woensdag 17 mei 2017

Grijze strandloper

Het was weer zo’n fijn spoedgeval vandaag, met zo’n soort die in een keer je dag op z’n kop zet. Want onverwachts bleek de grijze strandloper die gisteren door één persoon was gezien op de Maasoever bij Arcen en Velden en daarna hoog naar noord was weggevlogen, daar vanmorgen toch weer, of nog aanwezig. Dat vroeg om een snelle beslissing, en die beslissing was snel gemaakt: mijn dagbesteding werd een geheel andere dan ik toen ik vanmorgen wakker werd, nog voor ogen had gehad. In plaats van een dag op kantoor, starend naar de cijfertjes op het computerscherm, een expeditie naar noord Limburg. Ja en dan is het weer zo’n dag dat het alleen maar draait om die zeldzaamheid. Met een wat roerige maag zit je dan in de trein, onrustig te wachten op het moment dat je eruit mag, dat je aan het werk mag. In Venlo eindelijk actie: op de fiets naar het noorden. Naar Arcen en Velden en nog iets verder. Nog geen enkel bericht, na de alert van vanmorgen. Dat leek me een goed teken: vogel was in elk geval nog niet afgemeld. Zwak windje achter, zonnetje in de rug en een temperatuur die in Venlo al 27 graden Celsius aanwees. Veel te warm voor de kleren die ik bij me had maar geen tijd nu om daar iets aan te doen.
Ik was bijna ter plaatse toen er ineens toch een kinkje in de kabel dreigde: waar volgens Google maps een weggetje naar de plek moest leiden van waar de vogel gezien werd, stond een hek en een bord: ‘Gevaarlijk terrein, verboden toegang.’ Ook verderop, achter het prikkeldraad, zo’n bord. Wat nu? Ik had me al omgedraaid om een andere route te zoeken, toen bleek dat het toegangsverbod massaal werd genegeerd. En waarom ook niet? Een soort bouwterrein, geaccidenteerd en ruig begroeid waar verderop graafmachines bezig waren, waar we verder geen kwaad deden en waar elk gevaar ver te zoeken was: na enige aarzeling stapte ook ik maar door het geopende hek. Grijze strandloper wachtte immers en die is dat wel waard. We komen bij een uitzichtbult met zicht op een plasje waar op de tegenover liggende oever, naast een fraaie zomerkleed bonte strandloper, een klein, bruingrijs ogend strandlopertje loopt. Telescoop brengt uitsluitsel: type kleine strandloper maar zonder de gele en roodbruine tinten die die kenmerken, zonder de uitgesproken tekening op de rug ook met de opvallende lichte banen, maar overall grijsbruin van kleur met duidelijke zwarte veercentra en met een zijborstvlek die wat nadrukkelijker is, wat scherper getekend en ook wat uitgebreider dan je van kleine gewend bent. Ja, dit is ‘m wel. In één keer raak dus dit keer, dat mocht ook wel weer eens. Deze was ik immers de afgelopen jaren al een paar keer misgelopen. Hij zit weliswaar op enige afstand maar laat zich door de telescoop toch fraai bekijken, af en toe stil op de oever of scharrelend langs of in het water. Hij is mooi. Ach, wat heet mooi? Het is geen kleine, al heeft-ie er wel het formaat van, en dat is mooi. ‘Schoonheid is een afwijking van het gangbare’, schreef good old Koos van Zomeren al eens. ‘Als alle vrouwen zulke ogen hadden als Cathérine Deneuve, zou niemand naar haar omkijken. … Schoonheid wordt gevoed door zeldzaamheid.’ (Het Scheepsorkest, 1989.) Wat dat betreft staat de grijze strandloper aan de top. Ik had er nog nooit een gezien dus ik vond het ruimschoots de moeite waard om een ruim uur aan hem te besteden. Onder het genot van het gezellige gekeuvel van wat medevogelaars. Onder het genot van een strakblauwe hemel en een warme zon die eindelijk zomer bracht in dit tot voor kort nog zo kille kikkerlandje. En onder het genot van zingende grasmus en bosrietzanger en overvliegende boomvalk en beneden rond de plasjes ook nog kleine en bontbekplevier, oeverloper, casarca’s en oeverzwaluwen. Beter uur kun je niet hebben, wat mij betreft.

16 mei 2017

Geen opmerkingen:

Een reactie posten