donderdag 3 mei 2018

De ontdekking van drie roodstuitzwaluwen in de Gagelpolder

Een vrolijke, spetterende lentemiddag. Zonnig en zacht, je kon het eigenlijk wel warm noemen en dat was alweer een tijdje geleden, de voorbije dagen vol kilte en nattigheid indachtig. Kom, dacht ik, het werk kan wel wachten. Ik ga nog effe naar de Gagelpolder. Wie weet vliegen er alweer vlinders en libellen. En inderdaad: smaragdlibel, viervlek, en wat vlinders betreft diverse oranjetipjes. En die zijn zó schattig. Heel fijn trouwens dat die zijn verkleinvorm heeft mogen behouden. Dat is vogels als paap, woudaap, witgat en goudhaan niet gegund geweest.
Achteraan bij de veenweide langs de Kooijdijk foerageren wat zwaluwen boven de bosrand. Ik zie witte stuiten: huiszwaluwen. Maar wacht eens, … is dat geen roodstuit? Je kunt het nog niet helemaal geloven maar dat wat langgerekte lichaam, die lange, puntige staartpunten, dat is toch niet het compacte dat je kent van huiszwaluw? Die combinatie van lange staartpunten en echt een hele lichte stuit, kan niet missen toch?
Op zo’n moment gebeurt er iets met je, je moet het meemaken om het te weten. Wat gaat er door je heen? vraagt Mart Smeets dan altijd. Ik besef het nog niet helemaal, het moet nog tot me doordringen, antwoordt dan de sporter die zojuist wereldkampioen is geworden. ‘Het moet nog landen’. Het begon tot me door te dringen: ik had vandaag de hoofdprijs, want het wás een roodstuitzwaluw! Zeldzame zwerver uit Zuid-Europa die slechts heel af en toe naar het hoge noorden afdwaalt. Nog een laatste restje twijfel, angst dat ik me geweldig verkijk en een zeldzame flater sla. Maar dan komt-ie dichterbij, vliegt bijna recht over me heen en ja, dan is het toch echt een prachtige roodstuitzwaluw. Formaat en type boerenzwaluw, maar met een lichte, wat rossige stuit en een blond koppie. Ook mooi zichtbaar is de recht afgesneden zwarte onderstaart, een mooi kenmerk dat je uit de brand kan helpen als zo’n beest recht boven je vliegt. Het is hoog tijd om de Utrechtse vogelaarsgemeente op de hoogte te brengen. Twee appgroepen moeten daartoe worden aangesproken. Onvermijdelijke vragen moeten beantwoord, locatie doorgegeven. Invoeren op Waarneming. Ja, je hebt het maar druk als je een zeldzame soort ontdekt. En het zijn er zelfs twee! zie ik tussen al het werk door. Ook dat moet in tweevoud geappt. Intussen wil ik ook gewoon kijken, genieten. Daar sta ik me toch gewoon in mijn eigen ‘local patch’ naar twee onmiskenbare roodstuitzwaluwen te kijken! Net als ik bedenk dat ik ook wel een alert mag versturen, schalt roodmus uit de telefoon. Herman Bouwman is me voor geweest: ‘Guus Peterse meldt een roodstuit via de Utrecht app’. Staat er toch mooi, vind ik. Wie is er niet een klein beetje ijdel?
Net op dat moment zijn de vogels even uit beeld. Het zal toch niet …? Maar nee, even later zijn ze er weer. En zijn het er zelfs drie! Meest blijven ze boven de bosrand, goed herkenbaar maar wel op afstand. Maar af en toe dwaalt er een af tot recht boven me, laag en schitterend zichtbaar. Wat een snoepjes! De eerste vogelaars komen aangehold en ik kan ze de vogels meteen aanwijzen. De eerste foto’s worden gemaakt. Deze zal goed gedocumenteerd in de boeken komen. Na een tijdje staan we met vijftien tot twintig man te kijken. Vijftien tot twintig gelukkige mannen. De eerste vrouwen arriveren pas na mijn vertrek. Vrouwen zijn nog steeds schaars onder vogelaars. Uiteindelijk zijn vanavond nog tientallen mensen wezen kijken. Dan heb je eer van je werk

2 mei 2018

Geen opmerkingen:

Een reactie posten