maandag 27 januari 2020

Drieluik

Stiekem had ik alweer zowat negen jaar geen amerikaanse smient gezien; ik had er sowieso maar twee op mijn lijst. Nou zegt dat ook iets over hoeveel waarde ik blijkbaar hecht aan amerikaanse smient, als je je best doet kun je er echt wel ieder jaar een zien, maar vandaag leek me een heel geschikte dag om er nog eens eentje aan mijn lijst toe te voegen. Ik had niks beters te doen, kun je ook zeggen. Dus de trein naar Zwolle genomen en van daar met de vouwfiets richting de oeverlanden langs de Overijsselse Vecht, een schattig soort mini-rivierenlandschap met dijken en uiterwaarden en de rivier die zich traag door oneindig laagland slingert, maar allemaal in het klein, als je het beziet vanuit het perspectief van Maas en Waal. Eenmaal ter plaatse echter geen spoor van amerikaanse smient. Waar hebben ze dat beest nou weer gelaten? vroeg ik me af. Een paar jaar terug had ik ook al mijn derde amerikaanse smient gedipt dus ik dacht, dat gaat me niet nog een keer gebeuren! Nou heb je daar als vogelaar niet altijd iets over te zeggen, maar dit keer kreeg ik mijn zin: uiteindelijk vond ik hem terug een paar plasjes verder, net wat dieper in de uiterwaard. Herkenbaar, tussen de smienten, maar daar was ook alles mee gezegd. Dat moest nog beter.
Nadat de boel was opgevlogen vonden we de vogel terug in het plasje vlak onder de dijk waar-ie de afgelopen weken meestal gezien was. Aanvankelijk moesten we genoegen nemen met af en toe een verre blik door de rietstengels heen, maar ineens zat-ie pal onder ons op amper tien meter uit de kant, helemaal vrij zichtbaar. Prachtig.
Missie volbracht, nog een halve dag te gaan. Wat te doen?

We (ja, inmiddels we, Toon was toevallig ook naar de smient komen kijken) besloten iets anders te proberen: terug naar Zwolle, de trein naar Meppel en van daar op de vouwfiets naar het Reestdal. Daar wachtte ons de pelikaan. Die wacht daar overigens al een paar maanden, ik was er in december ook al geweest dus heel dringend was het niet, maar hij maakte dit tweede bezoekje wel dubbel en dwars de moeite waard. Moesten we de vorige keer nog genoegen nemen met een meest ineengedoken vogel die in de laagte voor de helft of meer schuilging achter de glooiende ruggetjes die het verder bescheiden Reestdal had weten voort te brengen, nu kregen we een roze pelikaan in vol ornaat voorgeschoteld, die zich in al zijn glorie verhief, agressief de meest nabije ooievaars tegemoet trad en af en toe aan die machtige vleugels van hem een rondje over het dal vloog. Prachtige show.
Missie twee volbracht, nog een halve middag over. Wat te doen?

Ik zag een wat mij betreft unieke driedubbele treintwitch opdoemen. Trein terug naar Zwolle, van daar de intercity naar Deventer en het boemeltje naar Apeldoorn, waar zich op een ruig veldje naast het station nog steeds de plaatselijke kuifleeuwerik ophoudt. Net als die pelikaan een afgelikte boterham uit het vorige decennium, maar toch fijn om hem maar alvast aan de lijst van de jaren twintig toe te voegen want als ik dat nu niet doe is dat bepaald niet gegarandeerd. Voor wat het waard is natuurlijk. (Niets, uiteraard.) De vogel was gauw gevonden en liet zich weer prachtig en tot op slechts enkele meters afstand bezichtigen. Tot-ie om een uur of 4 opvloog, op een dak ging zitten en daarna op een onbewaakt ogenblik ineens verdwenen was. Verder tijdens mijn aanwezigheid niet meer teruggevonden. Naar bed?

26 januari 2020

Geen opmerkingen:

Een reactie posten