrij dicht onder de dijk, dichterbij dan ik hem afgelopen dinsdag gezien heb en hoewel met veel slechter zicht heb ik hem toch, ondanks de mist, mooi kunnen zien. Dat gold ook voor mijn reisgenoten, vermoedelijk voor de meeste aanwezigen en hopelijk ook voor de man die vannacht uit Barcelona was komen rijden, zodat misschien wel duizend vogelaars op de Waddendijk van Texel hun geluk niet op konden. Dat maakt een mens toch altijd weer blij en we kunnen momenteel wel een beetje blijheid gebruiken in de wereld.
18 januari 2025
woensdag 15 januari 2025
Wat een soort!
Wat een soort! riepen ook (of juist!) de meest gelouterde twitchers om me heen, gepokt en gemazeld, alles al meegemaakt maar wat een soort! Ja, niet te geloven, wat een soort.
Het zijn redelijk krankzinnige tijden, momenteel. Nog niet zo heel lang geleden klaagden ‘we’ tegen elkaar dat het zo tam was, wat zeldzame vogels betreft, al weken, nee, al maanden lang. In arren moede twitchte ik dan maar een paar veredelde kippen bij Nijverdal, een amerikaanse smient bij Haarlem, wat uiteraard mislukte, en een paar grauwe gorzen in Limburg, idem. Want er moet wel getwitcht worden natuurlijk. En ging intussen mijn eigen gangetje, vogelenderwijs, wat ook al niets noemenswaardigs opleverde. En zie nu: het nieuwe jaar is amper begonnen en we komen om in de extreme zeldzaamheden. Vorig weekend pacifische parelduiker, afgelopen weekend geelsnavelduiker en nu de overtreffende trap van dit alles: brileider.
Toen de eerste meldingen doorkwamen dacht ik trouwens een brilzee-eend langs te hebben zien komen. Ik vond het enthousiasme dat van internet spatte dan ook wat overdreven, ik had voorlopig geen haast. Totdat ik me realiseerde dat het niet een brilzee-eend betrof, maar een brileider. Dat was andere koek. Nieuwe soort voor Nederland (alweer een) maar dat niet alleen: volgens velen de beste soort in Nederland ooit. Met een onderbouwing die ik niet zo gemakkelijk kan weerleggen: broedt langs de kusten van Alaska en oost Siberië en overwintert tussen het pakijs in de Beringzee. Een mythische soort die ook voor de meest fervente wereldreiziger vrijwel onbereikbaar is. In Europa amper een handvol gevallen, rond Spitsbergen en in het uiterste noorden van Noorwegen. Komt eigenlijk nooit onder de poolcirkel, maar gisteren werd er eentje gevonden langs de waddenkust van Texel. Tot ongeloof van velen en toen dat ongeloof eenmaal bezweken was onder de onweerlegbare feiten, tot een enthousiasme dat van internet afspatte. Wat een droomsoort! Hoe komt zoiets hier terecht? In een mum van tijd stroomde de Waddendijk bij het Wagejot vol met vogelaars; meer dan 150 voerden de soort nog diezelfde dag in op Waarneming.nl. De minder gelukkigen baden tot god of de duivel dat-ie er vandaag nog zitten zou.
Dat was gisteren. Zelf stond ik vanochtend te wachten op de boot van half 10 toen de bevrijdende piep kwam: hij zat er nog. Een gevoel van rust daalde op ons neer want wat kon er nog mis gaan? Tegelijkertijd een gevoel van onrust en haast want wat kon er allemaal niet misgaan? Eenmaal op Texel snelde ik, met windje schuin achter, door ’t Horntje, door Oudeschild, langs de Ottersaat en langs Nieuw Diepenheim richting Wagejot, schoot bij de IJzeren Kaap de dijk over en zag ze al gauw staan, met honderd of meer turend door hun telescopen. Bij een van hen mocht ik snel even door de zijne kijken en wat gisteren om deze tijd nog ondenkbaar was, was realiteit geworden: ik had een brileider gezien op de Waddenzee bij Texel! Wat een soort! verzuchtte ik, niet te geloven, wat een soort.
