maandag 24 oktober 2016

422 / 423: To see or not to see

Ben je net terug uit Texel en dringend toe aan een paar rustige dagen thuis, krijg je zó’n weekend! Dat begon al op vrijdag en dat was eigenlijk een dag te vroeg, had graag gehad dat het een dag later was gebeurd want toen op de Maasvlakte die bergheggenmus werd ontdekt, eerste voor Nederland, toen zat ik nog op Texel. Die bleek voor mij die dag niet meer haalbaar. Nou zijn er mensen die dat beest zelfs vanaf Vlieland of Schier nog gehaald hebben, maar daartoe ontbreekt mij toch iets. In de eerste plaats natuurlijk een auto, maar dat niet alleen. We waren druk met vertrekken van Texel: opruimen, inpakken, nog een beetje schoonmaken, ik pikte nog net even een mooie hop mee, vliegend over het veld bij Dorpzicht, en die heggenmus was intussen alweer uren onvindbaar. Toen die tegen half 1 eindelijk werd teruggevonden, was het te laat. Het is toch iets met prioriteiten die niet altijd even scherp staan afgesteld.
Dan vernauwt zich dus je hele bestaan tot die ene vogel, tot die ene vraag: krijg ik ‘m te zien of krijg ik ‘m niet te zien? To see or not to see, om een oude Engelse meester te parafraseren.
Niet, dus. Was zaterdag helaas onvindbaar. Toen ook nog eens de eerder gevangen kroonboszanger te Castricum werd teruggevonden, terwijl wij op de Maasvlakte vruchteloos naar een bergheggenmus liepen te zoeken en slechts goudhaantjes vonden die als een ware plaag door elk bosje en tussen alle graspollen kropen, zag ik de bui al hangen: dit ging een historisch rampweekend worden.
Maar toen deed zich een prettige ontsnappingsroute voor: provençaalse grasmus. Wel niet helemaal hetzelfde als bergheggenmus maar wel pas de negende voor Nederland en voor mij evengoed een nieuwe soort. Zou ik mee kunnen leven. Dus met de auto langs de zeedijk gesneld tot waar we andere auto’s en vogelaars zagen en ons in de achtervolging gestort. Het was weer hectisch, er deden zich weer taferelen voor van het soort dat leidt tot verhitte discussies op de daartoe geëigende internetfora en hilariteit aan de lunchtafel op het werk. Want de vogel maakte het ons niet gemakkelijk, hield zich meest schuil, vloog af en toe een stukje maar dook dan steevast gauw weer in een volgend struikje of een volgende helmpol en verplaatste zich zo honderden meters langs de dijk. Zodat wij er met zijn allen over de weg achteraan holden. Maar uiteindelijk kreeg ik ‘m bevredigend te pakken. Eerst zag ik ‘m mooi dichtbij langs vliegen en daarna ging-ie een paar tellen lang open en bloot op het prikkeldraad zitten. Het was een meer dan redelijke compensatie voor het missen van de bergheggenmus, vond ik.
Ook nog een poging gedaan tot kroonboszanger, want als je dan toch aan het autotwitchen bent, dan ook maar goed. Dat was echter teveel gevraagd: een uurtje gestaan bij het bosje in de duinen bij Castricum waar de vogel af en toe gezien was, maar niet meer gezien dan opnieuw wat goudhaantjes. Dat de vogel een half uurtje na ons vertrek toch nog door enkele mensen gezien was, dat mocht de pret niet drukken: een dag waarop je een lifer ziet, is een gelukkige dag. Hoeveel je er ook dipt.

Mocht ik dan zondag eindelijk genieten van een rustige dag thuis? Nee, want toen al vroeg in de ochtend de kroonboszanger werd gemeld, begon het toch weer te kriebelen. Castricum moest het worden. Effe heen en weer, hoopte ik, al weten we allemaal hoezeer dat ook anders kan lopen. Maar dit keer niet. Ik stond er nog maar net toen ik de vogel prachtig in beeld kreeg, even vrij zichtbaar tussen de bladeren. Groenig van boven, grijswit van onderen, vage vleugelstreep en zeer markante koptekening: bingo! Die was binnen. Twee uit drie: een superweekend. Bergheggenmus? Ach, bergheggenmus, wat zou het. Provençaalse grasmus en kroonboszanger: twee lifers in twee dagen, dat is wat telt.

23 oktober 2016

Geen opmerkingen:

Een reactie posten