donderdag 27 april 2017

424: Blauwe rotslijster

Dat twitchen van ons, als dat dan nergens anders goed voor is, en dat is het natuurlijk niet, dan is het in elk geval goed voor een mooi verhaal. Een echt verhaal, met onverwachte wendingen, wisselende kansen, wisselende stemmingen en uiteindelijk eind goed al goed. Zoals een verhaal hoort te zijn, in elk geval, wat dat laatste betreft, als het je eigen verhaal is. Want als je zelf deel uitmaakt van je verhaal, dan moet het natuurlijk liefst wel goed aflopen.
Ik had al een half jaar geen nieuwe soort, geen lifer voor Nederland gezien. Ach, denkt u, … En natuurlijk, u heeft gelijk, maar bij een bepaald soort vogelaars gaat dat op den duur toch een beetje knagen. Dus toen het bericht binnenkwam van een blauwe rotslijster, tweede voor Nederland en voor mij nog nieuw hier te lande, … u begrijpt het. Alleen: Vlieland. Ai! Slechter kan niet, voor een OV-twitcher als ik. Dus er moest iets geregeld. Er werd iets geregeld en dus zat ik in de vroege ochtend met Jeroen bij Ronald in de auto op weg naar Harlingen. Al gauw werd de vogel terug gemeld dus dat kwam wel goed, meenden we. In Harlingen dreigde nog even een kink in de kabel toen we bij de kaartverkoop met nog tien minuten te gaan in de rij belandden achter een aantal mensen die wel allemaal ruzie leken te willen maken met de loketbediende, omdat de prijs die ze moesten betalen veel hoger was dan ze zelf berekend hadden, omdat ze zojuist de snelboot had gemist en nu haar kaartje wilde omboeken (als ze nog langer bleef zaniken zou ze opnieuw de boot missen, om over ons maar te zwijgen) of omdat ze alvast een fiets wilde huren of nee, toch maar niet of ja, toch maar wel, maar uiteindelijk glipten we nog net op tijd aan boord. Nu kon er niets meer misgaan, meenden we.
Echter …
Met één ding hadden we geen rekening gehouden: met de grillen van een vogel. ‘De vogel zelf is de zwakste schakel.’ We waren er blind vanuit gegaan dat als de vogel, een nachttrekker immers, er ’s ochtends nog was, hij de hele dag wel zou blijven, maar we waren al om Richel heen en voeren al op de veerdam aan toen een Dutch Bird Alert binnenkwam: ‘net in vlucht gezien door 30-40 man, heel hoog wegvliegend naar west, ter hoogte van dorp uit beeld verdwenen’.
Ik laat het aan de verbeeldingskracht van de lezer over om zich de koersval in de stemming aan boord voor te stellen.

De boot keerde niet om dus er restte ons niets anders dan op Vlie van boord te gaan, fietsen te huren en om te beginnen naar de plek te fietsen waar amper een kwartier eerder een blauwe rotslijster, tweede voor Nederland en voor mij nieuw op mijn Nederlandse lijst, hoog naar west was weggevlogen. Ter plaatse geen spoor van een blauwe rotslijster; slechts vogelaars die ons wisten te vertellen dat er geen spoor meer was van een blauwe rotslijster. Om onszelf moed in te praten overwogen we de ‘oude-plektheorie’: de beste plek om een vogel die er vandoor is terug te vinden, is de plek waarvandaan hij er vandoor is gegaan. Er is altijd kans dat-ie daar terugkeert, hielden we ons voor. Was vanmorgen ook al gebeurd, wisten sommigen ons te vertellen. Maar toen was-ie lang niet zo hoog en ver weggevlogen als nu, voegden anderen eraan toe. Met de moed der wanhoop zochten we alle puinhopen, alle steenstapelingen, de vele rommelhoekjes en alle dakranden aan de oostkant van het eiland af, fietsten naar het dorp en om de vuurtoren, zochten daar alle geschikte veldjes en puinvlaktes en nog meer dakranden af en keerden terug naar de oostkant. We hielden de moed erin en zochten nogmaals alle puinhopen, alle steenstapelingen, de vele rommelhoekjes en alle dakranden af maar de moed zakte ons steeds dieper in de schoenen. Steeds mistroostiger, met almaar treuriger gezichten reden we onze rondjes. Van de rotslijster geen spoor. Elk vertrouwen in een goede afloop was verdampt, nee, dit werd een hele zure dip.
Maar toen, vele rondjes over de oostpunt van het eiland verder, vele speurende blikken op puinhopen, steenstapelingen, rommelhoekjes en dakranden later, toen kwam opnieuw de ommekeer, en opnieuw met een Alert. De woorden van Guus Jenniskens om 14:14 waren kort maar krachtig: ‘Nu hier!’. Als door toverhand gedirigeerd keerden we met zijn allen westwaarts en fietsten ons de longen uit het lijf om uiteindelijk bezweet en buiten adem te arriveren bij een huisje bij de bosrand met een rommeltuintje en wat bosranden en een norse bewoner die het niet zo had op deze plotselinge belangstelling voor zijn stekkie. Maar we waren er nog niet klaar mee. Minuten lijken uren op zo’n moment. Wachten, speuren en toen ineens: blauwe rotslijster bovenop een dode boomstam! De euforie die dan bezit neemt van dit groepje normaliter verstandige volwassenen die ineens hun verstand en hun volwassenheid lijken kwijt te zijn, het is hartverwarmend. Bevrijdend. Wat is het heerlijk om even helemaal niet volwassen te zijn maar je volkomen te laten bedwelmen door iets zo onbelangrijks als een blauwe rotslijster! Maar wat een vogel! Wat een kleur! En dat langgerekte lijf, die lange snavel, dat lange achtereind. Geregeld liet hij zich prachtig zien. Ja, dit was toch wel een hele prettige afloop. Het maakte dat we met heel veel meer plezier konden terugdenken aan de prachtige buienluchten van vandaag, aan het grillige Vlielandse duinland, de gekamde bosjes, de duinweiden met tapuiten en die ene beflijster op camping Langepaal. Prettige bijkomstigheden nu, maar dat had zomaar heel anders kunnen zijn.

26 april 2017

Geen opmerkingen:

Een reactie posten