De rest laat zich raden.
14 januari 2025
Meer twitchen: Elk weer is mooi weer
Mijn weblogkasteel
Het zijn redelijk krankzinnige tijden, momenteel. Nog niet zo heel lang geleden klaagden ‘we’ tegen elkaar dat het zo tam was, wat zeldzame vogels betreft, al weken, nee, al maanden lang. In arren moede twitchte ik dan maar een paar veredelde kippen bij Nijverdal, een amerikaanse smient bij Haarlem, wat uiteraard mislukte, en een paar grauwe gorzen in Limburg, idem. Want er moet wel getwitcht worden natuurlijk. En ging intussen mijn eigen gangetje, vogelenderwijs, wat ook al niets noemenswaardigs opleverde. En zie nu: het nieuwe jaar is amper begonnen en we komen om in de extreme zeldzaamheden. Vorig weekend pacifische parelduiker, afgelopen weekend geelsnavelduiker en nu de overtreffende trap van dit alles: brileider.
Toen de eerste meldingen doorkwamen dacht ik trouwens een brilzee-eend langs te hebben zien komen. Ik vond het enthousiasme dat van internet spatte dan ook wat overdreven, ik had voorlopig geen haast. Totdat ik me realiseerde dat het niet een brilzee-eend betrof, maar een brileider. Dat was andere koek. Nieuwe soort voor Nederland (alweer een) maar dat niet alleen: volgens velen de beste soort in Nederland ooit. Met een onderbouwing die ik niet zo gemakkelijk kan weerleggen: broedt langs de kusten van Alaska en oost Siberië en overwintert tussen het pakijs in de Beringzee. Een mythische soort die ook voor de meest fervente wereldreiziger vrijwel onbereikbaar is. In Europa amper een handvol gevallen, rond Spitsbergen en in het uiterste noorden van Noorwegen. Komt eigenlijk nooit onder de poolcirkel, maar gisteren werd er eentje gevonden langs de waddenkust van Texel. Tot ongeloof van velen en toen dat ongeloof eenmaal bezweken was onder de onweerlegbare feiten, tot een enthousiasme dat van internet afspatte. Wat een droomsoort! Hoe komt zoiets hier terecht? In een mum van tijd stroomde de Waddendijk bij het Wagejot vol met vogelaars; meer dan 150 voerden de soort nog diezelfde dag in op Waarneming.nl. De minder gelukkigen baden tot god of de duivel dat-ie er vandaag nog zitten zou.
Dat was gisteren. Zelf stond ik vanochtend te wachten op de boot van half 10 toen de bevrijdende piep kwam: hij zat er nog. Een gevoel van rust daalde op ons neer want wat kon er nog mis gaan? Tegelijkertijd een gevoel van onrust en haast want wat kon er allemaal niet misgaan? Eenmaal op Texel snelde ik, met windje schuin achter, door ’t Horntje, door Oudeschild, langs de Ottersaat en langs Nieuw Diepenheim richting Wagejot, schoot bij de IJzeren Kaap de dijk over en zag ze al gauw staan, met honderd of meer turend door hun telescopen. Bij een van hen mocht ik snel even door de zijne kijken en wat gisteren om deze tijd nog ondenkbaar was, was realiteit geworden: ik had een brileider gezien op de Waddenzee bij Texel! Wat een soort! verzuchtte ik, niet te geloven, wat een soort.
De rest laat zich raden.
