dinsdag 12 februari 2019

Appingedam

Wie wil er niet een keer in Appingedam zijn geweest? Het historische stadje aan het Damsterdiep, vroegere hoofdstad van de Ommelanden. Vele bezienswaardigheden herinneren nog aan die dagen van weleer. In het centrum zijn nog vele van oorsprong middeleeuwse panden te bewonderen. De bekendste bezienswaardigheden zijn de middeleeuwse Nicolaïkerk (opgenomen in de Top 100 van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg), het ertegenaan gebouwde renaissancistische Raadhuis en boven het Damsterdiep drie hangende keukens en twee smalle bruggetjes. Dit komt natuurlijk van Wikipedia, dat begrijpt u wel, maar de werkelijkheid voldeed volmaakt aan de door Wikipedia bezongen schoonheid van deze parel uit het hoge noorden (dat is dan weer, bij mijn weten, geen Wikipedia, maar het had het kunnen zijn). Smalle gekromde straatjes, oude geveltjes, smalle waterloopjes tussen de huizen door met achtertuintjes aan de kade, het had een beetje de sfeer van de Efteling in winter-ambiance. Eén bezienswaardigheid ontbrak er echter aan, deze zaterdagmiddag in Appingedam: ik kon er niet één ringsnaveleend vinden. En dat is er één beneden het gemiddelde van de afgelopen weken. Ben er nog voor helemaal naar het Eemskanaal gefietst, anderhalve kilometer verderop, maar dat mocht niet baten. Gevalletje jammer, dus.
Toen ik me daar uiteindelijk maar bij had neergelegd, met vliegende storm achter naar Delfzijl gesneld. Het idee was om daar op de dijk wat over de Dollard te turen en wat vogeltjes te gaan zoeken op de kwelders en langs het wad. Het was echter niet mijn dag. Uitgebreide dijkwerkzaamheden maakten mijn plannetje onuitvoerbaar. Slechts bij het Dollard-restaurant, half hangend boven het water, kon ik een blikje werpen: hoogwater, niets te beleven. Onverrichterzake keerde ik terug naar Utrecht.
Eigenlijk was het voor een dubbele sof nog een opmerkelijk leuke dag geweest, vond ik. Nooit eerder in Appingedam of Delfzijl geweest immers, en dat maakt zo’n dag toch weer memorabel. Zo hield ik de moed erin maar toen later bleek dat Ajax van Heracles had verloren, ach Ajax, weg kampioenskansen, toen brak ik wel een beetje. Dat er op één dag zoveel mis kan gaan en zo weinig goed! Tijd om te relativeren, want zoveel anderen in deze wereld hebben het zoveel zwaarder enzovoort. Maar dat lukte me niet zo goed zaterdagavond.

Maar het werd een weekend met twee gezichten. Na een onbestemd rondje door de polder op zondagochtend, toen het weliswaar grijs maar nog grotendeels droog was en dat overigens weinig vermeldenswaardigs opleverde (niets eigenlijk, anders had ik het wel vermeld), begon de voorspelde regen en dreigde een volstrekt troosteloze zondag. Maar toen was er ineens die melding van een kleine trap bij Hillegom, en de uitnodiging van Erik om mee te rijden. En dus stond ik een uur of twee later in de regen door de scoop te kijken naar een weliswaar vrij verre maar toch fraaie vrouw en/of eerste winter kleine trap, vogel van de steppes van Spanje of Portugal of daaromtrent, verdwaald in een verlepte bloembollenakker in Zuid Holland, waar ze voor vertrek uit Spanje of Portugal vast en zeker nog nooit van had gehoord. Had ze dat wel, dan was ze waarschijnlijk de andere kant op gevlogen. Mooi beest, druk foeragerend, geen denderend licht, kan worden tegengeworpen maar daar heb ik maling aan, daar hebben alleen fotografen last van. En toen zag het weekend er ineens een stuk vrolijker uit.
Een magistrale en emotionele overwinning van Ireen Wüst op het WK schaatsen verder stonden we in de buurt van Bodegraven te kijken naar drie koereigers. Daar hoefden we gelukkig de auto niet voor uit, want het regende intussen stevig. En toen later bleek dat PSV niet in staat was geweest van FC Utrecht te winnen en daarmee de kampioenskansen van Ajax toch nog niet helemaal verloren waren, was het leven weer zonnig. Voor zolang als het duurt.

11 februari 2019








Geen opmerkingen:

Een reactie posten