woensdag 11 november 2015

Ondertussen in Limburg

Terwijl een beetje vogelaar vandaag natuurlijk in IJmuiden was, waar de hele dag een fraaie vale gierzwaluw rondvloog, of in Stavoren waar al een week een bruine boszanger zit, of anders wel in Kamperland waar zich sinds een paar dagen een dwerggors ophoudt, waren we met vogelwacht Utrecht in Zuid-Limburg. Omdat het daar zo mooi is. En des te mooier misschien nog wel, omdat het er herfst was, met alle kleurenpracht van dien. Net als overal in Nederland natuurlijk, net als ieder jaar om deze tijd, maar toch gewoon mooi.
We begonnen in de akkerlanden tussen Puth en Doenrade, waar op verschillende percelen het oude gewas nog op het veld staat. Speciaal voor de korenwolf, de met uitsterven bedreigde Limburgse hamster die zich thuis voelt tussen de vermolmde restanten van zomerse boerenglorie. Maar het zijn niet alleen de korenwolven die daarvan profiteren, maar meer nog de muizen die daar ongezien met tallozen rond wroeten tussen de half vergane overblijfselen. Al is profiteren in geval van die muizen wellicht niet zo’n gelukkige term. Het zijn vooral de buizerden die profiteren, en de torenvalken, die ene blauwe kiekendief en ook een prachtige velduil, die ijverig bezig waren om van die vermoedelijke overvloed aan muizen het hunne te nemen. Uiteindelijk waren het natuurlijk wij vogelaars die profiteerden. Vooral die velduil was geweldig; af en toe keek je hem diep in zijn gele ogen.
Ook allerlei zaad etende vogels profiteerden van de overvloed aan plantenresten op het veld. Veldleeuweriken, graspiepers, enkele riet- of geelgorzen maar vooral natuurlijk de grauwe gorzen. Want dit is al enkele jaren de enige plek in Nederland waar grauwe gorzen in enig aantal overwinteren, en die was dan ook de doelsoort van vanochtend. We moesten even zoeken maar tenslotte vonden we ze. Eerst een groepje in vlucht boven het koren dat daarna onzichtbaar in de vegetatie verdween. Maar daarna eentje die geruime tijd betrekkelijk vrij zichtbaar in een pol zat te snoepen van de gerstzaadjes. Door de telescoop levensgroot in beeld: dan wordt zelfs zo’n in beginsel toch tamelijk saaie grauwe gors een plaatje.

Tweede bestemming van de dag was de ENCI-groeve, in de Pietersberg vlak boven Maastricht. Inmiddels was het zo zonnig en zacht dat we zonder jas vanaf de parkeerplaats naar boven klommen, naar het vernieuwde uitzichtpunt op de rand van de groeve, waar we elkaar verdrongen achter de kijkgaten in de houten schutting die daar was aangebracht. Vroeger, ja vroeger, toen keek je nog gewoon met zijn allen over het prikkeldraad heen. Niet meer. Neemt niet weg dat we na enig zoeken de oehoe vonden, zo dichtbij als ik ‘m daar nooit eerder zag. Het was bijna Winterswijkiaans! Af en toe hief hij zijn kop en keken we ook deze uil diep in de in dit geval oranje ogen.

Tenslotte liepen we vanuit even voorbij Vijlen door het veld naar de Vijlenerbossen waar we een wandeling maakten langs en een stukje door het bos. Het was inmiddels stil in het bos en de enige spechten die we hoorden waren doorsnee grote bonte, en de enige boomkruipers waren gewone. Maar het was er zo mooi, zo heerlijk rustig het landschap om je heen, zo onverstoorbaar herfstig als het golfde beneden je, een heerlijke nadronk na een succesvolle dag.

8 november 2015

Geen opmerkingen:

Een reactie posten