14 januari 2025
Meer twitchen: Elk weer is mooi weer
Mijn weblogkasteel
dinsdag 14 januari 2025
Geelbek
IJmuiden, traditioneel het hoofddoel van de nieuwjaarsexcursie van vogelwacht Utrecht stad, was vandaag niet meer dan een onbeduidend intermezzo. Weinig wind en weinig vogels. Natuurlijk, met de vanzelfsprekende oeverpiepers en paarse strandlopers vermaakten we ons prima. Ook een stel zwarte zee-eenden tussen de pieren en een overvliegende juveniele jan van gent droegen bij aan de feestvreugde en zo was er nog het een en ander maar er was niks spannends bij, niks dat we niet al hadden verwacht vandaag. Het was in alle opzichten rustig op de pier en er was weinig reden om daar nog heel lang te blijven.
Vandaag stond dan ook in het teken van geelsnavelduiker. Opnieuw een zeldzame duiker dus, hoewel iets minder zeldzaam dan die van vorige week. Gisteren ontdekt, eerst bij Warmond, daarna teruggevonden op de Kagerplassen. Vandaag was aanvankelijk nog onbekend maar toen er een melding was van een ‘duiker onbekend’ zwemmend richting Kaag dorp, besloten we het erop te wagen. Na enig gepuzzel vonden we het pontje over de ringvaart en na nog meer gepuzzel waarbij we onder andere belandden op een privé-erf vlak buiten het dorp, vonden we het gewenste uitzicht op de Eijmerpoel, waarvan we hoopten dat de vogel er zou opduiken. Dat gebeurde niet en toen verdere berichten uitbleven, hebben we het maar opgegeven en zijn alsnog naar IJmuiden vertrokken.
We waren echter nog lang niet in IJmuiden toen al de eerste berichten binnen sijpelden: geelsnavelduiker was teruggevonden. Eerst nog ver weg en schijnaar ternauwernood herkenbaar, als ik de woordkeus die bij de melding gebezigd werd goed interpreteer, maar later werden de berichten euforischer. Geruime tijd verbleef hij op de relatief smalle ringvaart langs de Huigsloterdijk, waar hij prachtig te zien moet zijn geweest. Dus toen we na onze expeditie naar de punt van de Zuidpier terug waren bij de auto's, besloten we een tweede poging te wagen. Langs de Huigsloterdijk zat-ie inmiddels niet meer, we zijn er nog langs gereden en zagen er een clubje vogelaars keuvelend achter hun telescopen staan. Of dat in gespannen afwachting was of gezellig napratend konden we niet zien, maar we moesten hoe dan ook elders wezen. Onze beoogde bestemming verplaatste zich al even grillig als de geelbek zelf en eigenlijk was het gebied daar heel erg ongeschikt voor. Want als bleek dat je amper een kilometer verderop moest zijn, kon dat in dit doolhof van vaarten, eilandjes en schiereilanden zomaar een omweg van vele kilometers vergen. Maar uiteindelijk belandden we via Nieuwe Wetering, Rijpwetering, Oude Ade en Zevenhuizen op vakantieparkje Waterloospolder waar we semilegaal onze auto parkeerden langs een half verharde verbreding aan het uiteinde van het landweggetje dat ons op deze uithoek had gebracht, en door een onbestemd stuk grasland (mag dit allemaal zomaar? vroeg ik me nog af maar ik liep door, achter de anderen aan) naar het dijkje langs het Spijkerboor liepen, een van de vele wateren die het doolhof vormen dat de Kagerplassen zijn. En daar werd ons eindelijk de vogel gewezen.
Ik zag nog net een forse duiker verdwijnen achter een bocht in de oever tegenover ons. Nou, dat was dus geelsnavelduiker voor vandaag, dacht ik somber maar dat viel mee: al gauw kwam-ie weer tevoorschijn, liet zich aardig bekijken en kwam af en toe snorkelend en af en toe duikend steeds dichterbij. Zo dichtbij als het langs de Huigsloterdijk geweest moet zijn geweest werd het niet, maar het eindresultaat mocht er best zijn vond ik: een duiker als een slagschip die in het inmiddels doorgebroken namiddagzonnetje zijn gekromde, gele bek fier omhoog hield, midden op het water voor ons. Ik kon een nieuw memorabel moment toevoegen aan mijn persoonlijke geschiedenis en was weer klaar voor de nieuwe week.
