vrijdag 5 februari 2016

Urban birding

De stad is de nieuwe wildernis. Nou ja, nieuw, zo nieuw zijn de meeste steden niet, maar wel zwaar onderschat, qua wildernis. Niet dat ik niet kan genieten van uitgestrekte heidevelden of ongerepte kwelders, maar die vergeten hoekjes in de stad die jarenlang over het hoofd zijn gezien door de stedelijke plantsoenendienst en waar het onkruid welig tiert, die lust ik ook wel.
Ingeklemd tussen de doorgaande autowegen van Leidsche Rijn, op velden waar vermoedelijk nog nooit een grasmaaier is waargenomen, huizen de laatste patrijzen van Utrecht. Noem dat maar geen wildernis. Patrijs wordt elk jaar zeldzamer in Nederland maar hier, midden in de verstedelijking van Utrecht, heb je ze nog. En ze gedragen zich er niet anders dan op stoere akkers in Drenthe. Vanmorgen, tijdens een rondje urban birding, na enig zoeken twee vogels gevonden en toen ik te dichtbij kwam, drukten ze zich plat tegen de grond aan zodat alleen hun ruggen nog zichtbaar waren. Die had je nooit gevonden als je niet geweten had dat ze er zaten. Toen ik me even afwendde en een omtrekkende beweging maakte, richtten ze zich weer op zodat ze even prachtig te zien waren. Maar al gauw gingen ze er in grote haast vandoor, mij enigszins schuldig achterlatend. Vooral toen ze niet al te hoog de weg over vlogen dacht ik: dat had ik misschien toch anders moeten aanpakken. Zo wendbaar zijn patrijzen niet als ze vliegen en er had maar net op het verkeerde moment een tientonner langs hoeven komen, en ik had twee dode patrijzen op mijn geweten gehad. Sowieso wonderlijk dat dat niet af en toe gebeurt. Of misschien gebeurt het wel af en toe. Benieuwd hoe lang ze het hier nog uithouden. Aanvoer van buiten zal er niet zijn dus ze zullen het helemaal zelf moeten bolwerken. En volgens de gangbare biologische theorie├źn kan dat met deze populatieomvang (meer dan de twee die ik gezien heb, maar ook weer niet zo heel veel meer) nooit eindeloos goed gaan.
Langs vele ongerepte velden en karige bosjes die nog gespaard zijn gebleven voor de vlijtige verstedelijking van Leidsche Rijn, bereik je de oevers van het Amsterdam-Rijnkanaal. En als je in Utrecht aan urban birding doet, kun je moeilijk om het Amsterdam-Rijnkanaal heen. Het is onze eigen meeuwenboulevard. Zomer en winter hangen er tientallen meeuwen rond en vaak zitten daar interessante exemplaren tussen. Vandaag kwam ik niet verder dan een eerste winter geelpootmeeuw. Er zat vast meer spannends tussen de zilvers en de kleine mantelmeeuwen, maar ik kon ze niet vinden. Ben ook geen held wat moeilijke meeuwen betreft. Wel vond ik langs de Leidsche kade, al bijna in de binnenstad, de fraaie adulte pontische meeuw die daar al enige tijd verblijft. Pontische meeuw is nauw verwant aan geelpootmeeuw die overigens nauw verwant is aan zilvermeeuw. Beide zijn als soort nog piepjong en werden tot eind vorige eeuw beschouwd als ondersoort van de zilvermeeuw. Inmiddels weten we beter. Hoewel je nooit weet of we er over dertig jaar niet weer heel anders over denken.

5 februari 2016

Geen opmerkingen:

Een reactie posten