dinsdag 3 maart 2015

Geelpoot

Op de dag dat-ie ontdekt werd, was ik vergeefs op zoek naar een dwerggors bij Callantsoog. Op de dag dat-ie werd teruggevonden had ik andere verplichtingen en besteedde ik onder andere een uur van mijn leven aan Hillegom. (Het was voldoende.) Vandaag was het mooi weer, een lekker zonnetje en zo te zien weinig wind en toen de vogel vanmorgen opnieuw werd teruggevonden dacht ik: laat ik een ochtendje vrij nemen om effe een kleine geelpootruiter binnen te halen. Sowieso een mooie soort, maar een echte mega voor de eigen regio. Dus op de fiets gestapt en op weg naar Vianen. Daarna naar Everdingen en dan tussen de middag terug, was het idee, en vanmiddag weer aan het werk. Moest kunnen.
Helaas gaan zulke dingen zoals bekend lang niet altijd zo vlot en soepeltjes als je jezelf had voorgenomen. Weliswaar stond ik na maar weinig meer dan een uur midden boven de Lek op de brug bij Vianen, dat was toch weer sneller dan ik gedacht had, maar een half uurtje later bij Everdingen was de geelpoot vooralsnog onvindbaar. Bovendien stond er best nog een pittige en bar koude wind en was ik behoorlijk zweterig geworden. Geen fijne combinatie.
Afijn, hoofdzaak was natuurlijk de geelpootruiter en die bleef ruim anderhalf uur lang onvindbaar. Niet alleen voor mij, ook voor alle andere pakweg twintig vogelaars die ik tegenkwam. Tientallen grutto’s alweer, waaronder diverse ijslanders, een kluut, een stel pijlstaarten, slobeenden, wintertalingen, een grote zilverreiger, een kleine zilverreiger maar geen geelpootruiter, groot noch klein. Een groene specht riep en vloog even later uit een bosje langs de dijk, een waterral riep vanuit de ondoordringbaarheid van het riet en intussen zag ik mijn vrije ochtend alsmaar langer worden en mijn middag op het werk alsmaar korter. En zag ik een dubbele dip aankomen want als ik nog iets van mijn middag wilde maken moest ik dringend terug naar Utrecht. Dus telescoop ingepakt, nog even een korte nababbel met de laatste overgebleven medevogelaars en het verhaal had niet geschreven hoeven worden als niet toen ineens dat bericht: kleine geelpootruiter was weer gezien, amper een kwartier geleden!
Hoe was dat mogelijk? vroegen we ons af. Niet alleen ik had ‘m niet gezien, niemand hier had ‘m gezien. Nog maar even geïnformeerd bij een paar vogelaars verderop, maar ook die wisten nergens van. Alsnog naar huis dan maar. Maar toen bleek: de vogel was niet hier bij Everdingen teruggevonden, maar enkele kilometers verderop bij Hagestein, ongeveer halverwege Vianen, waar ik zojuist nog was langsgefietst.
Een half uur tegen de wind in terug: ik had geen keus. Mijn toch al flink gereduceerde middag op het werk moest er dan maar aan geloven. Bij Hagestein auto’s in de berm, vogelaars, telescopen en telelenzen onderaan de dijk en inderdaad een kleine geelpootruiter in het natte drasland in de uiterwaard. Toch nog gelukt! En hoewel niet zo dichtbij als vermoedelijk dezelfde vogel onlangs bij Schokland te zien schijnt te zijn geweest (op amper 5 meter, getuige de oogstrelende foto’s), toch erg fraai. En een prachtig ruitertje, slank, langgerecht en met die knalgele poten zeker een bezienswaardigheid.
Eind goed al goed dus. Maar intussen krijg ik gedetailleerde informatie over de velduilen die zich ophouden in een buitenwijk van IJsselstein. En dan denk ik: daar wil ik naar alle waarschijnlijkheid toch een keer naartoe en aangezien mijn middag toch verder al grotendeels onbruikbaar is geworden, dan maar beter nu, op de terugweg. Dat bespaart me weer een dagtocht naar IJsselstein binnenkort. Tel uit je winst.
Het kost even moeite, het kost ook wat regen, hagel zelfs, maar uiteindelijk sta ik in een buitenwijk van IJsselstein te kijken naar drie fraaie velduilen in een forse conifeer in een tuin. En naar drie ransuilen in een andere. Vooral die velduilen: zo heb ik die nog niet eerder gezien. En zo werd vandaag onverwachts een dag die ik me nog wel enkele dagen zal heugen.


2 maart 2015

Geen opmerkingen:

Een reactie posten