woensdag 20 december 2017

Pietersberg

Ik had het alweer een paar jaar niet meer gedaan, dus of ik het nog zou kunnen? Fietsend de Pietersberg op: een paar jaar geleden deed ik het nog. Met moeite hoor. In het begin lijkt het nog mee te vallen, maar op het eind, ja op het eind wil je het niet meer opgeven natuurlijk. Je gaat nog liever dood, daar op de flanken van Limburgs heuvelland. Maar inmiddels waren we dus een paar jaar verder, was ik alweer een paar jaar ouder en eerlijk gezegd, vrees ik, misschien ook wel een paar jaar zwaarder. Dus of het nog zou lukken?
Nou, het is gelukt, kan ik u, niet zonder gepaste trots, mededelen. In het begin leek het nog mee te vallen, maar op het eind, ja op het eind wilde ik het niet meer opgeven natuurlijk. Ik ging nog liever dood, daar op de flanken van Limburgs heuvelland. Buiten adem, de koude lucht raspend door mijn luchtpijp maar levend! stond ik bovenop de Pietersberg. En geen voetje aan de vloer onderweg. Dat kon Renske, toch bijna 35 jaar jonger, me niet navertellen. Of dat was omdat ze niet kon, of omdat ze er geen zin in had, moet u haar maar vragen.
Een oplettende lezer herkent hier natuurlijk de mannelijke streberigheid. Uitsloverij, meer is het niet. Ik was gewoon het alfamannetje dat zich niet wil laten kennen, dat zich op de borst wil kloppen. Want je schiet er niks mee op, met de Pietersberg op fietsen, je bent er niets sneller door want toen ik nog amechtig stond uit te hijgen kwam Renske al kalmpjes met de fiets aan de hand aangelopen. Geen centje pijn. Hoe dan ook, het ware loon naar werken bleef uit: oehoe vandaag onvindbaar, behalve een houten exemplaar bij het uitkijkpunt. Maar ook zonder oehoe is de klim naar de Pietersberg natuurlijk de moeite waard. Want die uitzichten! Het is een cliché maar toch ook een beetje waar: je waant je in het buitenland. Aan de ene kant zicht in het klassieke, lieflijk glooiende Limburgse heuvelland, het fraaie kasteel Neerkanne aan de voet van de helling. Aan de andere kant zicht in die open wond, in die holle kies in het mergelland. Steile wanden, kaal gesteente, diepe grotten en op de bodem diepblauwe waterplassen. Hoe je er ook over denkt, het ziet er indrukwekkend uit. En inmiddels al bijna helemaal teruggegeven aan de natuur: de ENCI is bezig zich hier terug te trekken en Natuurmonumenten is vanaf nu vormgever van dit landschap. In het eeuwige dilemma economie versus natuur trekt dus voor één keer natuur aan het langste eind. Nou ja, nadat economie ook hier tientallen jaren de bovenliggende partij is geweest. Uiteindelijk trekt natuur natuurlijk altijd aan het langste eind, of we willen of niet.
Ook nog naar de Kleine Weerd geweest, een rivieroeverreservaatje zo’n beetje midden in Maastricht. Leuk gebiedje, met oude rivierlopen, verruigde oevers en een langgerekt eiland vol bosjes en struikgewas en rommelige velden vol uitgebloeide ruigtekruiden. Langs de oevers hadden bevers hun sporen nagelaten: van heel wat boompjes was aan de voet de stam bijna tot helemaal doorgeknaagd. Sommige stammen lagen dwars over het pad of hingen in de armen van buurman of vrouw. Van de bevers zelf verder geen spoor.



16 december 2017








Geen opmerkingen:

Een reactie posten