12 januari 2025
Mijn weblogkasteel
Vandaag stond dan ook in het teken van geelsnavelduiker. Opnieuw een zeldzame duiker dus, hoewel iets minder zeldzaam dan die van vorige week. Gisteren ontdekt, eerst bij Warmond, daarna teruggevonden op de Kagerplassen. Vandaag was aanvankelijk nog onbekend maar toen er een melding was van een ‘duiker onbekend’ zwemmend richting Kaag dorp, besloten we het erop te wagen. Na enig gepuzzel vonden we het pontje over de ringvaart en na nog meer gepuzzel waarbij we onder andere belandden op een privé-erf vlak buiten het dorp, vonden we het gewenste uitzicht op de Eijmerpoel, waarvan we hoopten dat de vogel er zou opduiken. Dat gebeurde niet en toen verdere berichten uitbleven, hebben we het maar opgegeven en zijn alsnog naar IJmuiden vertrokken.
We waren echter nog lang niet in IJmuiden toen al de eerste berichten binnen sijpelden: geelsnavelduiker was teruggevonden. Eerst nog ver weg en schijnaar ternauwernood herkenbaar, als ik de woordkeus die bij de melding gebezigd werd goed interpreteer, maar later werden de berichten euforischer. Geruime tijd verbleef hij op de relatief smalle ringvaart langs de Huigsloterdijk, waar hij prachtig te zien moet zijn geweest. Dus toen we na onze expeditie naar de punt van de Zuidpier terug waren bij de auto's, besloten we een tweede poging te wagen. Langs de Huigsloterdijk zat-ie inmiddels niet meer, we zijn er nog langs gereden en zagen er een clubje vogelaars keuvelend achter hun telescopen staan. Of dat in gespannen afwachting was of gezellig napratend konden we niet zien, maar we moesten hoe dan ook elders wezen. Onze beoogde bestemming verplaatste zich al even grillig als de geelbek zelf en eigenlijk was het gebied daar heel erg ongeschikt voor. Want als bleek dat je amper een kilometer verderop moest zijn, kon dat in dit doolhof van vaarten, eilandjes en schiereilanden zomaar een omweg van vele kilometers vergen. Maar uiteindelijk belandden we via Nieuwe Wetering, Rijpwetering, Oude Ade en Zevenhuizen op vakantieparkje Waterloospolder waar we semilegaal onze auto parkeerden langs een half verharde verbreding aan het uiteinde van het landweggetje dat ons op deze uithoek had gebracht, en door een onbestemd stuk grasland (mag dit allemaal zomaar? vroeg ik me nog af maar ik liep door, achter de anderen aan) naar het dijkje langs het Spijkerboor liepen, een van de vele wateren die het doolhof vormen dat de Kagerplassen zijn. En daar werd ons eindelijk de vogel gewezen.
Ik zag nog net een forse duiker verdwijnen achter een bocht in de oever tegenover ons. Nou, dat was dus geelsnavelduiker voor vandaag, dacht ik somber maar dat viel mee: al gauw kwam-ie weer tevoorschijn, liet zich aardig bekijken en kwam af en toe snorkelend en af en toe duikend steeds dichterbij. Zo dichtbij als het langs de Huigsloterdijk geweest moet zijn geweest werd het niet, maar het eindresultaat mocht er best zijn vond ik: een duiker als een slagschip die in het inmiddels doorgebroken namiddagzonnetje zijn gekromde, gele bek fier omhoog hield, midden op het water voor ons. Ik kon een nieuw memorabel moment toevoegen aan mijn persoonlijke geschiedenis en was weer klaar voor de nieuwe week.
12 januari 2025
Mijn weblogkasteel
Abonneren op:
Posts (Atom)