donderdag 10 november 2016

Beijum

Ach, vergeleken met de wereldramp Trump is het natuurlijk klein leed. Van al die uren dat ik bij een al ijzig aanvoelende herfstkou vergeefs door het Groningse Beijum heb gekuierd, dat ik met tientallen anderen keer op keer elk tuintje, elk bosje, elk veldje binnenstebuiten heb gekeerd, keer op keer vergeefs, daarvan zal de wereld niet vergaan. Nou ja, door Trumps presidentschap hopelijk ook niet, al is de kans daarop wel ietsje groter. Maar het was, hoe dan ook, geen feestdag vandaag. Niet voor mij, niet voor de wereld, hooguit voor de tientallen die vanmorgen wel vanaf zonsopgang aanwezig waren en er dus op tijd bij waren.
Het werkt wel een beetje louterend, zo’n dag, drukt je met de neus op de feiten. Wat is de lol nog, als je de vogel niet ziet? Twitchen wordt werken, zwoegen, en als het resultaat uitblijft, dan blijft het daarbij. Zeker op zo’n alledaagse plek. Dan werk je, dan zwoeg je voor niets. En zoals het zien van de gewenste vogel op raadselachtige wijze je bestaan voor minstens enkele dagen kan vervullen met een warme gelukzaligheid, zo kan het missen ervan op een gegeven moment een gevoel van kille leegte teweegbrengen en de vraag oproepen: waartoe zijn wij dan op aarde?
Natuurlijk, overdreven, maar toch, de wetenschap zonder, in dit geval, bruine lijster op zak huiswaarts te moeten keren en de volgende dag weer de dagelijkse sleur te moeten ondergaan zonder de herinnering aan die bruine lijster, die stemt niet echt vrolijk. Hoe gezellig het af en toe in Beijum ook was, met lotgenoten (de meeste toch?) onder elkaar. En als vogelen je al niet gelukkig maakt, wat rest er dan nog?

Waarom vogels? vraag ik me weleens af. Hadden het niet net zo goed postzegels kunnen zijn? Of vliegtuigen? Dan had ik mijn dagen doorgebracht op een parkeerplaatsje bij Schiphol, in plaats van gewapend met verrekijker en telescoop in een buitenwijk van Groningen. Succes gegarandeerd, want die vliegtuigen, die vliegen toch wel, misschien af en toe met wat vertraging maar na uren wachten in de kou komen ze toch voorbij.
Dat vogels in zekere mate mijn leven hebben gered, is evident. Ze maakten het de moeite waard als het dat even niet leek te zijn en sleepten me door momenten dat verder alles even niets leek te betekenen. Maar hadden postzegels of vliegtuigen dat niet evengoed gedaan kunnen hebben? Ik kan van alles bedenken. Om te beginnen zijn vogels natuurlijk de mooiste schepsels op aarde, misschien na de mens, voor zover van het vrouwelijke type. Zie toch die vormen, zo rond, zo vloeiend, altijd elegant, nou ja bijna altijd. Zie die kleuren: soms kleurrijk, soms ook niet maar altijd subtiel, altijd geraffineerd. Zie hoe ze (nou ja, de meeste) zich verheffen, hoe ze moeiteloos de zwaartekracht trotseren en oeroude natuurwetten naast zich neerleggen. Maar had ik niet net zo goed dergelijke dingen kunnen bedenken met betrekking tot postzegels of vliegtuigen? Is het uiteindelijk niet gewoon toeval? Gewoon omdat alweer zo’n vijftig jaar geleden mijn oude oom en tante me meenamen?
Maar wat nu, als je die vogel mist? Ook al zijn er natuurlijk altijd andere vogels, die net zo mooi van vorm zijn en net zo de wetten van de zwaartekracht van zich afwerpen, die kunnen toch niet teweegbrengen, wat die ene teweeg zou hebben gebracht. Die ene die zo jammerlijk afwezig was vandaag en daarmee dat sombere, lege gevoel teweegbracht in plaats van die warme gelukzaligheid van dat ene moment dat-ie er, al was het maar heel even, wel was geweest.
Maar inderdaad, vergeleken met de wereldramp Trump is het natuurlijk klein leed.

9 november 2016

Geen opmerkingen:

Een reactie posten