donderdag 8 juli 2021

Vlinders en libellen

De zomer is de tijd dat nogal wat vogelaars tijdelijk overschakelen op vlinders en libellen. Er is immers wat vogels betreft dan toch niet zoveel te beleven. De waarde van dat argument werd de afgelopen weken treffend geïllustreerd door onder andere een monniksgier, een steltstrandloper en een dwergaalscholver, maar desondanks heb ook ik me afgelopen weekend vooral met zeldzame vlinders en libellen bezig gehouden. En dat was leuk. En bracht me bovendien weer eens op allerlei paradijselijke locaties zoals die wonder boven wonder nog altijd bestaan in ons stikstofrijke landje, zoals bij Winterswijk de Borkense baan, Bekendelle en het Meddosche veen, en een dag later helemaal aan de andere kant van het land het Wormdal bij Kerkrade en een mooie oude groeve elders in Limburg. Alleen dáárvoor al zou je stad en land willen afreizen.

De Borkense baan is het restant van een oude spoorbaan tussen venige stroken hei aan beide kanten, met poelen, met velden vol orchideeën en met een mooi ven met waterlelies, alles ingeklemd tussen steile bosranden. Daar was ik op zoek naar grote vos. Ik ben al jaren op zoek naar grote vos maar dat wil al jaren niet lukken. De kansen leken gunstig vandaag want er worden er weer geregeld gemeld in het land: de tweede generatie is blijkbaar uitgevlogen, en de omgeving van Winterswijk is de laatste jaren voor de soort een van de kerngebieden. Een paar keer liep ik heen en weer, aan beide zijden van het oude spoor. De zon scheen, het was warm en het vogelkoor klonk ongebruikelijk weldadig voor hartje zomer. Ik hoorde onder meer geelgors, tuinfluiter en boompieper. Vuurlibel, kleine vuurvlinder, volop gevlekte orchissen en boven het ven metaalglanslibellen. Ook zonder zeldzame vlinders en libellen een prachtige plek. En uiteindelijk kwam het met die zeldzame vlinders en libellen ook helemaal goed. Eerst dook er ineens een beekoeverlibel op: lifer, en op voorhand een hele fijne troostsoort, mocht het daarbij blijven. Ik wist het meteen zeker: kleiner en tengerder dan de gewone, met een van start tot finish blauw berijpt achterlijf. Daarna vloog er een keizersmantel langs. En tenslotte was er oranjeachtige beweging in het braamstruweel. Ik op zoek en ineens zat-ie daar, rustend tussen de bramen. Helaas nog met gesloten vleugels, al is dat voor determinatie afdoende, maar toen ie even zijn vleugels opende voor ie weg vloog, ging er een schok door me heen: dat was, eindelijk, waar ik al jaren naar op zoek ben. Grote vos! Vergeet monniksgier en steltstrandloper, mijn leven is volmaakt!
Jammer was wel dat ik nu mijn eeuwige wenssoort kwijt was. Tijd voor een nieuwe.
Daarna Bekendelle. Ach, Bekendelle. Dit stukje paradijs op aarde is al vaak genoeg onderwerp van loftuitingen geweest. Ik had er prachtige bosbeekjuffers boven de beek, al leken de veel algemenere weidebeekjuffers ook hier algemener.
In het Meddosche veen wandelde ik over het pad langs de houten uitkijktoren. Boompieper, geelgors, in de verte zwarte specht, klokjesgentiaan en terug bij de uitkijktoren opnieuw een grote vos! Deze vloog geruime tijd dicht om me heen en ging af en toe vlakbij op het hout en soms zelfs op mijn jas zitten. Meest met gesloten vleugels maar onder het vliegen was zijn oranje kleur en met enige moeite af en toe ook het kenmerkende patroon prachtig zichtbaar.

Het Wormdal bij Kerkrade is onder kenners vermaard als enige vindplaats in Nederland van de kleine tanglibel, een soort die ik wel ken van de Ardennen een paar jaar geleden maar die ik in Nederland nog nooit gezien had. Je kunt je altijd afvragen hoe belangrijk dat nou is maar aan de andere kant: je hebt maar weinig aanleiding nodig om naar het Wormdal af te reizen. Want wat een prachtig, klassiek beekdal is dat. Precies op de grens met Duitsland stroomt daar de Worm langs kiezelstrandjes, langs dichte braamstruwelen en langs hoog opgaand hellingbos. Je waant je er diep in de Ardennen. We besteedden er een aangenaam en zonovergoten anderhalf uur aan het zoeken en werden uiteindelijk rijkelijk beloond: kleine tanglibel op het braamstruweel en kleine tanglibel vlak voor ons op het pad. Minimaal twee stuks want zoveel zagen we er maximaal tegelijk.
Het was een zomerdag beladen met de dreiging van aankomend noodweer. Scheen in het Wormdal nog volop de zon, later in de groeve begon de lucht al wat te betrekken. Ook dit was weer zo’n paradijselijke plek: een schattig klein en besloten steengroevetje met schrale grashellingen, struwelen en kalksteenwanden, verzonken in het omringende heuvelland. Met zeldzame Limburgse kalkflora van onder andere bosorchis, wondklaver, beemdkroon en marjolein, met geelbuikvuurpad en levendbarende hagedis en met na enig zoeken ook de doelsoort van deze plek: dwergblauwtje. Ook al uiterst zeldzaam en in Nederland alleen op deze plek te vinden. Een subtiel, klein dingetje dat zich een paar keer met leesbril prachtig liet bekijken.
Op weg naar noordelijker oorden sloeg het weer radicaal om. Zware buien met onweer trokken over ons heen. We hadden het al zien aankomen natuurlijk, de zuidelijke horizon oogde al geruime tijd asgrauw. We zaten in de auto in de berm te wachten tot het hopelijk wat droger zou worden en ons intussen af te vragen wat te doen als het niet droger zou worden. De vraag was eigenlijk niet zo moeilijk te beantwoorden maar uiteindelijk, toen het toch even nog maar zachtjes regende, dit indrukwekkende insectenweekend kunnen afsluiten met twee fraaie bijeneters, vogels die zich graag tegoed doen aan (al dan niet zeldzame) vlinders en libellen.

4 juli 2021










Geen opmerkingen:

Een reactie posten