zaterdag 12 november 2016

Terugkeer

Of ik nou zojuist de triomf heb gevierd van een zeldzame vogel die ik heb binnengehaald, of de deceptie heb moeten ondergaan van urenlang vergeefs rondsjouwen in een Groningse buitenwijk, telkens keer ik daarna weer terug naar de Gagelpolder. Dat product van Randstedelijk natuur-en-recreatiebeleid om de hoek dat me als een tweede huis is, of eerder: een tweede tuin. Met zijn stukje nieuwbouwbos met houten speeltoestellen op open plekken tussen de jonge boompjes, zijn stukje oud broekbos met duistere poelen in de schaduw van els en berk, zijn open velden en zijn houtkades en boomsingels. Waar inmiddels de herfst alweer bijna op zijn eind loopt en aan de meeste bosranden nog slechts een laatste laagje vuilgeel en vuilrood rest, al bijna bruin eigenlijk, al bijna winter, nog slechts een schim van de kleurenpracht van nog amper een week geleden. Een paar appelvinken in een boomtop, een paar kleine zwanen over, een zilverreiger hoog koersend terwijl tegelijkertijd twee ter plaatse in het veld. Een flinke groep kramsvogels ook en nog een laatste veldleeuwerik op weg naar het zuiden. De trek lijkt grotendeels tot stilstand gekomen, al kunnen morgen zomaar weer de ganzen vliegen, met honderden soms, of wat groepjes zwanen, of wie weet, met heel veel geluk, een paar kraanvogels. Maar daar staat eigenlijk de wind niet naar, dat zal ook deze herfst wel weer een wensdroom blijven. Voorlopig neem ik genoegen met die paar appelvinken, die paar kleine zwanen, die zilverreigers en die eenzame veldleeuwerik.

De winter staat alweer voor de deur. Je merkt dat aan de stilte in het bos en aan de leegte boven je hoofd waar nog slechts af en toe een eenzame graspieper of lijster doorheen vliegt. Aan de kaalte die alweer aan de bomen ontluikt. Aan het zilverachtige vernisje van rijp dat de kou van afgelopen nacht heeft achtergelaten. Het is de gang der seizoenen die je op zo’n moment ervaart, die voortdurende cirkelgang van de natuur, jaar na jaar, het klappen van de zweep, het malen van de molens en in een bredere context uiteindelijk natuurlijk de voortgang van de tijd, van het leven zelf, en op zo’n moment verzoen je je weer met alles waarmee je je maar verzoenen kunt. Met je eigen middelmaat, immers de standaard, de mensheid bestaat grotendeels uit middelmatigen, de wereld draait op middelmaat, de briljante types die je zo vaak op televisie ziet, zijn in het dagelijks leven hoge uitzondering. En met je eigen miserabele lotgevallen die zo onbetekenend zijn bij die voortdurende cirkelgang van de natuur. Was ik pas nog wat ontgoocheld na het missen van een bruine lijster, een uurtje onderweg naar het werk is al voldoende om dat weer helemaal te vergeten en me te vervullen met die warme gelukzaligheid waar je buiten eigenlijk steeds naar op zoek bent.

11 november 2016






Geen opmerkingen:

Een reactie posten