donderdag 22 januari 2015

Medemblik

Op zomaar een doordeweekse donderdagmiddag wandelen door het oude hart van Medemblik, Oudhollands stadje aan het IJsselmeer: ik zal niet beweren dat het de hoofdzaak was vandaag, maar leuk was het wel. Een oud grachtje, een paar oude grachtenpanden met monumentale gevels, een oude kerk, een oude burcht, wat je zoal tegenkomt in zo’n Oudhollands stadje, plus een haventje met niet zo oude zeiljachten. En geen toeristen vanmiddag, alleen maar mensen die hier thuis zijn.
Maar hoofdzaak vandaag was natuurlijk de amerikaanse oeverloper die eergisteren per foto was ontdekt aan de oever van het IJsselmeer bij Medemblik. Wat een heerlijke inhaler zou dat zijn, na mijn dramatische dip drie-en-een-half jaar geleden. Gisteren kon ik niet weg dus de hoop was dat de vogel nog een dagje langer zou willen blijven. Dat was nog even spannend, maar in de bus van Hoorn naar Medemblik kwam de verlossende piep: vogel nog ter plaatse. In Medemblik naar de IJsselmeerdijk gelopen en langs de oeverlanden langs het IJsselmeer nog een stukje naar het zuiden tot waar ik de vogelaars zag staan, over hun telescopen gebogen. Zo was de vogel gauw gevonden en mocht ik weer een soortje toevoegen aan mijn Nederlandse lijst.
Bittere kou, snoeiharde wind die over het IJsselmeer kwam aangewaaid, maar die vogel … Zo heerlijk dichtbij, zo fraai in beeld dat alle relevante kenmerken konden worden afgetikt. Dan zijn dat soort elementen bijzaak.
Toch had ik er een beetje moeite mee het gevoel op te roepen dat ik naar een razend zeldzame vogel stond te kijken, en niet naar gewoon maar een wat afwijkende oeverloper. In januari natuurlijk allerminst alledaags, maar niet waarvoor je die kou en die snoeiharde wind trotseert. Dat we naar een amerikaanse oeverloper stonden te kijken, daarover was geen discussie. Wij daar aan het IJsselmeer gingen daar natuurlijk niet over maar we kunnen veilig aannemen dat de instantie die daar wel over gaat, zich wel zal laten overtuigen door de kenmerken die velen voor ons al hadden vastgesteld en ook wij konden vaststellen. Winterkleed, maar toch (al? nog?) enkele fijne zwarte stipjes op onderbuik en op de dijen die gewone oeverloper, immers nooit gespikkeld van onderen, waarschijnlijk niet hebben kan. Verder de korte staartprojectie, de egale en ongetekende tertials, de overwegend egale en weinig getekende bovenzijde, de vleeskleurige snavel uitlopend in zwartachtige punt, de heldere geelachtige poten en in vlucht een zwakke vleugelstreep die niet tot aan het lichaam reikte. Voldoende kenmerken om de determinatie hard te maken, maar losse kenmerken maken nog geen vogel. Op een of andere manier bleef toch het gevoel bestaan dat ik, ondanks die kenmerken, naar een oeverloper stond te kijken. Al heb ik nooit van mijn leven zo lang naar een gewone oeverloper staan kijken als nu naar deze amerikaanse. Toch lukte het me maar moeilijk om mijn gevoel bij de vogel in overeenstemming te brengen met diens zeldzaamheid. Vierde voor Nederland, eerste voor mij, dat verdient euforie, extase.
Toen ik zowat een uur naar het beest had staan kijken, toen ik ‘m had zien porren tussen de schelpen, had zien hollen langs de branding en hem zijn vleugels had zien strekken, alles op af en toe nauwelijks meer dan tien meter afstand, toen vroeg ik me af of ik niet toch naar een subtiel ander typetje stond te kijken dan de gewone oeverlopers die ik al zo vaak had gezien. Een subtiel ander voorkomen, een subtiel andere uitstraling. Maar wist ik dat wel zeker? Toch te weinig naar gewone oeverlopers gekeken, denk ik. Iets dus om in de toekomst toch wat meer tijd aan te gaan besteden. En dan niet alleen aan gewone oĆ©verlopers natuurlijk.
Hoe dan ook, met die euforie en die extase kwam het uiteindelijk toch nog goed.

22 januari 2015

Geen opmerkingen:

Een reactie posten