woensdag 8 november 2017

Hoofdletter of kleine letter, that’s the question

Dinsdagavond drongen berichten door van een vorkstaartplevier in de polders ten noorden van Schiedam. Ondersteund door weliswaar nogal wazige maar desalniettemin overtuigende foto's. Foto’s die bovendien meer en meer een overtuigende Vorkstaartplevier lieten zien, met rode ondervleugels en smalle witte vleugelrand. Let hier op het hoofdlettergebruik: vorkstaartplevier betekent volgens de officiële schrijfwijze Glareola spec. en dat kan nog diverse (drie om precies te zijn) kanten op, maar Vorkstaartplevier betekent Glareola pratincola, de soort genaamd Vorkstaartplevier, één van de drie kanten en, bovenal, nog een lifer voor me. Daarmee stond voor mij wel vast dat ik de woensdag zou beginnen met een speurtocht in het gebied tussen Schiedam en Delft, rond Kethel en Vockestaert met name.
De volgende ochtend aanvankelijk nog geen berichten, anders dan dat het hier en daar wat mistig was. Ik hoopte maar dat dat laatste oorzaak was van het eerste. Ik maakte nog even geen haast maar om 9 uur nam ik toch de trein. Die was nog maar net vertrokken toen de eerste alert binnenkwam: ‘kwam aanvliegen met kieviten, geland op plek pointer’. Dat klonk alvast goed. Het daarop volgende bericht klonk minder: ‘geland op plusminus 800 meter. Daar nagenoeg onzichtbaar. In vlucht donkere onderkant, geen witte achterrand gezien. Lijkt me steppe …’. Nou vond ik nog steeds de foto’s van gisteren overtuigend genoeg, dus dat steppe, dat geloofde ik wel (juist niet dus), maar dat nagenoeg onzichtbaar, dat was wel een dingetje natuurlijk. Zo werd het toch weer een zenuwachtige toestand.
Schiedam. Het kwartier fietsen dat Google maps aangaf, haalde ik bij lange niet maar uiteindelijk vond ik de plek waar een handjevol vogelaars het weiland in stond te turen. Het was grijs, maar niet mistig; fris, maar niet koud, vond ik. Een hobbelig weiland met nog wat ruige plantenresten en in de verte een boerderij hier en een al kalende bomenrij daar. Kolganzen, kieviten, smienten, een grote zilverreiger. Een verre groep kieviten, die moest ik in de gaten houden. Maar van vorkstaartplevier geen spoor.

Je kunt zeggen dat ik geboft heb vandaag. Ik stond er een kwartiertje toen juist die verre groep kieviten opvloog en jawel, daar vloog een vorkstaartplevier tussen. Ik kon hem prima volgen met de telescoop en zag een glasheldere, overtuigende vorkstaartplevier vliegen. Kenmerken die van deze vorkstaartplevier een Vorkstaartplevier maakten, kon ik niet onderscheiden. Ik moest vertrouwen op de foto’s van gisteren. Na enige tijd verwijderde de groep zich steeds meer en tenslotte verdween Vorkstaartplevier, zoals we hem toch maar zullen noemen, over de bomen naar nog onbekende verten. Om, zo is inmiddels gebleken, in elk geval vandaag niet meer te worden teruggezien. Diverse vogelaars die nog arriveerden waren minder gelukkig dan ik. Er werd gezocht. Er werd hard gezocht. Een groepje vogelaars langs een smal weggetje verderop wekte vertrouwen. Ja, ze meenden wel dat de vogel wellicht hier in het weiland was neergestreken maar hij was op dat moment niet in beeld. Af en toe vlogen er kieviten op en over maar daar zat-ie telkens niet tussen. Kieviten ook in het weiland maar zelfde verhaal. Wel een paar grote zilverreigers. Wel wulpen en kieviten, smienten en kolganzen. Ik heb nog een ommetje gefietst, tot bij Schipluiden en van daar naar Delft maar hetzelfde verhaal: smienten, kieviten, een paar grote zilverreigers enzovoorts maar geen vorkstaartplevier. Met enigszins gemengde gevoelens nam ik in Delft Zuid de trein: ik had ‘m, maar ik had ‘m graag beter gehad. Ik had een vorkstaartplevier gezien, maar ik had graag een Vorkstaartplevier gezien. Hoofdletter of kleine letter, that’s the question.

8 november 2017

Geen opmerkingen:

Een reactie posten